JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Onderweg: waarheen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onderweg: waarheen?

Verslag van de jeugdwerkdag

12 minuten leestijd

Als een schip de haven uit vaartdan moet alles in orde zijn. De reispapieren, het einddoel en de te volgen koers: alles moet vanaf het begin vastgesteld worden. Zo is het ook met onze levensreis. We moeten ons einddoel niet pas aan het eind van ons leven bedenken, maar daarvoor zijn onze jonge jaren de beste. En alleen als het doel vaststaat, kan de koers worden vastgesteld. Christen in de Christenreis van Bunyan had een rol bij zich; zulke reispapieren hebben wij ook nodig.

Zo besloot ds. C.). Meeuse op 28 oktober j.l. de jeugdwerkdag, die ieder jaar gehouden wordt voor leidinggevenden, ambtsdragers en anderen die bij het jeugdwerk betrokken zijn. Opvallend was dit jaar dat onder de ruim 250 aanwezigen minder ouderen, maar juist meer jongeren waren. Een goed teken, aldus |. H. Mauritz, die de leiding van deze dag in handen had. Het thema was: 'jongeren onderweg’.

Onderweg. Dat betekent: op reis. Waarheen? Naar de eeuwigheid, door het leven. Hoe zijn we onderweg? Waarheen gaat onze reis? Die vragen stelde de heer Mauritz naar aanleiding van Genesis 5, waarin het gaat over het geslacht van Adam. Al snel blijkt bij de zonen van Lamech de kuituur zich te ontwikkelen: akkerbouw, muziekinstrumenten en de smeedkunst. Maar dat gebeurt wel los van God; men kiest een eigen weg. Het einde van iedereen is: '...en hij stierf'. Temidden van die kuituur leefde Henoch. Hij kende het geheim van het wandelen met God. Wandelen doe je met iemand die je kent, die je vertrouwt. Henoch is op voor die tijd jonge leeftijd door God opgenomen in de hemel.

Jongeren in een veranderende samenleving

Prof. dr. A. van Nieuw Amerongen beschreef in drie punten de gebeurtenissen van de twintigste eeuw.

Daarna karakteriseerde hij de negentiger jaren als een tijd van veranderingen. Wat vandaag nieuw is, is morgen verouderd. Er heerst onvrede met het heden, hunkering naar morgen en tegelijk verlangen naar gisteren. In onze dagen zien we vervuld wat de Prediker zegt: God geeft de zondaar bezigheid om te verzamelen en te vergaderen. De mens zoekt vulling van de leegte. Als derde punt behandelde hij de vraag: hoe moeten we in zo'n veranderende samenleving staan? De wereld verbeteren of ons terugtrekken? De voorbeelden uit het Oude Testament van mensen die hoge posities in een heidense kuituur bekleedden (zoals Daniël, Esther, jozef), hadden die plaats niet zelf gezocht, maar waren daar door de Heere geplaatst ten nutte van Zijn volk.

Jongeren en hun opdracht

Ds. W. Silfhout sprak over een dubbele opdracht: het bouwen en bewaren van de aarde, én de voorbereiding op de eeuwigheid. Dat hoeft geen tegenstelling te zijn. Een christen zei eens: "Ik ben op reis naar het hemels Jeruzalem en onderweg verkoop ik klompen.”

Beide lezingen staan uitgebreid in dit nummer van 'Daniël' opgenomen.

Forumbespreking

In de pauze kon je genieten van een kopje koffie of thee, een stand van de Jeugdbond of van de CGO bezoeken of bijpraten met (oude) kennissen. Of vragen inleveren voor de forumbespreking. Die werd geleid doorj. H. Mauritz. Naast de inleiders zat ook iemand uit het bedrijfsleven in het forum: de heer L. Meijer uit Zegveld.

Bent u niet te negatief geweest over onze samenleving, zo werd aan prof. Van Nieuw Amerongen gevraagd. Er zijn toch ook positieve kanten, bijvoorbeeld dat de individualisering geleid heeft tot meer aandacht voor persoonlijke problemen?

