JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De vader van de afscheiding

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vader van de afscheiding

Hendrik de Cock en de Afscheiding 1801-1842

6 minuten leestijd

Het klimaat in de Nederlands Hervormde Kerk van de negentiende eeuw was verre van rooskleurig. Enerzijds had het rationalisme (rede, verstand) zijn intrede gedaan, anderen lieten zich meevoeren door het gevoel (romantiek). Bij beide richtingen kwam de mens centraal te staan, in plaats van God. Koning Willem I, die na de Franse overheersing overal orde op zaken probeerde te stellen, ging ook de kerk niet voorbij. Hij gaf aan de kerk, die tot voor kort nog de naam 'gereformeerd' had gedragen, een reglement. Dit was niet de taak van een koning. Trouwens de kerk had een reglement: de Dordtse Kerkenorde van 1618-19. In die tijd leefde Hendrik de Cock, de vader van de Afscheiding. Er is zoveel over hem te vertellen dat één aflevering te weinig is.

Natuurlijk bedoelde de koning het allemaal goed, want hij wilde als een vader zorgen voor zijn volk, dus ook voor de kerk, die niet op eigen benen kon staan. Het geven van een reglement was al strijdig met het wezen van de kerk, de inhoud helemaal. Bij velen wekte dit reglement verzet op, want naast de zuivere belijdenis van de leer was er ook alle ruimte voor vrijzinnigheid en ideeën van de Verlichting. De kerkbesturen werden niet meer van onderaf gekozen, maar van hogerhand benoemd. Al werd er nog gesproken over de leer, dan was dit zo vaag, dat nergens bleek, wat die leer inhield.

Gezelschappen

Sinds eenvoudige mensen in de kerk stenen voor brood kregen, gingen velen van hen thuis lezen uit de geschriften van Brakei, Smytegelt, Schortinghuis, Hellenbroek en anderen.

Zowel op de door-de-weekse avonden, als op zondag kwamen zij als 'gezelschap' bijeen. Al zal hier en daar weieens een vreemde uitleg gegeven zijn aan een bijbeltekst, toch werkte de Heere ook hier met zijn Geest. Was het de ene keer een timmerman, de andere maal een turfschipper, zeilmaker of een boerenknecht, die voorging, onder hen was vaak een helder inzicht in de waarheid. Willem Bilderdijk was eens bijzonder verrast door de diepgaande bijbelkennis van een Kattenburgse kruier. Kerkbesef hadden deze eenvoudige mensen niet zo erg. Toch is het hun verdienste geweest, dat zij de gereformeerde waarheid bewaard hebben, als een aarden vat toen die veracht was. Velen uit die gezelschappen zijn tot duidelijker inzicht in de waarheid van God gekomen, toen zij zich schaarden achter Hendrik de Cock, de vader van de Afscheiding.

Wie was Hendrik de Cock?

Hendrik de Cock werd geboren op 12 april 1901 te Veendam. Ook hij was een kind van zijn tijd. Zijn ouders waren ook dezelfde ideeën toegedaan als het gros van de Nederlanders. Aan de universiteit te Groningen, waar De Cock voor dominee studeerde, werd hij gedrenkt in de geest van de negentiende eeuw. In zijn eerste en tweede gemeente (Eppenhuizen en Noordlaren) onderscheidde hij zich niet van de meeste predikanten. Zelf schreef hij later, dat hij de hoorders stenen voor brood gaf. Als de mensen maar fatsoenlijk en deugdzaam leven dan maakt het Opperwezen het voor het hiernamaals wel in orde, leerde hij van de kansel. In 1829 werd hij in zijn derde gemeente, Ulrum, bevestigd doorzijn vriend en voorganger in deze plaats. Dit was de latere professor Hofstede de Groot, die verklaarde: het is absurd, dat een hervormd predikant gebonden zou wezen aan de belijdenisgeschriften van zijn kerk. De Cock dacht er toen net zo over als zijn vriend.

Een grote verandering

In Ulrum kwam de Cock in aanraking met een oude man: Klaas Kuipenga. Die klaagde tegen zijn predikant over de onmacht van de mens ten goede.

'Kom, kom, ' troostte De Cock hem, 'dat is zo erg niet. De mens is best in

staat om goed te doen. De zonde kan wel overwonnen worden.' 'Dominee', zei Kuipenga toen, 'indien ik ook maar één zucht tot mijn zaligheid moest toebrengen, was ik voor eeuwig verloren.'.

Dat woord is dominee De Cock diep in de ziel geschoten. Een harde zielestrijd werd zijn deel. Toch duurde het nog lang voor hij tot kennis van de waarheid kwam.

