Hoe denken jongeren over huisbezoek?
In de zomer van 1994 is op de zomerkampen een onderzoek gehouden onder 1048 deelnemers. Er is toen ondermeer gevraagd hoe jongeren tegen huisbezoek aankeken. Over de groep van 19 tot 21 jaar moet worden opgemerkt, dat de indruk bestaat dat deze zomerkampdeelnemers positiever staan binnen het kerkelijk leven dan de 'gemiddelde' jongere uit de Gereformeerde Gemeenten. Dit moet meegewogen worden bij het lezen van de onderstaande percentages.
Huisbezoek is nuttig
Veel jongeren zijn overtuigd van het nut van huisbezoek. Op de stelling 'Ik zie het nut van huisbezoek in' reageert 54.5% van de groep 19-21 jaar met 'mee eens'. Van de groep 16-18 jaar is dit 3 7.1 % en van de groep 1 3-15 jaar is dit 30.0%. Als hierbij de categorie 'beetje mee eens' meegeteld wordt, liggen de percentages op respectievelijk 75.3, 68.5 en 63.6.
Opzien tegen huisbezoek
Toch zien veel jongeren tegen het huisbezoek op. Als ze reageren op de stelling 'Ik zie erg op tegen huisbezoek', antwoordt van de totale groep bijna 24% 'mee eens' en nog eens 34% 'beetje mee eens'. In totaal ziet 58% van de ondervraagde zomerkampdeelnemers in meer of mindere mate op tegen huisbezoek. Van de meisjes ziet bijna 63% min of meer op tegen huisbezoek, tegen bijna 52% van de jongens. In de leeftijdscategorie 19-21 zag men ongeveer even veel op tegen huisbezoek als in de jongere leeftijdscategoriën. Jongeren die minder met geloofszaken bezig zijn, zien meer tegen huisbezoek op dan jongeren die meer met geloofszaken bezig zijn.
Stellen persoonlijke vragen moeilijk
jongeren hebben behoorlijk veel moeite met het stellen van persoonlijke vragen tijdens huisbezoek, veel meer bijvoorbeeld dan op de )eV en catechisatie. 70% van de jongeren heeft hier min of meer moeite mee (catechisatie:64%; JeV:62%). Ook hier geldt, dat jongens en meisjes verschillend reageren: ongens hebben er minder moeite mee dan meisjes (65% vs. 74%).
Raakt Huisbezoek jongeren?
Doet huisbezoek jongeren iets? Raakt het hen? Van de groep 13-15 jaar reageert slechts 10.4% met 'mee eens' op de stelling 'Huisbezoek raakt me'. Dit is bijna 20% in de groepen 16-18 en 19-21 jaar. Als we de categorie 'beetje mee eens' meerekenen, komen we uit op respectievelijk 37%, 50% en 65%. Dit zijn cijfers die ons iets te zeggen hebben.
Gezin van invloed
Hoe in het gezin met geestelijke zaken wordt omgegaan, is van behoorlijke invloed op de mening die jongeren hebben over verschillende aspekten van huisbezoek. Als we de totale groep opsplitsen in een helft jongeren uit gezinnen waar veel gesproken wordt over geestelijke zaken en waar kinderen aan ouders merken dat geestelijke zaken hen intensief bezighouden (groep 1) en een helft waar dat wat minder is (groep 2), dan treden er heel wat verschillen op. jongeren uit groep twee zijn het veel vaker een beetje of volmondig eens met de Stelling 'Ik zou het liefst geen huisbezoek krijgen' dan jongeren uit groep 1, namelijk 50% tegen 34%. Huisbezoek raakt hen ook veel minder:38.7% is het '(een beetje) mee eens' met de stelling 'Huisbezoek raakt me', tegen 53.8% in groep 1. jongeren uit groep 1 hebben ook minder moeite met het stellen van persoonlijke vragen dan jongeren uit groep 2:37% is het volmondig eens met de stelling 'Ik durf op huisbezoek geen persoonlijke vraag te stellen' tegen 47% uit groep 2.
Al met al kunnen we spreken van cijfers, die ouders, ambtsdragers èn jongeren tot nadenken moeten zetten. Allen hebben we een taak ten opzichte van elkaar, opdat de belangrijke pastorale funktie die het huisbezoek kan hebben niet belemmerd wordt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 september 1995
Daniel | 32 Pagina's