Spreken is zilver... roddelen is schroot!
Over het roddelen
Mag ik jou een vraag stellen? Wat vind je nu echt een grote zonde? Ach, hoor ik je zeggen: vloeken is heel vreselijk; stelen is natuurlijk ook erg en overspel plegen en moorden is nog weer erger, je hebt helemaal gelijk: deze zonden zijn in Cods ogen vreselijk en ook wij wijzen een dief en een overspeler jarenlang na. "Wat die man gedaan heeft zeg...". Maar wat ik je vragen mag: is liegen dan niet erg? En roddelen dan? Iemands woorden verdraaien? Nee, natuurlijk zeggen we wel, dat deze zonden ook niet mogen. In de praktijk echter blijkt, dat we de zonde van liegen en roddelen vaak onder het verkleinglas leggen. Tenslotte... niemand is er toch volmaakt?
De opstellers van de Catechismus denken daar wel heel anders over. Wanneer zij spreken over liegen en roddelen noemen zij dat onverbloemd: "Eigen werken van de duivel waarop de zware toorn van God rust". Bij geen van de andere geboden lezen we over die zware toom van God: hier echter wel! Dat mag veelzeggend zijn voor jou en mij samen!
Een eigen werk van satan
Van jongsaf aan horen wij al over het bestaan van de duivel. Hij is de geest van alle kwaad en samen met zijn trawanten zet hij aan tot allerlei kwaad. Inderdaad, ook tot vloeken, stelen, moorden en overspel plegen. Maar vergeet niet: deze zonde van de roddel en het liegen is het speciale werk van de satan zelf. Hij ontleent er zelfs zijn naam aan, want satan betekent lasteraar, juist van het liegen, bedriegen en roddelen heeft hij zijn beroep gemaakt. En zijn eeuwenlange praktijkervaring maakt, dat hij precies weet wat hij doet. Zijn taktiek is duivels, gericht op de . ondergang van onze zielen, 't Is een vraag voor ons samen: zijn wij nog gewillige slaven van satan? Roddelen we nog steeds naar hartelust over Jan en alleman? Halen we nog rustig de zware toorn van God op ons, omdat we met genoegen bezig zijn de werken van de satan te doen?
Dan zijn we ten zeerste te beklagen, want wat zijn we dan anders dan... een kind van de duivel?
0, die tong
Ja zult het met me eens zijn: wat is onze tong een kostbaar instrument, waarmee God ons heeft toegerust, 't Is werkelijk een van de grootste wonderen, dat wij kunnen spreken. En waarom kregen jij en ik nu onze tong? Om de Heere, onze Schepper, te loven en te prijzen in ons spreken, in ons zingen en bidden. Adam en
Eva hebben dat gedaan in het Paradijs. Daar gebruikten zij hun tong om God te eren. Maar wat heeft onze diepe val dat radikaal gewijzigd. Vanaf dat moment heeft satan onze tong in beslag genomen, met alle gevolgen vandien! Het beeld van God raakten we kwijten... het beeld van satan werd ons droevig deel. Gods kostbare geschenk? Het werd stukgemaakt! Onze tong, die gegeven was om goede woorden te spreken, gaat vuile woorden spreken. En vlijmscherp horen we
het Jakobus zeggen in hoofdstuk 3: "De tong is een vuur, een wereld van ongerechtigheid; alzo is de tong onder onze leden gesteld, welke het gehele lichaam besmet". En even verder schrijft hij: "Maar de tong kan geen mens temmen; zij is een onbedwingelijk kwaad, vol van dodelijk venijn". Die kleine tong is een venijnig, scherp wapen en ze heeft al heel wat mensenlevens kapotgemaakt! Je kent toch de praktijk? je zit in een groepje bij elkaar en iemand begint: "Zeg, heb jij het ook al gehoord, dat... Is 't niet erg? ! Had jij dat nu van hem verwacht? Nee, natuurlijk moeten we er niet verder over praten, want anders gaan we nog roddelen ook! Maar ik heb het wel gehoord uit een door en door betrouwbare bron.”
