Ook voor mij?
deel 2
Nou kunnen we niet meer terug
Zonder spreken zitten Anneke en Rick naast elkaar in het vliegtuig dat zojuist naar het begin van de startbaan is getaxied. Het afscheid is niet bepaald meegevallen. Rick voelt moeders tranen nog op zijn wang. Hij kon trouwens zelf zijn ogen ook niet drooghouden. „Ga met God, mijn jongen". Vader had zijn armen stijf om Anneke heengeslagen. Toen kwam hij naar hem. Rick bijt even op zijn lip. Hij voelt vaders handdruk nog. Frank, de oudste van het gezin kon zich amper goedhouden. Zijn stem klonk schor toen hij hen iden vrouw met de kleine Mieke op haar arm, liet haar tranen de vrije loop. Niels en Korstiaan, een blauwe maandag op de mavo, zagen bedenkelijk wit. Van hun bravour en gevoel van toch-wel-heel-belangrijk te zijn, was niets over. Het laatste wat ze hoorden, toen ze zich naar het vliegtuig begaven, was het schelle stemmetje van Mieke, dat boven het geroezemoes in de vertrekhal uitkwam: „Da, da, da!" Hij kijkt wat vescholen opzij, 't Heeft zijn zus best wel aangepakt dit afscheid. Haar ogen blinken verdacht. Hij legt even zijn hand op de hare. „Viel best tegen, An", zegt hij een beetje schor. Anneke knikt: „Ik, ik, ... oh, we vertrekken". Het vliegtuig zet vaart". Nou kunnen we niet meer terug, Rick".
De overval
Over het strand van één van de vele boulevards die Rio rijk is, lopen een stuk of vijftien kinderen. Ook Marcos en de beide broertjes, Luiz en Alberto behoren tot deze bende, die vooral de winkeliers in de duurdere wijken het leven zuur maken. Na de dood van Henrico heeft Marcos geprobeerd, samen met Luiz en Alberto aan de kost te komen. Ze hebben auto's bewaakt, vodden geraapt, vuilnisbelten doorzocht en gebedeld. Nu zijn ze lid van één van de tientallen straatbendes, die de stad onveilig maken. Samen sta je sterker dan alleen of met enkelen. Pedro, een stevige knaap van een jaar of vijftien is de onbetwiste leider. Hij bezit een mes en een pistool. Hij is een uitstekend aanvoerder en zelden mislukt een door hem uitgedacht plan. Hij verlangt van elk bendelid absoluite gehoorzaamheid en trouw. Wee degene die probeert de groep te verlaten. Die wordt vroeg of laat opgespoord en zonder pardon vérmoord. Vandaag staat het strand op hun programma. In groepjes van twee of drie zullen de badgasten aangevallen worden en beroofd, ledereen heeft een wapen; een stok, een mes of een ijzeren pijp.
De overval is een volkomen verrassing voor de badgasten. Zeker tien mensen worden in elkaar geslagen en beroofd. Voor er ingegrepen kan worden, heeft de bende het strand verlaten en wordt de buit bekeken op een plaats waar ze veilig zijn voor de altijd speurende politie. Luiz en Alberto, de watervlugge broertjes, hebben voor het leeuwenaandeel gezorgd. Behendig laat Pedro zijn handen over hun lichaam glijden. Ze mochten eens wat voor henzelf gehouden hebben. Marcos kijkt met een steeds grotere tegenzin naar het fouilleren. Straks is hij aan de beurt. Verleden week heeft Pedro één van de groep, die een horloge achterliet zo geslagen en getrapt dat hij voor dood bleef liggen. Er kwam bloed uit zijn oor. Ze hebben hem niet teruggezien. Hij kijkt naar de buit, die op een oude zak ligt uitgespreid. Pedro onderzoekt een dikke portefeuille. Behalve geld bevat hij twee paspoorten en een creditkaart. „Marcos, jij gaat straks met mij mee. Ik ga de buit verkopen, jij moetweten waar dat gebeurt, zodat je me kunt vervangen als ik eens niet zou kunnen". Inwendig tegenstribbelend volgt Marcos hem.
Twee maanden later wordt Pedro in een vuurgevecht met de politie dodelijk getroffen.
Kan ikje helpen?
