Het horloge van opa Weiss
Vervolgverhaal deel 1
Iedereen in de straat kent Hans Wessefs. Hij is groot en dik en heeft een bolle toet vol sproeten. Hans speelt het liefst buiten. Soms kruipt hij met een soldatenmuts door de bosjes, op zoek naar een gevaarlijke vijand. Dan is hij weer een politieagent die een ontsnapte boef moet vangen. Hoe avontuurlijker, hoe mooier!
En dan gebeurt er opeens iets - midden in de zomer - dat heel spannend is. Maar het is geen spelletje.
De nacht is stil en donker. En wat is het warm!
Hans trapt het laken van zich af. Al een hele tijd ligt hij wakker. Hij zucht en puft en blaast over z'n dikke, blote buik.
Het is veel te heet om te gaan slapen, vindt hij. Zou hij een poosje in de tuin rond gaan lopen? Dat zal z'n vader wel niet zo fijn vinden. En die is nog op, Hans hoort hem beneden rommelen.
Pff... met een plof draait Hans zich om. Hij kijkt naar de verlichte cijfertjes op de wekker. Half drie... Ineens worden zijn ogen groot. Is papa nu nog op? Wat is hij dan toch aan het doen?
Hij gaat rechtop zitten en luistert. Een kastdeur kiert open... zachte voetstappen... een la schuift. Dan wordt het stil. Heeft hij zich vergist?
Nee, hij hoort weer voetstappen, nu in de achterkamer.
Bonk! Plotseling klinkt er een harde klap en vlak daarna is er een dof geluid buiten. Hans vliegt naar het raam. Hij begint te trillen van schrik.
Er loopt iemand door de tuin. Maar het is papa niet! Het is een kleine man met een tas in zijn hand. En daar loopt nog iemand, ook al met een tas.
Die man is veel langer. Hij kijkt heel even om en Hans ziet dat het nog maar een jongen is. Zijn gezicht is wit en smal i n het donker. Hij heeft heel licht, krullend haar. Het valt bijna in zijn ogen en hij gooit het met een ruk achterover.
Hans wacht niet langer. Hij rent naar de slaapkamer van zijn vader en moeder en schreeuwt: 'Papa, inbrekers, kom gauw!'
Het wordt een vreemde nacht voor Hans.
Mama belt de politie en papa gaat vlug naar buiten. Maar de inbrekers zijn nergens meer te zien.
In de kamer is het een vreselijke rommel. De kasten zijn overhoop gehaald en alle laden staan open. Hans balt zijn vuisten en ook papa en mama zijn kwaad. Het is heel naar als er iemand met zijn vingers aan je spulletjes zit.
De politie is er al snel, maar de dieven zijn niet meer te vinden. Ze zijn binnen gekomen door een raam in de achterkamer. Vlak bij het raam ligt een omgevallen tafeltje. Waarschijnlijk is één van de dieven daarover gestruikeld. Dat was dan de klap die Hans hoorde.
Er zijn een heleboel dingen verdwenen: mama's portemonnee, papa's fototoestel, het zendingsbusje, de spaarpotten van Hans en zijn zusje en het horloge van opa Weiss. De spaarpotten zijn gelukkig pas leeg gemaakt, bedenkt Hans. Het horloge van opa Weiss... dat is erger. Het was dan ook een bijzonder horloge van een heel bijzondere opa.
Opa Weiss was de grootvader van papa. Hij was van joodse afkomst en hij was horlogemaker van beroep. Het zilveren horloge met de mooie ketting had hij zelf gemaakt. Aan de achterkant zat een dekseltje en daaronder stonden piepkleine lettertjes gegraveerd. Hans had ze vaak genoeg gelezen. Zulke waardevolle voorwerpen worden altijd direkt doorverkocht, hoort hij van de politie.
Al vlug moet Hans weer naar bed. Hij kijkt boos. Wie gaat er nou naar bed als er iets spannends te beleven valt...
'Morgenvroeg komt de politie terug. En dan mag jij er bij zijn, ' troost papa. Dan klimt Hans toch maar de trap op-
De volgende morgen eten ze in de keuken. Elise, het zusje van Hans, begrijpt er niets van. Zij heeft helemaal niets gemerkt, hoe kan dat nou?
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 augustus 1995
Daniel | 32 Pagina's