Door lijden geheiligd!
Jezus is mijn Toeverlaat. Hij, mijn Heiland, is het Leven! Zou ik dan niet aan Cods raad mij blijmoedig overgeven?
Wie kent niet het geloofslied van Louise Henriëtte, klein dochter van prins Willem van Oranje? Aan Gods raad zich blijmoedig overgeven, dat is de grondtoon van haar leven geweest. Door lijden geheiligd!
Standvastig in tegenspoed
Als kind werd zij door haar hooghartige moeder Amalia van Solms bestemd voorde prins van Wales, Karei Stuart. Had Louise Henriëtte de goddeloze Karei lief? In haar hart verafschuwde zij deze Roomse prins. Louises trouwe liefdeshart ging uit haar Henri, de hertog de la Tremaille. En deze liefde was wederzijds. Ook de protestantse hertog Henri had haar lief. Gelukkig keurden de Staten een huwelijk tussen Louise Henriëtte met Karei Stuart af. Maar Amalia van Solms onthield ook haar oudste dochter Louise haar geliefde Henri. Haar levenspad was schaars bezaaid met rozen, er waren veel doornen. Juist daardoor straalde haar godsvrucht temeer en mocht ze haar grootvader, Willem de Zwijger, nazeggen: „Standvastig is gebleven, mijn hart in tegenspoed”.
Van haarvader, FrederikHendrik, hield Louise veel, maar door staatszaken bemoeide de prins zich weinig met het prinselijk gezin. Juist in de tijd, dat Frederik Hendrik ziek was, wat ook zijn sterfbed zou worden, ontving Louise een huwelijksaanzoek van de keurvorst van Brandenburg. De Duitse Friedrich Wilhelm vroeg haar hart en hand en moeder Amalia was zeer vereerd. Opnieuw dwong ze Louise Henriëtte tot een huwelijk. Alle verzet was tevergeefs en voor de godvrezende prinses was het na zware strijd opnieuw:
„Zou ik dan niet aan Gods Raad mij blijmoedig overgeven? ”
De doodsschaduwen vielen reeds over prins Frederik Hendrik, toen Louise Henriëtte als bruid de kerk betrad met haar bruidegom Friedrich Wilhelm. Door haar huwelijk met de keurvorst werd de prinses van Oranje keurvorstin van Brandenburg.
Een Landsmoeder
Wel gedwongen tot dit huwelijk heeft Louise toch heel gelukkige huwelijksjaren met Friedrich Wilhelm gehad. Ze mochten samen, soms onder moeilijke omstandigheden, de zegen van de Heere ervaren. Naast haar man mocht Louise twintig jaar meewerken aan het herstel van het keurvorstendom Brandenburg. Door oorlog en rampen was alles verwaarloosd en de arme bevolking verbitterd. Maar Louise betoonde zich een ware landsmoeder voor haar volk en haar grote kennis, door lezen en studie verkregen, kwamen goed van pas.
De keurvorst liet door Hollandse bouwmeesters het verwoeste paleis herstellen, zodat ze van daaruit samen konden werken voor land en volk. De keurvorstin liet met grote ijver boeren, tuinlieden en veehouders overkomen om de barre streek in vruchtbaar land om te zetten. Het volk ontwaakte met nieuwe energie en sloeg zelf ook de hand aan de ploeg. Maar boven dit alles was Louise begaan met hetzieleheil van haar landgenoten. De kostbare en nog zo zeldzame Bijbel liet ze verspreiden en de kerkdiensten werden weer in ere hersteld. Ze dacht aan scholen voor de jeugd. Op de zondag was er de rust naar lichaam en geest.
Ook verscheen er een gezangenbundel door de godvrezende Louise samengesteld.
Geboren als een Hollandse prinses kende ze het belang van goede waterwegen. Op haar advies werden kanalen gegraven en sluizen gebouwd voor de handel en welvaart van het keurvorstendom.
In tegenspoed...
