Ik voel me minderwaardig... ben ik dat echt?
In 't begin ging het nog wel met Erwin: iedereen was nieuw in de klas. De mentor had zijn best gedaan om er een leuke groep van te maken. Ze hadden een introduktiedag gehad en tijdens het mentoruur hadden ze groepsopdrachten uitgevoerd om elkaar beter te leren kennen. Maar toch ging het fout.
Henk maakte grapjes ten koste van Erwin. 'Gier' noemde hij Erwin. Omdat hij wat met z'n hoofd naar voren liep. De anderen hadden er wat om gelachen. Sinsdien had Henk hem altijd met 'gier' aangesproken. Erwin had geen weerwoord. En de anderen namen het niet voor hem op.
Na verloop van tijd had Erwin het gevoel dat de anderen hem een beetje gingen mijden. Als z'n klasgenoten 's morgens niet bij hem kwamen staan, dacht hij dat ze dat expres deden. Allerlei gedachten kwamen bij hem op: „Ze vinden dat m'n bril ouderwets is. M'n gezicht staat hen niet aan. En ze hebben nog gelijk ook. Vanmorgen tijdens het kammen zag ik weer drie nieuwe puisten opkomen. Toen ik ze wat nauwkeuriger bekeek, zag ik dat ze al rood werden, ledereen ziet ze natuurlijk en let erop. De anderen vinden me een lelijk mormel. Vandaar dat ze niet met me praten. Ik ben niks waard!”
Je voelt je minder dan anderen...
Komt bovenstaand verhaal je bekend voor? Herken je jezelf er misschien (voor een deel) in? jij hebt waarschijnlijk andere dingen waardoor je je minder voelt dan anderen: je bent niet zo goed van de tongriem gesneden, in de groep ben je daardoor nauwelijks aan het woord, je bent niet zo groot als je klasgenoten, ze zien je letterlijk over het hoofd. Je bent blijven zitten, de anderen vinden je daarom dom. Je bent te dik. Je bent... vul zelf maar in.
Je merkt ook dat je niet de enige bent met dit gevoel. Dit gevoel van tekortschieten, je minder waard voelen, er niet helemaal bijhoren. Of er helemaal niet bijhoren.
De anderen (ouders, mentoren, kennissen, klasgenoten) merken waarschijnlijk niets aan je. Je doet gewoon met de lessen mee, maakt je huiswerk en haalt boodschappen voor thuis. Maar als je alleen bent op je kamer kan dit alles op je af komen. Je piekert en tobt. Maar je vindt geen oplossing.
Het is ook moeilijk...
Het is ook niet makkelijk een oplossing te bedenken. Het is een vervelende situatie waarin je je bevindt, je moet iedere dag naar school waar je je niet prettig voelt. Je hebt het gevoel dat anderen je minder waarderen dan je zou willen.
Langzamerhand krijg je een hekel aan school en alles wat daarmee samenhangt. Je krijgt ook een hekel aan jezelf. Alles wat je doet, voelt en denkt wordt negatief. Er is niets goed meer aan je. Zijn deze gedachten en gevoelens terecht? Klopt 't wel wat je van jezelf vindt? Nee! Het is niet goed zo van jezelf te denken.
Je bent wel zondig
Voor we verder gaan, moet ik nog wel iets belangrijks tussenvoegen. Voor God zijn we wèl slecht, zondig. Daar kun je je niet genoeg voor schamen. Dat werkt door in alles wat we denken, spreken en doen. Maar je kunt lezen in Gods Woord dat voor zondige mensen zoals jij er een mogelijkheid is om weer in een
goede verhouding met God te komen. Doorzijn Zoon de Heere jezus Christus. Hij heeft willen lijden en sterven op Golgotha om zondige mensen met God te verzoenen. Dat is een onbegrijpelijk en onmogelijk wonder als je kijkt naar jezelf. Maar bij God is alles mogelijk.
Dat bij God alles mogelijk is, moet je goed onthouden. Dat kan je ook helpen als je met je problemen zit en geen oplossing weet te bedenken. Leg daarom eerst je problemen aan Hem voor. Dat mag. Dat moet zelfs. Vertel alles wat je dwarszit aan Hem. Het hoeft niet in de juiste volgorde of in mooie woorden. Er staat in 1 Petrus 5 : 7: Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u". Je zult merken, dat bidden tot God en Hem bekend maken alles watje bezighoudt, bevrijdend kan werken. Je mag weten dat God je hoort. Vraag ook om verhoring van je gebed.
