JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Werken in een Roemeens kindertehuis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Werken in een Roemeens kindertehuis

7 minuten leestijd

Een jaar geleden vertrokken we naar een voor ons onbekend land. Roemenië, toen nog een land 'ver van ons bed', werd voor zes maanden het land waar we woonden, werkten en vrienden kregen. Na onze opleiding aan De Vijverberg waar we ons richtten op jeugdhulpverlening, wilden we (Jannie de Graaf, Truus Oudijk en Rinske Hertog) graag enige tijd in het buitenland werken. In overleg met stichting Oost Europa Zending besloten we een projekt te starten in een Roemeens staatskindertehuis.

Nog in Nederland probeerden we ons een voorstelling te maken van de situatie die we daar zouden aantreffen. Eenmaal in Roemenië beseften we dat je dat pas kunt als je alles met eigen ogen hebt gezien en hebt gevoeld wat het is om in een land als Roemenië te wonen.

Ook tijdens het schrijven van dit verslag ervaar ik dat het nauwelijks mogelijk is om de indrukken die we daar hebben opgedaan met een pen te beschrijven. Toch probeer ik het, omdat het belangrijk is dat we op de hoogte blijven van de noden in de wereld.

Al was het 'alleen' maar om de mensen die zich in dergelijke situaties bevinden op te kunnen dragen in gebed en God oprecht te danken voor al het goede dat Hij ons geeft.

De stad Oradea

Het kindertehuis waar wij een halfjaar hebben gewerkt staat in Oradea, een grote stad aan de Hongaarse grens. Oradea is te omschrijven als een grauwe vervallen stad.

In het centrum staan schitterende gebouwen die herinneren aan betere tijden, maar verder bestaat de stad voornamelijk uit vieze grijze flats. Er wordt nog volop met paard en wagen gereden en verder pruttelen de roestige, maar blijkbaar onverwoestbare Dacia's en Trabantjes door de straten. De gemiddelde Roemeen heeft echter niet het geld voor een vervoersmiddel en legt alles te voet af. Vooral in de buitenwijken zijn de meeste wegen onverhard en zijn kippen, geiten en varkens op straat een heel normaal verschijnsel. Wat dit betreft is het wel wat te vergelijken met het straatbeeld van Nederland honderd jaar geleden. Een verschil echter is het grote aantal (soms zeer jeugdige) bedelaars in de Roemeense straten. Er is nog steeds sprake van een toenemende armoede in Roemenië. Natuurlijk zijn er na de revolutie in 1989 veel dingen veranderd. Zo zijn er nu bijvoorbeeld westerse levensmiddelen in de winkels te koop, maar het trieste is dat de meerderheid niet in staat is die te kopen. Ter illustratie: tussen 1990-1991 stegen de prijzen van konsumptiegoederen met 444%, terwijl de lonen in dezelfde perjode daalden met 23%. De armoede veroorzaakt tevens een toenemen van het aantal kinderen dat aan kindertehuizen wordt afgestaan.

Het kindertehuis

In het kindertehuis waar wij werkten, waren zeshonderd kinderen, in de leeftijd van nul tot ongeveer vijf jaar, opgenomen. De meesten waren verlaten of afgestaan vanwege armoede thuis, sommigen waren (half)wees. Eigenlijk was het kindertehuis qua financiën en ruimte niet berekend op zeshonderd kinderen, maar op zo'n driehonderdvijftig. Dit had tot gevolg dat de afdelingen overvol waren. (Ongeveer zestig kinderen per afdeling).

Iedere keer als we 's morgens op de afdeling kwamen, bekroop ons het gevoel een varkensschuur binnen te komen. Er hing een enorme stank en onophoudelijk was er het gehuil van de kinderen te horen.

De verzorgsters waren niet-opgeleide vrouwen die om genoeg voedsel te kunnen kopen een volledige werkweek moesten werken. Elke dag wachtte hen na het zware werk de taak in het gezin. En dat valt niet mee zonder wasmachine, stofzuiger of magnetron. De meeste van de verzorgsters waren dan ook niet gemoti-

veerd zich in te zetten voor de kinderen in het tehuis en deden alleen het hoognodige.

Het is echt moeilijk om je liefde over zo'n zestig peuters te verdelen en niet te verharden. De situatie in het kindertehuis maakte het er ook niet makkelijker op goed te werken: warm water was er bijna nooit en ook koud waterwas erg schaars. Daardoor was er een chronisch tekort aan luiers. Omdat het niet altijd even schoon was op de afdeling, tierde het ongedierte er welig.

Het gebeurde regelmatig dat een van de vrouwen de kinderen sloeg of zelfs met de knuppel rondging om de kinderen stil te krijgen. Gelukkig waren er ook verzorgsters die ondanks de moeilijke omstandigheden en de steeds wisselende kinderen hun best deden om de kinderen liefdevol te verzorgen.