In 1648 werd Louise Henriëtte voor de
eerste maal moederen mochten ze samen een zoon van de Heere ontvangen. Ook het volk begroette het prinsje met grote blijdschap. Maar Louises moederweelde werd spoedig tot diepe smart. In 1649 nam de Heere het prinsje weg en het keurvorstenechtpaar was in diepe rouw. Waar moesten de door zielesmart verscheurde Louise en Friedrich anders heen dan tot de God des Levens, Die wel zwaar beproefde, maar ook hartebalsem gaf? Zo mocht Louise eindelijk dichten:
Wat hier krank is, zucht of kwijnt, zal daar fris en bloeiend wezen, Wat als aards in 't graf verdwijnt, is als hemels daar verrezen. Zinkt 't verderflijk stofkleed neer, onverderflijk rijst het weer. In stille geloofsovergave mocht ze weten haar lieveling eens weer te zien.
In voorspoed...
Maar Louises geloof werd beproefd, zoals de goudsmid het edel metaal beproefd. Ze bleef kinderloos! Het knaagde aan hun huwelijksgeluk.
Want wat is een vorstenkroon zonder opvolger voor de troon? Louises liefde voor Friedrich was hecht, maar om het volk dat ze ook liefhad, smeekte ze haar man, zich van haar te laten scheiden. De keurvorst echter weigerde moedig en sterk: „Ik zal de eed van trouw, die ik voor God gezworen heb, gestand doen!”
Was het Gods straffende hand over hem en het land, hij wilde daaronder buigen. Maar 'wat God samengevoegd heeft, scheide de mens niet'. Dankbaarheid vervulde het hart van Louise en in diepe ootmoed deed zij de Heere een belofte: „Gaf God de Heere een zoon, dan zou ze Hem een weeshuis wijden voor de vele ouderloze kinderen”.
Evenals bij Hanna klom haar gebed op tot God en de Heere verhoorde. In 1655 werd een prinsje geboren. In verwondering en aanbidding mochten Friedrich en Louise de Heere danken, Die het volk een erfopvolger gegeven had. In Oraniënburg verrees naar Louises belofte spoedig een weeshuis, naar het voorbeeld van haar tante, Maria van Oranje, te Buren. In Zijn trouwe zorg gaf de Heere nog een zoon, die zij Friedrich noemden.
In alles wat ons toekomt
„Zou ik dan niet aan Gods raad mij blijmoedig overgeven? " Ook in een onheilspellende toekomst, die het keurvorstendom Brandenburg overkwam? Oorlogsgeweld, de gruwelen van het slagveld en ontberingen ondermijnden de zwakke krachten van Louise Henriëtte. Ze werd ernstig ziek, maar de Heere gaf genezing.
Haar laatste wens was nog eenmaal haar geliefde Holland te zien. Ze reisde naar Groningen, waar Albertina Agnes, haar zuster, gehuwd was met de Friese stadhouder. Zo kon ze ook het huwelijk bijwonen van haar zuster Catharina Henriëtte en de vorst van Anhalt. Louises moeder, Amalia van Solms, woonde nog in de hofstad 's-Gravenhage. Door het reizen verzwakt, adviseerde de dokter om eerst nieuwe krachten op te doen in het paleis van haar moeder, voor ze terug zou reizen naar man en kinderen. Ze wist het: „Holland zie ik voor het laatst". In het voorjaar vertrok Louise en de keurvorst reisde haar tegemoet.
De levenslamp van de prinses was bijna opgebrand. In een draagkoets liet Friedrich Wilhelm haar naar Berlijn brengen. Het weerzien van haar kinderen deed de lamp nog even opflikkeren. Het was maar voor heel kort.
Door lijden geheiligd en vervuld met de tere vreze des Heeren was Louise rijp voorde hemel. 'k Voel mij door de nauwste band, in die hoop aan Hem verbonden.
Op 18 juni 1667 mocht Louise Henriëtte ingaan in de vreugde haars Heeren. Een treurende Friedrich Wilhelm en twee kinderen achterlatend, mocht zij haar wens verkrijgen.
O, mijn ziele wees verheugd, 'k leg op Jezus trouw mij neder. Klop en beef mijn hart van vreugd. Sterfik, Christus wekt mij weder, als ik op 't bazuingeschal, zalig eens ontwaken zal.
Nieuw Beijerland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 oktober 1995
Daniel | 32 Pagina's