De hand onderzijn hoofd, de ogen vol eenzaamheid en wanhoop, leunt Marcos op de rand van een grote afvalemmer. Alles loopt hem tegen. Z'n maag schreeuwt om voedsel, z'n lichaam roept om wat warmte. De dagen en nachten zijn erg koud en
een kartonnen doos geeft geen enkele beschutting. Hij was na de dood van Pedro leider van de bende geworden. Hij had er niet voor hoeven te vechten, ledereen had het als vanzelfsprekend aangenomen, 't Was één grote mislukking geworden. Hij had totaal geen overwicht, de plannen die hij maakte, mislukten. De groep viel al gauw uiteen, alleen Luiz en Albertozijn hem trouw gebleven. Tot een week geleden. Toen vond hij hen als oud vuil gesmeten op een stinkende vuilnisbelt. Dood! Vermoord 1 . Marcos kreunt even van ellende. Was hij ook maar dood, dan was hij overal van af. Zou hij lijm gaan snuiven, dan leef je niet lang of drugs gebrui... Een vriendelijke mannenstem haalt hem uitzijn wanhoopsgedachten. „Kan ik je helpen? "
Ik ga hem zoeken
Het is meer dan acht maanden later. Meteen handigheid, die verraadt dat hij het niet voor de eerste keer doet, veegt Marcos de houtkrullen bij elkaar. Dat zit er weer op vandaag. Hij bekijkt niet zonder trots het werkstuk dat hij zonet heeft afgemaakt. Een echte vakman zal er best wat op aan te merken hebben, maar dat neemt niet weg dat hij al aardig op pad is een goede timmerman te worden. Hij deponeert de houtkrullen in de daarvoor bestemde afvalbak, ruimt het gereedschap op en verlaat dan de eenvoudige werkplaats.
De ruime huiskamer van het opvanghuis raakt langzaam vol. De één na de ander komt binnen. Anneke wacht er met koffie of thee en begroet iedereen op de haar eigen vriendelijke manier. Een enkele nieuweling kijkt nog wat onwennig rond. Als je zo van het straatleven in een gezelschap komt, dat juist dat leven heeft vaarwel gezegd, voel je je er zomaar niet thuis. Maar Anneke weet ze wel op hun gemak te stellen. Een warme maaltijd, een vriendelijk woord doen vaak wonderen.
Marcos gaat even naast haar zitten: „Waar is Rick? " wil hij weten. „Op straat", zegt ze fakoniek. Die twee woorden 'op straat' maken een reeks van gedachten los bij Marcos. Meer dan een half jaar geleden was hij nog dag en nacht 'op straat'. Dagen en nachten vol van gevaar, van honger, van kou en wanhoop. Van vechten om in leven te blijven, van verdriet en angst, van haat en agressie, 't Zijn zomaar wat flitsen die door hem heen schieten. Henrico, z'n enige vriend, vermoord. Pedro aan wie hij steeds meer hekel kreeg, dood. Luiz en Alberto, de beide broertjes die hem trouw bleven, vermoord. De grauwe wanhoop toen hij letterlijk niemand meer overhield. En toen ineens die vriendelijke stem: „Kan ik je helpen? "
Z'n leven was niet van de ene op de andere dag veranderd. Daarvoor was hij veel te wantrouwen geweest in het begin. Langzamerhand was er toch een band gekomen met de man die hem zo vriendelijk had aangesproken en nu is Rick zijn grote vriend geworden, die hij niet meer missen kan. Rick, die op zijn eigen eenvoudige manier vertelt van Hem, Die ook straatkinderen wil redden, niet alleen van het afschuwelijke leven dat ze leiden, maar bovenal van de zonde. Marcos zucht even. Van de zonde! Ook die hij zovele jaren bedreven heeft?
„ja, Marcos ook jouw zonden en ongerechtigheden wil Hij vergeven. Vraag maar elke dag: Heere bekeer me, dan zal ik bekeerd zijn", had Rick met klem gezegd, toen hij zijn twijfels hierover uitsprak. „Ik zal je de geschiedenis vertellen van een koning, die ook bekeerd werd, hoewel hij erger gezondigd had dan alle koningen die voor hem geregeerd hadden". Ah, wat had hij geluisterd naar de geschiedenis van koning Manasse!
„Zo is God nu, Marcos. Als je aan Hem oprecht je zonden belijdt en die zonden ook laat, zul je vergeving ontvangen".
