De herdersfluit
Eens ging ik langs hel lage viel dat ruisen kan en anders niet. toen langs mijn pad een herder kwam die één van deze halmen nam en die besnoeide en besneed en maakte tot zijn dienst gereed. 2)oor dit gekorven rietje, da t als dood hij in zijn handen had, die stemmeloze stengel, zond hij straks de adem van zijn mond, en als hij blies zo zong het riet en als hij zweeg, verstomde 't lied: de zoete, pas ontwaakte stem bestond en leefde slechts door hem.
Zo gaf ik gaarne wens en wil in 'sj leren hand en hield mij stil '/.o dan als dooreen rieten fluit bij zwijgend eigen stemgeluid Gods adem door mij henen blies, hoe grote winst bij klein verlies!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 augustus 1995
Daniel | 32 Pagina's