Ik ben ervan overtuigd dat de Heere nog onder de jeugd werkt
Gesprek met ouderling J. Hoekman over Gods leiding in zijn leven
Een markante persoonlijkheid. Dat kan zonder overdrijven van de heer Hoekman gezegd worden. Jarenlang mocht hij de Gereformeerde Gemeente van 's Gravenpolder dienen in het ambt van ouderling. Vanwege zijn hoge leeftijd (82 jaar) stelde hij zich dit jaar niet meer herkiesbaar. „Een verlies voor de kerkeraad", verzuchtte een andere ambtsbroeder, „maar we mogen dankbaar zijn dat hij zijn werk zo lang onder ons heeft kunnen doen." Vele malen werd hij afgevaardigd naar de Particuliere Synode en verschillende malen naar de Generale Synode. Jarenlang was hij voorzitter van een aantal schoolbesturen. De jeugd heeft nog steeds de liefde van zijn hart. Veel jongelui weten dan ook de (achter)deur van zijn huis te vinden. Deze bijzonder gewaardeerde ouderling heeft voor iedereen een gunnend woord. Met hem hadden we op een woensdagmiddag een fijn gesprek rondom het thema 'de leiding van God in mijn leven'.
Aanvankelijk was ik wat huiverig om op het verzoek van de redaktie in te gaan. Het gevaar is namelijk groot dat we onze eigen eer bedoelen en niet de eer van God. Toch durfde ik aan het verzoek niet voorbij te gaan omdat ik de jeugd een boodschap mee wil geven uit ervaringen op allerlei terrein in mijn eigen leven. Ik heb mogen ervaren dat God mijn leven geleid heeft vanaf het begin tot nu toe. Terugblikkend kan ik het maar op één manier verwoorden: alleen door de genade Gods ben ik die ik ben. Dat resulteert in het feit dat ik nu al 82 jaar schuldenaar ben aan genade. Als je dit interview leest, let dan niet op de persoon, maar let vooral op wat God gedaan heeft in het leven van die persoon.
Meneer Hoekman, kunt u zich herinneren hoe en waarom u tot de keus voor uw beroep als fruitteler gekomen bent?
Tot aan mijn huwelijk heb ik gewerkt in het kleine landbouwbedrijf van mijn ouders. Toen een jongere broer het bedrijf overnam werd ik afdelingschefvan de veiling in Goes. Na de oorlog was het mijn voornemen om te emigreren naar Canada. Mijn vader dacht er anders over. Tegen een familielid zei hij: „Ik ben ervan overtuigd dat jan niet naar Canada gaat, want hij wil God ontlopen en datzal hem niet lukken. De Heere heeft hier in de toekomst werk voor hem". Hij heeft gelijk gekregen. Veertien dagen voordat we naar het buitenland zouden vertrekken, berichtte de Canadese ambassade dat alles een half jaar uitgesteld
moest worden. Dat was even een terugslag! Kort daarop kwam een makelaar met het verzoek of ik een fruitteeltbedrijf tussen 's-Gravenpolder en Nisse wilde kopen. We gingen eens kijken, het stond ons wel aan en diezelfde dag ging de koop door. Het was in hetjaar1952. Zo kwam ik terug in het vak waarin ik opgegroeid ben.
Nu ik er achter sta kan ik zeggen dat die belangrijke beslissing een goede beslissing geweest is. De Heere heeft het zo gewild en bestuurd.
Hebt u vreugde in uw werk gehad?
Ja, ik heb mijn werk als mijn roeping gezien en heb veel vreugde in mijn werk gehad. Van Godswege rustte er een enorme taak op mij in kerk en onderwijs. Dat bracht spanningen met zich mee. Wat was het dan een genot om de volgende morgen te werken in de stilte van de natuur, terwijl je Gods werk om je heen zag in de vruchtbomen. Alle zorgen verdwenen als sneeuw voor de zon en een heerlijke rust maakte zich meestal van me meester. Daarom heb ik weieens gedacht: „Iedere predikant zou eigenlijk een halve hectare boomgaard moeten hebben om daar na drukke ambtelijke bezigheden wat tot zichzelf te komen".
Bent u wel eens bepaalde problemen in uw werk tegengekomen?
