De bekering van een Jood
Over ISaäc da Costa
Bepaalde namen van straten keren in verschillende plaatsen telkens terug. Namen van het koningshuis, dichters, schilders, politici, zeehelden enzovoort. Soms kom je ook een Da Costastraat of Da Costalaan tegen. In dit artikel wil ik iets vertellen over Isaac da Costa. Hij leefde van 1798-1860. Hij was van joodse afkomst, maar is tot de belijdenis gekomen, dat de Heere Jezus als Zaligmaker gekomen is, ook voor hem. \Ne mogen dus spreken van een "bekeerde" Jood, of liever van een Messiasbelijdende Jood.
Over Ieaäc da Costa
Isaäc da Costa werd op in Amsterdam geboren. Hij was het enige kind van Daniël da Costa, een welgestelde zakenman, en Rebecca Ricardo. Zijn ouders behoorden tot de Sefardische of Portugese joden. Deze joden waren in de zeventiende eeuw uit Portugal naar Nederland gekomen. Vader Da Costa was erg trots op zijn begaafde zoon. Hij wilde dat hij geïsoleerd werd opgevoed, want het gezin Da Costa was orthodox joods. Hij mocht geen omgang met andersdenkenden hebben, vooral niet met vriendjes van christen-ouders. Ook niet met zijn neefje Abraham Capadose. Later is dat totaal anders geworden en is de vriendschap uitgegroeid tot een één zijn in de Heere.
Naar school
Da Costa werd al op achtjarige leeftijd toegelaten tot de Latijnse school. Op zijn dertiende jaar deed hij eindexamen met een oratie (rede) over de twaalf werken van Hercules. Van 1811 tot 1815 studeerde hij aan het Amsterdamse Atheneum lllustre. Da Costa kwam hier diep onder de indruk van de colleges van dr. D. \. van iennepen de wijze waarop deze de historische waarheid van de Bijbel naar voren bracht.
Dichterlijk aanleg
Op veertienjarige leeftijd werd hij reeds toegelaten tot het lidmaatschap van het Portugees-Israëlitisch genootschap Concordia Crescimus, Toen hij vijftien jaar oud was, kwam hij in contact met Willem Bilderdijk.
Willem Bilderdijk was een merkwaardig dichter en geleerde, door de één bewonderd en door de ander verguisd. Bilderdijk was een fel tegenstander van de Verlichting en de geest van de Franse revolutie in kerk, maatschappij en staat. Tussen de miskende christengeleerde en de leergierige joodse zakenmanszoon groeide een hechte band. Da Costa was nog honderd procent jood, wel een twijfelaar, maar nog geen zoeker naar God buiten het jodendom.
Rechten en letteren
In 1816 liet Da Costa zich na veel strijd en aarzeling inschrijven aan de universiteit te Leiden als student in de rechten en in de letteren. Bilderdijk volgde zijn leerling een half jaar later naar de Sleutelstad. Daar heeft hij tien jaar lang voor een steeds wisselende vriendenkring geschiedeniscolleges gegeven. Zijn enthousiasme sloeg over op zijn leerlingen. Ook zijn geschiedenisopvatting heeft velen geïnspireerd om de strijd aan te binden tegen de moderne opvattingen in de negentiende eeuw. Da Costa was een van zijn leerlingen.
Het onderwijs van Bilderdijk had in de jonge jood iets wakker geroepen, waarvan hij zich eerst niet goed bewust was. Bilderdijk had nooit openlijk geprobeerd Da Costa over te halen tot het christendom, maar zijn onderwijs was dermate van het Evangelie van Jezus Christus doordrenkt, dat Da Costa toch voor de keuze kwam te staan.
Profetisch
Bij de Joden in Amsterdam leefde de messiasverwachting nauwelijks en zeker niet onder de Sefardische Joden. Bilderdijk heeft Da Costa's ogen hiervoor geopend en hem gewezen op de messiaanse profetieën. De uitwerking daarvan was dat bij Da Costa het jodendom niet minder maar juist meer betekenis kreeg. Met veel energie ging hij zich verdiepen in de geschiedenis van zijn volk. Van zijn hand verscheen een boek over de historie van de Spaanse en Portugese Joden. Hij schreef daarin onder andere: "Zo werd ik, door de altijd verrassende en beschamende leidingen van de Heere, Wie mijn ziel aanbidt, van het onderzoek, om zo te zeggen, van een familieaangelegenheid opwaarts geleid tot aan Abraham, en wederom afavaarts tot op jezus Christus, de Zone Abrahams, de Zone Davids, Israëls Messias en Heiland en aller volkeren Heil”
Bekering
Zo kwam hij na een lange worsteling eindelijk tot de volle erkentenis van de goddelijke waarheid van de openbaring in het Nieuwe Testament, en dat
alleen daar de vervulling te vinden is van Israëls profeten, zowel van een lijdende als van een heerlijke Messias en Bevrijder. Hoe zou zijn weg nu verder moeten zijn? Dat was niet bepaald duidelijk. Eerst wilde Da Costa geen breuk met het jodendom. Nog steeds zag hij daar zijn plaats. De afgehouwen takken zijn niet in een nieuwe boom geënt, maar hebben door Gods genade weer in de oude olijfboom hun plaats gekregen (Romeinen 11 : 23 en 24).
Op twee gedachten
Da Costa zocht een weg om zijn christelijk geloof in het jood-zijn een plaats te geven. Posities in de Portugese synagoge gaf hij nog niet op. De Joodse gebruiken bleef hij nakomen, maar hij probeerde die wel een christelijke inhoud te geven. Hij vierde in 1821 de Grote Verzoendag mee, omdat alle ceremoniën van deze dag heenwijzen naar Christus. Toch was het nog moeilijk om openlijk voor zijn gevoelens uit te komen in brede Joodse kring.
