Peter (ex-verslaafde) vertelt
Tijdens een bezoek aan 'De Hoop'had het volgende: ik een gesprek met Peter. Hij vertelde
Hoe het begon...
Tot mijn zestiende jaar voelde ik me gelukkig. Na het atheneum ging ik naar de hotelschool in Groningen. Ik rookte niet, dronk niet, ging nooit uit en sportte veel.
Mijn ouders waren druk met de zaak. Hen zag ik eigenlijk alleen 's zondags. Dan gingen we als gezin naar de kerk. Ook had ik een meisje. Toen zij onze verkering verbrak, is het begonnen. Ik voelde me als het ware bedrogen. Mijn vertrouwen in mensen was gekwetst. Ik had veel verdriet en er ontstond een leegte. Die vulde ik op met uitgaan. Voor het eerst was ik dronken. Dat gaf een heel bijzonder gevoel.
Van drinken naar softdrugs...
Ook ging ik gebruiken. Voor ƒ 25, - kocht ik in de koffieshops een stickie. Inmiddels had ik een nieuwe vriendin. Vaak kwam ik dronken bij haar thuis. Door het gebruik van softdrugs had ik regelmatig een black-out. Vaak hadden we ruzie. Na drie jaar zijn we uit elkaar gegaan. Toen kreeg ik opnieuw het gevoel: het gaat niet goed. Ik vertrouwde niemand meer. Ik ging harder gebruiken en experimenteerde ook met harddrugs. Mijn leven leek zinloos, doelloos. Maar ik dacht er niet aan om hulp te zoeken. Ik wilde zelf knokken. Met mijn ouders praatte ik niet.
Van softdrugs naar kriminaliteit
Door het gebruik van softdrugs kwam ik tot kriminaliteit. Ik ging stelen, pleegde valsheid in geschrifte en een overval. Naar de kerk ging ik niet meer. Ik dacht: 'Dat kan niet samengaan.'
Mijn ouders
Mijn ouders dachten: Peter heeft het gebruik van softdrugs wel in de hand. Maar als ik uitging wisten ze niet wat ik deed. Ze vertrouwden mij wel. Ze wisten niet dat ik van school was 'getrapt'. Ik verbleef bij een vriend in Amsterdam. Als ik een weekend thuis was, deed ik net of ik weer naar school ging. Toen het uitkwam, hebben we gehuild. Ik voelde me schuldig. Mensen die me het meest na waren, had ik bedrogen.
Hulp
Toen wilden mijn ouders me helpen. Voor hen wilde ik afkicken. Maar dat werkte niet, omdat ik er zelf niet achterstond. De noodzaak zag ik niet. Ik werkte in de zaak van mijn vader, ik mocht thuis blijven wonen en verzorgde mezelf. Deze faktoren zorgden ervoor dat ik mijn verslaving (nog drie jaar) in stand kon houden.
Tot ik een paar keer vast kwam te zitten op het politiebureau. Wegens celgebrek ben ik drie keer vrijgelaten. Toen werd ik gewezen op 'De Hoop', een therapeutisch opvangcentrum voor verslaafden. Na vijf gesprekken ben ik daarin december 1994 geplaatst.
Werken aan herstel
Onder mijn verleden wil ik een streep zetten. Ruim tien jaar heb ik gebruikt. Ik ben nu een half jaar drugsvrij. Toen ik verslaafd was, keek ik altijd achterom, naar de tijd dat ik me gelukkig voelde. Nu leer ik vooruit te zien. Het trainingsprogramma zit goed ik elkaar. Er is een dagritme met de mogelijkheid van werken en studeren. Het werken geeft voldoening en zelfvertrouwen. Het gaat steeds beter. Het programma duurt lang, maar die weg terug heb je nodig! Bovendien werk je aan herstel van relaties met mensen, leder weekend ga ik naar huis. Mijn ouders hebben me nooit laten vallen. Hen kan ik nu weer recht in de ogen kijken...
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juli 1995
Daniel | 32 Pagina's