JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Morgen moet ik het weten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Morgen moet ik het weten

12 minuten leestijd

“Morgen moet ik het weten, Bethje." De telefoonverbinding wordt verbroken.

Liesbeth staat nog wat verwezen naar de hoorn te kijken, maar het onverbiddelijke getuut geeft geen enkele aansluiting meer.

Morgen. Nog één dag om te wikken en te wegen.

Ze is nog maar juist thuisgekomen na een flinke fietstocht.

Lekker ruig weer en dan tegen de wind in trappen, juist iets voor haar. |e had dan net het gevoel of je moeilijkheden aan 't overwinnen was. Tegen iedere windstoot een trap. Weg zorgelijke gedachten! Met een heerlijk verwaaid hoofd is ze de keuken binnengevallen,

“Joehoe, ik ben er weer!", roept ze voor haar doen enthousiast.

Geen antwoord. Ma is zeker boven. Ze gooit jas en tas op een stoel en blaast 't haar uit haar gezicht. Dan rinkelt de telefoon. Ze neemt op. "Met Liesbeth van Liere.”

“Dag Bethje, met pa. Hoe is 't? " "Goé-oed", zegt Liesbeth hoog. "Ik zal maar met de deur in huis vallen", gaat pa verder. "Heb je zin om met de kerstdagen een midweek naar de Alpen te gaan? Da's goed voor je. Je bent altijd zo druk op je werk. Enne...."

’t Wordt even stil. Liesbeths gedachten maken snelle sprongen in de tijd terug. Pa! Een paar jaar geleden jaar is hij weggegaan na een tijd, waarin haar ouders meer en meer van elkaar vervreemdden. Moeder bleef achter met drie kinderen.

Af en toe is er kontakt. De verplichte bezoekjes, alleen of samen met de broertjes. Er is afstand gegroeid. Paps, vrolijke, gezellige paps is pa geworden.

Nog wel vrolijk en gezellig af en toe. Zoals nu zijn stem opeens vertrouwd door de telefoon klonk. Een midweek naar de Alpen? Aanlokkelijk! Toch, ze maakt bezwaren." Pa, met de Kerstdagen! En de kerkdiensten dan? "

“Dat komt wel in orde. Braaf meisje trouwens, dat je daar meteen aan denkt. Ik ben heus geen heiden, hoor! Morgen moet ik het weten in verband met de reservering, je weet m'n nummer.”

Weer maakt ze tegenwerpingen. Maar ze wordt zwakker in haar verweer.

Pa heeft zo'n warme, overredende stem. Wat is er eigenlijk op tegen? Hij gunt haar verder geen tijd voor mijmeringen.

“Morgen moet ik het weten, Bethje.”

De verbinding wordt verbroken.

Ma komt de kamer binnen. Een niet meer zo jonge vrouw van eind veertig.

Ze lijkt ouder in haar stemmige kleren. Ze ziet er altijd keurig uit. Ma is gewoon onberispelijk, in heel haar doen en laten. Liesbeth konstateert het voor de zoveelste keer. Eén ding ontbreekt: warme uitstraling naar anderen. Ma heeft altijd een masker.

“Dag Lies, was je daar? Hoe was't? Enne... liever geen tas zomaar neergooien." Geërgerd haalt Liesbeth haar schouders op. Zo is ma. Een vraag stellen en geen antwoord afwachten. Routinevragen zijn het, denkt ze weerbarstig.

“Staat huiselijk, die tas", weerstreeft ze. "je moet kunnen zien dat er geleefd wordt."

“Dat zien we toch wel, hoor", meent ma.

Ze ruimt wat speelgoed op dat Bastiaan liet slingeren.

Bastiaan. Liesbeth vertedert even als ze aan haar achtjarig broertje denkt. Wat een heerlijk joch. Dan Marcel, de puber. Hij begint erg op pa te lijken in zijn doen en laten. Van hem hoeft ma niets op te ruimen. Iedere dag een schone blouse en gel in zijn haar. En of hij al een vriendinnetje heeft? Er fietsen nogal eens wat meisjes langs...

