’Ik ben op reis naar het hemels Jeruzalem en onderweg verkoop ik klompen’
Jongeren en hun opdracht
Op sommige begraafplaatsen is de rust waarvan op veel grafstenen gesproken wordt ver te zoeken. Als je staat bij een geopend graf, dan hoor je op de achtergrond het verkeer op de vele overvolle wegen voortrazen. De mens onderweg. Ook de jongere is onderweg. Allemaal met een opdracht. De opdracht om deze aarde te bouwen en te bewaren. Maar ook de opdracht zich voor te bereiden voor de eeuwigheid.
Jongeren rnet een opdracht. Een dubbele opdracht dus. Op de vraag hoe die dubbele opdracht in deze geseculariseerde wereld door een christen kan worden uitgevoerd gaf iemand die klompen verkocht een treffend antwoord. Hem werd de vraag gesteld naar welke plaats hij op weg was. Hij antwoordde: 'Ik ben op reis naar het hemels Jeruzalem en onderweg verkoop ik klompen.' Deze man was burger van tweewerelden. Burger van twee werelden. Door de doop afgezonderd van de wereld en toch in de wereld, in déze wereld. Hoe moet dat?
Het gezin en de wereld
Niet genoeg kan de waarde van het gezin benadrukt worden. In het pastoraat blijkt dat in een gezin waarvan de gezinsleden ook werkelijk een gezin vormen en niet als los zand naast elkaar leven, de natuurlijke liefde niet alleen samenbindt, maar ook bijbelse normen en waarden een goede voedingsbodem vinden. Toch worden ook de gezinnen beïnvloed door het tijdsbeeld. Meer dan we dikwijls vermoeden. Wordt alles in ons denken en doen niet in beslag genomen door de zorg om goede cijfers voor de kinderen op school, door de vraag naar kleding die beantwoordt aan de laatste mode, door onze auto, de vakanties, de maatschappelijke carrière van ons zelf en onze kinderen? Hebben deze zaken onevenredig veel aandacht? We kunnen om deze dingen niet heen, want we staan in deze wereld, die zich aan elk mens opdringt.
Wereldmijding?
Moeten we ons dan van deze wereld afzijdig houden? In een doperse wereldmijding onze weg gaan? Dat is niet de oplossing, want we kunnen dan wel proberen de wereld buiten de deur te houden, maar ons hart dragen we overal om en daar zit meer wereld in dan we denken.. De deur dan maar openzetten en maar laten komen wat komt? Nee, we hebben een taak naar de buitenwereld toe. Het gezin is de hoeksteen van de samenleving, dat wil zeggen, dat het gezin niet op zichzelf staat, maar midden in de samenleving. Aan een zekere participatie kan niet worden ontkomen: wel in de wereld, maar niet van de wereld. Hoever deze participatie moet en kan gaan, is niet in het algemeen te beantwoorden. Het is een zaak van wikken en wegen voor Gods aangezicht, samen met de jongeren.
De kerk en de wereld
Het valt niet te ontkennen dat het moderne levenspatroon ook onze gemeenten beïnvloedt. Jongeren zijn mondiger dan vroeger. Durven meer vragen te stellen. Dat is op zichzelf niet verkeerd, zelfs toe te juichen. Door vragen te stellen word je immers wijs. Anders is dat als het verstandelijk redeneren de eenvoudigheid van het geloof in de weg gaat staan. Ook dat komen we helaas tegen.
Ook in ander opzicht heeft het tijdbeeld invloed op de gemeenten. Wat in de wereld gebeurt, gaat aan de kerk niet voorbij. Echtscheidingen bijvoorbeeld. Dat noopt de kerk daarin steeds opnieuw standpunten in te nemen om daarmee in het pastorale werk te kunnen omgaan op een wijze, die beantwoordt aan Schrift en belijdenis. Terugtrekken in het isolement kan niet. Zolang de kerk door de overheid wordt geaccepteerd en getolereerd, heeft de kerk een profetische roeping naar overheid en samenleving: Alzo spreekt de Heere.
Gode Woord is richtsnoer
De gereformeerde belijdenis wijst ons op de Bijbel als het Woord van
God, dat gezaghebbend is voor alle terreinen van het leven en voor alle mensen. Het geeft ons de weg ter zaligheid te kennen en is het richtsnoer voor alle menselijk handelen. Het Woord van God leert ons dat God als de heilige, de rechtvaardige God, toornt over de zonde. In Zijn Woord wijst Hij ons ook de zonde aan. Zijn Woord en Wet is daarom een breidel om de ongebondenheid van de mensen aan banden te leggen. Kennis van dat Woord en het besef dat er een God is, Die toornt over de zonde, kan voor veel kwaad bewaren.