De Cock had geen Bijbel met kanttekeningen, van de Dordtse leerregels had hij nog nooit gehoord. Een 'kompliment' aan de universiteit van die dagen! Een oud vrouwtje uitzijn gemeente bezorgde hem de Vijf artikelen tegen de Remonstranten. Ze vormden een openbaring voor hem. Toch was hij nog niet verlost uit zijn geestelijke krisis. Bij een kollega ontdekte hij de Institutie van Calvijn. Dat boek deed bij hem het licht opgaan. Hij leerde de ware zin van het Evangelie kennen: Uit genade zalig, door het geloof. Niet uit u, het is Gods gave!

Gereformeerde prediking

Zijn preken werden anders, dat zal duidelijk zijn. Geen oppervlakkige moraal meer. Maar... een arme zondaar, tot niets goeds in staat, moest naar een rijke Christus toe om behouden te kunnen worden uit enkel genade. Natuurlijk stootte een deel van de gemeente zich aan het Evangelie. Een ander deel heeft de op de knieën gedankt voor HEERE zo'n prediking. Al spoedig ging de roep door het land: in Ulrum staat een 'bekeerde' dominee. Zelfs uit Friesland en Drenthe kwamen ze: lopend, met het rijtuig, per boot om onderzijn prediking een zegen te mogen ontvangen. Anderen kwamen slechts uit nieuwsgierigheid. Soms stonden er wel zeventig rijtuigen bij het kerkje van Ulrum. Als het kerkje te klein was, preekte De Cock bij mooi weer in de open lucht. Opnieuw beleefden we de tijd van de hagepreken. De behoefte aan rechtzinnige prediking was er nog steeds!

Reaktie

De reaktie uit de officiële kerk loog er niet om. De predikanten uit de omgeving waren woedend, want ze zagen hun gemeenteleden naar de Cock overlopen. En de mannen van de Verlichting? Zij waren razend, dat die bekrompen en verouderde prediking zo insloeg bij het volk. Ds. Meyer Brouwer van Uithuizen schreef een brochure aan de gemeente ter waarschuwing en . raad. Hetzelfde deed ds. Reddingius van Assen tegen De Cock.

Vanzelfsprekend verweerde De Cock zich in een geschrift: 'De schaapskooi van Christus, aangetast door twee wolven en verdedigd door H. de Cock'. Op deze brochure werd De Cock 'gepakt'. Het klassikaal bestuur riep hem ter verantwoording. Niet omdat hij de gereformeerde leer verdedigde, maar omdat hij kollega-predikanten wolven had genoemd. De toon in de brochure had het gedaan: die brak de vrede in de kerk. Was de toon beneden peil? Vleiend was ze zeker niet, maar uit de boekjes van de tegenstanders sprak nu niet bepaald de ware liefde tot de waarheid en nog minder tot De Cock. Gebruikt hij nog bijbelse woorden als 'huurlingen, farizeeërs, huichelaars, dieven, moordenaars en meinedigen', zij maakten De Cock uit voor 'scheurmaker, verleider, bondgenoot van de jezuïeten', razend ondier, terwijl zijn volgelingen 'stalvee' werden genoemd.

Het was op z'n minst eerlijk geweest ook hen aan te pakken, maar dat gebeurde niet. De straf? Schorsing, zolang hij zijn veroordeling tegen de beide predikanten niet had herroepen.

Hoger beroep

Hendrik de Cock ging in hoger beroep bij het provinciaal kerkbestuur. Dit verzwaarde echter zijn vonnis nog. Nu werd hij zelfs geschorst, met inhouding van zijn traktementen betaling van de kosten voor dit proces omdat hij zich verzet had tegen de geest en het bedrijf van de kerk.

Al waren het twee schandelijke veroordelingen, De Cock scheidde zich nog niet af van de kerk. De Cock ging naar de koning, na hem eerst al per brief op de hoogte te hebben gebracht van de situatie. Wellicht had hij van de koning recht verwacht. Hij wees de koning in zijn brief op het feit, dat 'onze vaderen, gelijk wij, de gereformeerde leer 'met goed en bloed hebben gekocht'.

De ontmoeting met de koning werd een grote teleurstelling voor De Cock. Zelf schreef hij over dit bezoek, dat de koning hem trachtte te verbijsteren en van zijn stuk te brengen. 'Maar de Heere gaf mij vrijmoedigheid om de waarheid voor te stellen en vastte houden'.

(wordt vervolgd)

Hendrik Ido Ambacht B.S. van Groningen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 september 1995

Daniel | 32 Pagina's

De vader van de afscheiding

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 september 1995

Daniel | 32 Pagina's