Van een gereformeerde tot een ontkerstende samenleving
De reformatie in Nederland
De Reformatie heeft in allerlei opzichten diepe sporen getrokken. Luther had geleerd dat wij alleen door het geloof de gerechtigheid van Christus deelachtig kunnen worden. Veel ontdekking en strijd waren hieraan voorafgegaan. In de Nederlanden vond de 'nieuwe leer'steeds meer aanhang. Men volgde echter vooral het voorbeeld van Calvijn.
In dit artikel willen we nagaan waarom Calvijn in de Nederlanden veel volgelingen vond. Welke gevolgen had de Reformatie voor ons land? Nu is ons land niet meer reformatorisch. Hoe is dat gekomen?
Calvijn
Calvijn leefde iets later dan Luther. Hij werd in 1509 in Frankrijk geboren. Zijn moeder was afkomstig uit de Zuidelijke Nederlanden. Tijdens zijn studietijd was hij tot andere inzichten gekomen. Hij ontdekte dat de leer van de Rooms-Katholieke Kerk op een aantal wezenlijke punten niet schriftuurlijk was. Toen Calvijn zich in 1536 in Genève vestigde, had deze stad ongeveer een jaar daarvoor gebroken met het roomskatholicisme. De stadsraad had dit besluit genomen, mede op advies van Willem Farel. De Reformatie had veel aanhang in Cenève. Wat dat betreft kwam Calvijn op het juiste moment.
Orde in de leer van de kerk
Voordat Calvijn in Genève kwam, had hij al een eerste versie van de bekend geworden Institutie klaar. In 1536 verscheen de eerste druk. Calvijn voelde in zijn geweten dat hij niet mocht zwijgen. Omdat door zijn zwijgen nog veel onschuldige arme gelovigen zouden worden vermoord. Hij schreef hierover in zijn voorwoord op de verklaring van de Psalmen.
Calvijn wilde richting geven aan een grote groep mensen die zocht in leer en leven te wandelen overeenkomstig de Schrift. Hij zag het als zijn taak om orde aan te brengen in de leer van de kerk maar ook in de opbouw van de gemeente. Zo deed Calvijn heel belangrijk werk voor de verstrooide aanhangers van de nieuwe leer. Menselijkerwijs gesproken is dit een van de redenen waarom in de Nederlanden zoveel mensen zich aansloten bij het calvinisme. Dat had men nu juist nodig!
Nadruk op rechtvaardiging en heiliging
Luther legde veel nadruk op het zieleheil van de zondaar. Hij legde minder nadruk op het leven naar de wet uit dankbaarheid. Luther was bang voor de goede werken-leer. Ook Calvijn heeft krachtig beleden dat in de mens en in al zijn doen en laten geen goed te vinden is. Vrede met God kan alleen uit genade door het geloof in Christus. Hoezeer Calvijn ook oog had voor de toepassing van het heil, zijn theologie was meer theocentrisch. Het ging Calvijn om God en Zijn eer. God is soeverein en moet door de mensen gediend worden. Dit kan de mens niet uit zichzelf, maar alleen uit genade. Calvijn benadrukte zowel rechtvaardiging als heiliging.
Visie op de overheid
Door deze theologische benadering werd de hele samenleving gebracht onder de zeggenschap van Gods
Woord. Al wat leeft, is door God geschapen en moet dienen tot Zijn eer. Hier ligt een andere reden waarom Calvijn veel volgelingen in de Nederlanden kreeg. Men ging immers gebukt onder hevige vervolgingen. Calvijn leerde dat de overheid juist de plicht heeft om de ware kerk te beschermen en te bevorderen. Daarmee was precies onder woorden gebracht wat er in de Nederlanden zou moeten veranderen.
De Synode van Pordrecht
In ons land kwamen al snel allerlei zorgen af op de jonge kerk der Reformatie. In 1618/1619 werd een Nationale Synode bijeen geroepen. Zij moest oordelen over de artikelen van de Remonstranten. Tegelijkertijd moest de Reformatie der Kerk vastere vormen krijgen. De Staten-Generaal zouden hierin een belangrijke rol vervullen.
