Zorg voor gehandicapten... ook onze zorg?
Naar aanleiding van de lezing op de huishoudelijke vergadering van onze Vrouwenbond 'Zorg voor gehandicapten... ook onze zorg? ' werd een behoorlijk aantal vragen gesteld, die niet allemaal beantwoord konden worden vanwege tijdgebrek. In 'Daniël'zou nog nader worden ingegaan op de overgebleven vragen. Graag wi ik hierbij een aantal vragen samenvatten onder verschillende kopjes.
Volwaardig lid
Sommige kinderen en ouderen met een verstandelijke handicap volgen in hun gemeente of ergens in de regio aangepaste catechisatie. Het is heel verblijdend dat op verschillende plaatsen in ons (and deze catechisatie gegeven wordt door ambtsdragers, die zich betrokken weten bij de verstandelijk gehandicapten. Via ouders horen we daarover heel verblijdende dingen. Nu zijn er ook jongeren, die als het ware tussen wal en schip verkeren. Ze volgen in hun eigen gemeente de 'gewone' catechisatielessen met hun leeftijdgenoten, maar daarnaast ook de aangepaste catechisatie. Verschillende vragen werden gesteld of juist zulke jongeren ook de belijdeniscatechisatie kunnen en mogen volgen en volwaardig lid van de gemeente kunnen worden.
Van harte mogen we daarop 'ja' antwoorden. Natuurlijk, het vraagt van de catechiseermeester extra inzet en een begrijpende houding als niet alle vragen uit het hoofd kunnen worden geleerd. Het vraagt van de groep belijdeniscatechisanten een goede houding als er een onder hen is, die wellicht wel eenvoudige vragen en antwoorden mag leren en die misschien ook wel eens een totaal verkeerde opmerking maakt. Tegelijkertijd zou het wel eens kunnen, dat juist deze jongeren een voorbeeld zijn temidden van de 'begaafde'jongeren. Ontroerende gevallen zijn bekend, dat er onder minder begaafde jongeren weieens waren, die zeer intens de catechisaties volgden en op een later tijdstip met mond en hart belijdenis des geloofs aflegden. En zeker, zij zijn dan ook volwaardige leden van de gemeente. Goede begeleiding in dit alles is zeker geboden, zowel persoonlijke door de familie als ambtelijke door de ambtsdragers.
Integreren...
Er werden ook vragen gesteld of het mogelijk zou zijn een jongere meteen verstandelijke handicap in lichtere mate op te nemen in de plaatselijke jeugdvereniging.
Vanuit de Jeugdbond is verleden jaar grondig nagedacht over deze vraagstelling en tijdens kursussen op diverse plaatsen in ons land is daarover met het plaatselijke jeugdwerk nagedacht, 't Is mijn stellige overtuiging, dat die mogelijkheid er moet zijn. Ook deze jongeren horen er bij! Er dient wel goed nagedacht te worden of het niveau van zo'n jongere zodanig is, dat hij/zij de verenigingsavond ook metterdaad kan bevatten. Op de jeugdvereniging van H.l. Ambacht herinner ik me uit mijn jonge jaren nog hoe daar een jongen lid was met het syndroom van Down. Hij had een goed ontwikkeld muzikaal gevoel en hoe trots was hij wanneer hij het orgel mocht bespelen. Niet altijd maakte hij de juiste opmerkingen tijdens de besprekingen, maar toch... hij voelde zich thuis onder ons jongeren. Ook hier geldt, dat de leiding van de vereniging extra aandacht aan zulke jongeren dient te geven, 't Is aan te bevelen kontakt te hebben met de ouders over een eventuele aanpak. Zij zijn immers degenen, die weten hoe hun kind kan reageren in verschillende situaties. Voor de leden van de vereniging is het trouwens ook goed om zo'n jongere in hun midden te hebben. Van hen is namelijk veel te leren!
Aanvaarding... zo moeilijk
Wat kunnen ouders van een gehandicapt kind het moeilijk hebben! Wat kan het stormen als ze merken, dat hun ontvangen kindje een gehandicapt kindje is. Vragen leven als: „Waarom toch moet ons dit overkomen? Er zijn al zoveel zorgen in ons gezin en dan nu weer dit kruis er bij." Vragen zijn er genoeg, maar antwoorden niet! Natuurlijk, goedbedoelde opmerkingen worden wel aangehoord, maar ze helpen niet verder, geven geen troost. Zijn er dan geen ouders, die zich eigenlijk schamen voor hun gehandicapte kind? Zijn er geen ouders, die ten diep-
ste geen winkelstraat meer in durven en geen kontakt meer aandurven? Er kunnen immers zulke lastige vragen worden gesteld? ! En als er dan zoveel extra werk te verrichten is en lichaam en geest zo nameloos moe zijn... En als er tussen vader en moeder konflikten ontstaan, omdat er geen gezamenlijke aanpak is en er geen gesprek mogelijk is over die 'waarom-vragen'... En als er zo'n ontzaglijk gevoel van eenzaamheid knaagt aan het leven... Nee, dan wordt het kontakt van anderen weggeduwd. Soms vriendelijker, soms harder. Hoe het dan moet? Hoe dan toch meegeleefd kan worden? Of dat gerespekteerd moet worden?