„Ik ga hem zoeken, Anneke". Die kijkt hem even nadenkend aan: „Zul je voorzichtig zijn, Marcos? " „Voorzichtig? Hoezo? "
Ik Weet niet". Er klinkt een ondertoon van angst in haar stem.
Als Marcos de kamer uitloopt, kijkt Anneke hem na. Vreemd, waarom zei ze dat eigenlijk? Hij loopt echt in geen zeven sloten tegelijk. Haar aandacht wordt opgeëist door anderen en in de drukte die volgt, vergeet ze haar vage angst om wat er misschien met deze jongen, voor wie zij en Rick een extra plekje in hun hart hebben, zou kunnen gebeuren.
Intimidatie
Marcos is al een half uur terug in het opvangcentrum als Rick binnenstrompelt. Z'n linkeroog zit dicht en hij heeft kennelijk moeite gewoon te lopen.
„Wat is er met jou gebeurd!", roept Anneke verschrikt.
Rick valt neer op een stoel en probeert te glimlachen, 't Gaat hem niet al te best af. Marcos gaat naast hem zitten. „Politie? " is het enige dat hij vraagt.
Rick knikt alleen maar. De jongen trekt wit weg. Een haat zo fel als hij nog nooit gevoeld heeft, bruist in hem op. Hij balt in machteloze woede zijn vuisten. Een verwensing ontglipt zijn lippen.
„Marcos toch, wat zal de Heere daar bedroefd om zijn", zegt Rick zacht. Hulpeloos kijkt de jongen hem aan. Er komen tranen in zijn ogen. Woede en haat zijn verdwenen als sneeuw voor de zon. Wat overblijft is een droefheid zo groot, dat hij het uitsnikt.
„Ik, ik bedoelde het niet zo. Is, is Hij nu boos op me? "
Anneke legt even haar hand op zijn gebogen hoofd.
„We begrijpen jouw reaktie heel goed, Marcos. Maar het was neit goed wat je deed. De Heere jezus had Zijn vijanden lief, Hij bad voor hen, die Hem geweld aandeden. Zul je daar aan denken, jongen? "
Stil kijkt Marcos toe als Anneke Ricks oog behandelt en zijn knie verbindt, die wel twee keer zo dik is als normaal. Terwijl ze rustig haar werk doet, vertelt Rick wat er gebeurd is. „Ik stond met een groepje straatkinderen te praten, toen er twee agenten aankwamen die me zonder enige aanleiding begonnen te slaan. Vanuit het groepje werd met grote kracht een steen gegooid, die één van de agenten in zijn nek trof. De ander trok zijn pistool en vuurde in het wilde weg. In een oogwenk tijds waren de kinderen verdwenen.
Niemand werd getroffen, een wonder was het. Met zijn pistool op mijn hoofd gericht maakte de man die werkelijk des duivels was, me duidelijk dat als ik me nog langer bemoeide met die straatratten, ik m'n doodskist wel kon laten timmeren. Hij gaf me nog een gemene trap tegen m'n knie en liep toen met zijn kollega naar de politiewagen, die aan de overkant van de straat stond".
't Blijft een poosje stil na Ricks relaas, ar dan breekt er zo'n geluid van stemmen los, dat Anneke tot stilte moet manen. Marcos doet niet mee met de gesprekken. Met nietszeggende ogen staart hij voor zich uit. „Zie je wel dat je de Heere niet echt lief hebt", klinkt het in zijn hart. „je hebt gevloekt, dat zal je nooit vergeven worden, je kunt veel beter weer de straat opgaan en vergeten wat je hier gehoord en geleerd hebt. Denk je nou echt dat God Zich met jou bemoeit, dat Hij Zich aan jou iets gelegen laat liggen? En dat die God barmhartig is? Denk eens aan Henrico, aan Luiz en Alberto?
Waarom heeft Hij die moorden toegelaten? Hij is toch almachtig? Koop een pistool en schiet zoveel mogelijk agenten overhoop. Da's beter werk dan te tobben over je zonden! Toe wees een vent en..."
„We gaan eten, Marcos". Zonder dat Anneke het beseft, maakt ze met deze heel gewone mededeling een abrupt einde aan het duivelse voorstel in Marcos' hart. Hij staat op en neemt zijn plaats in aan de tafel. Die avond vertelt ze in eenvoudige bewoordingen het Bijbelverhaal dat aan de beurt is: de geboorte van de Heere Jezus. Marcos drinkt haar woorden in. Zou het dan toch nog kunnen? Ook voor hem? U is heden geboren de Zaligmaker? Voor hem!?