Dan wil ik iets vertellen over Gods leiding in mijn beroep. In de zeventiger jaren was de fruitteelt in een impasse gekomen. Velen konden het hoofd absoluut niet boven water houden. Maar liefst driekwart van de produktie werd vernietigd. Het gevolg was natuurlijk dat ook wij in financiële problemen kwamen. Ik vergeet nooit dat mijn zoon bij me kwam met een enorme rekening van het ziekenhuis en we waren niet verzekerd. Satan kwam erop af: „Zie je wel dat God niet bestaat? " Hij probeerde het Godsbestuur belachelijk te maken. De strijd was zo verschrikkelijk groot dat ik het in huis niet langer uit kon houden. Buiten stonden talloze bloemen te geuren in het maanlicht. Het was of de Heere tot me sprak: „Salomo in al zijn heerlijkheid is niet bekleed geweest als een van deze". Heel de hemel stond vol met ontelbare flonkerende sterren: „Ik ken ze alle bij name. Weest dan in geen ding bezorgd. Ik zorg voor u". Toen viel het pak van me af en mocht ik met blijdschap terugkeren naar mijn woning, vast gelovend dat de Heere de aanvallen van de vorst der duisternis beschamen zou. Het heeft nog een half jaar geduurd voor de Heere uitkomst gaf (binnen het kader van het zakelijke). Ik kon alles betalen en mijn bedrijf kon voortgezet worden. Er is een God Die leeft.
Zijn er misschien nog andere ervaringen die u door wilt geven?
We moesten heel zuinig leven omdat het met de fruitteelt zo slecht ging. Met het geld wat er was konden we waarschijnlijk precies de nieuwe oogst halen. Nu had ik naast mijn boomgaard een stuk grond waarop ik gladiolen kweekte. Ik kocht nog wat bloembollen, want de rekening komt pas in de herfst, zo dacht ik. Normaal was dat ook zo, maar deze keer niet. Na enkele dagen kwam de leverancier al. Zodoende raakte alles op. Mijn vrouw was ontzettend boos op me. Dat duurde niet lang, de volgende morgen zei ze: „Man, je moet eens luisteren. Ik heb het vannacht van de Heere mogen verliezen. Ik was wel kwaad op jou, maar eigenlijk was ik kwaad op de Heere, omdat Hij me altijd zo kort houdt en dat laatste is nu juist zo nodig".
Diezelfde morgen gaf de Heere uitkomst. De postbode bracht een papier van de belasting. Zo'n 'cadeautje' konden we er net nog bij gebruiken. Zenuwachtig maakte ik de envelop open. Ik kon mijn ogen haast niet geloven: in plaats van een nieuwe aanslag kregen we meer dan zeshonderd gulden terug. Eerlijk, we hebben gehuild als twee kleine kinderen. Wat was de Heere onverdiend goed voor ons!
Kunt u vertellen hoe de Heere u stilzette op uw levensweg?
Vanaf mijn kinderjaren heb ik geleefd onder de kracht van Gods Woord. Ik had er een indruk van dat ik niet sterven kon zoals ik geboren was. Dat gaf aan de ene kant een
gebedsleven waar mijn ouders niets vanaf wisten en aan de andere kant een stukje wettisch leven, waarmee ik dacht de Heere te kunnen bevredigen. Toen ik twaalf jaar oud was werd ik steeds bepaald bij de geschiedenis van het dochtertje van jaïrus. In die tijd heb ik vele keren gebeden: „Heere, ik ben ook twaalf jaar, U hebt dat twaalfjarige meisje opgewekt uil de dood en nu bent U nog Dezelfde. Wilt U ook mij opwekken uit de geestelijke dood tot het leven? "
Op zeventienjarige leeftijd ben ik overal overheen gestapt, ik raakte alles kwijt waar ik in mijn jeugd heimelijk op steunde en kreeg een begeerte naar de grootsheid des levens. Ik wilde iets gaan betekenen in deze wereld.
De Heere kwam me echter in alles tegen. Alles wat ik aangreep mislukte. Hoe dat kwam? Omdat ik de Heere niet toe wilde vallen. Tot het jaar 1954 aanbrak. Toen was het moment aangebroken dat de Heere sprak: „Nu is het genoeg". Dominee
De Wit preekte op biddag over de keus van Abraham en Lot. Lot koos voor Sodom en ik had dat ook altijd gedaan. Wat voelde ik mijn zonden en wat huilde ik over mijn schuld. Van mijn kant was zalig worden een onmogelijke zaak vanwege de zonde, maar toch gaf de Heere in mijn ziel een hoop om alleen van Hem verlossing te verwachten. Hij verbrak mijn hart en werkte in mij die hartelijke droefheid over de zonde. Al die 41 jaren had ik tegen God gezondigd en dat gaf een smart die niet uit te spreken was.
Anderzijds was dat verdriet toch zo onbeschrijfelijk zoet. Het kostte niet veel moeite om met mijn werelds leven te breken en ik mocht die onberouwelijke keuze doen die Mozes en Ruth ook eenmaal gedaan hadden.
