JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De asielzoeker

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De asielzoeker

8 minuten leestijd

De wekker gaat af. Het duurt wel even voordat ik echt doorheb dat het de wekker is, maar dan is het ook gebeurd; met een welgemikte slag leg ik hem het zwijgen op. Nog even blijven liggen kan geen kwaad. Zeven uur op de markt is toch ook géén tijd!

Als ik even later werkelijk uit bed kom, zie ik tot mijn schrik dat het al over half zeven is! Nog nét voor zevenen sta ik op het marktplein. Zo'n marktdag gaat altijd snel voorbij. Voordat je het weet kun je de kraam weer afbreken. Vlak voor het eten nog even douchen. Dat kan nog net voordat ik naar de jeV ga! Vlug even de koppen van de krant snellen. Pagina 2 en zo, ja, dat interesseert me wel. Er staat voor de verandering ook weer eens zo'n stuk in over asielzoekers. De kop spreekt boekdelen: 'Snel oplossing ongewenste asielzoekers'. Dat roep ik al jaren. De meesten zijn van die asielvakantiegasten. Op Rotterdam-Centraal ziet het er gewoon zwart van! Nog even en je bent buitenlander in je eigen land. Ik hou best van die mensen hoor, maar dan in hun eigen land!

Terwijl jacco, in zichzelf denkend wat er de afgelopen tijd gebeurd is, naar het kerkgebouw loopt om naar de jeV te gaan, loopt er nog een jongen, Daloa, door de straten van

Middelburg. Ook hij denkt na over de dingen die hij heeft meegemaakt...

Twee jaar geleden was het allemaal nog zo anders. Vader was politicus. En niet de eerste de beste! Hij was voorzittervan de NCV, de Katholieke partij. Toen bestond onze partij nog! Toen mócht onze partij nog bestaan. Er waren nog veel meer politieke partijen. Ik herinner me nog levendig hoe ik reklame maakte op de universiteit in Bouaké tijdens de verkiezingscampagnes. Geweldig was het! Als voorzitter van de studentenvereniging van onze partij liep ik voorop met de vlag. Het was een hele ceremonie geweest.

Het was echter allemaal heel anders afgelopen dan ik gedachte had. Eén van de grote partijen was aan de macht gekomen. Zij hadden direkt alle oppositiepartijen verboden en vanaf die dag waren we ons leven niet meer zeker. Onwillekeurig doortrekt een huivering me als ik terugdenk aan de dag waarop ik het bericht kreeg dat vader en moeder dood waren; vermoord! En ik was alleen overgebleven. Het leven op de universiteit ging door. Maar niet voor lang. Hoe lang heeft het geduurd voordat ze ook mij kwamen halen? Een week? Anderhalf? Ik weet het niet meer.

Ze smeten me in de gevangenis. Waarom? Waarom? ? „Omdat je nadenkt", werd me toegesnauwd. „Omdat je gevaarlijk bent net zoals je vader!”

Ik was gevaarlijk, omdat ik nadacht... Vreselijk ben ik daar behandeld. Ik werd telkens gehersenspoeld. Elke keer weer diezelfde boodschap: het huidige regime heeft het beste met Ivoorkust voor! jij bent gevaarlijk! jij bent een gevaar voor de maatschappij! jij bent gevaarlijk! jij bent een gevaar voor de maatschappij!...

Hoe lang heb ik daar gezeten? Ik weet het niet. Ik weet alleen nog van die nacht dat één van de bewakers me liet ontsnappen. Buiten stond een vriend me op te wachten. Samen zijn we naar de haven gerend en daar in een schip gekropen. Mijn vriend vertelde mij dat het naar Holland zou gaan. Ergens in Europa lag dat.

Eindeloos lang duurde de reis. Later vertelde mijn vriend me, voordat hij afscheid nam, dat we twee weken lang in het ruim hadden gezeten en dat ik herhaalde malen buiten westen was geweest. Twee weken lang, op een klein beetje water en wat brood onder in het ruim van een schip dat naar een voor mij onbekende bestemming voer.

Ik heb mijn vriend nooit meer terug gezien. Ik ben alleen de stad ingelopen. Bij de politie heb ik mijn verhaal verteld. Gelukkig konden ze Frans verstaan. Ze hebben alles opgeschreven en dat naar de regering opgestuurd. Daarna ben ik naar een centrum gebracht in Breda. Ik kreeg een kamertje samen met een jongen uit Zaïre.

Wéten ze dan niet dat onze landen in onvrede met elkaar leven? Wéten ze dan niet dat we elkaar wel moeten haten? Later wisten ze het wel. Ik werd ergens anders naar toe gebracht. Middelburg. Ik kan het nog steeds moeilijk uitspreken. Daar zit ik nu al weer een maand.