Gevangen
„Marcos, ga je even mee? Ik moet een boodschap doen voor Rick". Rogerio Pacheco kijkt hem vragend aan.
„Even m'n spullen wegruimen". Marcos legt z'n hamer, schaaf en een doosje met spijkers in de kast. Bij de deur van de werkplaats kijkt hij nog even om. Verdraaid, de schroevendraaier ligt nog op de werkbank. Hij gunt zich geen tijd hem weg te bergen, maar steekt hem in de zak van zijn jack.
„Ik ga even met Rogerio mee, hoor", zegt hij in het voorbijgaan tegen Anneke.
„Zul je uitkijken? "
„Uitkijken? " Marcos haalt zijn wenkbrauwen op.
„ja, denk maar aan wat Rick vorige week is overkomen, jij komt uit het huis, waar hij hulpverlener is". „Hoe zouden ze dat nu weten". Anneke kijkt hem na. Ze voelt diezelfde angst als een week geleden. Het duurt even eer ze haar hoofd weer bij het werk kan houden. Kom, ze moet niet zo aan haar voorgevoelens toegeven. Maar toch... „Heere, bewaar hem als 't U blieft", zucht ze in haar hart.
Vlak bij de wijk Copacabana staat een groepje straatkinderen. Als Rogerio en Marcos voorbijlopen, hoort de laatste ineens zijn naam roepen. Hij kijkt om en ziet een jongen zijn hand opsteken. Hij kom hem vaag bekend voor. Waar heeft, hij die knul meer gezien? O, hij weet het al, bij de bende van Pedro. Marcos loopt op het groepje af en wil een praatje met hem beginnen, als er vlakbij hen een politiewagen stopt. Er stappen drie agenten uit. Zonder enige vorm van waarschuwing beginnen ze de jongens te fouilleren. Marcos wil weglopen, maar wordt in z'n nek gegrepen.
Rogerio lukt het zich ongezien te verstoppen achter een grote vuilcontainer. Glurend om een hoekje is hij er getuige van dat Marcos gefouilleerd wordt. Als ze de schroevendraaier ontdekken in z'n zak, is zijn lot bezegeld. Hij wordt meegesleurd de politiewagen in. Rogerio weet genoeg. Hij rent terug naar het opvanghuis. Dat kost hem nog geen drie minuten. „Ze hebben Marcos meegenomen! Help hem! Gauw!!
Geen enkele kans meer
Met grote zorg in hun hart lopen Rick en Anneke de draaideur van het ziekenhuis door. Ze gaan op bezoek bij Marcos die zwaar gewond een uurtje geleden is opgenomen. Nadat Rogerio de onheilstijding bracht dat Marcos door drie agenten was meegenomen, zeiden de twee andere hulpverleners: „Jullie blijven hier, wij gaan op onderzoek uit". Drie angste uren verstreken, nog steeds geen bericht over Marcos. Eindelijk na nog eens drie bange uren wisten ze waar hij was. Hij was meer dood dan levend gevonden door een medewerker van Amnesty International, op nog geen duizend meter vanaf hetzelfde politiebureau waar eens Henrico gemarteld werd. Een ambulance had hem naar hetziekenhuis gebracht.
Thuis
„Ikzal het jullie maar direkt zeggen: hij heeft geen enkele kans meer". Een vriendelijke arts windt er geen doekjes om. „Ze hebben hem werkelijk niets bespaard. Met een schroevendraaier hebben ze zijn lichaam zo bewerkt, dat het een wonder is, dat hij nog leeft. Heel vreemd is het, dat zijn gezicht zo goed als niet geschonden is. Kom maar mee, dan zal ik jullie bij hem brengen".
Tot in het diepst van hun wezen geschokt, kijken Anneke en Rick op hun beschermeling neer.
Voorzichtig streelt Anneke Marcos' wang. Er gaat een lichte siddering over zijn gezicht. „Ik... heb het... ze... vergeven", fluistert hij. „U... is heden... ge...boren". Hij doetzijn ogen open. Er ligt een bijzondere glans in. Een flauwe glimlach trekt over zijn gezicht. „Ook voor... mij". Dan een zucht en Marcos is THUIS!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1995
Daniel | 36 Pagina's