Loterij...
Loten? Die koop ik nooit. Met loterijen kom ik gelukkig nooit in aanraking. Nee, ons gezin ook niet. Of wacht even: vrij regelmatig vind ik in de brievenbus een envelop van een Duitse loterij. Maar die krijg ik alleen onder ogen. Ongeopend gaat zo 'n brief bij het oud papier, vóór de kinderen erin kunnen kijken. - En dat blad van Natuurmonumenten dan? ja, dat wordt door de kinderen wel gelezen. Daar staan zulke mooie foto's in. Maar wat bedoel je eigenlijk met die vraag? - Weet je dan niet, dat daar een kaartje in zit, om mee te doen met de Postcodeloterij? Je kunt heel wat geld winnen. En je steunt tegelijkertijd een goed doel! - Zo, dat klinkt heel verleidelijk! Ik zal er toch eens op letten...
Een poosje geleden kwam het Comité Vrouwenbonden bij elkaar. We spraken over verschillende zaken en ook het onderwerp 'Kansspelen' kwam aan de orde. Wat een ellende gaat er schuil achter dat woord, want in kranten en tijdschriften staan van tijd tot tijd berichten over verslaving, kriminaliteit, opvang, enzovoorts.
Veel gezinnen - ook onder ons! -hebben te maken (gehad) met een of andere vorm van verslaving. Grote problemen, zorgen, verdriet heeft die verslaving teweeg gebracht
In ons gesprek kwam naar voren, dat we ongevraagd zoveel reklame over loterijen via onze brievenbus ontvangen. Hoe vaak heeft u al zo'n envelop in de handen gehad? Misschien hebt u hem opengemaakt en bekeken wat er nu eigenlijk in stond. Wat een aanbiedingen! Wat een geld gaat er om in een loterij!
Maar is er nu niets te doen tegen zulke ongevraagde reklame? Het is toch eigenlijk veel beter om die 'rommel' niet meer te ontvangen? Sommige mensen plakken een sticker op hun brievenbus. Daarmee geven ze aan, dat ze ongeadresseerd drukwerk niet willen ontvangen. Anderen vinden dat te radikaal. Dan mis je immers ook de folders, die wel interessant zijn.
We zouden telkens weer de onge-• wenste reklame terug kunnen sturen. Meestal is het genoeg om 'retour afzender' erop te zetten. Bovendien kunnen we erbij vermelden, dat we dit soort reklame helemaal niet meer wensen te ontvangen. Dan is het nodig ook de eigen postcode en woonplaats erbij te schrijven.
Nu zijn er ook diverse organisaties, die de loterij gebruiken om aan financiële middelen te komen. Een van die organisaties is
Natuurmonumenten. Op zich doet deze organisatie veel goed werk, maar het is jammer dat ze de loterij in de arm nemen om hen daarbij te helpen.
Wat klinkt het aantrekkelijk en wat lijkt het goed om "met een lot de natuur te steunen". We lezen: "De Nationale Postcodeloterij is al vijfjaar een groot sukses. Steeds meer mensen wagen een gokje ten gunste van het goede doel. Een lot van de Nationale Postcode Loterij kost een tientje. Van dit tientje gaat meer dan de helft naar verschillende goede doelen, waarvan Natuurmonumenten er één is. (...) Speel daarom mee met de Postcode Loterij, u steunt de natuurbescherming en maakt bovendien kans op een fantastische prijs. U kunt zich aanmelden door de antwoordkaart in te vullen en op te sturen".
Het zijn inderdaad fantastische prijzen. Stel je voor: je zou toch eens ƒ 25.000, - winnen. Of ƒ 100.000, - . Of zeven miljoen... Wat verleidelijk!
Maar wat is loten eigenlijk? Is het enkel en alleen de eventuele verslaving aan de sensatie van het gokken, dat ons verontrust? Nee, het is meer. Het is de overtreding van het gebod Gods, waarvoor wij moeten waarschuwen.
Ik las in een boek van prof. dr. W. Geesink (Gereformeerde Ethiek) het volgende over het loten:
"Het loten is een heilige zaak, even
als de eed en het gebed (...). Bij het lot gebruikt men een middel om - in voor ons toevallige zaken - de door God behaalde uitkomst te krijgen; maar nu is het voor het gereformeerde bewustzijn gemis aan eerbied, aan godsvrucht om zulk een bepaling Gods te gaan vragen alleen uit tijdverdrijf, bij het spel".
Geesink wijst verder op de ernst van het lot: "Het voegt ons te vrezen en te beven, maar dat is zeer zeker niet de stemming van de kaartspeler en dobbelaar".
Ook in de Bijbel lezen over het gebruik van het lot. Maar daar geschiedt het steeds met ontzag, want het gaat over een ernstige zaak met een ernstig doel. Bovendien gaat met het loten een woeste en toch onmachtige begeerten naar een gunstige uitkomst gepaard. "Bij verlies is men verontwaardigd tegen de fortuin, tegen God, tegen de naaste. Er is een passie van het spel, de spelduivel. De gepassioneerde speler is er dag en nacht mee bezig."
