Verlos ons van de boze
De vijfde bede gaat over verlossing van de schuld van de zonde; de zesde over de verlossing van de macht van de zonde. In de bekering wordt de zondaar verlost uit de heerschappij van de zonde en de boze. Maar toch is ook na ontvangen genade gedurig nodig te bidden om verlossing van de boze.
De satan
Bij de boze denken we aan de satan. We hebben de vorige keer gezien dat de satan verzoekt en tot zonde wil verleiden. De christen bidt in het Onze Vader om verlossing van de verzoekingen van de satan. Wie zal in eigen kracht staande kunnen blijven? Adam en Eva vielen in het paradijs. Hoeveel te meer wij? Ken jij ook dit gebed om verlossing van de boze? De satan is ook degene die ons al het goede, waarom wij gebeden hebben in het Onze Vader, wil onthouden. Hij wil Gods Naam ontheiligen. Hij wil niet dat het Koninkrijk van God komt. Hij verzet zich tegen de wil van God. Hij wil Gods kinderen tot armoede brengen, zoals Job. En de satan benauwt hen ook door de zonde voor te stellen en wil de vrijmoedigheid om te bidden om vergeving van de zonde wegnemen.
Bij deze bede is nog meer inbegrepen. Luther zegt: „Alles wat ons aan kwade dingen overkomt onder de heerschappij van de duivel: armoede, schande, dood, kortom alle onzalige ellende en leed waarvan op aarde zoveel te vinden is". Hij brengt mensen in de wanhoop. Hij schept vermaak in het leed van mensen. Het liefst sleept hij hen mee het verderf in.
De macht van satan is groot
Satan heeft veel instrumenten in zijn dienst. Op allerlei gebied zien wij dat hij zijn invloed laat geleden. Hij slaat zijn klauwen uit naar jonge mensen. Vooral hen ziet hij graag in zijn dienst. Dat is echter een slavendienst. Hij brengt tot verslaving aan drugs: roken en drinken die je lichaam en geest schade toebrengen. Hij kan je ook geheel aan muziek verslaven. Anderen weet hij te verslaven aan het gokken. Die avond kwam hij weer eens laat thuis. Teveel gedronken. Naar de kerk ging hij allang niet meer. Al meer had de wereld vat op hem. Hij had nog wel werk, maar zijn geld verdween in de gokautomaten. Tot groot verdriet van zijn moeder. Ze kon hem niet meer bereiken. Nooit meer eens een goed gesprek had met hem. Totdat hij die avond plotseling tegen haar zei: „Die satan, die satan is zo machtig". Maar toen zei z'n moeder tegen hem: „Maar bedenk, dat de Heere almachtig is! Hij kan je helpen".
De Heere is almachtig
Satan is machtig, maar de Heere is almachtig! Daarom mogen we en kunnen we bidden om verlossing. Hij heeft de satan overwonnen. Vanuit onszelf zijn we niet in staat om ons te verlossen. Maar hoe sterk de kracht en verslaving van de zonde ook is, de Heere is machtig om zondaren te bevrijden. We zien het bij de maanzieke knaap. Niemand was in staat hem te helpen. Toen klonk het machtswoord van Christus: „Brengt hem tot Mij!". En zo toonde Christus de
Almachtige te zijn tegenover satan. De Heere laat Zijn strijders nooit alleen. De Nederlandse VN-soldaten voelden zich in Bosnië in de steek gelaten door de bondgenoten. Maar de Heere laat Zijn volk nooit in de steek. Hij doet hen overwinnen in Zijn kracht. „Ik schrijf u jongelingen, want gij hebt de boze overwonnen" (1 Johannes 2:13). Op aarde mogen zij overwinnen door het geloof.
De goede strijd
Deze geestelijke strijd is geen onbegonnen strijd. Deze strijd is een goede strijd. De strijd van de wereld en van de zonde loopt uit op eeuwig verlies. De apostel wekt daarom op: „Strijd de goede strijd des geloofs". Want die strijd loopt uit op de eeuwige overwinning.
Overwinnen door de kracht van Christus, Die ook op aarde geweest is in de strijd. In de kracht van Hem, Die staande bleef temidden van verzoekingen en aanvechtingen. Jezus! Hij is de getrouwe Hogepriester, Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde (Hebreën 4:15). Hij kan degenen, die verzocht worden, te hulp komen (Hebreën 2:18). Dan wordt in de strijd wel eens ervaren, wat de apostel zegt: In Hem zijn wij meer dan overwinnaars!". De overwinning ligt in Christus eeuwig vast. Daar zal de satan, de wereld en ons eigen vlees niets van af kunnen doen.
En straks zal de overwinning volkomen zijn. De Catechismus zegt er van: „.. .totdat wij eindelijk ten enenmale de overhand behouden". Dat is het einde van de strijd. Er komt een 'totdat'. Deze strijd is geen uitzichtloze strijd. De verzoeker zal geworpen worden in de poel van sulfer. De wereld zal worden vernieuwd. En dan zullen Gods kinderen van het lichaam der zonde en van het vlees zijn verlost. En zij zullen de kroon van overwinning mogen neerwerpen voor het Lam. Daarvan zegt Jakobus: „Zalig is de man, die verzoeking verdraagt, want als hij beproefd zal geweest zijn, zal hij de kroon des levens ontvangen!”.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1995
Daniel | 32 Pagina's