Toen de Heere me stilzette werd ik erbij bepaald dat de Heere in vervulling bracht waar ik op 12-jarige leeftijd om smeekte.
Kunt u iets over uw verdere geestelijke ervaringen vertellen?
In de wedergeboorte plant de Heere het geloof in je hart. Dat niet alleen,
Hij plant ook de liefde in en die liefde drijft uit tot het Voorwerp van de liefde. Met al je schuld en gemis hoop je op Hem en neem je de toevlucht tot Hem. De liefde trekt en de nood drijft uit. Uit het nieuwe levensbeginsel volgt de bekering. Maar in je onkunde ga je God proberen te bevredigen door je eigen werken.
Daar moet je vanaf gebracht worden en dat gebeurde bij mij in 1958. De Heere ging doorwerken en ik werd een zalige mislukkeling. Ik werd afgesneden van al mijn wettische werken en mocht het wonder ervaren dat Hij Zijn Zoon in mij, een heiwaardige zondaar, wilde openbaren.
Dan mag je Christus leren kennen in zijn volle ambtelijke bediening, als Profeet, Priester en Koning. In die tijd heb ik de definitie van de inhoud van Gods Woord geleerd: een volkomen Zaligmaker voor een volkomen verloren zondaar of zondares.
Dominee Bel bediende in datzelfde jaar het Heilig Avondmaal. Hij vroeg in de preek: „Zit er nog iemand onder ons die geleerd heeft dat het leven niet in zichzelf, maar in Christus ligt? Komt dan en verkondigt zijn dood op de enige oorzaak van je leven". De Koning van de Kerk riep door middel van Zijn Woord, mijn voeten werden losgemaakt en ik mocht voor het eerst aan het Avondmaal deelnemen.
Hoe is het nu?
De strijd is er met het ouder worden niet minder op geworden, maar ik mag weten dat het vast ligt in de Koning van de Kerk. Hij zorgt voor me, Hij staat overal boven en Hij zal ervoor zorgen dat Zijn Kerk gebouwd zal worden tot aan de afloop der eeuwen, ook in ons midden.
Uw vrouw is acht jaar geleden overleden. Hoe hebt u de achterliggende tijd ervaren?
Mijn vrouw heeft ontzaglijk veei voor me betekend; alle zorgen en problemen kon ik met haar bespreken. Dat is nu voorbij. Soms is het gemis smartelijk, maar toch mag ik zeggen - al leeft dat natuurlijk niet altijd - dat de Heere meer recht op Zijn kind heeft dan ik.
U staat (bijna) aan het einde van uw ambtelijke loopbaan. Hoe hebt u daarin de leiding van de Heere ervaren?
In het najaar van 1958 werd ik gekozen tot diaken. De Heere nam alle moeilijkheden weg en ik mocht het vrijmoedig aannemen. Twee jaar later stond ik kandidaat voor ouderling. Wat gaf dat een strijd, wat voelde ik me onbekwaam. Liefelijk onderwees de Heere me hoe Hij mij gebruiken wilde: als slijk aan Zijn vin-
Wat zou u tot slot nog willen opmerken?
geren om blinde zielsogen te openen. Met Gods hulp kon ik het toen aanvaarden.
Na zovele jaren kan ik zeggen dat de Heere me tot hiertoe geholpen heeft. Hij heeft me bijgestaan, ook toen het moeilijk was. Door de genade Gods ben ik die ik ben. Mijn ambt heb ik mogen bekleden in Zijn voorzienigheid en gunst.
Waarom hebt u de Gemeenten lief? Gereformeerde
Allereerst wil ik opmerken dat de Heere een twist heeft met ons volk en voornamelijk met de kerk. De polarisatie neemt verschrikkelijke vormen aan. De verscheurdheid en verdeeldheid is gruwelijk. Die breuk moet ons echt tot schuld worden. Verder geloof ik vast dat de Heere ook in andere kerkverbanden Zijn volk heeft. Waarom ik dan toch bij de Gereformeerde Gemeenten gebleven ben? De Heere heeft me in Zijn voorzienig bestel binnen die gemeenten gebracht. Daar heb ik altijd gekerkt, daar heb ik belijdenis gedaan, daar is me door de bediening van het Woord de vernieuwing van het leven geschonken en daar mocht ik een ambt bekleden. Ik hoop ook straks vanuit de Gereformeerde Gemeente uitgedragen te worden bij mijn begrafenis. Deze gemeenten hebben de liefde van mijn hart omdat het Woord er zuiver gepreekt wordt, er wordt geproken van zonde en genade, er wordt gewezen op de noodzaak van de wedergeboorte en Christus staat centraal als de enige Naam onder de hemel gegeven tot zaligheid. Ik geloof dan ook niet dat het goed is om zomaar de kerk waarin je grootgebracht bent te verlaten, zoals tegenwoordig vaak gebeurt. Ik ben bang dat we de Heere daar niet in mee krijgen. Vraag aan de Heere om liefde voor de gemeente waartoe je behoort en smeek of Hij het Woord wil zegenen voor eigen hart en leven.