Bovendien wil de Heere door Zijn Woord en Wet ons de zonde aanwijzen, opdat we die recht zouden leren kennen en we ons tot Hem om genade zouden wenden. Daartoe laat Hij ons de genadeweg prediken. Hij roept tot bekering en geloof. We moeten daarover in ons gezin, op de catechisatie en tijdens de jeugdvereniging spreken naar de norm van Gods Woord, waarbij de drie stukken van de Heidelbergse Catechismus leidraad en uitgangspuntvormen.
De liefde moet drijfveer zijn
Bij het spreken over wat God in Zijn Woord zegt, zal altijd de liefde de drijfveer moeten zijn om onze jongeren op te wekken God te zoeken. Daarbij moeten we er voor oppassen van God een karikatuur te maken door Hem eenzijdig af te schilderen als een kwade God, Die naar willekeur zou handelen of als een God, Die liefde is buiten Christus om. Dat de oorzaak van de zaligheid ligt in het soevereine welbehagen Gods van eeuwigheid, mag en kan niet verzwegen worden. Om onze jongeren tot jaloersheid te verwekken, mag gunnend gesproken worden van het werk van Christus.
Er staat geschreven...
De belijdenis geeft ons een stelsel van normen en waarden, die houvast bieden in het leven van alle dag. Als de normen gezocht moeten worden in de mens - en de moderne mens doet dat, hij is zichzelf tot norm - leidt dat onherroepelijk tot de chaos. Hoe verheven die algemene menselijke normen ook lijken. Want daarin komt vroeg of laat openbaar dat de mens ten diepste een hater is van Cod en van de naaste. Wat is het dan van ontzaglijk grote betekenis als we door alle wisselende omstandigheden heen kunnen zeggen: "Alzo spreekt de Heere." Dat is het eind van alle tegenspraak. Daarvoor moet zelfs de duivel op de vlucht. Voor het: Er staat geschreven.
Degenen die worden geroepen onze jongeren te leren, moeten zelf het waardevolle van Schriften belijdenis verstaan. Nodig is dat ze zich voortdurend daarin verdiepen. Het grootste is als ze daarvan zelf een levend getuige mogen zijn door het zaligmakend geloof. Lezen en studeren is een blijvende noodzaak om antwoord te kunnen geven op de vragen van onze tijd. Dat we daarbij, ouderen zowelals jongeren, de verlichting van de Heilige Geest nodig hebben, is duidelijk. Heere, wijs Gij mij Uwe wegen, die Gij wilt dat ik zal gaan.
Echtheid
Die overdracht vraagt van degene die overdraagt ook duidelijkheid en echtheid. Door onechtheid prikken jongeren direkt heen. Laten we toch eerlijk zijn. Eerlijk zijn betekent ook zich kwetsbaar opstellen. In een eerlijke houding komen ook onze zwakke kanten openbaar. Dat is niet erg. In de verhouding met de jongere mogen we gerust bekennen dat we op bepaalde vragen geen antwoord weten. Juist verlegenheid schept dikwijls genegenheid. Beter is het om het antwoord op een vraag schuldig te blijven dan om maar een ontwijkend of onduidelijk antwoord te geven.
Die echtheid komt ook openbaar in de eigen levenswandel van leiding-„ gevenden in het jeugdwerk, van ambtsdragers en ouders. Zware taal leidt tot niets als ons leven er niet mee in overeenstemming is. Ook zal er iets van gemerkt worden of de zaken waarover we spreken werkelijk levende zaken voor ons zijn in hoe we als we geroepen worden voor te gaan, omgaan met Gods Woord en hoe we in het gebed tot God naderen. Is daarbij eerbied en ontzag te
bespeuren of is het alles werktuiglijk of zelfs oneerbiedig? Als we zelf geen eerbied betonen, hoe zullen we jongeren daarop dan kunnen aanspreken?
Voorbeelden wekken. Van Augustinus is bekend dat hij gezegd heeft: "Als ik altijd aan de waarheid denk, altijd de waarheid wil, de waarheid boven al liefheb, dank ik dat aan mijn moeder.”
Afschermen of konfrontatie?
