Blijf niet bij de verpakking steken..
De preek in het gezin
„Saterdaegs 'sachternoens werden de cleyn-wetende, de dienstboden, ende kinderen gecatechiseert: op den dach des Heeren, so quamen sy smorgens voor de Predicatie t'samen, lasen een capittel, ende baden eendrachtelijck, daer na spoedichden sy sich nae de Kercke, gaven achte op alles, ende hoorden met aen-dacht, als diegene die wisten datse rekeninge souden moeten geven, of eyschen, van het gene dat sy gehoort hadden; eenighe schreven de Predicatie uyt de mont des Dienaers, 't huys comende een yegelijck eygende in 't bysonder aen sijn conscientie, het ghene hij gehoort hadde, ende badt den Heere om een seghen daer over, smiddaechs aen tafel sprack men vande Predicatie, na gesongen Psalm vertrock sich een yegelijck, om sich door den gebede ende heylige overlegginge, wederom te bereyden tot het gehoor des woorts; waer toe sy sich 's achternoens te behoorlijcker tijt spoedichden, poogende by tijts inde Kercke te wesen: na de Predicatie overleyden sy wederom, ofte alleene by haerselven, ofte oock met andere, het ghene sy gehoort hadden, tegen den avontquam het gansche huys-gesin t'samen, ende socht, hoe aendachtig sy geweest waren, ende wat sy onthouden hadden; wasser oock yet voor-gedragen in de Predicatie, dat sonderlinge op de gelegentheyt des huysgesins, ofte der huys-genooten eenige, paste, dat wert oock ghemerct, ende daer op wert door H. vermaninge occasie genomen, om wat versuymt was te vooren, nu voortaen te beytrachten, wat noch ontstelt was, te beteren; dus was hun de Predicatie van Gods woort een lanteerne aen hare voeten, ende een licht op hare weg hen..."
Aan deze woorden, die ik eens las en die neergeschreven zijn door Willem Teellinck in het jaar 1639, moest ik denken, toen mij gevraagd werd een artikel te schrijven over het gesprek over de preek in het gezin. Teellinck gaf hier voor zijn gemeente in Middelburg verslag van de wijze waarop men in een puriteins gezin in Engeland Gods dag door bracht. Je bemerkt, dat de bespreking van de preek hierbij niet onbelangrijk was. 5
Ben doodse stilte
Er zijn niet weinig gezinnen onder ons, waar op zondag na de kerkdienst geen woord meer over de preek gesproken wordt. Men doet er het zwijgen toe, zowel de ouders als de kinderen. Niet, dat er niet gesproken wordt; maar er wordt niet over het gehoorde gesproken.
Nu is het niet altijd gemakkelijk om dit gesprek te beginnen, vooral niet als niemand het gewend is. Hoe zullen anderen reageren? Er is veel valse schaamte. En de duivel vindt het best al smen niet met elkaar over de belangrijkste dingen van het leven spreekt. Dan lijkt het al gauw weer of ze zo belangrijk niet zijn. De wereld
zegt al: „Celoven doe je in de kerk" en mensen die gelovigen behoorden te zijn, leven al zo. De waarheid Gods bewaren ze voor in de kerk. Buiten de kerk schijnt het niet waar te zijn. Dan moet je de ernst van de roepstem van God maar weer vergeten. Dan moet je maar weer doen of de zonden zo erg niet zijn en of dood en oordeel geen werkelijkheid zijn. En zou er al iets in je hart gewerkt zijn, dan wil de duivel je nog op allerlei manieren het zwijgen opleggen. Ze zouden eens wat goeds van je denken, terwijl je jezelf zo slecht vindt!
Kortom: niet zelden wordt er niet meer over de preek gesproken en/of wordt het gehoorde weer snel vergeten. Daarbij heeft de duivel nog bijzondere middelen om te voorkomen dat er enig zaad ontkiemt.
