JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Eigen organisaties geen doel op zich maar noodzaak en voorrecht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eigen organisaties geen doel op zich maar noodzaak en voorrecht

Een reaktie van twee ouderen

10 minuten leestijd

In het vraaggesprek geven Jolanda en Marcel, mede op grond van hun ervaring op school en aan de universiteit, hun mening over reformatorische organisaties. De redaktie vroeg ons om daar kanttekeningen bij te plaatsen. Bij het leveren van kommemtaar valt de nadruk op die gedeelten waar wij liever een andere formulering hadden gezien of andere accenten zagen benadrukt. Dat is nu eenmaal eigen aan kommen ta ar leveren. Daarom willen we beginnen met de opmerking dat het vraaggesprek op ons een vrij evenwichtige en opbouwende indruk heeft gemaakt. Toch wat kanttekeningen.

In het gesprek vertellen Jolanda en Marcel dat ze in hun studententijd goede kontakten hebben opgebouwd met medestudenten die toch ver van onze gezindte afstonden. De gevreesde "grote boze wereld" leek wel wat mee te vallen. Er is daarvoor meer zaken belangstelling dan alleen voor brood en spelen.

je kunt in deze samenleving nog best funktioneren.

Graag willen we beamen dat je onder mensen die het Woord van God niet kennen of willen erkennen, of geheel anders interpreteren, dikwijls fijne mensen aantreft. Mensen die betrouwbaarheid, hulpvaardigheid, inzet en barmhartigheid in de praktijk brengen. Soms tot ons voorbeeld, soms tot beschaming. Bescheidenheid past ons. Laten we er ook dankbaar voor zijn. Door Gods (algemene) goedheid is een geordende samenleving mogelijk. Op vele plaatsen kunnen wij funktioneren. Wemogen hier ook zien dat het christendom, hoezeer ook in de wortel beschadigd, nog grote invloed heeft, en zeker gehad heeft, op normen en waarden.

Toch rijst bij ons de vraag of de doorwerking van de ontkerstening voldoende gepeild wordt. In snel tempo sekulariseert onze samenleving. Daarmee bedoelen we dat het Woord van God geen plaats meer krijgt als bron voor normen en waarden. In je privé leven, in de kerk en in huis mag je daarnaar leven, maar kom niet aan met de geldigheid voor maatschappelijke verbanden. Het is verschillend waar men studeert, werkt of verkeert, maar in veel sektoren en/aart men aan den lijve dat Nederland met Gods Naam, dag, Woord, normen schier niet meer rekent. In alle lagen, en zeker op akademisch niveau, kom je mensen tegen die metzingevingsvragen worstelen, leder op eigen wijze. Maar wat is hun leidraad? En hoeveel ruimte is er in de diskussie om dé Norm te laten spreken? Door dit zonder kompromiste doen, kwam Groen wel erg alleen te staan. Laten we ook niet verwachten dat we deze sekularisatie zullen keren. Velen van ons zullen ook in hun dagelijks werk in deze samenleving moeten funktioneren. In dat opzicht kunnen we ons niet terugtrekken in eigen bastions. Maar dan mogen we ook dankbaar zijn voor de gegeven mogelijkheden om op verschillende terreinen te komen tot instellingen waar, in gebrek, gezocht wordt om het gezag van Gods Woord metterdaad te laten funktioneren.

Wordt niet te gemakkelijk gekozen voor eigen organisaties?

Elk aanbod schept zijn eigen vraag, zegt Marcel. Dat geldt wellicht bij de groei en uitbouw van organisaties, maar bij de oprichting lag het meestal juist andersom. De vraag was er eerst, daarna kwam de mogelijkheid van het aanbod, soms als een wonder ervaren. Vooral voor jonge mensen is het bestaan van eigen instellingen op het gebied van scholen, krant, zorgverlening niets bijzonders. Ze zijn er gewoon. Daarom is het goed te bedenken hoe en waarom ze tot stand zijn gekomen. Zelf zijn wij betrokken geweest bij de oprichting van scholen en van het RD. Het ging de oprichters om te voorzien in een noodsituatie. Om onderwijs en vorming van onze

kinderen in een wezenlijke periode van hun leven. Ondersteunt de school wat in het gezin en in de kerk als wezenlijk wordt onderwezen, of moet steeds worden gekorrigeerd? Kunnen ouders hun kinderen aan de scholen toevertrouwen? Juist ziende op de zondige aard en zwakte van eigen hart, mogen we verleidingen en verkeerde invloeden toch niet groter doen zijn dan nodig is. In welke omgeving verkeren onze mensen meteen handicap, maar ook onze bejaarden in verzorgingshuizen? Laten we niet gering denken van de nood van ouders over de toekomst van een gehandicapt kind als de plaats in het gezin onmogelijk wordt. Een uitkomst als er een plaats kwam in een tehuis waar de regels van thuis, of beter gezegd, de regels van Gods Woord gelden.

