Maskers af
We hoeven onze zwakheid en hulpeloosheid niet te etaleren. Maar anderzijds: wat kunnen we ons soms anders voordoen, dan we ons voelen. En dat anders is dan meestal een stuk flinker, sterker, stoerder, onafhankelijker...
Zo van: „Ik red me wel... en denk je nou echt dat ik daarover in zit... dat is voor mij helemaal geen punt... daar lig ik echt niet wakker van. .."O, wat zijn we toch geweldig flink... Maar vaak overschreeuwen we op die manier onze eigen onzekerheid. We verstoppen ons achter allerlei maskers.
Want laten we eerlijk zijn: als het er op aan komt zijn we kleine, bange en nietige mensjes. Diep in je hart weet je dat, want soms word je er met je neus bovenop gedrukt. Als je bijvoorbeeld loopt te tobben overallerlei piet-luttig-heden. Of als je bang bent, angstig misschien wel, voor iets dat je aan niemand durft te vertellen. Iets waarvoor je je diep in je hart schaamt. Trouwens: wat blijft ervan al onze flinkheid over als we ernstig ziek zijn? Ongeneeslijk ziek misschien wel...
Of als we aan het sterfbed staan van iemand die we niet kunnen missen? Wat blijft er van al onze flinkheid over als er rouw in ons leven komt? Als een geliefde vader of moeder, broer of zus, vriend of vriendin wordt weggenomen...? Wat blijft er van mij over als mijn dood kom? O God, wat blijft er van mij over als al mijn maskers worden afgenomen? Als al mijn stoerheid, dapperheid, vroomheid, flinkheid, slimheid en kracht me niet meer kan helpen...? Wat moet ik dan...!? O Zoon van David, ontferm U mijner...!!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1995
Daniel | 32 Pagina's