Een zwerm vogels
Wie kent het niet: et gesprek na kerktijd over van alles en nog wat. Nee, niet over de preek, maar over wat de vorige week gebeurde, of over iemands kleding in de kerk, of over je vakantieplannen, of over duizend andere dingen. Het zijn de vogels, waar de Heere jezus over spreekt, Matth. 1 3:4, En als hij zaaide, viel een deel van het zaad bij den weg; en de vogelen kwamen en aten datzelve op. In Zijn verklaring wijst de Heere erop, dat de duivel hierbij werkzaam is, Matth. 13:19, Als iemand dat Woord des Koninkrijks hoort, en niet verstaat, zo komt de boze, en rukt weg, hetgeen in zijn hart gezaaid was; deze is degene, die bij den weg bezaaid is. Wil jij graag een instrument van de duivel zijn? Laten we toch voorzichtig zijn met de onderwerpen die we na de kerkdienst aanroeren! leder staat er voor open om zich door de duivel te laten gebruiken. De Heere Jezus zegt zelfs tegen Petrus: o we achter Mij, satanas! gij zijt Mij een aanstoot, want gij verzint niet de dingen, die Gods zijn, maar die der mensen zijn (Matth. 16:23). Zouden wij er dan te goed voor zijn? Gods knechten moeten zelf wel oppassen als ze in de consistorie komen, of als ze in hun gezin komen, anders pikken ze zelf het zaad weg, wat ze eerder strooiden!
Een andere list van de duivel
De apostel Paulus schrijft van de listen van de duivel, die steeds voordeel zoekt te behalen: ant zijn gedachten zijn ons niet onbekend (2 Kor. 10:11). Het is te wensen dat wij er ook mee bekend zijn, want het is te vrezen dat hij niet weinig voordeel onderons behaalt.
Omdat hij weet, dat God vooral werkt door de prediking van Zijn Woord, pleegt hij op dat terrein dan ook veel listige aanslagen. Een vinnige aanslag is: kritiek op degene die de boodschap brengt, om zo de boodschap in een kwaad daglicht te plaatsen. Minachting . voor predikanten of ouderlingen wordt meestal in de gezinnen als een verschrikkelijk onkruidzaad van de duivel gestrooid. Het woekert krachtig en verstikt het goede Woord van God.
Wijs zijn de ouders die geen kritiek op ambtsdragers in hun gezin dulden. Staan die mensen dan boven alle kritiek? Maken ze dan geen fouten of vallen ze nooit in zonden? Als dit het geval is, dan moet dat op een rechte wijze afgehandeld worden: niet zoals de duivel het wil, maar zoals God het wil. De duivel wil de boodschap ontkrachten; geef hem geen plaats. De Heere kan wel eens toelaten dat Zijn kinderen en ook
Zijn knechten in een zonde vallen, om ze te verootmoedigen. Dat moet in een rechte zaak behandeld worden op ambtelijke vergaderingen. Komt een knecht van de Heere waarlijk in de schuld en mag hij Gods genade opnieuw smaken, dan zal de boodschap er niet minder op worden!
Zorg voor het zaad
Een goede boer of tuinder zal toezien, dat het gestrooide zaad niet verloren gaat. Hij ziet het graag in een toebereide aarde vallen, waar het besproeid wordt, ontkiemt en gaat groeien. Zo is het ook van groot belang dat de boodschap, die in de kerkdiensten verkondigd wordt, nadien nog aandacht krijgt. De wetenschap dat er na kerktijd over gesproken werd, had in het puriteinse gezin blijkbaar die invloed al onder het beluisteren van de preek, dat ieder probeerde iets van de boodschap mee te nemen. Sommigen schreven daarvoor de preek zelfs uit! Stel je het toch eens voor, dat jij het zou doen!
Thuisgekomen zonderde men zich af voor een persoonlijke toepassing voor Gods aangezicht, waarbij men bad. Aan tafel was de gehoorde preek het onderwerp van gesprek. Ook werd er een psalm gezongen.
