JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een boekenbegrafenis met grote gevolgen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een boekenbegrafenis met grote gevolgen

De. L. G. C. ledeboer (1808-1663)

7 minuten leestijd

Dominee Ledeboer was een tijdgenoot van Hendrik de Cock. Aan hem hebben we twee artikelen gewijd, ook in verband met de Afscheiding. Helaas werd het doel van de Afscheiding maar gedeeltelijk bereikt. Het was in eerste instantie de bedoeling om één kerk, zowel in naam, leer als in kerkorde te krijgen, maar daarvoor in de plaats kregen we verschillende kerkverbanden en nog veel meer "vrije" gemeenten. In het jaar 1838 ontstond de "Gereformeerde Kerk onder het kruis in Nederland", je begrijpt dat deze naam aanleiding gaf tot het spreken over kruisgemeenten, kruisdominees en kruisgezinden. In een later stadium hebben de kruisgemeenten zich verenigd met andere afgescheidenen. De geschiedenis van jouw kerk heeft aanknopingspunten met de Afscheiding, de kruisgemeenten, maar in het bijzonder ook met het optreden van ds. L.G.C. Ledeboer, halverwege de negentiende eeuw.

Lambertus Gerardus Cornelis Ledeboer is op 30 september 1808 geboren. Hij is het zesde kind uit het gezin Ledeboer. De HEERE had moeder Ledeboer al voor zijn geboorte bekendgemaakt, dat dit een kind zou zijn, dat Hem mocht vrezen en liefhebben. En... God is een Waarmaker van Zijn Woord.

De jonge Lambertus heeft een zwakke gezondheid, maar ondanks dat heeft de HEERE een grootse taak voor hem weggelegd. Toch wordt deze belofte eerst nog op de proef gesteld. De lagere schoolperiode is erg moeilijk voor hem. Zin in leren heeft hij niet.

Hij is traag van begrip, gesloten van karakter, zodat ze thuis weinig te weten komen over zijn schoolleven. Is de jonge Ledeboer dan dom of slecht van begrip? Dat beslist niet. Hij is een denker, een doordenker! Waar denkt hij dan aan?

Hij denkt aan de dood, aan de eeuwigheid. Die dingen beheersen zijn jonge leven. Daaraan te denken vindt hij belangrijk. Daarom lijkt het of hem andere dingen niet interesseren.

De HEERE werkt door

Ledeboers verstand is goed, zijn geheugen geweldig. Dingen, die hem niet interesseren, gaan aan hem voorbij, die onthoudt hij niet. Op jonge leeftijd werkt de HEERE al in zijn hart. Maar het heeft toch nog vele jaren geduurd, voor hij met zekerheid durfde te zeggen een kind des Heeren te zijn. Hij is dan allang predikant. Wie God liefheeft, krijgt ook Zijn dag lief. Zijn kinderen, Zijn knechten. Dat gaat altijd samen. Ook bij Ledeboer.

Maar laten we van deze dominee geen heilige maken, hij was een mens van gelijke beweging als wij. Zonder Christus, zonder vergeving, zonder genade kon ook Ledeboer niet voor God bestaan. In boekjes, gedichten en brieven heeft hij daar veel over geschreven: iedereen heefteen hoofdzonde, een boezemzonde, die telkens de kop opsteekt. "De mijne", zei Ledeboer, "was wellust, zingenot".

Studie

Na de lagere school, volgt de latijnse school, het gymnasium, genoemd naar Erasmus, in Rotterdam.

Opmerkelijk is het, dat hij telkens met de beste cijfers overgaat en in augustus 1826, hij is dan achttien jaar, doet hij met succes examen. Dan gaat hij naar de universiteit in Leiden, want van jongsaf wil hij graag predikant worden. Hij heeft daar acht jaar gestudeerd. Na die acht jaar zou hij beroepbaar gesteld kunnen worden, maar eerst keert hij terug naar zijn ouderlijk huis en blijft nog vier jaar in Rotterdam.

Predikant te Benthuizen

In 1838 brengt de gemeente van Benthuizen een beroep uit op kandidaat Ledeboer. Bij het openen van de beroepsbrief spreekt de HEERE vanuit Zijn Woord duidelijke taal: k zal u onderwijzen en u leren van de weg, dien gij gaan zult, Ik zal raad geven, Mijn oog zal op u zijn. (Psalm 32 : 8). 't Is duidelijk voor Ledeboer, dat hij in Benthuizen het Evangelie moet gaan verkondigen. In het begin van zijn ambtelijke dienst preekt hij op een gematigd vrijzinnige manier.

Wanneer een gemeentelid hem daar op wijst, brengt het hem in een grote geestelijke crisis. Hij worstelt om genade en roept het tenslotte uit: "O, God, wees mij zondaar genadig. Bekeer mij, mijn vader, mijn moeder, mijn broers en zuster. Amen". En de HEERE heeft deze noodkreet gehoord en verhoord. Een blijdschap, die hij nog nooit eerder gevoeld heeft, ven/uit zijn hart en

Hoe nu verder?

doet hem uitroepen: "De HEERE is mijn deel!" Die zondag preekt hij over de tekst: Dit weet ik, dat ik blind was en nu zie. Hij was zo ontroerd, dat hij bijna niet verder kon preken. Eerst liet hij maar zingen Psalm 1 37, de Psalm die handelt over de ballingschap in Babel en de bevrijding daaruit. Na zijn bekering wijst hij zijn hoorders op hun zonden maar ook op de mogelijkheid tot vergeving. Vooral kinderen kan hij dat op een eenvoudige wijze voorhouden. De korte inhoud van zijn preken was: God alles en de mens niets.