Moeten we onze jongeren afscher-• men voor de wereld of juist konfronteren met de dingen die in de wereld gebeuren, zodat zij door de kennisneming daarvan weerbaar worden? Een eenduidig antwoord daarop is niet te geven. Soms kan het nodig en veilig zijn om te kiezen voor het zich afsluiten voor (bepaalde) invloeden van de samenleving. Toch moeten we daarmee voorzichtig zijn. leder christengezin heeft een taak naar de buitenwereld toe. Om die taak te vervullen, is het wel nodig van die samenleving af te weten. Konfrontatie is soms nodig. Mijns inziens ligt de grens daar waar konfrontatie medeplichtig maakt aan de zonde of die medeplichtigheid dreigt of waar de grootsheid des levens of de begeerlijkheid der ogen prikkelen tot zonde (zie Jakobus 1:27). Die prikkels zijn er al genoeg. We behoeven die nog niet eens extra op te zoeken. De één zal ook meer kunnen hebben dan de ander, zonder in de konfrontatie onder te gaan.
Staan in de wereld
Hoe kunnen jongeren met een positieve houding in de moderne samenleving staan? Met een positieve houding bedoel ik dan een positief christelijke houding. Het wordt er voor onze jongeren niet eenvoudiger op in deze samenleving staande te blijven. Op welhaast alle terreinen is er een streven merkbaar om voorgoed af te rekenen met de normen van Gods Woord. Dat komt onder andere tot uitdrukking in de aanvallen op Gods dag, de zedeloosheid in de reklame, de wetgeving en rechtspraak met betrekking tot het begin en het eind van het leven.
Hoe staande blijven?
Zou er dan voor onze jongeren, voor jullie, niets anders opzitten dan een werkkring te zoeken in een reformatorische onderneming, waar de normen van Gods Woord nog heerschappij hebben? Dat lijkt aantrekkelijk en dat is het veelal ook. Het geeft een zekere bescherming en gevoel van veiligheid en geborgenheid. Verkijk je er echter niet op.
Als je er op bent aangewezen om in een wereldse omgeving te werken, hoe kun je daar dan staande blijven en je opdracht vervullen? Staande blijven in eigen kracht kan geen mens. Daarom moeten we maar veel vragen of de Heere ons helpen wil en ons wil bewaren bij Zijn Woord. Om staande te blijven, is het ook nodig dat Woord te onderzoeken, biddend of de Heere ons verstand wil verlichten. Dan kun je ook een bijbels gefundeerd antwoord geven als je verantwoording wordt gevraagd. Je kunt dan ook andere mensen wellicht op een liefdevolle wijze aanspreken over de zonde. Niet in een hoogmoedige gestalte van: ik weet het beter dan jij, maar in ootmoed, in het besef niet beter te zijn. Dat spreekt aan.
Hoe je opdracht vervullen?
We hebben dus een dubbele opdracht: je moet voorbereiden voor de eeuwigheid en in die voorbereidingstijd heb je taak in deze wereld te vervullen. Hoe moet je dat doen? Daarvoor moet je smekend bezig zijn aan Gods genadetroon in de belijdenis van zonde en schuld en biddend om Zijn genade. Doe dat in het besef in alle dingen afhankelijk te zijn van de Heere. Dat waren Daniël en zijn drie vrienden, Hananja, Misaël en Azarja ook. Ondanks de wijsheid en de wetenschap, waarin zij uitblonken temidden van de Chaldeeën, wisten ze zich in alles afhankelijk van de Heere. God gaf hen wetenschap. Die afhankelijkheid deed hen hun vertrouwen stellen niet op mensen maar op de Heere alleen. En dat vertrouwen werd niet beschaamd toen ze in de verzoeking kwamen om van de spijze van de koning te eten, waardoor ze zichzelf zouden verontreinigen. Ze wisten Gode meer gehoorzaam te moeten zijn dan de mensen. De vreze des Heeren, die in hun leven openbaar kwam, bewaarde hen voor het vallen in het kwaad van de hoogmoed. Ze hielden vast aan de geboden des Heeren. En dan kun je in het boek Daniël lezen wat daarvan het gevolg was: "En God gaf Daniël genade en barmhartigheid voor het aangezicht van de overste der kamerlingen." Dan wil de Heere geven dat we temidden van een heidense omgeving naar de normen van Gods Woord mogen en kunnen leven. Dat geeft strijd, maar als we die strijd mogen overgeven in de handen van Hem, Die de strijd alleen gestreden heeft, zal het gaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1995
Daniel | 32 Pagina's