U gaf altijd heel graag catechisatie. Waarom? (belijdenis)
Ik had (en heb nog steeds) een ontzaggelijke betrekking op de jeugd. Dat heeft de Heere in mijn hart gelegd bij een bediening van de Heilige Doop. Ik mocht vast geloven dat Hij jonge mensen ging toebrengen. Daarom gaf ik zo graag catechisatie. Ik heb het 21 jaar mogen doen.
Is de mentaliteit van de jeugd veranderd in al die jaren?
Ja, als ik daarop terugblik is er echt een verschil. Toen ik begon was er over het algemeen een zekere ongeïnteresseerdheid. Hoe dat nu is? Vooral onder de rijpere jeugd ontdek ik een enorme belangstelling voor Gods Woord en voor het leven dat de Heere werkt. Er komen veel jongeren bij mij thuis; daar ben ik blij om, want het houdt mij ook nog een beetje jong. Ais de Heere dan opening geeft en je mag met je hart vertellen wat Hij uit genade voor je betekent willen ze best luisteren. Ik merk dat de jeugd op zoek is naar een norm. Nergens is vastigheid in deze consumptiemaatschappij te vinden. Daarom moet hen de norm van Gods Woord voorgehouden worden. De enige weg tot vrede in de ziel is de weg van waarachtige wedergeboorte, van verzoening met God en het in-zijn in Christus. Ik ben ervan overtuigd dat de Heere nog onder de jeugd werkt. Vooral in de leeftijdsgroep van twintig jaar en ouder mag soms het nieuwe levensbeginsel worden opgemerkt, je merkt het aan het gedrag, het zwijgen en het spreken. Ook in brieven die ik krijg staan soms verblijdende dingen.
Jongelui, het is nodig om iets te leren kennen van die droefheid naar God die een onberouwelijke bekering tot zaligheid werkt. Omdat je gedoopt bent mag je de Heere heilig lastig vallen. Smeek of Hij de weldaden die in de Doop verzegeld zijn (wedergeboorte, bekering, vergeving van zonden en het eeuwige leven) in je leven wil verheerlijken. Laat de Heere je gedoopte voorhoofd maar zien.
Welke raad zou u aan jonge mensen willen geven die voor een bepaalde keus staan (bijvoorbeeld een studie, een beroep 'kiezen', van baan veranderen, gaan trouwen)?
Met al deze zaken, levend op de erve van het verbond, mag je de Heere heilig lastig vallen. Hij is de God van het verbond en Hij kan en wil vervulling geven van watje nodig meent te hebben. Je moet er wel rekening mee houden dat de Heere die vervulling op Zijn tijd en in Zijn weg wil schenken en niet altijd zoals wij dat begeren. Ik heb het vaak meegemaakt in mijn ambtelijk leven dat de Heere het gebed niet alleen hoort, maar ook verhoort. Ken Mij in al uw wegen (niets uitgezonderd, met de belofte erbij) en Ik zal Uw paden recht maken. Op grond daarvan mag ik wijzen op de weg dat je in alle dingen de Heere mag benodigen. Dan hoop ik dat je Hem niet alleen nodig hebt voor de voorziening van je tijdelijke behoeften, maar dat je iets van het volgende zou mogen leren: Gewen u aan Hem en heb vrede, zo zal u het goede overkomen. Het gebed moet de belangrijkste plaats in ons leven innemen. Niet om, maar wel op het gebed kan de Heere grote wonderen doen.
Wat zou u tot slot nog willen opmerken?
Ik hoop dat je met al je zorgen en noden bij de Heere mag schuilen. Hij geve je kracht om staande te blijven in alle beproevingen en verzoekingen. Rust niet voordat je mag weten geborgen te zijn in het Borgwerk van Christus. Zoek de Heere in je jeugd, zoek de dingen die boven zijn. Dan zal de Heere ook kracht geven om te dragen wat Hij je in dit jammerdal toeschikt.
Hartelijk bedankt voor het beantwoorden van de vragen! We wensen u toe wat er staat in Psalm 92 vers 15 en we hopen dat u nog voor velen een leidsman tot Christus mag zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 december 1995
Daniel | 40 Pagina's