JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een tegel met een donkere vlek...

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een tegel met een donkere vlek...

4 minuten leestijd

deel 1

Op Rozenlaan 27?

Daar is een huis te vinden waar het altijd gezellig is, zeggen de mensen! Daar woont de familie Bartelsen. Ze wonen er al weer heel wat jaren: vader, moederen de broertjes; nou ja, zeg maar broers. Zo klein zijn ze nu ook al niet meer.

Kijk, daar gaat de keukendeur open. Er komt... er vliegt een jongen naar buiten. Nou, die kijkt helemaal niet gezellig. Zijn gezicht staat, zoals we dat wel zeggen, op storm. Minstens windkracht 10! Daar is wat aan de hand.

Zo vlug als hij maar lopen kan, met nijdige stappen, loopt hij door de tuin naar het schuurtje. Daar net voor de schuurdeur ligt een groot pak. Slordig gewikkeld in een paar stukken papier en met een paar touwen eromheen. Hij pakt het op... gaat in de schuur, grijpt een mes en snijdt met een paar woeste rukken het touw los, terwijl hij nijdig mompelt: „Die akelige kranten ook... 'k Heb er geen zin in, 'k heb er niets geen zin in om ze te bezorgen... Altijd elke dag hetzelfde... nooit eens vrij, altijd maar die kranten. Laat Karei het doen, die zit lekker achter de computer of laat..."

„Johan, ben je nu nog niet weg.”

Daar is moeders stem. „Joh, nu echt opschieten. Daar had ik toch mevrouw Dekker al aan de telefoon. Ze zitten maar uit te kijken en te wachten op de krant, want ze zijn benieuwd of de rouwadvertentie van hun neef er al instaat, want anders... O wacht... daar gaat alweer de telefoon. Ga nu, hoor!”

Daar gaat Johan. De kranten heeft hij toch nog netjes in de fietstassen geduwd. Hij weet het wel dat hij te laat is. Hij weet ook wel dat hij verkeerd is, maar... 't was zo fijn boven op zolder. Hij was juist zo goed op dreef met zijn spoortrein. Net had hij de rails, eindelijk, goed voor elkaar gekregen. Precies in die bochten gelegd, zoals hij 't ook op een tentoonstelling had gezien. En net toen hij wilde gaan proberen of nu ook zijn trein in de rails wilde blijven, klonk daar moeders stem onder aan de trap: „Johan, 't is tijd hoor... om de kranten weg te brengen. Johan...", en later weer.

Tot moeder naar boven kwam. ja, toen had hij wel gemoeten. Maar wat was er een nijdig gevoel in hem naar boven gekomen. Pas als hij op z'n fiets zit en de straat uitrijdt, zakt het. En ineens denkt hij, moet hij denken: „Nou, niet zeuren, johan... 't Is je eigen schuld dat je zo laat bent. En hoe kom je aan zo'n prachtige trein, waar al je vrienden jaloers op zijn? Heb je die niet kunnen kopen van het geld, wat je verdient met het bezorgen van de kranten? Nou, vooruitfietsen dan maar... Eerst dan maar naar die familie Dekker!" 't Zijn aardige mensen. Hij kent ze wel van de kerk.

Maar kijk... wacht even... er rijden nog meer jongens op een fiets. Daar gaan Daan en Gerrit. Ze fietsen wel, maar weten niet waarheen. Eigenlijk weten ze helemaal niet waarom ze fietsen. Ze doen maar wat, ze vervelen zich. En toch zoeken ze naar iets, om maar wat te doen te hebben. Ze hebben al rond het voetbalveld gereden, maar, bah, niks aan, niets te beleven. Ze hebben al langs de rivier gefietst, op de brug gestaan, maar nee, niets aan.

„Zullen we langs de koster z'n huis gaan en aanbellen... dan vragen we of we misschien een boodschap kunnen doen!”

„ja”, zegt Daan. „Dan mogen we misschien wel binnenkomen, de koster is altijd zo aardig.”

Daar gaan Daan en Gerrit. Ze fietsen naar het huis van de koster, ze bellen aan, wel vijf keer, maar nee... er wordt niet opengedaan.

„Vast niemand thuis", zegt Gerrit. „Je ziet ook niets bewegen." „Nou, dan gaan we maar weer verder.”

„Zullen we langs het schoolplein fietsen... Misschien zien we daar iemand om mee te spelen..." zegt Gerrit.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 januari 1996

Daniel | 36 Pagina's

Een tegel met een donkere vlek...

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 januari 1996

Daniel | 36 Pagina's