Zorg was er over het soort dagbladen dat in onze gezinnen werd gelezen. Enerzijds door het identiteitsverlies bij de toen bestaande kranten; anderzijds door het ontstellende gemak waarmee sommigen "neutrale" kranten als bijvoorbeeld De Telegraaf in huis haalden. En de verloedering van kranten is de laatste jaren snel verder gegaan. Alleen reeds vanwege de (seks)advertenties zijn vele kranten volstrekt onaanvaardbaar in gezinnen. Dat is nog maar de negatieve kant. In positieve zin was en is de intentie om ontwikkelingen in Bijbels lichtte plaatsen en vanuit dat licht opiniërend bezig te zijn. Zorg is er over ontwikkelingen waar beroepsgroepen mee te maken krijgen. Er kwam nadrukkelijk vraag naar mogelijkheden tot bezinning en wapening zonder steeds over de grondslagen en uitgangspunten te moeten diskussiëren. Denk aan Het Richtsnoer en de RMU. Het is goed deze organisaties te bezien in het licht van de intentie van de oprichting.

Eigen organisaties houden "de wereld" niet buiten en werken vervreemdend.

Terecht wordt in het gesprek gewezen op nadelen van eigen organisaties en op valkuilen waarvoor we ons moeten hoeden. Met alle verwondering en dankbaarheid voor mogelijkheden die er (nog) zijn, toch mogen we inderdaad aan de instellingen vragen of de vlag de lading dekt. En wat elders de gevolgen van de oprichting van eigen organisaties zijn. Enkele aspekten: * Wij kunnen de wereld inderdaad niet buiten houden; we nemen immers onszelf mee met al wat in ons leeft. Is er dan evenwel zelfgenoegzaamheid, dan is dat heel erg. Immers degene, onder ons, die echt de Heere vreest, zal het meeste last hebben van eigen zonden. Dat neemt niet weg dat we geroepen zijn ons steeds af te vragen of we ons werkelijk door het Woord laten gezeggen. Daarbij gaat het over buitenkant en binnenkant, over leer en leven. Alles valt immers onder de norm en tucht van het Woord, juist daarom is steeds de vraag gewettigd of wat ons drijft en hoe we met elkaar omgaan werkelijk geplaatst wordt onder de tucht van GodsWoord. Of grondslag en praktijk elkaar verdragen. Daar mogen en moeten we elkaar op aanspreken. Daar zal de buitenwacht zeker ons op aanzien. Maar dat wil niet zeggen dat de eigen school, om maar een voorbeeld te noemen, overbodig is. Integendeel, als we naar een andere school zouden gaan, nemen we evenzeer ons eigen bestaan mee, en zouden we daar dan wel opgewassen zijn tegen de verzoeking? * Het oprichten van eigen organisaties kan tot bloedarmoede leiden bij de bestaande organisaties. Door de ontwikkeling van reformatorische scholen is de uitholling van de bestaande scholen helaas versneld. Niet alleen leerlingen, maar ook personeelsleden werden aan de bestaande scholen onttrokken. De periode van grote groei van het reformatorisch onderwijs ging gepaard met een sterkere achteruitgang van het gehele onderwijs. Steeds meer kinderen groeien in ons land op zonder enige kennis van Gods Woord. Dit is een verdrietige zaak en mogelijk enigszins keerzijde van de eigen scholen, maar geen reden om af te zien van deze scholen. De ouders houden de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun kinderen.

* Het is de taak van reformatorische scholen om leerlingen breed toe te rusten vooreen plaats in de samenleving. En met breed bedoelen we dat de geboden wapenrusting onder Gods zegen erop gericht is dat onze leerlingen door Gods genade later staande zouden mogen blijven in een van God

vervreemde wereld. Daarvoor moeten ontwikkelingen in de samenleving doorzichtig worden gemaakt, zonder dat een karikatuur wordt gemaakt van de opvattingen die daar heersen. Een moeilijkheid is dat onze leerlingen in de schoolpraktijk weinig worden gekonfronteerd met mensen met andere opvattingen. Ook is de klacht dikwijls dat ze het moeilijk vinden om over wezenlijke zaken met andersdenkenden te praten. Een extra uitdaging voor de school om na te streven dat leerlingen bijbelse opvattingen niet als een lesje leren, maar zich eigen maken en in eigen woorden leren uitdrukken. Maar hoe het zij, de wijze van voorbereiding op en konfrontatie met de samenleving blijft een vraag die het reformatorisch onderwijs steeds bezig moet houden, en ook voortdurend bezig houdt. Overigens valt op dat gebrek aan kontakt wel wat af te dingen. Velen van onze leerlingen en gezinnen staan meer in de wereld dan wel eens gedacht wordt. Ook hebben veel leerlingen buiten de school heel wat kontakten, denkalleen maar aan de bijbaantjes.