Zo werd besloten ten aanzien van de scholen dat zij een deel van de catechetische taak (zo zouden wij dat vandaag noemen) van de kerk op zich zouden nemen. 'Tot deze bediening der scholen zal niemand, dan die een lidmaat is der Gereformeerde Kerk, en versierd met getuigenissen van een oprecht geloof en vroom leven, en in de catechetische leer wel geoefend, gebruikt worden, en die met ondertekening zijner hand, de confessie en de Nederlandse catechismus toestaat, en heiliglijk belooft, dat hij naar deze wijze van catechiseren de jonkheid, hem toebetrouwd, in de fundamenten der christelijke religie naarstiglijk zal onderwijzen.' Op talloze plaatsen werd de kerk gereformeerd. Onder andere door de medewerking van de overheid kreeg de samenleving een gereformeerd karakter.
Pe Nadere Reformatie
Voor het oog leek de Reformatie in de Nederlanden te zijn ingevoerd. Vanaf het begin waren er echter predikanten die hierover hun zorgen hadden. Bleek de christelijke leer wel in een christelijk leven? Het is bekend dat de Utrechtse kerkeraad reformatieprogramma's ontwierp. Zo werd er meer gedaan aan huisbezoek en catechese, om randkerkelijkheid tegen te gaan. Ook diende men bij de stadsraad verzoeken in om voortaan geen kermis meer toe te staan. Graag wilde de kerkeraad dat de kroegen in ieder geval op zondag gesloten zouden zijn.
De predikanten schroomden niet deze zorg aan de harten van de gemeenteleden te leggen. Kenden zij iets van Gods genade? Of verkeerde het geloofsleven in een armoedige toestand? Zulke predikanten drongen aan op een doorgaande reformatie. Wedergeboorte, geloof, bekering, rechtvaardiging en heiliging waren niet slechts termen uit de catechismus; ze behoorden voor iedereen beleefde werkelijkheid te zijn! In hun preken en geschriften drongen zij aan op zelfonderzoek. Zij legden uit hoe de Heere werkt in zondaarsharten. De hoorders konden zich eraan toetsen.
We noemen deze stroming de 'Nadere Reformatie'. Predikanten die gerekend worden tot deze stroming waren onder andere Godefridus Udemans, Willem Teellinck, Gisbertus Voetius, Jodocus van Lodenstein, Wilhelmus a Brakel, Alexander Comrie en Theodorus van der Groe.
De kerk verliest invloed
Men gaat er van uit dat in de zeventiende eeuw zo'n derde deel van de bevolking lid was van de Gereformeerde Kerk. Van die personen zou opnieuw een derde deel werkelijk trouw meelevend zijn geweest. Er waren er niet veel die werkelijk gereformeerd waren.
Veel overheidspersonen waren kritisch ten opzichte van de leer. De burgers werden mondiger. Langzamerhand kwamen de dwalingen aan de universiteiten op. Door al dit soort ontwikkelingen verloor de Gereformeerde Kerk aan maatschappelijke invloed.
Tegelijkertijd schoof de maatschappelijke spits in de prediking van de Nadere Reformatoren wat naar de achtergrond. Eigenlijk is dit jammer. Hoe de wereld zich ook opdringt, nooit mogen we het terrein van de gewone dingen prijsgeven aan de wereld. Alle levensterreinen horen te vallen onder de zeggenschap van Gods Woord. Als dat zo is, zijn ook alle levensterreinen toegankelijk voor hen die naar dat Woord wensen te leven.
Innerlijke vervreemding
Wanneer is de ontkerkelijking begonnen? We zagen dat al vlak na de Dordtse Synode sommige predikanten zorgen hadden over het christelijk leven. Het is op aarde nooit volmaakt geweest. Wel heeft de kerk in de zeventiende eeuw veel invloed op de samenleving gehad. We zien deze invloed echter langzaam maarzeker verminderen.
De achttiende eeuw was de eeuw van de Verlichting. De mens met zijn verstand kwam centraal te staan. Alleen wat redelijk was, wilde hij nog accepteren. Deze gedachte had belangrijke gevolgen voor de theologie. Men durfde het eigen verstand te plaatsen boven Gods Woord.
