Woeste vernielzucht
In het jaar 455 drong een horde woeste, vernielzuchtige Germanen de stad Rome binnen. Karren werden op hun kant gegooid, voorraadplaatsen werden opengebroken en geplunderd en inwoners werden gemolesteerd. Deze Germanen werden Vandalen genoemd. In 1995 zijn ze er nog steeds: 'vandalen' - woeste vernielers. Het resultaat van hun inspanningen kun je hier en daar bezichtigen: half gesloopte scholen, uitgeleefde treinen en kromgebogen fietsen. Wie zijn die vandalen? Zijn dat voetbalfans? Inderdaad! Zwerfjongeren? Ja, die ook! Dronken discogangers? Jazeker. Leden van de JV - 16? Nee, die niet. Echt niet?
Piets verjaardag
Enkele jaren geleden op 30 december was Bert samen met nog enkele vrienden op de veertiende verjaardag van zijn vriend Piet. Na de traditionele patat met ijs toe, ging de groep verjaardagvierders nog een poosje de straat op. Sommige van de jongens waren voorzien van flink wat vuurwerk. Piet had strijkers dat gaf beste knallen.
Bert vond het een spannende verjaardag. De jongens hadden eerst de kerstboomverlichting uitgedraaid die in een spar in de voortuin van een huis was bevestigd.
Nadat zij hard waren doorgelopen, kwamen een straatje verder de knallers voor de dag. Bert keek zijn ogen uit. Later was hij blij dat hij ze nog had. Want de vrienden gingen steeds driester te werk. Het eerste rotje werd in een brievenbus gegooid. Weg brievenbus. Vervolgens werden de rotjes in flessen gestopt. De scheiven lagen honderd meter ver.
Bert lachte maar wat mee. Hij durfde niet zo goed. Toch wilde hij niet achterblijven. Even later kwamen ze bij een flat. Ze gingen naar de dertiende etage. Op de galerij stond een vuilniszak. Bert bedacht zich geen moment. Hij riep nog: „Hé, jongens dat is lachen" en met een flinke zwaai gooide hij de zak over de balustrade naar beneden. De zak suisde naar beneden. Een harde klap, een ijselijke gil en...
Hoe het afliep
Tot zover dit waar gebeurde verhaal. Maak het zelf maar af. Je kunt het goed laten aflopen. Je kunt het ook minder goed laten aflopen.
In dat geval zou er de volgende dag wellicht een dergelijk bericht in de krant staan: Rotterdam. Een 75-jarige bejaarde is gisteravond ernstig gewond geraakt doordat zij werd getroffen door een vuilniszak, die door een groep jongeren van een flat naar beneden werd gegooid. De politie heeft in verband hiermee zes jongens aangehouden. Vijf zijn na verhoor heengezonden, de zesde is ingesloten.
Zie je hem zitten? Bert, veertien jaar, een nette knul uiteen goed nest, leerling van een reformatorisch college, zit in de cel. Hij ging er met een groep op uit en wilde zich bewijzen. Nu zit hij achter de tralies, verdacht van vandalisme.
Hoe kwam het zover?
Je zou het van die Bert niet venvachten. Hoe kwam het nu zover? Het was kerstvakantie, net voor oud en nieuw, dat is bij uitstek de tijd om op straat de boel op stelten te zetten. Bert wilde niet achterblijven. Ze waren met een groep. In een groep gedraag je je altijd net even anders, of niet? Zou dat alles zijn denk je?
Ik denk dat er nog iets was. Ik denk dat Bert precies eender was als wij allemaal. Bert was geneigd tot het kwaad. Paulus was een bekeerde man. Hij schreef in zijn zendbrief aan de Romeinen: "Het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik.”
Zouden wij niet vaak van onszelf moeten schrijven: het kwade dat ik wil, doe ik ook? Wij doen het kwade soms omdat we dat leuk en spannend vinden. „Wat steekt daar nu voor kwaad achter? "
„Dat moet toch kunnen!" Dat zijn zo van die uitdrukkingen die we graag gebruiken als we iets willen waarvan we eigenlijk wel weten dat het niet goed is. Wat is nu eigenlijk het kwade?
Het kwade doen
Het kwade is: datgene doen wat God in Zijn heilige wet verbiedt.