De boekenbegrafenis te Benthuizen

Driftig als Ledeboer is, kan hij soms heel impulsief handelen. Zijn optreden op zondag 8 november 1840 wordt het onderwerp van gesprek in geheel Nederland. Tijdens de preek werpt hij in heilige verontwaardiging het gezangenboek en de reglementenbundel van de kansel. Deze boeken van mensen vindt hij in strijd met Gods Woord. Een vrouw, die ze op wil rapen, hoort Ledeboer zeggen: "Laat ze maar liggen, straks gaan we ze begraven". Na de dienst nodigt hij de gemeente uit hem te volgen naar de tuin van een door hem gekocht huis.

Oefenaars

Op grond van artikel 8 van de D.K.O. (Dordtse Kerkorde) werden in de afgescheiden gemeenten oefenaars of lerend ouderlingen aangesteld.

Artikel 8: Men zal geen schoolmeesters, handwerkslieden of anderen, die niet gestudeerd hebben, tot het predikambt toelaten. Tenzij dat men verzekerd is van hun singuliere gaven, godzaligheid, ootmoedigheid, zedigheid, goed verstand en discretie, mitsgaders gaven van welsprekendheid zo wanneer dan zodanige personen zich tot de dienst presenteren, zal de classis hen (...) eerst examineren en naardat zij hen in het examen bevindt, hen een tijdlang laten in het privé proponeren, en dan voorts met hen handelen, zoals zij oordelen zal stichtelijk te wezen.

Daar wordt een gat gemaakt waarin de boeken worden begraven. Daarna zingen de gemeenteleden: De HEER' zal opstaan tot de strijd en: Maar 't vrome volk in U verheugd.

Er is best een andere manier om duidelijk te maken dat er bezwaren zijn tegen het ven/al van de kerk. Toch maakt Ledeboer met deze boekenbegrafenis wel duidelijk, dat al de reglementen afgedaan hebben, dood zijn en begraven horen te worden. In de strijd die er op deze gebeurtenissen volgt, wijst hij ook op de grote leervrijheid in de kerk: ieder mag preken hoe hij wil. Hij pleit ervoor dat er opgetreden wordt tegen predikanten, die het Woord van God niet op de juiste manier verkondigen.

Geschorsten uitgeworpen

Ledeboer wordt als predikant geschorst, na een aanklacht van een lidmaat van de Hervormde Kerk van Benthuizen, ene W. Goester. De praeses van een onwettig classicaal bestuur roept op 13 november een bijzondere vergadering samen. Heel de kerkeraad van Benthuizen, incluis ds. Ledeboer, worden gedagvaard en geschorst, 's Woensdagsvavonds preekt hij nog in de hervormde kerk, maar 's zondags wordt hem door de politie de toegang geweigerd, daarom preekt hij 's zondags in de burgemeesterswoning. Ook in andere gemeenten wordt hem de toegang geweigerd, zodat hij in diverse huizen en schuren voorgaat. Op 26 januari 1841 wordt hij uit zijn ambt ontzet door het provinciaal bestuur en zo werkelijk uitgeworpen uit de Nederlandse Hervormde Kerk.

Hoe nu verder?

Pas na enkele jaren gaat ds. Ledeboer noodgedwongen over tot het stichten van gemeenten, want in de ongeordende groepen blijven veel kinderen ongedoopt. Door hem worden, vooral in Zeeland, 23 gemeenten gesticht. Die worden in de volksmond de Ledeboerianen genoemd.

Omdat ds. Ledeboer toch doorgaat met het uitoefenen van zijn ambt, wordt hij door de staat veroordeeld tot geldboetes. Zijn weigering tot betalen, doet hem twee keer in de gevangenis belanden. De eerste keer voor een maand en de tweede keer voor anderhalf jaar. Toch zijn dat voor hem niet de slechtste tijden, want hij mag ervaren dat de HEERE goed voor Zijn knecht zorgt.

Mijn leerschool is 't gevangenhuis, 't Gevangenhuis mijn zachte kruis De HEER ' mij daar te leren geeft, Wijl Hij mij anders niet zo geeft.

Door het grote gebrek aan predikanten was de leesdienst bij de Ledeboeriaanse gemeenten regel. De oude schrijvers werden niet alleen op de kansels veel gelezen, maar ook thuis. Daardoor bleef er een levende betrokkenheid bestaan op de Nadere Reformatie. Rond het jaar 1900 waren de Ledeboeriaanse gemeenten toegenomen tot 25. Om het probleem van predikantentekort op te vangen, stelde men oefenaars of lerend ouderlingen aan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 december 1995

Daniel | 40 Pagina's

Een boekenbegrafenis met grote gevolgen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 december 1995

Daniel | 40 Pagina's