“Wie was er aan de telefoon? ", wil ma weten.

“Pa”, zegt Liesbeth kort. Ze vertelt verder niets over 't gesprek.

Wat heeft ma eraan? Als ze meegaat kan ze 't altijd nog vertellen.

”Ik ga nu m'n kamer opruimen, dat zult u vast wel fijn vinden", zegt ze.

Eenmaal op haar kamertje laat Liesbeth zich languit op bed vallen. Ze laat haar gedachten de vrije loop. Ma en pa. Pa en ma. Twee werelden. Ma zegt 'Lies' tegen haar en pa noemt haar 'Bethje'.

Ze kijkt naar haar vinger. Een fijne gouden ring prijkt eraan.

Gekregen van pa op haar achttiende verjaardag. Twee jaar is hij weg bij hen. Nu is ze achttien geworden. Ze mag officieel nu zélf haar weg bepalen. Ja toch? Juist nu begint pa extra contact te zoeken. Wat bedoelt hij daarmee?

Toch, ze houdt van hem, ondanks alles.

Ze duwt haar hoofd in het kussen. Waarom is het leven zo ingewikkeld? Waarom moet ze kiezen tussen pa en ma? Ze wil het niet! Ze is van allebei, evenals haar broertjes. Rusteloos

komt ze weer overeind. Laat ze zich eerst maar eens wat opknappen, dat helpt misschien om in een betere stemming te komen. Met driftige slagen borstelt ze 't weerbarstige haar. Steekt eens hartgrondig haar tong uit tegen 't spiegelbeeld. Dan verandert haar blik. Haar ogen kijken strak, haar mond glimlacht. Zo lijkt ze op ma, met een masker.

”Lies, telefoon voor je", roept Bastiaan met zijn schelle jongensstem van beneden.

Ze spurt de trap af. Leuk, Francien misschien, haar trouwe vriendin door dik en dun? 't Is inderdaad zo. "Hallo, hoe maak je het? " wordt er vrolijk geroepen.

”Goed. Ik had namelijk een nuttig voornemen. Om m'n kamer op te ruimen.”

Ze hanteert meteen de losse toon, die ze tegen Francien altijd aanslaat. "Loffelijk hoor", meent Francien. "Maarre...'t is zeker nog steeds een voornemen? "

Ze lachen er samen om. Heel ontspannen even. Ma's blik staat op scherp. Met wie lacht Lies zo ongedwongen?

Francien ratelt alweer verder. "Zeg, we hebben je hulp nodig. Er moeten nog wat boeken weggebracht worden naar de bejaarden, mensen van de kerk. Erik is uitgevallen vanwege griep en toen dachten we aan jou." "Moet ik zeker vereerd vinden", zegt Liesbeth.

“Je weet dat ik tegen jou nooit nee kan zeggen. Zeg maar, wanneer heb je me nodig? ."

"Liefst vanavond."

“Toe maar! Nou ja, 't is goed. M'n kamer doe ik wel met de franse slag.”

’s Avonds is de frisse wind veranderd in een gure, die in je gezicht snijdt. Kikkerlandje, moppert Liesbeth inwendig. Ze droomt opeens weg. Hoge bergen... ijle lucht... frisse vrieskou... urenlange wandelingen, 's Avonds roezig van de buitenlucht bij 't knappend haardvuur. En dan... kerstfeest in de bergen...Een klepperend kerkklokje vanuit een witbesneeuwd dal...

Pas op, Liesbeth, voor die grote plassen hier, reageert ze ondertussen nuchter.

Blijf met twee Hollandse benen hier even keurig op 'tfietspad... Ze nestelt zich behaaglijk in haar coat met capuchon en bekijkt haar lijstje. Hmm, zeven adressen, dat is te doen.

Een boek en een doosje chocolaadjes. Afgeven maar, en klaar is kees. Er wordt toch niet van haar verwacht dat ze een praatje erbij maakt? Ben je mal, dat is niet nodig hoor. Ze vindt het al overdreven genoeg dat bejaarde mensen met de kerst iets krijgen. De wereld en de kerk proberen om 't hardst aandacht te trekken. De eerste met schreeuwende reklame over allerlei genotmiddelen. De kerk met een goed boek voor oude mensen. En verder?