Op de laatste vraag zeg ik hartgrondig 'ja'. Asaf zegt in Psalm 73: „Nochtans heb ik gedacht om dit te verstaan, maar het was moeite in mijn ogen". Ook hij worstelde met zijn teleurstellingen en verdriet met God. Die strijd merken we toch ook wel eens bij ouders, die een verstandelijk gehandicapt kindje hebben ontvangen. Ze kunnen er niet in berusten, omdat het 'nu eenmaal zo is', maar ze lijken in strijd te zijn met de leiding van God. Uiteindelijk weten we hoe Asaf, door de ontdekkende bediening van de Heilige Geest, een groot beest werd voor God en hij zijn hand op de mond mocht leggen. Hij kwam aan Gods kant terecht en 't werd waar: „De Heere is recht in al Zijn weg en werk". Van harte mogen we dat buigen voor de Heere elkaar toewensen. Wanneer er tijdens die worstelingen, het verwerken van het verdrieten hetzoeken naar antwoorden kontakt vermeden wordt met anderen... moeten we dan niet respektvol met die ouders omgaan?
Zou dat ons niet in de binnenkamer moeten brengen om voor elkaar te worstelen aan Gods genadetroon, ook al lijken we in eerste instantie afgewezen te worden door de ouders, die het zo moeilijk hebben? Waar genade triomfeert lijden we met elkaar mee; allereerst en allermeest in de binnenkamer! Kennen wij dat worstelen voor elkaar? Wordt dat nog gevonden onder ons? Of... leven we totaal langs elkaar heen in de gemeente?
Daarnaast is het wellicht goed om af en toe een kaartte sturen; voorzichtig te vragen of er soms hulp nodig is in de praktische zin of om te vragen: „Hoe gaat het toch met u en met uw kind? " Laten we elkaar waarschuwen voor goedkope opmerkingen, die meer pijn doen dan dat ze helpen. Een stuntelig pogen om een gesprekje te krijgen komt beter over dan een lang verhaal zonder hart. Wie van ons weet precies tijd en wijze? Wie heeft de juiste woorden? Wat hebben we wijsheid, voorzichtigheid en een bewogen hart nodig! „Indien iemand wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere..."
Pastoraat
Ouders van verstandelijk gehandicapte kinderen zitten met meerdere vragen; metwaaroms, met teleurstellingen en verdriet, zo zagen we hierboven. Vast en zeker hebben deze ouders van tijd tot tijd extra pastorale zorg nodig. Wat is het voor de ouders goed wanneer er rondom verjaardagen van hun kinderen wordt meegeleefd. Wat is het goed als er een bezoekje wordt gebracht in de instelling waar de kinderen of ouderen met een verstandelijke handicap verblijven na uithuisplaatsing. Maar wat kan het ook helpen om met elkaar te spreken over verschillende problemen in de opvoeding van het gehandicapte kind. Natuurlijk, ambtsdragers hebben niet overal pasklare antwoorden op, maar samen nadenken, luisteren naar elkaar en de zorgen en noden voorde Heere neerleggen in het gebed is zo'n goede zaak. 'kWeet het: er wordt door ouders soms ook geklaagd, dat er te weinig pastorale zorg aan hen en hun kind wordt besteed. Ach, wie zal het ontkennen? Ook - of juist-in het ambtelijke werk is zoveel onvolkomenheid, zoveel tekort, 't Is wel m'n overtuiging, dat die extra zorg er dient te zijn. Ouders mogen daar trouwens ook om vragen, want niet altijd is bekend met welke vragen wordt geworsteld.
Niet twijfelen...
