JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De vrouw in Indië

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrouw in Indië

Vraaggesprek met mevrouw j. van der Meer-Rietveld (84 jaar) over haar verblijf in Nederlands-indië.

10 minuten leestijd

Mevrouw Van der Meer, hoe bent u er toe gekomen naar Indië te vertrekken?

In de crisisjaren was hier in Holland haast geen werk te krijgen en in Indië was werk in overvloed; mijn verloofde solliciteerde daarom als soldaat naar Nederlands-Indië en werd daar als beroepsmilitair gestationeerd. Hij had de rang van adjudant. In februari f 939 schreef hij vanuit Soerabaja dat we maar moesten gaan trouwen, zodat ik naar hem toe kon komen. Ik schreef hem terug, dat ik komen zou.

Kon u het land zonder meer verlaten?

Nou, daar zat wel het een en ander aan vast, hoor. De benodigde papieren moesten worden overlegd, zoals de geboorte-akte, een bewijs van goed gedrag en je moest toestemming hebben van de Minister van Overzeese gebiedsdelen.

Bent u in Nederland getrouwd of in Indië?

Ik ben getrouwd op 17 mei 1939 in Rotterdam en mijn man op 2 juli 1939 in Soerabaja. De jongste broer van mijn man, die met mijn zuster was getrouwd, was mijn bruidegom. M'n man had zijn broer een volmacht gegeven, om voor hem het ja-woord uit te spreken. Niemand zag echter dat wij geen echt paar waren; dat ik maar een "handschoenbruid" was. Na mijn "huwelijksdag" ben ik op 8 juni eerst met de trein naar Marseille, daarna met de sibajak naar Soerabaja gereisd. Ik zal het nooit vergeten: op zondagmorgen 2 juli kwam ik daar aan en 's avonds is ons huwelijk kerkelijk bevestigd door ds. Meinen van de Gereformeerde Kerk.

Waarom bent u eigenlijk met de "handschoen " getrouwd?

Dat moesten we wel, anders kregen we de reis niet vergoed van de Nederlandse overheid.

Hoe kon uw huwelijk in de Gereformeerde Kerk bevestigd worden?

Mijn man was daar al lid en ik werd daar gastlid met een brief van ds. W. C. Lamain, waarin ondermeer stond dat ik bij hem belijdenis des geloofs had afgelegd.

Hoe hebt u de huwelijksdag en de wittebroodsweken ervaren?

Na de trouwdienst gingen we naar huis, waar nog een paar collega's van m'n man kwamen feliciteren. En toen begon onze tiendaagse vakantie, waar mijn man mij kon inwijden in de Indische gemeenschap. Nou, daar had ik vanzelfsprekend geen moeite mee, 't was alles voor mij één groot feest; alle dagen zon en heerlijk warm weer (34 tot 36 graden).

Bleef u alleen achter toen de vakantie van uw man om was?

Nee hoor, ik had een heel leuk meisje als bediende; we konden ontzettend goed met elkaar opschieten. Ik heb van haar nog veel van de Maleise taal geleerd; zij leerde trouwens van mij Hollandse woordjes. Zo gingen er negen maanden voorbij; toen werd ik plotseling ziek. Het bleek een soort malaria te zijn. De koortsen werden uiteindelijk zo hoog, dat ik daar in het ziekenhuis belandde. Het werd tenslotte zo erg, dat ik kunstmatig gevoed moest worden. Bovendien was ik in verwachting, maar na drie maanden trad er gelukkig wat verbetering op.

Hoe was het eten daar?

Door de hoge temperaturen moest natuurlijk alles steeds vers gekocht worden; maar het was allemaal spotgoedkoop.

Wat noemt u goedkoop?

Om maar eens iets te noemen: melk kostte 20 cent per liter, vlees 25 cent per pond, suiker 15 cent per kilo, koffie 30 cent per half pond. Eén ons thee voor 25 cent, een half brood 20 cent, aardappels voor 12 cent per kilo, 5 cent voor een maaltje groenten, bananen 7 cent per tros...

Had u intussen wel contact met uw familie in Holland?

In de tijd dat ik in het ziekenhuis lag, kwam het bericht door dat Rotterdam gebombardeerd was. Ik had toen natuurlijk wel veel te verwerken, hoewel het in Indië nog vrede was. Toen op 14 december 1940 ons eerste kind geboren werd, mochten we dit op een Rodekruis-briefje in 25 woorden aan onze ouders schrijven. Wat was dat een blijdschap: een kind te ontvangen!

