Ik ben wel eens bang dat het een huis zonder fundament is
Twee jongeren over reformatorische organisaties
De laatste decennia zijn er veel reformatorische organisaties tot stand gekomen. Er wordt wel gesproken van een reformatorische zuil. Een beschermde omgeving met gelijkgezinden: daarin kunnen de bijbelse principes goed tot uitdrukking gebracht worden. De vraag is: is het goed en vooral, is het bijbels, om een apart stukje samenleving te organiseren? Deze vragen legden we voor aan jolanda Walhout en Marcel van de Crift. In het volgende artikel geven ds. P. Mulder en ir L.A. Jansen een reaktie op dit interview.
jolanda Walhout studeerde logopedie in Leiden en is sinds januari logopediste aan de Eliëzerschool voor speciaal onderwijs in Zwolle. Ze woont in Kampen en is daar lid van de Gereformeerde Gemeente. Marcel van de Grift woont in Katwijk en heeft onlangs zijn studie Politicologie en Internationaal Recht in Leiden afgerond. Hij is lid van de Gereformeerde Gemeente in Scherpenzeel.
Velen van onze jongeren bezoeken een reformatorisch school of werken bij een reformatorisch bedrijf. Welke kontakten hebben jullie met mensen buiten onze gezindte en hoe is jullie ervaring daarmee?
Marcel: Na de reformatorische basisschool en de reformatorische middelbare school te hebben doorlopen, kwam ik in Leiden aan met in sterke mate het gevoel 'de grote boze wereld' binnen te treden. Dit angstvisioen bleek wel enigszins waar te zijn, maar in de praktijk van het universitaire studentenleven behoorlijk mee te vallen, juist mijn studie politicologie, waar maatschappij-en staatsvisie en van daaruit de mensvisie een belangrijke rol spelen, bood aanknopingspunten met medestudenten - vaak onder vier ogen - diepgaande gesprekken te voeren over datgene wat mensen ten diepste beweegt. Zo heb ik nog steeds regelmatig kontakt met een roomskatholieke medestudent met wie ik een boeiende gesprekken voer over de verhouding Rome-Reformatie.
Jolonda: Ook ik ben vooral tijdens mijn studie in Leiden in kontakt gekomen met mensen buiten de gereformeerde gezindte. Vieren halfjaar lang ben ik zelfs de enige geweest van de opleiding met een reformatorische achtergrond. Al vrij snel werden er groepjes gevormd om bijvoorbeeld een opdracht te maken. Met een aantal van mijn klasgenoten is er door de jaren heen een band gegroeid. Met enkele van hen heb ik nog regelmatig kontakt. Ik voelde dat men mij accepteerde en waardeerde. Het is voor mezelf heel verrijkend geweest om antwoorden te zoeken en te vinden op vragen die ze mij stelden. Heb je geen t.v.? ? ? Waarom ga je naar de kerk? Ben je soms ook niet ingeënt? Waarom bid je voor het eten terwijl het al voor je staat? In de tijd van de verkiezingen vroegen ze: er is een partij tegen abortus en voor de doodstraf, snap jij daar iets van? Door het beantwoorden van deze vragen heb ik vaak de gelegenheid gekregen om te getuigen van wet en Evangelie.
Als voordeel van eigen organisaties wordt genoemd dat het gevaar van aanpassing aan de wereld minder groot is. Wat vind je daarvan?
jolanda: Ik denk dat er dan vergeten wordt, dat de wereld en de zonde zich niet alleen buiten onze zuil, maar vooral in ons eigen hart bevindt. Tot onze schande is het vaak zo dat wij net zo individualistisch en materialistisch zijn als de mensen om ons heen. Wat dat betreft gaan wij geheel met de wereld mee. Ik zie wel degelijk een aanpassing aan de wereld, ook binnen onze eigen organisaties. Het enige wat ons scheidt, is vaak de buitenkant. Ik vind het erg als het daarbij blijft.