Zijn vriend Willem de Clerq wist van zijn geheim en schreef in zijn dagboek de volgende passage over Da Costa:
”Moeilijke positie van Da Costa. In zijn huis niet gekend noch begrepen, doorzijn ouders als sektemaker aangezien. Hij verzocht mij, zo ik hem mocht overleven, en de Voorzienigheid hem geen gelegenheid had gegeven voor zijn eigen gevoelens uit te komen, dan dezelve openbaar te maken, doch eerst na de dood zijner ouders. Door de Joden wordt hij miskend, daar hij al de bijzonderheden der wet niet opvolgt. De christenen miskennen hem daar zij niet gevoelen welk het onderscheid is tussen een jood als natie en tussen een jood als sekte. Hij kan zonder huichelen al de gezangen der joden meezingen in de christelijke zin ”.
Huwelijk
Bij zijn huwelijk met zijn twee jaar jongere nicht Hanna Belmonte werden alle Joodse rituelen in acht genomen. Hanna's moeder was een zuster van Da Costa's vader. Hanna was haar vader vroeg verloren. Haar opvoeding, althans een deel daarvan, kreeg zij aan een christelijk instituut. Zij stond bekend om haar mooie zingen.
Plechtig klonken de woorden van de bruidegom tot zijn bruid: "Wees mij tot vrouw naar de wet van Mozes en Israël, dan zal ik u met de goddelijke bijstand dienen en hoogachten, verzorgen, onderhouden en kleden, gelijk het de plicht is van joodse mannen". Met Hebreeuwse letters wordt de huwelijksakte door Da Costa ondertekend!
Capadose begrijpt hem
Da Costa vond in Abraham Capadoee een vriend, die hem aanvoelde. Samen bestudeerden zij de messiaanse profetieën. Da Costa door de correspondentie met Bilderdijk, Capadose met de bedoeling om Da Costa terug te brengen, want Bilderdijk had in een brief erop aangedrongen, dat Da Costa een keus moest maken. Capadose was nog n iet zo ver en werd kwaad toen h ij d ie brief las. Toch liet die brief hem niet meer met rust. Bij het lezen van het Evangelie naar Mattheüs kwam hij er achter, dat het Oude Testament niet verworpen werd, maar dat dit Evangelie geheel gegrond is op de profeten van de oude dag en dat zij in Christus hun vervulling hebben gevonden.
Als de Emmaüsgangers...
De twee vrienden zijn wel eens vergeleken met de Emmaüsgangers: hun hart was brandende toen zij de Schriften door de Vreemdeling zo duidelijk hoorden verklaren. Vooral Jesaja 53 maakte diepe indruk op hen, toen de Heere hun ogen voor de betekenis van dit hoofdstuk opende. Toen kwam het moment dat de breuk met de Portugees-Joodse gemeente definitief werd: ze zouden zich door de doop laten inlijven in de christelijke gemeente.
Gedoopt
Op aanraden van Bilderdijk namen Da Costa, zijn vrouw en Capadose het besluit om aan ds. L. Egeling te Leiden te vragen om hen te dopen. Waarom deze predikant gekozen werd, is niet duidelijk. Hij was wel rechtzinnig, maar spitte niet diep, daarentegen was hij een vriendelijk man en gemoedelijk van aard. Waar hij geen antwoord op kon geven, dat werd ruimschoots aangevuld door Bilderdijk. Op zondag 20 oktober 1822 werd het drietal in de Pieterskerk te Leiden gedoopt door ds. Egeling. De preek ging over Romeinen 11 : 5 Alzo is er dan ook in deze tegenwoordige tijd een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der genade. Een zeer toepasselijke tekst, 't Was niet de bedoeling dat aan deze dienst ruchtbaarheid zou worden gegeven, toch was de kerk "buitengemeen vol", schreef de 21 - jarige Groen van Prinsterer aan zijn ouders.
Afscheid
Een paar dagen voor de doopplechtigheid hadden Da Costa en Capadose schriftelijk afscheid genomen van de Portugese gemeente. "Ontvangt overigens, weledele zeereerwaarde heren, de oprechte betuiging van mijn voortdurende hoogachting, gehechtheid en liefde voorde Israëlitische natie, waaronder ik het mij steeds tot een groot voorrecht reken te zijn geboren. Weest overtuigd, zo voor uzelf persoonlijk, als in uw kwaliteit ten opzichte van geheel de gemeente waarover u edeler administratie gaat, van mijn onveranderlijke belangstelling in alles wat de Portugese gemeente in het bijzonder aangaat, en van mijn hartelijke bereidwilligheid om aan haarleden in alle omstandigheden die belangstelling, waar mogelijk is, met de daad te bewijzen. In het verdere van zijn leven zou Da Costa bewijzen, dat hij zijn volk niet vergeet.
Na zijn doop is Da Costa pas tot volle ontplooiing gekomen, als getuige van zijn Messias, in de worsteling om het geestelijk welzijn van het Nederlandse volk, dat hij meer en meer verstrikt zag in de banden van ongeloof en revolutie.
B. S. van Groningen
Mijn Redder, Mijn Coël, Mijn Zondenvernieler, Mijn Meester, Mijn Heiland, Mijn Heere en Mijn Mijn Onheilverwinnaar, Mijn Levensbezieler! Gezegend, geheiligd, beslist is mijn lot! Cod!
Voor U wil ik strijden, voor U wil ik lijden, Voor U wil ik de aarde doorgalmen van lof! Aan U wil ik de adem en levenskracht wijden, Tot de Engel des levens mij slake uit dit stof.
Isaäc da Costa
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 februari 1996
Daniel | 32 Pagina's