De HEERE is mijn Herder
Ps. 23:1
Wat de nachtegaal is onder de vogels, is dit lied onder de Psalmen. De Heere opent Davids lippen en we horen hem zingen: „De Heere is mijn Herder".
De gedachten zullen in zijn hart over elkaar heen gebuiteld hebben bij het zingen van deze eerste woorden van Psalm 23. In zijn jonge jaren was hij immers zelf herder geweest. Hij kende het herdersleven uit eigen ervaring en daarbij kende hij ook als geen ander de behoefte van de schapen.
De dichter kan echter ook spreken vanuit de praktijk van het geloof... en dat beluisteren wij in dit herderslied.
David vergelijkt zichzelf met het zwakke, hulpeloze, dwaze schaap en zegt: „Ik heb een Herder", „De Heere is mijn Herder".
O, wat een gelukkig mens is hij! Hij is een man om jaloers op te worden. Van nature hebben wij het recht niet om onszelf als Gods schapen te beschouwen.
Wij hebben gezondigd en derven de heerlijkheid van God. Als genadelicht in ons hart gaat schijnen, dan gaan we onszelf juist zien als een dwaalziek en verloren schaap.
Met hartelijk berouw komt de belijdenis over de lippen: „Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg". We zien onszelf in het grootste gevaar, het ravijn van de eeuwigheid verschrikt, de bergen van de zonde benauwen en bedroeven. Als een schaap in doodsgevaar is er het bevende roepen tot God om genade en vergeving.
En... God ontfermt zich over dezulken. Hij heeft voor een Herder willen zorgen in Christus Zijn enig geboren Zoon.
Ja, Christus jezus de Heere is de Goede Herder.
Goed, omdat Hij Zijn leven wilde geven voor Zijn schapen.
„Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven".
Kennen we die Goede Herder?
Luister, wat David zingen kan: „De Heere is mijn Herder". David heeft de wetenschap dat de Heere zijn Herder is, hij mag 'mijnen' in het geloof.
Hoe hij aan die wetenschap gekomen was?
Niet bij konklusie, niet uit beschouwing maar uit het geloof! Hij had het in zijn nood en verlorenheid ondervonden hoe er in Christus behoudenis is voor de grootste van de zondaren. Maar ook had Hij het zelf uit Gods mond gehoord: „Gij zijt Mijn schaap". Dat geeft grond om te antwoorden: „De Heere is mijn Herder".
Kennen we dit geluk? Zijn we voor rekening van de Goede Herder? Dat worden we alleen door bekering en geloof.
Of zijn we met ons hart nog vreemdeling van deze zaken?
Dan horen we bij de bokken! Die komen aan Gods linkerhand te staan. Hoor wat de Goede Herder heden nog zegt: „Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden; hij zaf ingaan en uitgaan, en weide vinden".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 september 1995
Daniel | 32 Pagina's