Mensen die over ons gesteld zijn, bijvoorbeeld de overheid, mogen ons ook regels opleggen en bepaalde zaken verbieden. Als wij die regels aan onze laars lappen doen wij ook het kwade. Baldadigheid en vandalisme in de kerstvakantie heeft vaak veel te maken met het
afsteken van vuurwerk. Meestal gebeurt het door een groep. De een durft net nog iets meer dan de ander. Wettelijk gezien is het afsteken van vuurwerk toegestaan tussen oudejaarsdag tien uur 's avonds en nieuwjaarsdag twee uur 's morgens. Steek je vuurwerk af op andere tijden dan overtreed je de Nederlandse wet. Het is ook zonde tegen God omdat wij de regels van de overheid, die over ons gesteld is, niet eerbiedigen. (Zou het afsteken van vuurwerk tussen tien en twee uur dan geen zonde zijn? Daarover werd vorig jaar in deze rubriek een stukje geschreven onder de titel 'Knielen of knallen'; je kunt het nalezen in'Daniël'24 van 1994).
Een ander voorbeeld is het in bezit hebben van zogenaamde strijkers. Dat is verboden vuurwerk. Heb je toch strijkers in bezit dan is dat een overtreding van de wet en zonde tegen God. Wellicht vind jij het kleine dingen en ben je van mening dat het moet kunnen. Toch is ook dit het kwade. Het kwade dat je wilt en dat je doet, omdat de kans klein is dat de politie je pakt. Die kans mag dan klein zijn, het blijft zonde tegen God. Voel je dat wel eens? Misschien niet elke dag, maar wellicht als je dit leest?
Hoe duur is het?
Iedere overtreding van de wet waar de politie proces-verbaal van opmaakt, wordt bestraft. Een vuurwerkovertreding in Rotterdam kost minstens zo'n honderd gulden of twee dagdelen trams poetsen bij buro HALT. Dat heet dan een alternatieve straf, maar het blijft straf.
Al die zonden, ook deze in onze ogen 'kleine' zonden, moeten worden betaald. Wordt het dan geen tijd om de Heere om vergeving te vragen? Onze zonden te belijden, maar ook te laten! Bert, uit het verhaal hierboven, vertelde dat de Heere hem later zijn zonden liet zien. In die tijd werd er in de kerk een preek voorgelezen over Psalm 25 van wijlen dominee Zwerus. Daar stond dit in: „En zodra mijn jeugdzonden voor ogen gesteld worden, dan zeg ik:
’Heere ik heb mijn doel gemist. Ik heb mijn jonge leven verprutst, het zijn verloren jaren geweest. Wat een wonder dat ik nog leven mag en dat U nog met mij te doen wil hebben, met mij, die mijn jeugdzonden nu zie in het licht van Uw rechtvaardigheid'."
Bert vertelde dat zijn gedachten toen teruggingen naar de verjaardag van Piet waar hij met zijn vrienden zo de beest had uitgehangen. Bert, jij en ik hebben het bloed van de Heere Jezus nodig als betaling voor de prijs van onze zonden. Ook van die zonden waarvan wij denken dat het "kleine" zonden zijn.
1 januari 1996
Zal het zo in de krant staan: Nieuwjaarsdag 1996 drong een horde woeste vernielzuchtige jongeren het centrum van het dorp binnen. Auto's werden op hun kant gesmeten. Ruiten van winkels werden ingegooid, daarna werden de winkels geplunderd. Voorbijgangers werden gemolesteerd.
Vandalen, ze zijn er nog steeds. Vandalisme, ik hoop dat het niet meer zover bij je vandaan staat.
Voetbalvandalen en dronken discogangers zijn er helaas ook onder kerkgangers. Gelukkig blijft het voor de meeste van jullie iets dat heel onbekend is.
Maar hoe is het met jou ? Hoe is het met jou in een groep ? Wat doe je in de kerstvakantie ? Wat koop jij van je zakgeld op 30 en 31 december?
Waar ben jij de eerste uren van 1996? Heb jij nog steeds zo'n hart wat het kwade wil doen omdat het zo leuk is en laatje je ook door niets ervan weerhouden?
Kerstvakantie, vuurwerk, baldadigheid, vandalisme. Vier woorden die voor veel jongeren bij elkaar horen. Bedenk dat het een tot het ander kan leiden.
Wellicht ga jij straks toch aan de gang met vuurwerk. Denk dan bij elke BOEM aan de B van Bosnië en vraag je dan nog eens af of je geld daar niet beter besteed was.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 december 1995
Daniel | 32 Pagina's