* De vele aandacht voor het eigene kan de bewogenheid met de naaste, die God niet kent, in de weg staan. Er komt onderons in deze inderdaad tweeslachtigheid voor. Naar binnen geven we dan aan dat Gods Woord wezenlijk is en dat eigen organisaties nodig zijn om naar dat Woord ons leven te richten. In onze kontakten naar buiten wekken we dan de indruk dat we niet geloven dat datzelfde Woord ook voor onze naaste goed en onmisbaar is. In gesprekken met anderen proberen we vaak wezenlijke zaken te omzeilen, of de ander met een handigheidje in een diskussie klem te zetten.

Dit hangt overigens niet direkt samen met de vraag naar eigen organisaties. Er is ook een keerzijde. Als we ingaan op de uitnodiging om de verjaardag van de buren mee te vieren, zoals Jolanda voorstelt, is er dan ook distantie? Of zijn we dan wereld met de wereld? In dat geval kunnen we beter in de kontakten de boot wat afhouden. Helaas zijn er immers ook die voorgeven getuigen te willen zijn in de breedte van de samenleving, maar daarbij zo zeer assimileren dat ze feitelijk niet meer herkenbaar zijn. Terwijl juist in een steeds verder ontkerstenende samenleving, het "gij geheel anders" noodgedwongen steeds meer tot vreemdelingschap zal leiden. Dat heeft Groen inderdaad ondervonden.

Alleen als er gewerkt wordt vanuit een levend geloof, is er toekomst voor onze organisaties.

Terecht wijzen Marcel en jolanda op bet gevaar dat we tevreden zijn met de uiterlijke vormen. Wie zich maar houdt aan de gedragskode van onze reformatorische instellingen, wordt geaccepteerd. De vraag naar de vreze des Heeren wordt dan niet meer gesteld; wordt zelfs als bedreigend ervaren. Terwijl we allen zo goed weten dat de Heere het hart aanziet, en dat het er uiteindelijk om gaat of de wortel der zaak in mij wordt gevonden.

Van harte stemmen we ermee in dat het wezen niet mag worden gemist. Wij allen moeten dooreen wonder Gods van nieuws geboren worden. Waar dat nieuwe leven mag zijn, zal het zich toch kenmerken door de verborgen omgang met de Heere. Daar worden we beducht voor de zonde en verlegen om Gods genade. Dan zullen we zoeken de eer des Heeren en het heil van onze naaste. De levenswandel, die van hieruit opkomt, zal ons als vanzelf tot getuigen doen zijn. Professor Velema hield aan docenten eens voor dat het gaat om doorléven, dóórgeven en vóórleven.

Toch een kanttekening. Laten we niet vergeten dat de waarheid van Gods Woord op zichzelf reeds van onschatbare waarde is. Ook als het levende geloof bijvoorbeeld bij een docent wordt gemist, dan nog wordt de leerling het Woord van God uitgelegd, voorgehouden. Er kan veel aan de zaaier mankeren, en hij is daarin niet te verontschuldigen, maar het zaad is goed. Zo hebben wij allen getuigen te zijn van het Woord. Maar voor ons persoonlijk is het de vraag welke vrucht het Woord in ons draagt.

Tenslotte

Wie zal staande blijven in de maalstroom van de tijd? Dat is de vraag voor iedereen, zowel binnen als buiten reformatorische organisaties. Alleen die door de genade Gods wordt vastgehouden. Daniël bad drie tijden 's daags. Hij had de Heere steeds weer nodig. Om zijn werk goed te doen. En om zich voor zijn God niet te schamen, juist toen de wereld zich tegen hem stelde, bad hij aanhoudend. Laten we, door Gods genade, in dat spoor mogen gaan.

Amersfoort / Capelle aan den IJssel ir L.A. jansen/ds. P. Mulder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 september 1995

Daniel | 32 Pagina's

Eigen organisaties geen doel op zich maar noodzaak en voorrecht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 september 1995

Daniel | 32 Pagina's