Literatuur
* H. Fabere.a., 'Ontkerkelijking en buitenkerkelijkheid in Nederland, tot 1960', Van Gorcum, Assen, 1970
* j. van Genderen e.a., 'Zicht op Calvijn', Buijten en Schipperheijn, Amsterdam, 1978
* M. Golverdingen, 'Avonden met Teellinck', Den Hertog, Houten, 1993
* O.j. de jong e.a., 'Het eigene van de Nederlandse Nadere Reformatie', Den Hertog, Houten, 1992
* F.A. van Lieburg, 'De Nadere Reformatie in Utrecht ten tijde van Voetius', Lindenberg, Rotterdam, 1989
* H. Mulder, 'Multiculturele Samenleving, Woltersgroep, Groningen, 1995
* W. van 't Spijker e.a., 'De Dordtse Synode', Den Hertog, Houten, 1987
* N. Wilterdink e.a., 'Samenlevingen', Wolters-Noordhoff, Groningen, 1989
Maar ook voor de inrichting van de staat had de Verlichting belangrijke gevolgen. Wat te denken van de Franse Revolutie? Het volk wilde soeverein zijn; de overheid mocht regeren zolang zij steun had van het volk. In de negentiende eeuw kwam ook in Nederland de industrie op.
Aanvankelijk betekende dat voor veel arbeiders bittere armoede. Toch werd toen de basis gelegd voor onze huidige welvaart. In deze eeuw was er binnen de Hervormde Kerk het Reveil. Sommigen riepen op tot een wederkeer tot de God des levens. Anderen die wilden staan in de traditie van Reformatie en Nadere Reformatie, werd het soms erg moeilijk gemaakt. In 1834 kwam het tot de Afscheiding.
Secularisatie
Ondanks alle innerlijke vervreemding waren velen nog altijd lid van de kerk. Het burgelijke leven vertoonde nog altijd trekken van een christelijke beschaving. Na de Tweede Wereldoorlog is dit in snel tempo verminderd. Er kwam welvaart. De mensen konden wat bereiken in het leven. De jongere generatie nam daar geen genoegen mee. Ze wilde zich bevrijden van allerlei knellende banden. Denk daarbij aan het gezag, het christelijk geloof en een christelijke levenswandel. In de jaren '60 hebben deze jongeren op een indringende manier van zich laten horen. Steeds meer christelijke normen en waarden moesten het ontgelden. De moderne mens wil immers dat iedereen vrij is om zijn of haar eigen wil te doen!
Gasten en vreemdelingen
In die tijd van welvaart ontstond een tekort aan werknemers. Zodoende werden velen als gastarbeider naar Nederland gehaald. Een andere groep immigranten was afkomstig uit onze voormalige koloniën. Zij wilden liever in Nederland gaan wonen dan blijven in hun zelfstandig geworden geboorteland. De derde groep vreemdelingen bestaat uit vluchtelingen. Al vanaf de zestiende eeuw heeft Nederland aan talloze vluchtelingen onderdak geboden. Dat is nu nog steeds zo. Al deze immigranten hebben hun eigen leefgewoonten en godsdienst meegebracht.
Pluriforme samenleving
Aan het eind van de twintigste eeuw is Nederland een samenleving geworden waarin van alles voorkomt. Diegenen die willen staan in de traditie van Reformatie en Nadere Reformatie vormen een minderheid, net als islamieten en hindoes. Sommige van onze ministers zeggen openlijk dat ze niet willen spreken over 'goed' of 'kwaad'; dat mag iedereen voor zich bepalen. De regering is er om uit te voeren wat de bevolking wil. In principe moet alles mogelijk zijn, als je een ander maar in zijn waarde laat.
Toch klassiek Gereformeerd?
God is het waard om door alle mensen te worden gediend. Deze belijdenis mogen we nooit loslaten. Als het aan ons ligt, is het een onmogelijke opgave om in onze tijd te staan op het fundament van Schriften belijdenis. We hebben de uiterlijke omstandigheden niet mee. Wat erger is: we staan met onze zonde en schuld onszelf in de weg. Maar de kracht van het ware geloof is dat het niets van zichzelf, maar alles van een Ander ontvangt. De HEERE houdt Zijn Kerk in stand!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 oktober 1995
Daniel | 32 Pagina's