Kerkdiensten, een zangavond, en als 't meezit wat gezelligheid thuis. Haar mond wordt een smalle streep. Haar kollega's in de schoenenzaak praten niets dan over uitgaan en nieuwe kleren.

Vreemde wereld, waarin ze zich hopeloos eenzaam kan voelen. Te groot om kind te zijn met haar broertjes.

Te jong om ma te kunnen begrijpen. Te onzeker om pa te antwoorden. "Een aardig zelfportret, Liesbeth van Liere", mompelt ze hardop door de koude, lege straat. Ze kijkt verschrikt om zich heen. Laat ze nu maar gewoon haar taak afwerken. Toch piekert ze verder.

Hun gezin is alleen komen te staan in de gemeente nadat pa weg is. Er wordt gepraat..

Maar enkelen zijn trouw gebleven. Ook Francien.

Ze remt opeens. Hier moet ze zijn. Met vlugge stap loopt ze even later over de galerij van de bejaardenflat. Fijn, drie adressen dicht bij elkaar. Kort en goed zegt ze haar boodschap.

“Alstublieft, van de kerk. Geen dank hoor. Nee, ik ga gauw weer verder." Voldaan bekijkt ze haar lijstje. Flinke meid hoor, prijst ze zichzelf. Wat zou pa ervan vinden als hij haar hier zou zien? Pa! Wat is hij opeens ver, en wat was hij vanmiddag dichtbij met zijn warme stem! En morgen moet ze beslissen! De glimlach waarmee ze de bejaarde mensen te woord stond, bevriest om haar mond.

Pa, waarom bent u weggegaan? Waarom moet ik kiezen? Ik wil niet kiezen!

Ma, waarom heb ik niet méér kontakt met u? Hoe bent u eigenlijk als uw masker weg is? ja, ze weet het. Ma mag een nieuw leven kennen, oprecht de Heere vrezen. De dienst des Heeren is haar boven alles dierbaar. En toch: een masker. Hoe kan dat? Pa zei altijd: "Ik ben geen heiden, hoor." Ook nu voor de telefoon. Nee, pa is geen heiden. Hij is gedoopt en heeft zijn kinderen ten doop gehouden, samen met ma. Later wilde hij gemakkelijker leven volgens eigen inzicht. En toen ging het niet langer goed. Een verder samengaan bleek op den duur onmogelijk.

De trieste herinneringen komen haarscherp boven.

Francien, waarom ben je er nu niet? Jij helpt me altijd uit de put. Maar jij kunt me nu ook niet raden. Jullie hebben een gezellig gezin. Ouders, die van elkaar houden...

Ze vermant zich weer. Kijkt op haar adressenlijst. Gelukkig, nog maar één adres. Dennenlaan 88. Hmm, dat is zeker nieuw. Eens kijken maar. Ze brengt haar gezicht weer in de zo vaak zorgvuldig geoefende glimlach en belt aan. Er wordt niet open gedaan. Toch meent Liesbeth beweging te hebben gezien achter de vitrage. Ze belt nog maar eens. |e weet maar nooit of de bewoner wat dovig is. Weer geen reaktie. Voor de derde keer dan? Misschien wel wat brutaal, maar vooruit. Het belletje klinkt nu best venijnig.

Maar ’t heeft resultaat. Sloffende voetstappen komen dichterbij, 't Gordijntje gaat opzij en dan de deur op een kier. Een bitse stem zegt: "En als ik niet open doe, dan dóe ik gewoon niet open. 'k Heb mijn boodschappen in huis en verder heb ik niks nodig." 't Vrouwtje wil de deur alweer dichtdoen, maar Liesbeth roept vlug: "Maar 't is van de kerk mevrouw, gratis... voor de kerstdagen!”

Ze haalt gauw het boek en de chocolaadjes voor de dag.

Even een nieuwsgierige blik, maar dan moppert 't vrouwtje weer.