Ondertussen is het kwaad geschied, want het volgende moment gaat het roddelen ergens anders verder. Zoals bedorven fruit anderfruit aansteekt, zo steken bedorven woorden immers andere woorden aan? ! En daar klinkt het: "Joh, 'k was net bij mijn vrienden en daar hoorde ik, dat... Erg he? Nee, dat had ik ook nooit, nooit verwacht. Tjonge, wat erg toch!". Dat laatste is trouwens een leugen, want eigenlijk vinden we het gehoorde helemaal niet erg, maar alleen maar heel erg leuk. Zo heb je nog eens wat te vertellen en dan tel je mee! Nee, wie iets hoort over een vriend, vriendin, familie-of gemeentelid en het werkelijk "erg" vindt, die gaat ermee naar zijn bidvertrek en daar brengt hij het met verdriet in z'n hart voor Gods aangezicht.
Hoogmoed ten top
Herken je bij jezelf de zonde van het roddelen? Vertel je graag het kwaad van een ander door? Hoe zou dat toch komen? Tekent het niet op een ontzettende manier onze eigengerechtigheid? We verspreiden liever een kwaad, dan een goed gerucht van een ander. Kijk, wanneer ik iets kwaads vertel van een ander, ga ik een stukje in waarde omhoog en die ander gaat een stuk naar beneden. Uiteindelijk leef ik dan uit: ik ben veel beter, dan die ander. Zoiets? Nee, ik zou het niet doen! 't Kan ook anders! Wat roddelden de vorsten van de Meden en Perzen bijvoorbeeld over Daniël. En Ziba, de knecht van Mefiboseth, verspreidde een slecht gerucht over zijn meester. Waarom? Puur eigenbelang, pure jaloezie, meer en anders niet! De vorsten van de Meden en Perzen waren jaloers op de hoge positie van Daniël en Ziba wilde dolgraag de plek van zijn meester Mefiboseth innemen. Door jaloersheid verteerd, doet daar de tong zijn werk. 'k Geloof vast en zeker, dat er door middel van de roddel veel kapot wordt gemaakt, ook in ons kerkelijk leven! Er wordt wat gekletst over dominees, ouderlingen en diakenen. Of er op hen dan nooit iets aan te merken valt? Vast en zeker, want ook ambtsdragers zijn Adamskinderen, die van zichzelf niets goeds hebben. Als het goed is, brengt dat die ambtsdragers zelf voortdurend op de knieën met het gebed: "O Zoon, maak mij Uw beeld gelijk". Maar dit weet ik zeker: de duivel lacht wanneer er avond aan avond over hen geroddeld wordt.
Lust tot waarheid
We zingen het in de kerk: "God, Die lust in waarheid heeft, mint hem die rechtvaardig leeft". Wat is dat waar, want God heeft de waarheid lief en Hij haat de leugen. Hij zegt het: "Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven". Geen leugen is er ooit van Zijn lippen gekomen. En waar Hij in je jonge leven gaat werken, krijg je ook weer de waarheid lief! Daar ga je geloven, dat de Heere de waarheid gesproken heeft toen Hij je noemde: leugenaar! je gaat het beamen en belijden: "O God, ik ben een bedrieger, een leugenaar en een roddelaar. Wat U over mij zegt in de Bijbel, het is allemaal waar. 'k Heb niet verdiend, dat U nog naar mij omziet. Niet alleen mijn tong deugt niet meer; ook mijn oren, mijn handen en voeten zijn niet gericht op Uw eer en het welzijn van mijn naaste. Wat mijn naam is? Zondaar, tot in de wortel van mijn bestaan". En waar dit taal van het hart mag zijn en een belijdenis door Gods Geest gewerkt, gaat de Heere ook vernieuwend werken. Het gevolg daarvan? De Heilige
Geest zet dan als het ware Zijn stempel op je tong: "Deze tong is weer van Mij". Dan wordt jouw tong weer - weliswaar nog in beginsel - gericht op de eer van God en op het welzijn van de naaste. Nee; dan werp je niet naar hartelust brandstof op het roddelvuur, maar daar ga je strijden tegen het vuur van de roddel en word je een liefhebber van de waarheid. Dan leer je, op Zijn leerschool, ook dat het beter is om voor iemand te bidden en met hem te spreken, dan over hem te roddelen! Paulus schrijft in de Efezebrief zo treffend: "Geen vuile rede gaat uit uw mond, maar zo er enige goede rede is tot nuttige stichting opdat zij genade geve dien, die dezelve horen". Ten diepste moeten we het zeggen: wanneer de Heilige Geest beslag heeft gelegd op onze tong en mond, dan alleen gaan we een "goede rede" spreken. Paulus schrijft ergens anders: "Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden". Dat geldt ook voor onze tong! Paulus weet dat van binnenuit; uit ervaring. Voor zijn bekering deugde zijn tong niet, maar na zijn bekering is zijn woord een goede rede. Tot eer van God en tot welzijn van zijn naaste.