„Dat klopt. Natuurlijk zijn er in onze maatschappij goede dingen te vinden, maar ik ben bewust naar één kant gaan hangen, omdat ik vond dat dat nu de nadruk moest krijgen. Overigens is er ook in de Bijbel sprake van persoonlijke aandacht. Als er gesproken wordt over een 'schare' dan wordt altijd een geheel van personen bedoeld. Het Evangelie is ook gericht tot ons persoonlijk. Dus die persoonlijke aandacht hoeft niet voort te komen uit het individualisme."

Is materialisme niet een groot gevaar? En wordt er niet te weinig tegen gewaarschuwd? Ds. Silfhout erkende dat het materialisme hoogtij viert in onze samenleving.

„Er zijn verschillende oorzaken te noemen. Maar de toename van de welvaart na de Tweede Wereldoorlog is een heel belangrijke oorzaak. Toch zie je dat men er meer en meer afstand van gaat nemen, en dat er meer aandacht komt voor de wezenlijke dingen van het leven, ook onder onze jongeren. Ik vind dat verblijdend."

In de wereld, niet van de wereld

Het is een bekend dilemma: wel in de wereld, maar niet van de wereld. Maar waar moet je nu precies de grens leggen. Prof. van Nieuw Amerongen stelde dat je de grenzen niet zo scherp kunt trekken zoals bijvoorbeeld landsgrenzen,

„je kunt wel wat karakteristieken geven. We mogen dankbaar zijn voor het reformatorisch onderwijs. Ik heb zelf op een protestants christelijke middelbare school gezeten. Maar ik voelde me vaak eenzaam. Om die reden heb ik destijds voor de Vrije Universiteit gekozen, om nog iets van mijn achtergrond te kunnen herkennen. Als ik weer moest kiezen, zou ik het weer doen."

Hij kan zich goed voorstellen dat jongeren het moeilijk vinden om een keus te maken: welk beroep of studie mag ik wel en welke niet?

„Allereerst moet het knieënwerk zijn. Verder is het goed om met volwassenen over je keus te praten: je ouders, oudere vrienden, goede kennissen, ambtsdragers. Het is ook altijd zinvol om je argumenten te analyseren: wat zijn mijn drijfveren eigenlijk? Kies ik een beroep om veel geld te verdienen? Dan moet je het niet doen. Heb je geen openheid, geen zekerheid in je keuze? Dan moet je die stap ook niet zetten."

Opeens realiseert de hoogleraar zich dat hij makkelijk kan praten: hij heeft een goed betaalde baan.

„Ik kan in alle eerlijkheid zeggen dat ik het niet heb gezocht. Sterker nog, ik heb het zelfs ontvlucht. Meerdere malen. Het kon niet anders. Dit werk werd op mijn weg geplaatst. Ik wilde liever lesgeven op de Guido de Brés of in Amersfoort. Nü zie ik waarom de Heere het zo heeft geleid. Ik krijg op mijn werk openingen om te spreken over het Evangelie. Mensen komen mij vragen om advies als het gaat over vragen rond huwelijk en gezin. We moeten niet denken dat we een grote schakel zijn, maar een kleine mini-schakel in Gods werk."

Een terechte vraag zou kunnen zijn: iedereen wordt toch door de Heere op een plaats gezet? Moet je dan in principe naar een reformatorisch bedrijf gaan, behalve als God je duidelijk roept tot een taak in een nietchristelijke omgeving? Ds. Silfhout vindt van niet.

„Bij alles moetje vragen: Heere, is het naar Uw wil? Het maakt nogal een verschil of je werk hebt onder Gods gunst of onder Zijn toelating." Prof. Van Nieuw Amerongen valt hem daarin bij: „Dat is inderdaad een heel belangrijk verschil! Maar al te vaak denken wij dat sukses hetzelfde is als Gods gunst. We kunnen ook onder Gods toelating voorspoed hebben.”

Te weinig christenen in het bedrijfsleven?

De heer Meijer is algemeen direkteur van de Nederlandse afdeling van een Duitse multinational. Hij vindt dat zich in de hogere funkties in het bedrijfsleven te weinig mensen uit onze gezindte bevinden.