“Hmm, chocola is niet goed voor me en bezoek om 't op te eten krijg ik niet. Boeken heb ik niet nodig. Lezen heb ik nooit veel gedaan en nu 'k oud ben geworden zeker niet. Hoe komen ze eigenlijk aan mijn adres? Zoiets gaat zeker vanzelf.”

Als ze Liesbeths onthutste gezicht ziet gaat ze toch wat vriendelijker verder.

“Nou juffrouw, 'kvind toch aardig van je dat je door dit bijstere weer komt. 'k Zou zeggen, jij mag zelf die spulletjes houden, hoor. Gedag!" Zonder omwegen wordt de deur dichtgedaan. Liesbeth staat vreemd te kijken. Wat een apart geval! Wie weigert nu zoiets?

En wat kon 't vrouwtje de dingen scherp zeggen. Ze huivert en loopt langzaam terug naar haar fiets. Onder een lantaarnpaal leest ze de titel van het boek. Vreemd dat ze daar nu pas naar kijkt, ze heeft al zes boeken uitgedeeld.

Het is een bijbels dagboek. Ze bladert het door. Eenvoudige stijl. Grote letters. Ze leest wat hier en daar. Bemoedigende, troostrijke maar ook vermanende woorden. Ze bladert achterin. Meditatie voorde kerstdagen. Ze blijft lezen. Slaat met verkleumde handen de bladen om. Is er een kerstboodschap?

Voor afkerige, vijandige mensen, die met gebalde vuisten naar de hemel staan? Voor onwillige tieners, die 't niet eens zijn met alles om zich heen? Die zich altijd onbegrepen voelen? Teleurgesteld in ouders en ouderen? Voor mensen die de wereld ingetrokken zijn, ook voor hen... en ... voor pa? Er beeft iets bij haar mond. Ze merkt opeens dat ze koud geworden is.

Vlug stapt ze op en fietst naar huis. Warm lamplicht vanuit de huiskamer schijnt haar tegemoet,

’t Is stil binnen. De jongens zijn al naar bed. Ma zit te lezen bij de grote tafel. Onder het lamplicht is haar haar grijzer dan overdag, "je bleef zo lang weg, ik dacht, ik lees eens wat.”

Ma’s ogen staan heel anders... haar masker is afgevallen onder 't lezen! In een opwelling buigt Liesbeth zich naar haar toe. Geeft haar een zoen.

“Voor de keren, dat ik 't vergeten ben", zegt ze onhandig. Ma haalt koffie. Zegt deze keer niets van haar jack dat weer achteloos over een stoel hangt.

Liesbeth vertelt haar wedervaren. Ze laat het boek zien, dat het oude vrouwtje weigerde. Ma kijkt verrast. "Kijk, bij ons werd vanavond ook dit boek gebracht, met chocolaadjes. Toch aardig van de kerkeraad, vind je niet? ”

Liesbeth moet iets wegslikken. Ma krijgt hetzelfde als de bejaarde mensen! En ze accepteert het dankbaar. Ze loopt de kamer uit en hangt alsnog haar jack aan de kapstok. "Nu is er voor allebei de jongens chocola", zegt ze enkel.

“Dag Bethje. Je bent al vroeg met je telefoontje. Heb je zo'n zin om mee te gaan? "

Liesbeth haalt diep adem. "Nee pa", zegt ze dan flink. "Ik blijf thuis, bij ma en de jongens."

“Wel heb ik ooit! |e bent achttien!" roept pa aan de andere kant van de lijn.

“Het wordt tijd, dat je zelfstandig wordt!"

Liesbeth weet niets meer te zeggen.

Na een korte groet verbreekt ze de verbinding.

Nog dezelfde dag gaat het gekregen dagboek op de post. Vergezeld van een kaartje:

“Gezegende Kerstdagen, lieve pa. Van Liesbeth.”

Want ze houdt van hem, ondanks alles.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 december 1995

Daniel | 32 Pagina's

Morgen moet ik het weten

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 december 1995

Daniel | 32 Pagina's