Ds. G.H. Kersten zegt het in de Gereformeerde Dogmatiek zo: "Het heilig gebruik van het lot is geoorloofd. Maar het loten om zich te verrijken is een gruwelijk kwaad. God verordineert de mens: "In het zweet uws aanschijns zult Gij uw brood eten". Met loten zoekt de mens zich deze ordening Gods te onttrekken. Zijn leven stelt hij niet in Gods hand en onder Diens voorzienigheid, maar omgekeerd wil hij Gods voorzienigheid dienstbaar maken aan wat hij voor zich een geluk acht. Zulk spelen en spotten met de voorzienigheid Gods draagt des Heeren misnoegen. Zijn vloek rust er op. In de ellende, die het spelen in loterijen bracht, waarin zelfs menigeen in de strik des satans viel en zichzelf het leven roofde, is het oordeel Gods duidelijk zichtbaar".
In de behandeling van de Heidelberger Catechismus, zondag 10, vraag en antwoord 27 voegt ds. Kersten er nog aan toe: "Maar vervloekt is het spel, dat onheilig speelt met Gods voorzienige besturing. En het klaagt onze regering aan bij God, dat steeds nog in ons land een staatsloterij wordt in het leven gehouden, die het volk op de kwade weg doet wandelen..."
Het is dan ook verontrustend, dat op de bovengenoemde manier het meedoen aan een loterij - vanwege het goede doel - steeds meer geaccepteerd gaat worden. Natuurlijk kunnen we alles uit ons huis weren, of direkt weggooien als we er toch mee te maken krijgen. Maar daarmee 'doen' we eigenlijk niets! We waarschuwen niet, we laten onze stem niet horen.
Om onze zorgen kenbaar te maken bij de desbetreffende organisaties, zouden we een briefje kunnen sturen. Zo laten we dan weten, dat we niet blij zijn met zulk soort akties; dat we er op tegen zijn, beslist niet mee willen doen en ook dit soort aanbiedingen - hoe goed het doel ook is - niet in ons huis willen ontvangen. Hieronder vindt u een voorbeeld.
Mijne heren,
Onlangs ontving ik van uw organisatie het blad (of de folder) Daarin las ik een hartelijke aanbeveling om mee te doen met een loterij. Ik kon prachtige prijzen winnen en daarbij nog een goed doel dienen ook. Hoewel ik het werk dat uw organisatie doet, als noodzakelijk zie en u daar ook in wil steunen, wil ik middels deze brief u mijn grote zorgen kenbaar maken.
U wilt uw financiële middelen vergroten op een manier, die in feite onacceptabel is. Velen in ons Nederland zijn verslaafd aan het 'wagen van een gokje'. Dat werkt kriminaliteit in de hand en brengt in vele gezinnen groot verdriet. De problemen betreffende de verslaving zijn levensgroot! Helaas werkt u met uw aanbiedingen er aan mee de goklust te verbreiden. Bovendien geloof ik, dat God het meedoen met een loterij verboden heeft. Het werpen van het lot, dat in de Bijbel staat, is een heilige zaak en wordt door God bestuurd. En dat heilige wordt met het gokken verlaagd tot een spel. Daarom vraag ik u hierbij vriendelijk, of u dit soort reklames niet bij uw blad wilt voegen of als folder naar mij opsturen.
In de verwachting, dat u aan mijn verzoek gehoor zult geven, teken ik
Hoogachtend,
Naam: Adres: Postcode en woonplaats:
Het eerste dat iemand tegenwerpt, die hoort over brieven schrijven of waarschuwen tegen bepaalde misstanden, is: "Wat een moeite voor niets. Denk je nu echt, dat dit helpt? " Maar ik geloof, dat we ons over de uitkomst niet druk hoeven te maken. Het is wèl onze plicht om te doen, wat onze hand vindt om te doen.
Het geldt hier tenslotte toch ook: Het lot wordt in den schoot geworpen, maar het gehele beleid daarvan is van den HEERE" (Spreuken 16:33). Matthew Henry zegt bij deze tekst ondermeer: Er geschiedt niets bij geval en geen gebeurtenis wordt door een blind noodlot bepaald, maaralles hangt af van de wil en de raad Gods. (...) Wij moeten bidden dat God het lot besturen zal, en dan moeten wij er ook in berusten, overtuigd zijnde dat Gods hand het bestuur heeft, en dat die hand door oneindige wijsheid wordt geleid. Al de beschikkingen van Gods voorzienigheid in onze zaken moeten wij beschouwen als een besturing van ons lot, een beslissing van hetgeen wij in Gods hand hebben overgegeven, en er dus mede tevreden zijn."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 september 1995
Daniel | 32 Pagina's