Marcel: Het is inderdaad een illusie om te denken dat eigen organisaties onbesmette, loepzuivere bastions zouden zijn. In de samenleving gaat het vaak om het 'hier en nu'. Die sfeer ademen we ongemerkt toch in. De reformatorische organisaties zouden daarom wel eens 'wereldser' kunnen zijn dan wij op het eerste gezicht denken. Toch denk
ik dat de aanpassing aan het schema van deze wereld in een eigen organisatie minder groot zal zijn dan daarbuiten.
In Engeland en in de Verenigde Staten hebben bevindelijk-gereformeerden (bijna) geen eigen scholen, geen eigen partij, enzovoort. Met name in Engeland verlaten veel jongeren de kerk. Pleit dit niet voor reformatorische organisaties?
/olanda: Zeker niet. Ik ben er niet van overtuigd dat kerkverlating te wijten is aan het ontbreken van een eigen zuil. In Siberië zijn er ook geen eigen organisaties en toch bloeit daar de Kerk. Kerkverlating is een proces van binnen uit. jij en ik persoonlijk wensen niet meer te leven naar Schrift en belijdenis. We kiezen onze eigen weg. Het gevaar is groot dat het onderwijs uit de Bijbel overgelaten wordt aan de school. Toerusting in het gezin om te staan in de wereld is hard nodig.
Marcel: Ik geloof ook niet dat reformatorische organisaties de funktie van opvangnet voor kerkverlaters kunnen vervullen. Reformatorische opvoeding cirkelt rondom de driestar - kerk, gezin en school. Wanneer deze drieslag verbroken wordt, kunnen mijns inziens de reformatorische organisaties ook niet meer als opvangnet fungeren.
Moetje verschil maken tussen bijvoorbeeld een reformatorische school en een vereniging voor reformatorische ondernemers als het gaat over de noodzaak van een eigen organisatie?
Marcel: De noodzaak van een eigen organisatie wordt mijns inziens wel eens te snel ingezien. Elk aanbod schept zijn eigen vraag: die wet is ook aan de gereformeerde gezindte niet volledig voorbij gegaan. In het onderwijs, waar normen-en waardenoverdracht aan leerlingen in een belangrijke levensfase plaats vindt, is een beschermde omgeving meer gewenst dan voor een vereniging voor reformatorische ondernemers waar volwassen mensen in participeren. Hoewel, bezinning op ekonomische orde en ethiek is ook in het reformatorische bedrijfsleven broodnodig.
jolanda: Ja, die noodzaak van eigen organisaties zie ik nietzo sterk. Ik heb wel eens het idee dat we ons opsluiten in onze eigen kring, ons ver van de grote boze wereld houden en ondertussen denken dat we heel wat beter zijn. Maar we zijn geen haar beter, ook al werken we in eigen sfeer.
Het is wel een grote zegen dat er christelijk onderwijs is. Ik kan me voorstellen dat het goed is om als ondernemers er over te praten hoe het geld zo goed mogelijk besteed kan worden in het Koninkrijk van God. Maar dit alles kan alleen gezegend worden als het gebeurt vanuit een levende omgang met God. Want wat stellen al onze organisaties voor, als het niet gericht is op de meerdere eer en glorie van Gods Naam?
je hoort wel eens dat reformatorische organisaties (bijvoorbeeld het RD) beter een eigen geluid kunnen laten horen naar de samenleving dan enkele personen. Wat is jullie mening?
jolanda: Mijns inziens is het precies andersom. Wie bereikt het RD als ze een eigen geluid laten horen? Alleen onze eigen kring. Bij mij in de klas had niemand ooit van het RD gehoord. Onze samenleving hoort meestal het negatieve nieuws van ons. Ik ben ervan overtuigd dat juist de persoonlijke omgang met onze onkerkelijke naaste tot zegen kan zijn.