„We zijn vaak erg lovend over onze eigen instellingen, en we mogen er ook zeker dankbaar voor zijn, maar ik ben bang dat we ons te veel terugtrekken. Als er meer mensen van onze richting aktief zouden participeren in het zakenleven, dan zouden we meer invloed kunnen uitoefenen in de samenleving. De drang naar participatie mag van mij wel wat groter zijn.”

Ds. Silfhout bevestigt dat er inderdaad minder mensen doordringen tot de top van het bedrijfsleven. Volgens hem heeft dat te maken met de hindernissen die toenemen. „Met name zondagswerk is een groot probleem aan het worden. We zullen in de toekomst steeds meer teruggedrongen wórden. We hoeven het isolement niet te zoeken. We komen er noodgedwongen in terecht. Denk maar aan Openbaring 1 3: niet kopen en verkopen zonder het teken van het beest.”

Carrièreplanning?

Meijer vraagt zich wel af waar de grens van de ambitie ligt. „Ik merk bij mezelf dat een goede carrière verslavend werkt. Als het je voor de wind gaat, dan heb je de neiging om steeds meer te willen. Daarom moet je altijd vragen: Heere, is het naar Uw wil? "

Prof. Van Nieuw Amerongen reageert meteen: „Ik ben allergisch voor het woord carrière. Je maakt tegenwoordig een carrière. Wij maken helemaal niets. Voor mij heeft het woord 'loopbaan' een heel andere gevoelswaarde: je loopt mee met de ontwikkelingen. Je doet datgene wat op je weg komt. En op de plaats waar je werkt, moet je je voor minstens honderd procent inzetten.”

Meijer: „Ik heb niet bedoeld mensen aan te zetten tot carrièreplanning. Ik heb alleen willen zeggen dat het voor de maatschappij goed zou zijn als er meer van onze mensen zouden werken in het bedrijfsleven."

Op de werkvloer

Tot nu toe ging de diskussie vooral over: hoe en waar vind ik werk? Maar veel jongeren zitten elke dag op de werkvloer, en krijgen vragen waar ze geen raad op weten. Hoe moet je reageren op zulke vragen? Ds. Silfhout weet vanuit zijn ervaring bij de RMU dat duidelijkheid van meet af aan heel belangrijk is. Men heeft er respekt voor als je principes te maken hebben met je hele leven. Anderzijds ben je niet op je werk om te evangeliseren, maar om (zo getrouw als de engelen in de hemel) je taakte vervullen.

De heer Meijer komt in zijn werk ook tegen werknemers tegen die christen zijn. „Soms merk je dat pas na een paar jaar. Dat vind ik beschamend. En soms heb ik gesprekken met mensen die bezwaren hebben om op zondag storingen te verhelpen. Daarmee steun je zulke mensen. Maar ook een stap eerder, namelijk bij solliciteren moet ik een keus maken: neem ik een christen aan of niet? Ik vind zelf dat de kwaliteit belangrijk is.”

Prof. Van Nieuw Amerongen valt hem hierin bij. „In twintig jaar heb ik één brief van iemand uit onze gezindte gekregen. Ik ben er op afgevlogen. Die moet op gesprek komen. Maar het niveau was bedroevend. Wij moeten ons vak wel goed verstaan, anders komen we met onze identiteit niet ver.”

Begeleiding studenten

Of de hoogleraar ook een taak ziet in het begeleiden van christelijke studenten?

„Onder mijn studenten bevinden zich atheïsten, moslims, joden en af toe iemand met een christelijke achtergrond. Ik lees aan het begin van elke dag een perikoop uit de Bijbel. Soms is er herkenning. Een keer kwam een moslim naar me toe en zei: Gelooft u in God? Ik zei: ja. En weg was hij. je hebt niet veel kontakt, en studenten geven zich niet zo bloot. Ik nodig studenten uit onze kring wel altijd uit voor een bezoek aan ons huis. Dat wordt gewaardeerd. Als je jezelf bent, hoef je geen echte problemen te verwachten. Wanneer krijg je problemen? Als je ergens nog een mening over hebt. Overigens moeten we niet denken dat vragen van andere mensen altijd speldeprikken zijn of aanvallen van de satan. Heel vaak stellen zulke mensen vragen, omdat ze zelf in onzekerheid verkeren.”