Wat een intens verdriet is het voor ouders als ze hun kind aan de onverbiddelijke dood moeten afstaan. Niemand kan dat verdriet peilen, dan die dat zelf heeft meegemaakt! Er werd in een tweetal vragen verwezen naar de Dordtse Leerregels en naarW. a Brakel. Onze vaderen en Brakel zeggen, dat gelovige ouders niet mogen twijfelen aan de zalige dood van hun jonggestorven kinderen. Is die lijn door te trekken naar de zwaar verstandelijk gehandicapte medemens die sterft? Geen gemakkelijke vraag! Wel een vraag waar langdurig over gediskussieerd werd en wordt! Wat hebben nu de Dordtse Leerregels in de eerdere artikelen verwoord? Dat God aan sommigen het geloof schenkt, maar aan anderen niet. Zo heeft Hij het Zich voorgenomen in de stilte van de eeuwigheid. Wie van ons kan zeggen: „Wat doet Gij? " Maar rijst dan de vraag: als nu alleen het geloof in Christus ons van het verderf redt, hoe
moet het dan met de jonggestorven kinderen? De remonstranten wisten het wel: alle vroeggestorven kinderen worden zalig! De Dordtse vaderen spraken echter, op grond van de Schrift, andere taal. Zij verwijzen naar het verbond der genade, waaruit blijkt dat de kinderen der gelovigen heilig zijn, uit kracht van hetgenadeverbond. Wat de inhoud van de belofte van het genadeverbond is? In Genesis 1 7 is beloofd: „Om u te zijn tot een God en uw zaad na u". Betekent dat, dat alle bondeiingen zalig worden? Immers nee! De kinderen van Abraham en Izak bewijzen het tegendeel. Dwars door het Verbond loopt de scheidslijn van Gods eeuwige verkiezing. En het onderscheid is niet te verklaren uit een mens! Van de kleine kinderen zegt artikel 17, dat zij heilig zijn waarmee gezegd wil zijn, dat ze uiterlijk afgescheiden zijn van de ongelovigen en staan in een bijzondere betrekking tot het volk van God. De bedoeling van onze vaderen is te zeggen, dat de kleine kinderen als een met hun ouders gerekend worden. Er worden geen stellige uitspraken gedaan, dat alle gedoopte kinderen of verbondskinderen tot op een bepaalde tijd zalig worden. Maar de heel jonge kinderen dan? Zijn deze allemaal rampzalig? Nee, zeggen onze vaderen; „aan de verkiezing en zaligheid hunner jongstervende kinderen moeten de Godzalige ouders niet twijfelen". Verkiezing en verwerping, zo oordeelden onze vaderen op grond van de Schrift, gaan ook over de kinderen en niet alleen over de volwassenen. Maar voor godzalige ouders wordt een uitzondering gemaakt. Dat zijn toch ouders, die iets van de praktijk van de godzaligheid openbaren in hun leven.
Zij kennen de worsteling om het heil van hun kind... terwijl ze nog kerngezond zijn. Het zijn ouders, die het eigendom zijn van Christus! En dan staat er: zij moeten niet twijfelen! O zeker, onze vaderen bedoelen geen bepaald automatisme in de trant van: elk kind van een gelovige ouder wordt zalig, dus... Nee, eigenlijk wordt gezegd: geef het over in de hand van God. U hebt geworsteld met de Heere in de zaak van uw kind. Nu mag u voor uw kind een bepaalde hoop hebben. Het gaat hier over het oordeel van de hoop. Niet zonder bedoeling staat er: godzalige ouders; Gomarus spreekt overware gelovigen! Een godzalige ouder draagt zijn kind vaak op aan de troon der genade. En nu zeggen de Leerregels tegen de bedroefde godzalige ouders, die een klein kind of een zwaar gehandicapt kind hebben verloren, dat zij niet moeten twijfelen aan de verkiezing en zaligheid van hun jonggestorven kinderen. Daar is hoop voor uw kind; niet op grond van uw gebedsworsteling, maar op grond van Gods beloften! Brakel gaat hierin verder, maar naar we menen te ver. Onze vaderen zeggen zo heel bijbels, dat elk automatisme ons vreemd moet zijn. Ook kinderen van ongelovige ouders zullen zalig worden; denk maar aan het kleine kind van de goddeloze koning jerobeam. God had iets goeds in hem gevonden! De vraag komt naar ons toe: zijn wij godzalige ouders, ware gelovigen? Kennen wij de worsteling om hun zieleheil aan Gods genadetroon? Weten we zelf met onze kinderen verdoemelijk te zijn voor God, maar weten we ook van Zijn goddelijke genade in Christus alleen? Dan kennen we ook iets van het worstelen aan Gods genadetroon: „O God, geef dat we ons kind, onze kinderen aan U mogen kwijtraken eer het sterft". Zo worstelde Thomas Boston dagenlang (zie 'Vissers der mensen') om het heil van zijn jonggestorven kinderen. En Hij bleek de grote Hoorder van het gebed te zijn. En... dat is Hij nog!
Met name over het laatste punt verwijs ik u naar 'De troost der verkiezing' door ds. L. Vroegindeweij; naar 'De Dordtse Leerregels'door ds. A. Bac en naar 'Geen onrecht in God gevonden' onder redaktie van de Vriend van Oud en jong. Hierin wordt nader geschreven over deze vragen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 december 1995
Daniel | 32 Pagina's