GEDICHT BELICHT
De titel klinkt ons niet vriendelijk in de oren. Niemand vindt het prettig om voor idioot uitgemaakt te worden. Voor de dichteres - bekend in de wereld van de psychiatrie - is idiotie echter geen scheldwoord maar min of meer een vakterm, bedoeld voor een laag niveau van zwakzinnigheid. Als je het gedicht gelezen hebt, merk je wel dat zij juist met groot medelijden de zwakzinnige man heeft geobserveerd. Zie je hem lopen aan de hand van de zuster? Hij heeft haast, want er wacht dadelijk iets prettigs. Aan zijn lopen is wel te merken, dat hij niet 'goed' is, maar hoe laag zijn intelligentie ook mag zijn, zijn lichaam reageert op de prikkels die van buitenaf tot hem komen. Dat waar hij de hele week naar uitziet, gaat nu weer gebeuren. Dadelijk glijdt hij het heerlijke badwater in en heeft hij eindelijk rust. Hij neemt zijn lievelingshouding aan en zucht van puur geluk.
En kijk eens naar zijn gezichtsuitdrukking! Als zwaar verstandelijk gehandicapte is hij - naar 'normale' maatstaven gemeten - niet knap te noemen. Maar nu glijden de zorgen van zijn gezicht. Daarom kan het 'leeg' genoemd worden. Maar tegelijk wordt het nu ook mooi. Als een 'normaal' mens je met een lege blik aankijkt, wordt hij er meestal niet knapper op. Maar bij deze man is het andersom. Zijn zorgen is hij even kwijt en daardoor komt er iets van harmonie op zijn gezicht. En iets wat harmonieus is, is tegelijk ook mooi. Nee, de dingen van de geest zal hij nooit begrijpen, maar zijn lichaam bedriegt hem niet; hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren. En die wijsheid brengt hem als het ware in zijn onderbewustzijn terug in een pre-nataal stadium. In de moederschoot was het goed. In het badwater komt die oud vertrouwde droom weer tot werkelijkheid.
Maar dan komt de anti-climax. Hij kan niet in bad blijven! De zuster heeft nog meer te doen... Zal hij tien minuten, een kwartier in het bad gelegen hebben? Maar het gaat onherroepelijk voorbij. Hij spartelt wel tegen - ook dat hoort bij de wijsheid van het lichaam! Hij wil niet uit bad, hij wil niet - enigszins hardhandig - worden drooggewreven en in zijn kleren worden gesjord. Maar het moet! Dit ondervindt hij elke week. Even is het fijn, maar dan komt de werkelijkheid weer op hem af. De laatste regel is onthullend. De man is een bange idioot gebleven. Het bad heeft hem tijdelijk opgeheven uitzijn miserabele bestaan, maar hij valt er in terug. Is dit niet een uitbeelding van het menselijk bestaan? Herkennen we iets van de gevoelens die deze bange man ervaart? Is ook voor jou somberheid troef? Heb je weet van een grauw en triest, uitzichtloos bestaan? Of heb je een bad ondergaan, datje beslist niet meer in je oude bestaan doet terugvallen, maar dat werkelijk alle dingen voorgoed nieuw maakt, het bad der wedergeboorte? Dan ben je niet voor even maar voor altijd een nieuw mens geworden, ook al ervaar je voor jezelf terugval op terugval. Dan kun je met een hoog of laag IQ het leven door, ook al moet je hakend en strompelend je weg gaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 januari 1996
Daniel | 32 Pagina's