JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De troost van de vergeving der zonden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De troost van de vergeving der zonden

De Bergrede

8 minuten leestijd

De grootste van alle vertroostingen is de troost van de vergeving van de zonden. David zegt: Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is" (Psalm 32:1). Er bestaat vooreen schuldverslagen hart geen rijkere troost. In onze Nederlandse Geloofsbelijdenis wordt beleden: Wij geloven, dat onze gelukzaligheid gelegen is in de vergeving onzer zonden om Jezus Christus' wil" (N.G.B. art. 23). Onze gelukzaligheid is daar in gelegen, zo wordt in onze oude belijdenis gezegd.

Ons geluk voor tijd en eeuwigheid is verbonden met de vergeving der zonden. Een mens kan niet echt gelukkig zijn, zolang hij deze gelukzaligheid mist. Wat zou jouw antwoord zijn wanneer je gevraagd zou worden: „Wat zou je nodig hebben, om gelukkig te zijn? " je zou misschien een heleboel dingen opnoemen, die je zou moeten bezitten om gelukkig te zijn. Maarzou de vergeving der zonden daarin bovenaan staan?

Ellendige vertroostingen

Buiten de troost van de vergeving der zonden bestaat voor een kind van God geen troost. Indien men zich niet kan troosten met de vergeving van de zonden om Christus' wil, bezit men geen troost. Je zou kunnen wijzen op de vele manieren om te genieten van geld, macht, bezit, seks of roem. Maar voor een schuldverslagen hart zijn dit ellendige vertroostingen. Voor een mens, die bekend is gemaakt met de innerlijke plaag van de zonde, zijn al deze genietingen slechts gebroken bakken, die geen troost kunnen brengen. Zo iemand wenst te weten of zijn zonden vergeven zijn, zijn schuld van tienduizend talentponden is kwijtgescholden, het verdoemend handschrift van de zonde is uitgewist en de donkere, dreigende wolk van Gods toorn is verdwenen. Totdat de schuldverslagene dit weten mag en daarvan in zijn geweten verzekerd is, is alle andere troost een morgenwolk en een vroegkomende dauw, die heengaat. Slechts wanneer hij de vergeving der zonden bezit, is zijn ziel getroost.

Bestrijding

Op dit punt richt satan dan ook zijn pijlen. Hij benauwt het hart met de gedachte, dat onze zonden te groot, te veel en te gruwelijk zijn. „Je hebt Gods geboden overtreden", zo roept hij ons toe, „daarom is God op je vergramd en is er geen hoop". Het is en blijft het sterkste wapen van satan om de boetvaardige te laten twijfelen aan het leerstuk van de vergeving der zonden. Wanneer de zonde ons benauwt en veroordeelt, het oog van Christus is afgewend en het ongeloof zijn macht oefent, is het satans uur om de zondaar toe te roepen: „Er is voor u geen heil bij God!" Satan weet dat hij de machtigste over ons is wanneer het leerstuk van de vergeving der zonden niet (meer) geloofd wordt. Zonder hoop op Gods vergeving is er immers geen ware boetvaardigheid, geen zoeken van God en geen komen tot de troon van Gods genade. Dan vluchten wij allen van God weg zoals onze eerste ouders Adam en Eva deden nadat zij gezondigd hadden.

Het werk van de Heilige Geest

Tot de troost van het Koninkrijk Gods behoort daarom vooral de leer van de vergeving der zonden. Indien deze leer niet meer gepredikt wordt, wordt het donker in de kerk. Daarom was het zo donker in de kerk van de Middeleeuwen. Von Staupitz moest er Lutheraan herinneren, dat de kerk in het credo belijdt: „Ik geloof in de vergeving der zonden”.

De Heilige Geest troost het schuldverslagen hart met deze leer. Hij ontvouwt voor ons de grootheid, volmaaktheid en kracht van het offer waardoor Jezus alle zonden van Zijn volk voor eeuwig uitgewist heeft. Wat een troost bevat deze leer voor een veroordeeld, vrezend en schuldig zondaar! Dit maakt dat hij opziet naar Jezus op Golgotha's kruis en het grootste van alle wonderen aanschouwt: Hij, Die geen zonde gekend heeft, heeft God zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem" (2 Korinthe 5:21).

Wat een troost om te zien, dat de zonde en de schuld op jezus is gelegd en er nu geen verdoemenis is voor allen, die bij Jezus schuilen.

Troost in het kruis van Christus

Wie door het geloof op deze jezus zien mag, staat op uitzijn bedruktheid en ervaart de waarheid van de belijdenis: „Wij geloven dat onze gelukzaligheid gelegen is in de vergeving der zonden om jezus Christus' wil”.