Men bereidde zich, ieder persoonlijk, biddend voor voor de middagdienst en als men daarna weer thuiskwam, herhaalde zich wat 's morgens gebeurd was en zonderde ieder zich weer af. Toch waren er ook die met elkaar de preek bespraken, 's Avonds was het hele gezin samen en dan werden de preken gerepeteerd. Dit was tevens een onderzoek naar de aandacht waarmee geluisterd was. Ik denk dat daar nog iedere preekbespreking mee moet beginnen: eenvoudigweg memoriseren en met elkaar aanvullen tot het geheel van de boodschap weer onder ieders aandacht is.
Daarna volgde toch nog iets, wat - denk ik - in onze tijd nogal eens vergeten wordt. De vraag werd gesteld of er in de preek een bijzondere boodschap was voor het huisgezin, ter verbetering van het gezinsleven. Dus was hun de Predicatie van Gods woort een lanteerne aen hare voeten, ende een licht op hare weghen... Laten we hier maar veel van leren!
Wat was de boodschap voor jou?
Wat is het fijn als er zo over een preek gesproken wordt. Toch blijft er nog een gevaar, en wel het gevaar dat men nog steeds in het algemeen luistert.
De toepassing moet niet alleen voor het gezinsleven zijn, maar ook voor ieder persoonlijk. Daarom vervolgt Teellinck: Voorts indien syghewaer wierden, da eenighe van den ghesinne, sijn voeten niet recht en droech nae de waerheyt des Evangeliums, het ware dan inde wercken sijner beroepinghe, ofte oock in eenighe onvriendelijckheyt, ofte onzedicheyt, daer waren dan d'andere met de vermaninghe stracx by de wercke, ende rusteden niet, tot dat het gebetert was; quam oock yemant onder hun sieck te wesen, ofte in andere swaricheyt te gheraken, die werdt immers toch wel vriendelijck gade gheslaghen, ende die occasie wert oock waer-ghenomen, om soo daer by hem yet te verbeteren, ende die occasie wert oock waer-ghenomen, om soo daer by hem yet te verbeteren was, daer op te wercken, en hem dat nu bescheydentlijck aen te wijsen: dus merckten sy malcanderen aen, tot ontstekinghe der liefde en der goeder wercken.
Aandacht voor eikaar, voor Gods aangezicht, waarbij je echt het beste voor de ander zoekt, wat is dat een zeldzaamheid! En toch; wat is het nodig!
Let er toch op, dat de instelling bij deze preekbespreking steeds positief is: men zoekt er iets goeds door voor elkaar.
Kritische jongeren
Helaas zijn de preekbesprekingen, waar ze gehouden worden, niet altijd positief. Ik had het al over kritische opmerkingen van ouderen over ambtsdragers. Wie daarin wind zaait, zal storm oogsten. Ik heb hierdoor hele gezinnen van onze gemeenten zien vervreernden. Maar het ligt in de ontwikkelingsgang van de jongere, dat hij of zij - de een minder de ander meer-kritisch wordt ten aanzien van alle volwassenen in zijn of haar omgeving. Laat ik me haasten te zeggen, dat een deel van die kritiek op waarheid berust: er zijn veel fouten en gebreken bij ouderen. Het gevaar erbij is echter, dat men 'met het badwater het kind weggooit'. Men ziet dikwijls het goede niet of niet meer. Daarbij heeft men een vergrootglas voor de fouten van anderen en een verkleinglas voor eigen fouten en gebreken... Als je vanuit die houding een preek wilt bespreken, is het gevaar wel erg groot dat je er veel kwaad mee doet.
Allerlei bijkomstige zaken dreigen de boodschap te verkrachten. Ik zal hier nu niet spreken over kritiek op kosters, organisten en andere kerkbezoekers. De kritiek op de preek doet dikwijls het meeste kwaad. Waarom gebruikt de dominee zulke moeilijke woorden? (s zijn stijl niet erg ouderwets? En dat de kerk toch telkens tien minuten te laat uitgaat! En zo is er nog wel meer te vinden, waardoor de boodschap niet meer overkom.