Hoofd- en bijzaken

Volgens Meijer Worden we met name in het buitenland als sekte beschouwd omdat we niet op zondag willen werken.

„Enerzijds is er zelfverloochening voor nodig om toch vast te houden aan je principes. Anderzijds moeten we ook verschil maken tussen traditie en datgene wat op Gods Woord is gegrond.”

Prof. Van Nieuw Amerongen beaamt dat. „We moeten niet onszelf isoleren door wonderlijk te gaan doen. Volgens Calvijn moeten bijzaken (adiafora) onderscheiden van hoofdzaken. Die laatste, dat zijn onze principes. De afgeleide zaken zijn tijdge-

bonden. Stijl van kleding vind ik erg belangrijk, die moet in overeenstemming zijn met Gods Woord: eerbaar. We moeten er wel voor oppassen om alles een principe te noemen.”

Hoe bereiken we jongeren die niet op de jV zitten? Is de catechisatie, of de catechismusprediking niet geschikt om aktuele zaken te bespreken? Ds. Silfhout erkent dat. „We moeten vragen beantwoorden die horen bij deze tijd. En verder zouden we op huisbezoeken kunnen vragen aan zulke jongeren: Waar werk je? Heb je daar problemen? Misschien heb je daar een invalshoek."

Uitslag onderzoek

Na de etenspauze beschreef de heer j.de Wildt de resultaten van de enquête die vorig jaar onder 1048 deelnemers van zomerkampen is gehouden. Twee vragen stonden centraal:

* Welke gevolgen heeft de godsdienstige opvoeding voor jongeren? Hierover is vorig jaar een brochure verschenen, getiteld 'Leer de jongere'.

* Welke gevolgen heeft de godsdienstige opvoeding op het maatschappelijk funktioneren van jongeren? Die vraag is 'beantwoord' in een tweede brochure, met de naam 'Meedoen, en jezelf blijven'. De inhoud van deze brochure werd kort doorgenomen.

Er zijn een aantal opvallende gegevens. Het blijkt dat met name meisjes, oudere jongeren (19-21 jr) en leden van een jeugdvereniging positiever betrokken zijn op de dingen van het geestelijk leven. De belangrijkste konklusie van het rapport was dat die grotere betrokkenheid een positief effekt heeft op de manier waarop ze funktioneren in het maatschappelijk leven. Over enige tijd is een eindrapport te verwachten, dat onder andere bedoeld is voor ambtsdragers.

Afscheid Barry van der öchoot

Tenslotte werd namens het jeugdwerk afscheid genomen van Barry van der Schoot. Zij heeft acht jaar gewerkt als jeugdwerkadviseur bij de jeugdbond, en nu gaat ze hetzelfde werk doen voor de GjPI op Irian jaya. Hoewel de kuituur anders is, blijft het werk hetzelfde: jongeren te wijzen op de weg, op Christus, aldus J. H. Mauritz. Hij gaf haar namens alle jeugdwerkers de tekst mee: „Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom vervullen al uw nooddruft, in heerlijkheid, door jezus Christus." Daarnaast ontving ze een 'jeugdboom', waaraan tientallen kaarten hingen met adressen van jeugdverenigingen en individuele personen, die brieven zullen sturen naar Barry. Ze was zo 'beduusd' dat ze niet goed wist wat ze moest zeggen.

„Een boom brengt vruchten voort. Zo hoop en bid ik, dat de boom van het jeugdwerk vruchten mag dragen, hier en in Irian Jaya." Ze was blij met de steun en het meeleven. „Je post wordt altijd gewaardeerd.”

Veilig onderweg

Ds. Meeuse sloot de dag af met een toespraak over 'Veilig onderweg'. „Zijn we veilig? Kennen we de gevaren? Of zijn we deserteurs? Weten we waar de overwinning is, wat het einddoel is? Hebben we een reisgids, Gods Woord? Hebben we een Leidsman, de Heere Zelf? Hij wil Zelf onze Leidsman wezen. Hoe weten we de weg? jezus zelf zegt: Ik ben de Weg.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1995

Daniel | 32 Pagina's

Onderweg: waarheen?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1995

Daniel | 32 Pagina's