Dit is en blijft de springader van alle troost. De Heere blijft met Zijn troost niet aan de oppervlakte. Hij neemt de oorzaak van alle verdriet weg. „Want doorZijn dood heeft Hij de oorzaak van onze eeuwige hongeren kommer, namelijk de zonde weggenomen" (Avondmaalsformulier). Christus heeft de zonde, die de oorzaak is van de vervreemding van God, van de dood en alle ellende in de wereld, weggenomen. Daarom vinden wij in Jezus' wonden allerlei vertroostingen. Zijn verzoenend lijden en sterven blijft het

rustpunt van het hart. Er is nergens troost dan in het kruis van onze Cod en Zaligmaker. Op Golgotha is de verzoening teweeggebracht. Daar heeft de Heere ons een lachen gemaakt. Het Mara van de zonde en al zijn gevolgen, wordt alleen verzoet door het hout van Jezus' kruis. Op Golgotha gaat het licht van de vergevende liefde van God op over het boetvaardige hart. Daar gaat de Zon der gerechtigheid over ons op, met genezing onder Zijn vleugelen. In Jezus' verzoenend lijden en sterven vinden we onze hoogste gelukzaligheid, namelijk de vergeving van onze zonden.

Heiligmaking

Hieruit komt die heiligmaking voort, die reinigt van dode werken om de levende God te dienen. (Hebreën 9:14). Die mens heeft immers het heiligste hart en de heiligste begeerten, die kennis heeft aan de vergeving van de zonden. Zei jezus niet tot Simon met betrekking tot de boetvaardige zondares: Die veel vergeven is, heeft veel lief. Maar die weinig vergeven is, heeft weinig lief”?

Onze liefde tot God kan immers nooit anders dan wederliefde zijn. Zij heeft haar begin en oorsprong altijd in God en nooit in ons. Er is na de zondeval in het Paradijs in ons hart geen liefde tot God meer overgebleven. Slechts de mens, die in zijn schuld en vrees een oog heeft gekregen voor Gods barmhartigheid in Christus, zal God liefde toedragen. De boetvaardigheid en de gehele bekering vloeit dan ook voort uit een gevoelen van Gods barmhartigheid.

„Vervolgens naar het woord van de Psalm (130:4): Bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt", zal niemand ooit God met eerbied vrezen, dan wie vertrouwt, dat Hij hem genadig is" (Institutie 3-3-2).

De droefheid blijft

Jezus leerde: Zalig zijn die treuren, want zij zullen vertroost worden". Het wegnemen van alle smart wordt met het woord zullen naar de toekomst verschoven. Dit woord van Christus wijst op een onverbreekbare band tussen de droefheid van Gods kinderen en de troost van God. Zo staan smart en troost steeds naast elkaar in de Schrift. (Psalm 30:6, Psalm 126:5, Jesaja 61:3, 2 Korinthe 6:10, 1 Thessalonicenzen 1:6, Openbaring 7:17, 21:4). Maar in dit leven wordt de smart nooit geheel weggenomen. De troost zal slechts volkomen zijn in de volmaakte staat van heerlijkheid. Alleen wanneer de zonde er niet meer is, is de wedergeborene volkomen verlost van droefheid. Gods kinderen blijven treurenden.

Verborgen troost

Een christen draagt een stil geheim van verborgen troost met zich mee in alle levensomstandigheden. Maar tegelijkertijd houdt een christenmens altijd iets treurigs. Zolang er nog één zonde overblijft in het hart, kan de blijdschap niet volkomen zijn. Zij vinden zoveel verderf, onreinheid en onheiligheid in zichzelf, dat zij naast het geheim van de troost ook altijd een smart met zich meedragen over wie zij zijn en blijven. Hier blijft de strijd met de wereld, satan en de zonde. Hun pad gaat door de woestijn van kruis en beproeving naar het hemelse Kanaan. Daarom blijft het treuren.

Gods kinderen neigen er steeds weer toe te vergeten dat de aangewezen weg naar de hemel door veel verdrukkingen is. Zij verwachten soms hun gehele hemel op de aarde te ontvangen. Maar hoeveel genieting van Gods liefde en genade de gelovige hier ook ontvangt, de tegenwoordige staat van de gelovige is de woestijnstraat. De pelgrimage van de kinderen Gods staat in het teken van Christus' woord: „In de wereld zult gij verdrukking hebben”.

Maar in dit alles zijn zijn niet zonder troost. God zal eens alle tranen van hun ogen afwissen. Ook treuren zij niet zoals de wereld omwat geweest is en nooit meer terugkeert. Nee, zij zien in hun treuren vooruit naar wat beloofd is en komen zal. Zij zullen vertroost worden.

Nu reis ik getroost onder 't heiligend kruis Naar 't erfgoed daarboven in 't Vaderlijk Huis, Mijn Jezus geleidt mij door de aardse woestijn, Gestorven voor mij! zal mijn zwanenlied zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 oktober 1995

Daniel | 32 Pagina's

De troost van de vergeving der zonden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 oktober 1995

Daniel | 32 Pagina's