Marcel: Natuurlijk, bundeling van personen en geld levert meer 'stootkracht' op. Maar machtsconcentratie op reformatorisch terrein zou inderdaad wel eens averechts kunnen werken.
Organisaties kunnen een etiket krijgen, dat bij een bepaalde bevolkingsgroep hoort. Ikhoorvakerdathet Reformatorisch Dagblad de krant van die 'zwaren' is dan dat het RD indruk maakt vanwege haar principes. Persoonlijke gesprekken leveren per saldo meer op, omdat er een dialoog plaats heeft.
Als christen kun je je positieve invloed in bijvoorbeeld het CDA aanwenden, wordt wel eens gezegd. Maar ben je dan ook niet medeverantwoordelijk voor onbijbelse besluiten en opvattingen?
Marcel: Vooraf wil ik opmerken dat bestuurlijke verantwoordelijkheid niet te snel mag worden ontlopen. Bijbelse voorbeelden zijn jozef aan het hof van de farao, Daniël aan het hof van Nebukadnezaren Obadja aan het hof van Achab. Ik ben pessimistisch over de ruimte die-zeker op nationaal niveauhet CDA laat aan christenen die willen vasthouden aan het gereformeerde belijden. Om een voorbeeld te noemen: tijdens de parlementaire behandeling van de abortuswetgeving van destijds is ongekende druk uitgeoefend op het behoudende kamerlid Van Leijenhorst die tegen deze wet was, om hem toch overstag te laten gaan. Toch mag onze gerechtvaardigde kritiek op het CDA niet onbarmhartig zijn. Wij belijden dat de overheid tot taak heeft 'de ongebondenheid der mensen te bedwingen' (artikel 36 NGB). Deze aardse bedeling is niet volmaakt, enige ordening door de overheid levert geen volmaaktheid op, maar wel enige verademing.
jolanda: Eerlijk gezegd heb ik me nooit zo geïnteresseerd voor de politiek. Ik denk dat we blij mogen zijn met een partij die naar Schrift en belijdenis wenst te regeren. Zolang we die nog hebben kunnen we daar beter op stemmen.
Er zijn ook nadelen aan de verzuiling. Eén daarvan is dat je mensen van bui-
ten de kring minder goed kent. Daardoor ontstaan vaak onterechte vooroordelen. Hoe denken jullie daarover?
Marcel: Ik denk dat het mede afhankelijk is of je een 'verzuilingsinstelling' hebt of niet. Ben je bereid mensen te ontmoeten buiten de gereformeerde gezindte of vind je het prettig om met gelijkgestemden om te gaan. Wie over de grensmuren heen kijkt, ontdekt dat anderen ook met zingevingsvragen, vragen rondom het lijden, oorlog en onrecht worstelen. De opmerking die regelmatig vanaf de preekstoel is te horen dat de moderne mens alleen nog maar bij 'brood en spelen' leeft, verdient wel enige nuancering. jolanda: Inderdaad. Ook ik zat vol vooroordelen: ze vinden me achterlijk als ik geen t.v. kijk; ze lachen me uit om mijn rok; ze vinden me saai als ik in het weekend niet uitga; ze praten expres door als ik om stilte vraag om te bidden; ze vinden me hopeloos ouderwets als ik mijn leven probeer in te richten naar Gods Woord. Dit bleken al snel onterechte vooroordelen te zijn. Ik werd niet uitgelachen en ze vonden me niet achterlijk of saai. Meerdere keren hebben ze hun waardering uitgesproken over mijn opvattingen en soms hebben ze hun gedrag gewijzigd naar mijn inzichten.