Positief geluid
Mag ik jou vragen: vertel je wel eens iets goeds over een ander? Ben je een verspreider van een goed gerucht en durf je het op te nemen voor diegene over wie geroddeld wordt? Ben je middenin de groep wel eens een advocaat voor je naaste? Heb je de waarheid lief, omdat je de Waarheid hebt lief gekregen? 'k Ben ervan overtuigd: als genade heerschappij voert in jouw jonge leven, ben je niet bezig te oordelen en te veroordelen, 't Kan dan nooit meer je lust zijn om een ander te vertrappen door een slecht gerucht te verspreiden. Waarschuwend zegt de Heere het: "Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt. Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden en met welke maat gij meet zult gij gemeten worden". Wat ik je smeken mag: doe niet langer mee aan het duivelswerk! Strijd er biddend tegen. Ook ons roddelen komt straks terug in de oordeelsdag! Wie hier wind heeft gezaaid, zal dan voor eeuwig een storm oogsten van Gods zware toorn. Gelukkig is het waar: door goedheid aangedreven is de Heere mild in het schuldvergeven! Misschien heb jij wel heel veel geroddeld en was je met lust en ijver "een machinist op de vuurovens van de hel". Hoor dan wat de Heere zegt: "Wie zijn zonde belijdt en laat... die zal barmhartigheid geschieden”.
Vernederd, gekwetst...
In m'n gedachten zie ik iemand zitten, die verdrietig dit artikel leest. Nee, roddelen is nietje liefste werk; integendeel! Maar je weet wel wat het betekent als er over je geroddeld wordt! Allerlei lasterpraatjes zijn over jou rondgestrooid. En je voelt het: al die roddelpraatjes zijn grif geloofd door anderen. Mensen zeggen het: er zal vast en zeker wel iets van waar zijn! Jij zou... alleen maar uitzijn op het geld van een ander; jij zou... teveel drinken; jij zou je vader en moeder het leven zuur willen maken; jij zou... vul zelf maar in. Wat is dat een verdriet! Ontzettend! Je voelt je vernederd, gekwetst en je trekt je meer en meer terug in je eigen kringetje of... je schreeuwt luidkeels over alles heen om maar net te doen of je al dat geroddel je niet aantrekt. Mag ik ook jou wat vragen? Durf je met Paulus te zeggen, dat je altijd jezelf oefent om een onergerlijk leven te leiden? Is je geweten vrij van datgene waarvan je beschuldigd wordt? Wanneer dat het geval is, wil ik je bemoedigen en wijzen op Hem, Die ais Hij gescholden werd niet wederschold en als Hij leed niet dreigde. Buig maar stil onder vals geklets en... geef het over aan Hem. Die rechtvaardig oordeelt! Wat er voor ons allen overblijft? Het voortdurende gebed:
Laat U mijn tong en mond en 's harten diepsten grond toch weibehagelijk wezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 december 1995
Daniel | 32 Pagina's