De zaterdag is voor mij de fijnste dag van de week. Want dan komen er elke keer twee meisjes. Ze kunnen Frans spreken. Eén geeft er les en de ander studeert nog. Zij hebben mijn

hele verhaal aangehoord. Ik vroeg ze of ze mij wel accepteerden. Ik ben immers zwart. Ze vertelden dat ze dat natuurlijk deden omdat ze christen waren. Ze hadden me een boek gegeven-, 'Ie Bible' stond erop. Elke keer als ze kwamen vertelden ze me uit het boek dat zij Bijbel noemen. Ze hebben me voorgelezen uit het eerste boek; over de spraakverwarring. Ze hebben me verteld van de Heere jezus. Ze hebben samen met mij gebeden en me zelf leren bidden. En nu lees ik elke dag uit de Bijbel.

Vanmorgen kwamen ze weer. Ze vertelden me dat ik over twee weken zou horen of ik mag blijven of niet. Ik hoop toch zo dat ik hier mag blijven. Waar moet ik anders heen? Teruggaan naar Ivoorkust betekent zelfmoord. De meisjes hebben me verteld dat ze bij hen thuis ook voor mij bidden! Ik geloofde het niet, maar vanmiddag heb ik het zelf meegemaakt.

Ik mocht bij ze thuis komen. Samen hebben we gegeten en gedronken. Er werd veel gepraat. Af en toe vertaalde Corine wat ze zeiden. Na het eten las haar vader iets voor uit de Bijbel. Ik had mijn eigen Bijbel bij me en Corine zocht het stukje op. Het ging over de Heere jezus die aan Zijn discipelen leerde hoe zij moesten bidden. Ze moesten beginnen met 'Onze Vader'. Ze hebben me verteld dat, als ik in God zal geloven, ik weer een Vader zal hebben. Een eigen Vader. Dan ben ik geen wees meer. Ze zeiden me dat Hij juist een Vader van wezen wilde zijn. Ik begrijp nog lang niet alles, maar ik weet dat ze voor mij bidden! Bidden of ik hier mag blijven; bidden of ik alles wat in die Bijbel staat mag gaan geloven.

Wat is die middag en die avond snel omgegaan. Vóór ik het wist was het al zeven uur. Ik moet terug, naar het centrum toe. En daar loop ik nu, in het donker, door de straten van Middelburg. Als je zo loopt na te denken dan schiet het wel op.

Ik zie er best tegen op om weer terug te moeten bij al die andere mensen die ik niet ken. Gelukkig zijn er in dit land mensen die van me houden en die me accepteren. Ze heten christenen...

Waar gaat het vanavond ook al weer over? O ja, over de wederkomst! Dat zal een interessante avond worden! Ik ben zelf nogal geïnteresseerd in de eindtijd en zo.

Jacco is vlakbij de ingang van de kerk gekomen. Er staat bijna niemand meer buiten. Hij is zeker wat laat! O, wacht eens, daar komt er nog één. Aan de andere kant van de straat komt een jongen aangelopen. Hij heeft een gerafelde spijkerbroek aan en een felrode jas. Nee, dat is niet iemand van 'ons'. Toch even kijken.

Door het licht dat uit de kerk naar buiten straalt, ziet hij de jongen nu duidelijk afgetekend tegen de donkere achtergrond. 't Is een zwarte! Geen wonder dat hij hem niet eerder zag. Hij heeft nog gave kleren aan ook! Volgens mij is dat nou zo'n asielzoeker. Wat moet die hier nu op zaterdagavond doen? Inbreken zeker? ! Moetje zien, hij loopt nog op Nikes ook! En dan zo'n stom rood petje op!

De krant had wel gelijk vanavond: Snel oplossing ongewenste asielzoekers! Nu de praktijk nog...

Voor die lui betalen wij nou elke keer belasting. Nee; zij verdienen ze wel erg makkelijk! Had toch in je eigen land gebleven...!

Weldra is 'de zwarte' in het donker verdwenen. Alleen het regelmatig terugkerend geluid van zijn wegstervende voetstappen verraden zijn aanwezigheid nog.

Met een zucht draait jacco zich om en haast zich naar binnen. Hij is nog net op tijd. De voorzitter wil al gaan beginnen met de opening van de avond. Snel schuift hij zijn stoel aan naast één van zijn vrienden. Even later zingt hij net als alle anderen mee: De Filistijn, de Tyriër, de Moren zijn binnen u o Godsstad voortgebracht...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 december 1995

Daniel | 40 Pagina's

De asielzoeker

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 december 1995

Daniel | 40 Pagina's