De christelijke gemeente moet een lichtend licht en een zoutend zout zijn. Dat geldt voor ieder persoonlijk. Wordt dat niet moeilijk als we alleen met 'eigen mensen' omgaan?
lolanda: ja, dat denk ik wel. Het is heel eenvoudig om het de hele week druk te hebben met kontakten in eigen kring. Dat hoeft op zich niet verkeerd te zijn, maar zijn we nog wel bewogen met het lot van onze naaste die God niet kent? Laten we een voorbeeld nemen aan het leven van de Heere Jezus. Hij begaf Zich niet alleen in de synagoge en de tempel, maar Hij zat ook aan tafel en Hij at bij de hoeren en de tollenaren. Gaan wij in op de uitnodiging van onze buurman om te komen eten of verjaardag te vieren? Of doen we dan of we geen tijd hebben? Wij moeten leren de mogelijkheden te zien en aan te grijpen om een getuige van Christus te kunnen zijn. Marcel: De stad op de berg verdraagt zich niet met het 'spelonk'-denken. Een voorbeeld. De gereformeerde gezindte beweegt zich op politiek terrein voornamelijk rond een partij die het theocratisch beginsel hoog in het vaandel heeft staan. Tegelijkertijd zien we een sterk isolementsdenken. De oprichters van veel reformatorische organisaties zullen de bedoeling gehad hebben een stap terug te doen (bezinning) om vervolgens twee stappen (met de identiteit) verder te komen in de samenleving. Helaas zien we regelmatig dat meerdere stappen terug worden gedaan omdat we het bijzondere gaan verbijzonderen. Hoe vaak is niet sprake van lauwheid als het gaat om verontrustende ontwikkelingen in de samenleving? Plaats hier tegenover de verhitting over de plaats van de vrouw in de SGP.
De reformatorische zuil is een solide organisatie. Alles loopt organisatorisch op rolletjes. Hoe zit het met het 'geestelijk fundament' in jullie ogen?
Marcel: 'Enkele jaren geleden is een boek van de godsdienstsocioloog Dekker uitgekomen over de synodaal-gereformeerden met als titel 'De stille revolutie'. Wie de verzuilingsgraad van de gereformeerde gezindte ziet, bekruipt wel eens het gevoel dat de bevindelijkgereformeerden de gereformeerden in vertraagd tempo volgen. De kernvraag is: wordt onze identiteit bepaald door de buitenkant van onze zuil of zijn wij werkelijk 'christenen van naam'. De verzuiling kan als een pantser werken, terwijl we de geestelijke wapenrusting uit Efeze 6 nodig hebben.
jolanda: Ik ben ook wel eens bang dat het een huis zonder fundament is. Velen van ons zijn werelds in een vroom jasje. We gedragen ons netjes en we zien er netjes uit. Als het enkel vormendienst is, kan het God niet behagen. Gelukkig zijn er ook nog velen die de Heere oprecht dienen en vrezen en vanuit die houding gestalte geven aan de reformatorische zuil. Als we leven van enkel genade kunnen we anderen tot zegen zijn.
Welke toekomst zie je voor de reformatorische organisaties?
Marcel: De reformatorische organisaties zullen geen stand houden wanneer het reformatorisch pakketje wordt uitgepakt en het blijkt leeg te zijn. Zij hebben slechts toekomst wanneer zij in getrouwheid aan de bijbelse boodschap een stad op een berg, misschien moetje wel zeggen een stad op een kokende vulkaan, zullen zijn. Dit alles onder de lijfspreuk 'Ora et Labora'. jolanda: Als er op basis van Gods Woord en de belijdenis gewerkt wordt vanuiteen levend geloof, dan is er toekomst voor onze organisaties. Zonder deze fundamenten zie ik het somber in. Dan lijkt het misschien nog heel wat aan de buitenkant, maar als de storm en de regen komt, op welke manier dan ook, dan stort dat mooie huis helemaal in. Daarom is hetzo nodig in ons persoonlijk leven en in ons werken in of buiten de reformatorischezuil dat Christus onze Rotssteen is op Wie wij bouwen.
Jolanda en Marcel, hartelijk bedankt dat jullie over deze vragen hebben willen meedenken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 september 1995
Daniel | 32 Pagina's