Het eten voor de kinderen was helaas ook zeer slecht. In Nederland zouden wij het zonder gewetenswroeging aan de beesten geven: smakeloze drab, hompen droog brood en zoete thee. Omdat het op zo'n hardhandige manier gegeven werd, weigerden veel kinderen uit angst te eten.

De oudste kinderen die konden lopen, mochten dagelijks even uit hun bed. Hun speelruimte was een lange donkere gang. Speelgoed om mee te spelen was er nauwelijks, want als er een transport uit het buitenland kwam met kleding en speelgoed, werd dit grotendeels door de vrouwen die in het kindertehuis werkten meegenomen. Ergens goed te begrijpen; welke moeder zou de verleiding kunnen weerstaan om zulk prachtig speelgoed voor haar eigen kinderen mee te nemen. In de meeste

Roemeense gezinnen moeten immers kosten noch moeiten gespaard worden om aan voldoende eten te komen, dus geld voor speelgoed blijft er niet vaak over.

De jongere kinderen in het tehuis bleven de hele dag in hun bedje. Dag in dag uit. Omdat deze kinderen letterlijk nooit geknuffeld werden, nooit buiten hun bed kwamen en de wereld niet anders kenden als een wereld vol van gehuil, stank en schreeuwende verzorgsters, raakten ze erg achter in hun ontwikkeling. Veel van de kleuters konden niet lopen of praten. Maar het ergste was dat ze in emotioneel opzicht schade hadden opgelopen. Veel van hen brachten de dag door met passief voor zich uitstaren terwijl anderen afleiding vonden in het zichzelf verwonden.

Wat kun je doen?

Als mens kun je je erg nietig voelen bij zo'n enorme berg leed. God leidde ons naar deze plaats, maar hoe zouden wij ooit hulp kunnen bieden? Onze hulp zou immers aan alle kanten tekort schieten? Met ongeveer hetzelfde probleem zaten de discipelen in Mattheüs 15. Een grote groep mensen moest gevoed worden en jezus zei tegen de discipelen dat zij dat moesten doen. 'Geeft gij hen te eten.' Het enige wat de discipelen konden vinden, waren vijf broden en twee visjes. Menselijk gesproken veel te weinig. Toch was daar het gebod van jezus die grote schare eten te geven. En toen zij Jezus gehoorzaamden, zegende Jezus dat kleine beetje en het was genoeg.

Daarin ligt de kracht van hulpverlenen: doen wat God van je vraagt en het vervolgens vertrouwend in Zijn hand leggen.

Dit is misschien ook wel het moeilijkst om te leren in werk zoals wij deden.

Een meisje van driejaar

In het kindertehuis zijn we begonnen met meewerken met de verzorgsters en hun vertrouwen te winnen. Dat alleen was al een hele opgave. Niet alleen omdat we de taal toen nog niet spraken, maar vooral omdat men wantrouwig tegenover ons als rijke westerlingen stond. Misschien kwamen wij wel om hen de les te lezen of om te spioneren.

Naarmate het vertrouwen groeide, konden wij meer doen. Zo kregen wij toestemming om een programma op te zetten voor de kinderen die nooit hun bed uitkwamen. Een van die kinderen was lboia, een meisje van ongeveer drie jaar.

De eerste dag vonden we lboia totaal verwilderd en vervuild in haar bedje. Ze beet en krabde zichzelf tot bloedens toe en begon te krijsen als we niet genoeg afstand hielden. Uit angst durfde ze nauwelijks eten aan te nemen, waardoor ze ondervoed was geraakt. Elke dag zijn we bij haar geweest en hebben we zachtjes tegen haar gepraat. Langzamerhand mochten we dichterbij komen.

Onvergetelijk was het eerste moment dat ze ons aanraakte. Toen ze merkte dat er niets gebeurde als ze dit deed, gaf het zo'n opluchting dat ze hartverscheurend begon te huilen. Zo veel verdriet en angst in zo'n klein mensje.

Na die tijd veranderde ze in een levenslustige peuter, die er guitig uit zag met haar felle ogen en haar sluike piekhaartjes.

Blijvend emotioneel beschadigd, maar toch een prachtig schepsel van God.

Een depressieve maatschappij

Roemenië is een land waarin lange tijd elk initiatief van burgers is afgekapt. Nu de situatie is gewijzigd, blijkt dat de maatschappij depressief en ontredderd is en nauwelijks kracht lijkt te hebben om zich in de huidige situatie op te werken.

Daarom is het zo hard nodig dat de steun uit het westen door blijft gaan. Niet zozeer door materiële hulp (hoewel dit nog steeds hard nodig is), maar vooral door het helpen hen/inden van eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheid.

Hulp bieden met dit doel kan als mensen voor langere tijd in Roemenië willen verblijven en zich in de taal en de cultuur willen verdiepen.

'Da^i-le voi sa manïnce? ' (Geeft gij hen te eten).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 september 1995

Daniel | 32 Pagina's

Werken in een Roemeens kindertehuis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 september 1995

Daniel | 32 Pagina's