Verliep de opvoeding voorspoedig? Ja, ik had volop voeding en onze dochter groeide voorspoedig op. Toen ze zeven maanden was, zijn we verhuisd naar Bandoeng.

Wanneer brak in Indië de oorlog uit?

Dat was op 9 december 1941. Wat werd het toen een bange tijd! Mijn man de oorlog in... Bovendien werd ik weer ernstig ziek in het ziekenhuis opgenomen; ik was in verwachting van onze tweede dochter en ik lag dermate ernstig, dat de dokter overwoog de vrucht te aborteren. Maar nadat ik weer wat was opgeknapt (het was intussen februari 1942 geworden) ging ik naar mijn vriendin in Soerabaja. Iedere dag werden er verschrikkelijke bombardementen uitgevoerd; 't was toen echt een heel bange tijd, met al die verraderlijke bendes die weerloze vrouwen en kinderen afslachtten...

Durfde u wel alleen te blijven met een klein kind van een jaar?

Nou, een collega van m'n man had hem aangeraden mij en m'n dochtertje naar zijn vrouw in Kediri te laten gaan. Dit lag in het binnenland en daar was niet zo'n oorlogsgeweld als in de havenstad Soerabaja. Nu, dat heb ik gedaan. De wieg, de wandelwagen en de box opgestuurd, maar die zijn nooit in Kediri aangekomen vanwege het oorlogsgeweld. Ook is ons huis gebombardeerd en ik heb nooit meer iets van mijn spullen teruggevonden.

Bent u verder zonder kleerscheuren door de oorlog gekomen?

Er viel een langdurige scheiding toen m'n man op 8 maart tijdens de capitulatie krijgsgevangen werd gemaakt door de Jappen. Daar zat ik dan alleen in de vreemde, zonder geld of goed. O, wat heb ik me toch alleen gevoeld in die tijd! Zeker toen op 25 juni 1942 ons tweede dochtertje werd geboren. Ik wist totaal niets van m'n man af en kon hem dus ook niet berichten dat hij weer een dochter had. Hij moest naar de Birma-spoorweg; en ik werd geïnterneerd, met een baby van een half jaar, naar het Jappenkamp Galoean. Vandaar ben ik op een vreselijke manier naar Banjoe Biroe vervoerd en vervolgens naar Ambarana, een grote strafgevangenis.

Hoe werd u daar behandeld in al die kampen? U kwam daar uiteindelijk toch met twee kleine kinderen...

Hoewel het ene kamp beter was dan het andere, kan ik niet anders zeggen dan dat het daar vreselijk was. Hoge muren rondom, en veel ongedierte zoals wandluizen, hoofdluizen en ratten; er braken natuurlijk besmettelijke ziektes uit. Ook moesten we met 250 vrouwen op één W.C. En een verschrikkelijke honger dat we leden! Ik woog uiteindelijk nog maar 86 pond. Mijn haarwas helemaal uitgevallen door ondervoeding en de luizenplaag. 't Was daar een gejammer en gekerm... 'k Heb in de kampen veel sterfgevallen meegemaakt, vooral jonge kinderen van een jaar of drie, vier. O, wat was dat ontzettend erg!

Wanneer werd u bevrijd uit de kampen?

Op 24 september 1945 capituleerde Japan; wat een blijdschap gaf dat! Op 1 oktober zijn we met nog 450 vrouwen en kinderen door het Rode Kruis naar Soerabaja gebracht. Daar kwamen we op 2 oktober aan, net toen de Jappen hun wapens hadden uitgeleverd aan de Javanen.

En toen was u eindelijk vrij...

Nee, daar begon onze angst juist weer! Want daar stonden we, onbeschermd, tussen een horde opgezwiepte heethoofden, wier lust het was ons dood te martelen. Veel, ontzettend veel is daar door de Hollandse vrouwen en kinderen geleden. De Javanen waren wreed, dierlijk wreed. Gewonden sneden ze de armen en benen af; ik heb ze zien voetballen met kinderlijkjes... Maar ik mocht, Gode zij dank, met de kinderen gespaard blijven, 'k Hoorde steeds bij het eerste transport. Uiteindelijk zijn we opl november verscheept naar Singapore... U kunt wel begrijpen wat een blijdschap er was, toen we in de haven van Singapore aankwamen en daar verwelkomd werden door Britse Indiërs. We durfden weer vrij adem te halen na zoveel bange tegenspoed.

Wanneer werden u en uw man uiteindelijk weer herenigd?

We hebben elkaar vier lange, bange jaren niet gezien. Van alles beroofd, zelfs van m'n Bijbel, mochten we elkaar eind februari 1946 weer ontmoeten in Singapore. Daar hebben we drie heerlijke weken met z'n viertjes doorgebracht, maar toen moest m'n man helaas weer naar Batavia in actieve dienst.