Praat er thuis over
Daarna zul je ook zelf handelend moeten optreden. Je moet de "middelen ter hand nemen" om iets aan de situatie te doen. Je mag niet lijdelijk afwachten tot er iets gebeurt. Wat zou je zoal kunnen doen? Als je je niet in staat voelt zelf de problemen direkt aan te pakken, ga dan naar een vertrouwd persoon toe. In de eerste plaats zijn er je ouders met wie je kunt spreken. Zij staan, als het goed is, het dichtst bij je. Zoek een goede gelegenheid uit, als je niet wilt dat andere gezinsleden ervan weten. Vertel dan van je moeilijkheden. Dat je om je bril met van die grote glazen, uitgelachen wordt. Dat je een hekel aan jezelf krijgt, als je 's morgens in de spiegel kijkt en je ziet weer twee van die vreselijke bulten opkomen. In je mondhoek en naast je neus. Dat je het gevoel hebt dat je klasgenoten op een afstandje blijven staan, omdat ze ruiken dat je van de boerderij komt. Aan deze dingen is iets te doen: misschien is het wel net nodig datje naar de opticien gaat om je ogen te laten opmeten. Ga naar de drogist, of als je huidproblemen heel erg zijn, naar de huisarts. Wat ook al helpt tegen jeugdpuistjes is letten op wat je eet. Zoek op wat je beter wel en niet kunt eten. Was je goed en trek vaak schone kleren aan als je denkt dat anderen je ruiken.
Praat er op school over
Als er dingen op school niet goed gaan, vertel dat dan niet alleen aan je ouders, maar ook aan je mentor. Erwin zou moeten vertellen dat hij steeds 'gier' genoemd wordt. De mentor kan dan een gesprek aangaan met Henk om hem duidelijk te maken wat hij teweeg brengt. Misschien zal blijken dat Henk het niet zo erg bedoelde en zal hij er direkt mee ophouden. Als Henk toch door blijft gaan, laat dat niet over je heen komen, maar ga opnieuw naar de mentor. Wees niet bang voor dreigementen. Vertel dat je bedreigd wordt. De mentor zal zeker maatregelen treffen.
(Tussen haakjes: in dit stukje wordt gesproken over twee jongens, maar natuurlijk komt het ook voor dat meisjes elkaar flink dwars zitten. Bij meisjes is het meestal moeilijker te zien, dat er iemand buiten de groep gehouden wordt. In plaats van schelden, negeren meisjes eerder iemand. 'Toevallig' ergens anders heenlopen als de betreffende klasgenote eraan komt. Net doen of ze niet bestaat.)
Dat Henk het nodig heeft om ten koste van iemand anders zelf groter en sterker te lijken, is opvallend. Hij kan ook onzeker zijn. Alleen gaat hij anders met z'n onzekerheid om. Hij 'overschreeuwt' het door anderen dwars te zitten. Hij denkt dat z'n klasgenoten hem meer accepteren als hij laat zien dat hij wel iemand kan uitschelden. Toch is dat een vergissing. Als je zelf zo iemand bent, besef wat je een ander aandoet. Ook is het zo dat je meer geaccepteerd wordt als je vriendelijk bent.
Praat ook met jezelf
Naast het zoeken van hulp kun je ook jezelf'aanpakken'. Door tegen jezelf te praten. Vraag je af: ben ik echt altijd zo dom, zo lelijk enzovoort? Helpt het me om me prettig te voelen als ik zo negatief over mezelf denk? Nee! Dan moeten deze gedachten en gevoelens weg! Plaats daar positieve gedachten en gevoelens tegenover, je zult merken dat je heel wat in je mars hebt. Je kunt een afspraak met jezelf maken. Iemand die uit zichzelf weinig praat, kan met zichzelf afspreken: ik vertel aan tenminste twee anderen over wat ik gisteren heb meegemaakt. Als je bijna niet met anderen omgaat, kun je afspreken: morgen voor schooltijd ga ik naar een groepje klasgenoten toe, groet en ga erbij staan. In de loop van de tijd kun je steeds moeilijkere dingen met jezelf afspreken. Verwacht niet te snel resultaten maar je zult merken dat langzamerhand dingen beter gaan. Geef niet te snel op.
Er zijn nog wel meer aanwijzingen te geven, maar begin vast met deze.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1995
Daniel | 32 Pagina's