van huis naar school en omgekeerd...
Ringg... Ringg... 'Met Pietersen.' 'O ja, chauffeur Jansen van lijn 112.' 'Weet u het zeker dat het leerlingen van onze school zijn? ' 'Ja, dat kan niet missen.' 'Wat zegt u, stoelen vernield achter in de bus? ' 'Nou, ik schaam me diep, maar ik ga het verder uitzoeken, u hoort nog van mij.' 'Tot ziens.'
Hij zucht, dit is het derde telefoontje in één week. Gisteren belde de politie op, drie leerlingen op weg naar school trappen vuilnisbakken om. Vorige week een briefje over een • groep fletsleerlingen uit
Beestenwoude die zich schandalig gedragen in het verkeer. Ze gaan voor niets en niemand uit de weg, rijden door alle rode verkeerslichten en schelden bovendien nog iemand uit die er iets van zegt, en nu dit weer.
De bus
'Goede morgen Jenny, zeg luister eens jij reist toch altijd met lijn 112 is het niet? Weet jij wie er achter in de bus zaten vanmorgen? '
'O ja, natuurlijk, Jan, Bert en Marieke en nog een paar eerste klassers. Waarom wilt u dat weten? '
'O, er zijn een paar stoelen vernield en de buschauffeur zegt dat leerlingen van onze school dat gedaan moeten hebben'.
'O, dat kan best, maar wij hebben het niet gedaan, want wij zitten . altijd voorin.'
'Zo Bert ik heb je even uit de klas gehaald. Jij reist met lijn 112 is het niet? ' 'Ja...' 'Zeg luister eens heb jij vanmorgen iets bijzonders gemerkt in de bus? '
'Nee...'
'Niets gemerkt, niets gezien? '
'Nee, waarom vraagt u dat aan mij...? '
'O, er zijn twee stoelen vernield en jij zat op één van die stoelen.' 'Dat heb ik wel gezien, maar dat was al toen ik er op ging zitten...' 'Dat is merkwaardig, de buschauffeur heeft de bus gekontroleerd toen hij vanmorgen vertrok en heeft niets gekonstateerd en jij met jan zijn de eersten die instappen, niet? En jullie zijn toen direkt op die bewuste plaatsen gaan zitten.'
Waarom?
Die drie leerlingen, het fietsgroepje uit Beestenwoude, Jan en Bert: het zijn toch niet de vervelendste leerlingen van school.
Wat bezielt hen toch?
Waarom doen ze dit?
Wie weet het antwoord?
'Waarom of wij vuilnisbakken omtrappen, meneer? O, dat vinden wij gewoon leuk.'
'Als ze dat nou eens bij jullie voor het huis doen? En je moeder vraagt elke dinsdag als je uit school komt of je even de troep op wil ruimen, zou je het dan ook leuk vinden? ' 'Nee, natuurlijk niet.'
'Als jullie nu eens oud waren en niet
meer zo vast ter been. En ze duwen je dan gewoon in de berm, met de mededeling dat die ouwe maar moet zorgen dat hij aan de kant gaat als jullie voorbij komen, hoe zouden jullie dat vinden? '
'Nou, eigenlijk is het laf, maar ja, als je met zo'n grote groep bent dan durf je meer.'
'Stel je eens voor dat je vader een taxibedrijf heeft, hij moet twee mensen wegbrengen. Ze worden netjes afgeleverd op het juiste adres. Je vader komt thuis en ziet dat de achterbank vernield is van zijn nieuwe Mercedes. De bekleding is gewoon kapot gesneden met een mes. Denk je dat je vader zegt: 'Ach, een geintje? '
Anderen
Drie willekeurige voorbeelden, jullie denken misschien, je moet toch wel goed kunnen fantaseren om zulke voorbeelden te bedenken. Nee helaas niet, ze zijn zonder moeite verder uit te breiden en als het moet met naam en toenaam en woonplaats, dwars door heel Nederland. Ja, maar dat doen natuurlijk kinderen uit asociale gezinnen, of van die of die openbare school, of zwartrijders uit Amsterdam. Ja, wijzen naar anderen kunnen wij goed. Maar je moet maar eens opletten als je naar een ander wijst. Eén vinger wijst van je af naar de ander en de andere drie wijzen naar jezelf.
En ikzelf?
Doen alle leerlingen van onze scholen zo? Nee, gelukkig niet. Maar het komt helaas wel regelmatig voor, te vaak. Eigenlijk zou het nooit voor mogen komen, want wij weten beter. Op veel plaatsen wordt elke zondag uit de catechismus gepreekt. Je denkt misschien ach, die catechismus is zo ouderwets. Misschien wel het taalgebruik, maar niet wat er in staat. Lees maar:
-Antwoord 105, wat de Heere verbiedt:
Dat ik mijn naaste, noch met gedachten, noch met woorden of enig gebaar, veel minder met de daad, door mijzelf of door anderen ontere, hate, kwetse of dode.
-Antwoord 107, wat de Heere gebiedt:
Want Cod verbiedende de nijd, haat en toom, gebiedt, dat wij onze naaste liefhebben als onszelf en jegens hem geduld, vrede, zachtmoedigheid, barmhartigheid en alle vriendelijkheid bewijzen, zijn schade zoveel als mogelijk is, afkeren en ook onze vijand goed doen.
Leg deze twee antwoorden nu eens naast ons gedrag als we naar school en van school naar huis gaan. Ik denk dat het voorbeeld van de drie vingers die terugwijzen naar onszelf soms wel terecht is, nietwaar? En bedenk ook eens wat mensen die nooit naar de kerk gaan, over deze dingen denken, "s Zondags gaan ze naar de kerk, maar je moet ze in de week maar eens zien, ze lijken vroom maar ondertussen...'
Door ons verkeerd gedrag op straat kunnen wij aanleiding geven dat Gods naam onteerd wordt en dat is vreselijk.
Lees nog maar eens goed wat de Heere van ons vraagt in antwoord 107. Kunnen wij dat dan volkomen houden? Nee, zegt de catechismus, maar de Heere heeft ook op laten tekenen wat er staat in Psalm 81:
Al wat u ontbreekt Schenk Ik, zo gij 't smeekt, Mild en overvloedig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 september 1995
Daniel | 32 Pagina's