Bent u toen in Singapore gebleven?

Nee, ik ben met de kinderen op 16 maart doorgereisd naar m'n ouders in Holland. En op 11 februari 1947 kwam mijn man met verlof tot eind oktober; toen moest hij weer terug naar Indië... Half maart 1948 ben ik met de kinderen dus ook maar weer gegaan, hoewel mijn ouders het maar wat erg vonden, dat ik weer naar dat onrustige Indië moest. Achteraf zie je pas, dat alles zo heeft moeten zijn...

Was u daar een eenling voor wat betreft de kerk?

Nee, dat niet. Er waren gelukkig veel jongens rond Batavia, die de bevindelijke waarheid graag wilden horen. Mijn man begon daarom metpreeklezen en belegde contactavonden. Mijn moeder schreef: "Nu weet ik waarom

jullie terug moesten en nu is mijn gebed alle zondagen, dat de HEERE Zijn zegen daarover mag geven." 't Was ook een ontroerend gezicht 16 tot 30 jonge soldaten in uniform te zien luisteren naar de preken van bijvoorbeeld ds. Kersten, ds. Van Reenen en prof. Wisse. Een orgel was er niet, we zongen a capella. Soms te hoog, soms te laag, maar dat was niet erg, we hadden het toch goed en er zaten engelen onder.

Hoe verliepen de contactavonden?

Mijn man werd tot voorzitter gekozen en de naam werd "Contactvereniging van de Gereformeerde Gemeenten". We begonnen altijd met gebed en het zingen van een Psalm, waarna we een hoofdstuk uit de Bijbel lazen en vervolgens een stukje uit een dagboek. Dan was het pauze en werd er thee geschonken. Na de pauze lazen we elkaar brieven voor, die we ontvingen uit Holland van dominees en ouderlingen. Er werd heel veel met ons meegeleefd; we kregen zelfs een brief van ds. Lamain uit Amerika.

Hoe lang heeft de vereniging uiteindelijk bestaan?

Twee jaar hebben we dat werk gedaan, hoewel we veel strijd hadden. Zo braken er op een bepaald moment de pokken uit en veel jongens waren niet ingeënt. Die werden dan geïsoleerd en mochten alleen onder geleide naar de kerk en de contactavonden. Een gelukkige bijkomstigheid was echter, dat er zodoende nog vreemdelingen bij ons terechtkwamen die het zó gezellig vonden, dat ze bleven komen. Toch was het al met al een angstige tijd: stelen en roven was aan de orde van de dag. 't Was daar in Batavia net zo als nu hier...

Hebt u nog wel eens contact met oud-lndiëgangers?

ja zeker! We hebben al drie keer een reünie gehad in De Schakel, in Nijkerk. Daar komen dan de oud-lndiëgangers met hun kinderen. Verder heb ik nog wat privé-contact met sommige jongens die toentertijd in Indië bij mijn man onder preeklezen zaten.

Wanneer bent u voorgoed naar Holland teruggekomen?

Dat was in juni 1950; want toen Soekarno aan de macht kwam, was het er voor ons niet langer veilig meer. Den Haag werd onze woonplaats, waar we een goede tijd hebben gehad. Daar zijn we de oorlogsherinneringen aardig te boven gekomen, hoewel bij mijn man, zelfs tot aan zijn overlijden in 1984, zo rond de bevrijding nog altijd het Indië-syndroom opspeelde. Overigens hebben we Den Haag in 1958 verwisseld voor Leusden en momenteel woon ik in Amersfoort.

Mevrouw Van der Meer, hebt u nog een slotopmerking?

ja, ik ben de dankbaar, dat ik HEERE tot nog toe gespaard ben met m'n kinderen. Eerlijk, het is me een groot wonder, dat ik er nog zijn mag na alles wat ik heb meegemaakt...

Mevrouw Van der Meer, hartelijk dank voor het doorgeven van deze persoonlijke en bijzonder emotionele herinneringen. De HEERE zij u een Toevlucht en Sterkte bij het klimmen der jaren en Hij vervulle Zijn Woord: "In den grijzen ouderdom zullen zij nog vruchten dragen; zij zullen vet en groen zijn, om te verkondigen, dat de HEERE recht is; Hij is mijn Rotssteen, en in Hem is geen onrecht."

Amersfoort

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 januari 1996

Daniel | 32 Pagina's

De vrouw in Indië

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 januari 1996

Daniel | 32 Pagina's