JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De krantenbezorger

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De krantenbezorger

4 minuten leestijd

deel 3

Oei, even in de gaten houden. Zo, hij betaalt met een briefje van honderd. „Hoe komt hij aan dat geld? " Niels kleurt vuurrood. „Marloes joh, dat kun je niet zomaar vragen!"

„Nou ja, jij zegt zelf net tegen mij dat hij in de gevangenis heb gezeten, omdat hij een dief is."

Niels heeft het niet meer. Hjij doet maar net of hij het heel druk heeft met het rechtleggen van de spullen. Marloes kijkt een beetje verwonderd, maar ze zegt niets meer. Ze schaamt zich toch ook wel een beetje. Dit had ze eigenlijk niet kunnen zeggen.

De krantenbezorger heeft het zo te zien niet gehoord. Hij pakt de spullen in en loopt naar de deur.

Snel pakken Marloes en Niels de boodschappen. Allebei nemen ze een handvat en sjouwen de tas naar buiten. Ze lopen de hoek om langs het parkeerterrein. Nee zeg, daar staat de krantenbezorger te wachten! Hij kijkt hun kant op... Hij loopt naar hen toe. Hij kijkt Marloes recht in de ogen aan.

„Wat hoorde ik je net vragen, meisje? "

Nu is het Marloes' beurt om rood te worden.

„Ik... eh... ik bedoelde het nietzo hoor."

„Wat vroeg je? "

„Eh... niks hoor. Kom je Niels? "

„Ik vroeg wat. Ik heb het net wel gehoord."

„IK... eh... ik wilde vragen hoe... eh..."

„Hoe ik aan dat geld kom hè? " Niels kijkt een andere kant op. Tenslotte is het Marloes' schuld dat ze hier staan. Ze legt het zelf maar uit.

„Dat is een lang verhaal meisje. Woon je hier in de buurt? Ik ken je geloof ik wel. je woont in de Meidoornlaan, waar ik kranten bezorg."

„Ja.” Marloes knikt. Als de krantenbezorger nu maar niet bij mama aan gaat bellen...

Met elkaar lopen ze het winkelcentrum uit. De krantenbezorger lacht een beetje naar Marloes en Niels.

„Noem me maar Jaap", zegt hij. „Hoe heten jullie? "

„Ik heet Marloes Hoogeraad, en mijn broer heet Niels."

„Waarom wilde je weten, waar ik dat geld vandaan heb? "

„Nou, ik hoorde datje in de gevangenis hebt gezeten", zegt Marloes, „en toen dacht ik, dat je gestolen had." De man begint nu nog meer te lachen.

„Alle mensen die in jouw huis wonen, hebben toch in de gevangenis gezeten? "

„Nee joh. Sommige mensen, maar niet iedereen."

„Wat is dat voor een huis? Waarom woon jij niet bij je eigen vader en moeder of bij je vrouw? "

„Ik ben niet getrouwd." Even blijft het stil. „En ik heb niet zo'n lieve vaderen moeder als jij nu hebt."

„Waarom niet? "

„Dat weet ik niet." De man wil er verder niets over zeggen.

„Kijk daar woon ik."

De krantenbezorger wijst met in de richting van een groot huis. Dat wist Marloes al. Maar ze wil toch wel eens meer weten over de krantenbezorger.

„Hoelang woon je daar al? ", vraagt Marloes.

„Al een paar maanden, maar over drie weken ga ik in een eigen huis wonen."

„Waarom? ”

„Dan kan ik met mijn nieuwe baan beginnen.”

„Willen ze dan wel iemand hebben, die in de gevangenis gezeten heeft? "

De krantenbezorger denkt even na. Dan zegt hij: „De meeste mensen niet. Daarom bezorg ik de kranten ook bij jullie. Gisteren hoorde ik dat ik bij een timmerman mag komen werken. Ik ben daar erg blij mee.”

„Ga je dan niet meer stelen? " vraagt

Marloes. Ze kijkt de krantenbezorger met grote ogen aan.

„Ik hoop van niet.”

„Nee, want dat mog ook niet", flapt Marloes eruit.

„Zo simpel is dat niet, meisje. Ik wilde zelf weer gewoon gaan leven, net zoals jullie. De mensen in dat huis hebben me geholpen niet meer te stelen. Ze hebben mij daar over God en de Bijbel verteld. Stelen mag niet en God ziet alle dingen. Hij weet ook dat ik niet stelen wil. Ik hoop dat Hij mij helpt. De mensen van dat huis hebben samen met mij naar werk gezocht. Ik mocht daar een poosje wonen, want mijn vader en moeder willen mij thuis niet meer hebben." „Oh." Daar wordt Marloes een beetje stil van. „De Heere Jezus wil je heus wel helpen als je erom bidt", zegt ze. Ze zijn er. Ze staan voor het huis.

„Tot ziens hé, Marloes en Niels." De krantenbezorger klopt ze op hun schouder.

„Misschien kom ik jullie nog wel eens tegen, als ik met mijn nieuwe baas een dakkapel op jullie dak kom zetten. Overeen poosje hebben jullie dus weer een andere krantenbezorger."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1995

Daniel | 32 Pagina's

De krantenbezorger

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1995

Daniel | 32 Pagina's