Leiding voor leiders
Hoe voorkom je al die negatieve kritiek op de prediking? Of hoe ontkracht je ze? Is dat niet moeilijk, of zelfs onmogelijk als er toch een kern van waarheid in zit?
Jongeren hebben er dikwijls grote moeite mee om hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden. Worden ze wat ouder, dan gaat het dikwijls wat beter, hoewel er ook ouderen zijn, die de vorm waarin de boodschap wordt gebracht, blijkbaar belangrijker vinden dan de inhoud, je kunt het vergelijken met een kind in de box, dat een cadeautje achteloos wegwerpt en met het papier gaat spelen omdat het zo mooi is...
De mensen die leiding moeten geven bij een preekbespreking, bijvoorbeeld op jongerenkampen, moeten dit wel goed beseffen. Blijf niet bij de verpakking steken! Is het zo vreemd, dat een predikant, die veel in oude boeken leest, soms een wat ouderwets taalgebruik heeft?
Natuurlijk doet hij er wijs aan ertegen te strijden en de dingen gewoon te zeggen. Maar is het nu zo erg voor de boodschap? En die moeilijke termen? Zijn het geen Bijbelse begrippen? Is het niet veel wijzer de inhoud ervan te bespreken dan krampachtig naar andere woorden te zoeken, die er toch blijkbaar niet voor zijn? Als je met veel moeite een vreemde taal leert, is het dan zo erg om je de uitdrukkingen van de 'tale Kanaans' enigszins eigen te maken?
En wat de lengte van de preek betreft: natuurlijk doet de dominee er wijs aan de tijd in de gaten te houden. Als mensen zich gaan ergeren, horen ze niet meer zoveel... Maar het zegt ook wel iets over die mensen! Meestal ergeren de toeschouwers bij een voetbalwedstrijd zich niet als de wedstrijd verlengd wordt. Zitten ze daar soms graag naar te kijken? Toch wel verdrietig als je niet graag in de kerk zit...
En zo is veel kritiek wel bespreekbaar. Maar wat verdrietig als we niet verder komen...
Verlies voor de duivel
Daar gaat het toch om: dat de duivel het verliest! Dat er een oogst van voorspoed is voor de grote
Landman! En dan moeten we bij een bespreking van een preek niet in het negatieve blijven steken; ook niet in de weerlegging ervan. Het gaat om de boodschap, de boodschap niet van de dominee, maar van God!
Laten we toch leren van de wijze waarop de puriteinen daarmee omgingen! Dan moeten we drie dingen onthouden, die aan een goede preekbespreking voorafgaan:1. Laat er voor de kerkdienst gebed zijn voor de dominee.
2. Tijdens de kerkdienst behoort ieder zich in te spannen het geheel van de preek en met name de boodschap die er voor ons in is, goed in zich op te nemen.
3. Na de kerkdienst moet men zich afzonderen voor Gods aangezicht om te weten wat de Heere in de dienst tot ons persoonlijk te zeggen had.
De bespreking zelf heeft de volgende drie onderdelen:
1. Eerst wordt de preek gememoriseerd; met elkaar moeten we het geheel van de prediking weer in onze gedachten terug krijgen.
2. Er moet aandacht zijn vooreen meer algemene toepassing voor de hele groep. Welke zonden zijn aangewezen en moeten bestreden worden?
3. Er mag liefdevol gezocht worden naar de bijzondere boodschap voor ieder persoonlijk. Hierbij luistert het wel nauw dat men niet boven elkaar gaat staan, maar in ootmoed luistert, naar wat de Heere ons wil leren uit Zijn Woord.
De duivel lijdt verlies, waar de boodschap verstaan wordt. De Heere werkt middellijk. Laten we de middelen die Hij geeft op waarde schatten en bidden om een goede aarde voor het goede zaad, opdat er vruchten voor de Landman zijn. Want, Matth. 7 3:23: ie nu in de goede aarde bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort en verstaat, die ook vrucht draagt en voortbrengt, de een honderd-, de ander zestig-, en de ander dertigvoud.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juli 1995
Daniel | 32 Pagina's