Bij een God van genade
Tweede bondsdaglezing
Er liep ook een gedetineerde bij. Iemand die al anderhalfjaar had gezeten, en nog een lange tijd voor zich had. Eigenlijk een zware krimineel. Een aantal roofmoorden gepleegd. Hij was een zoon van de overledene. Even vrij gelaten in verband met de begrafenis van zijn moeder. Een vrouw die de Heere gevreesd en gediend had in haar leven.
Ik had met hem nog een gesprek na de begrafenis. Hij was niet vijandig. 'je hebt het netjes gedaan die begrafenis', zei hij. M'n moeder leefde met God en met de Bijbel.
'En u? ', zei ik. 'Leest u nog wel? ' 'Jazeker, mooi hoor, maar ja kijk, ik ben anders'. Ik zei: 'Die God van je moeder leeft nog. Alleen als wij de Heere Jezus leren kennen, kunnen we echt gelukkig zijn. Want geld maakt niet gelukkig. Maar alleen die God van genade. We staren ons blind op een god van goud, maar dat is slechts het klatergoud van de wereld'.
Bij wie zoek jij het?
Wat voor hem nodig is, dat is voor ons allen nodig: om die God van genade te leren kennen, ja, maar: zo erg is het toch nog niet met mij. Ik ben toch geen krimineel!
Bij wie zoek jij het? Wel, daarvoor ben ik naar de RAI gekomen, zeg je misschien. Daarvoor zit ik op de jeugdvereniging. Anders zou ik hier niet zitten. Goed: je zoekt het bij God en Zijn dienst. Maar, dan een andere vraag: hoe vind je Hem? Dat kan alleen door het werk van de Heilige Geest in je hart. Die Geest is uitgestort op alle vlees met de Pinksterdag. Weet jij daar dan al van in je leven? Van dat grote wonder van genade in je hart? Van wedergeboorte? Weet jij wat dat is? Die Heilige Geest opent je ogen voor je zonden, je wordt zondaar voor God. Weet je daarvan in je leven? Dan weet je dat je tegen de Heere gezondigd hebt. En daarover ben je bedroefd, je bent ongelukkig buiten God. je moet sterven, maar je kunt niet sterven. Bedroefd naar God. Een hartelijk leedwezen dat je God vertoornd hebt. Een heimwee naar God.
De 'ergste kriminelen'
Daar in jeruzalem waren ook mensen, die door schuldbesef getroffen werden en verslagen. Ze hadden onder de prediking van Petrus gezeten. Dat waren geen kleine zondaren daar in jeruzalem. Dat waren mensen die de Christus gekruist hadden. Is er groter zonde denkbaar? De Heere Jezus gekruisigd. Dat waren eigenlijk de 'ergste kriminelen'. Zij hadden de Zaligmaker gedood. Maar nu worden zij gearresteerd. Door de hoogste politie. De Heilige Geest gebruikt de prediking van Petrus om hen te overtuigen van hun schuld en zonde. Zij worden voor de rechtbank van God geplaatst en schuldig verklaard. En dan klinkt de beschuldiging: deze Jezus, Die God verhoogd heeft, Die hebben jullie gekruist! Maar dan het wonder. Want dan lezen we van verslagenheid van het hart. Door schuldbesef getroffen en verslagen. Verslagen aan de voeten van Christus. Als overwonnen vijanden. En dan de vraag: wat zullen wij doen, mannen broeders? Zij gaan vragen om de welverdiende straf te ontgaan en wederom tot genade te komen. Een levensvraag.
Als Gods Woord...
Want dan tekent Lukas op in Handelingen 2 : 41 'Die dan zijn
woord gaarne aannamen, werden gedoopt...'. Dat zijn de woorden van zijn preek, die wij kennen uit Handelingen 2 en ook de woorden die daarna gesproken zijn. Zijn woord. Dat is het woord van Petrus. Zijn woord vindt ingang. Daar zijn afnemers van zijn woorden. Ze vallen voor dat woord. De woorden ketsen niet af, maar dringen door tot diep in het hart van deze mensen. Niet onder kritiek, maar aanvaard. En dan niet van: wat een preek! Wat een gaven heeft die Petrus! Maar alleen zijn woorden. Die zijn als Gods Woord. Zij hebben het niet aangenomen als slechts een menselijk woord. Maarzij namen het als afkomstig van God Zelf. Als door God Zelf gesproken. Heb je zo wel eens onder de prediking gezeten? Dan gaat het niet meer over die man die daar op de preekstoel staat, maar dan gaat het over Gods eigen Woord. Dat is levend en krachtig. Dat Woord veroordeelt je, maar dat Woord wijst je ook de weg tot het leven!
Werden toegedaan...
Wij mogen nog onder dat Evangeliewoord leven. Anderen hebben dat voorrecht niet. 'Maar het is een getrouw Woord en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben'. En de prediking van Petrus draagt rijke vrucht. Want dan lezen we ook: ...en er werden op die dag tot hen toegedaan omtrent drieduizend zielen. Werden toegedaan! Toegevoegd. Als door de hand van God. God deed dat. Hij zorgt voor Zijn kerk. Hij zal voor de wasdom zorgen.
Op één dag drieduizend zielen. Dat is het loon op de arbeid van Christus. Dat is door de kracht van de uitgestorte Geest. Van die Geest had Christus gesproken dat Hij de wereld zal overtuigen van zonde, omdat zij in Mij niet geloven.
Drieduizend zielen
Drieduizend zielen! Drieduizend personen: mannen en vrouwen. Zielen gewonnen voor Petrus? Nee, het zijn zielen gewonnen voor het Lam, de Heere Jezus. Maar Petrus heeft zich erin verblijd. We lezen in de Bijbel dat er blijdschap zal zijn in de hemel over één zondaar, die zich bekeert. Hier zijn drieduizend zondaren geweest. Dat betekent grote blijdschap in de hemel. Maar ook blijdschap bij Petrus, bij de apostelen, bij de gemeente. Wat zou er ook blijdschap zijn, als we hoorden van deze bondsdag, dat er zielen gewonnen zijn voor Christus. Het gaat immers om de redding van onze onsterfelijke ziel. Ziel verloren is al verloren. We hebben vanmorgen gehoord van die drieduizend mannen, die gedood werden vanwege het aanbidden van het gouden kalf. Op een dag gingen er drieduizend zielen verloren. Die drieduizend getuigen van Gods gericht. Want God is een God, Die de zonde haat en moet straffen. Maar de drieduizend van de Pinksterdag spreken van Gods genade en oneindige ontferming. En drieduizend jongeren op de bondsdag... Dat getuigt van die God van genade, Die geen lust heeft in onze dood. Buiten Christus is onze ziel eeuwig verloren. Dat is een ontzaggelijke gedachte. Is jouw ziel al geborgen? Ben je veilig achter het bloed van Christus?
Het goud van de genade wordt je om niet aangeboden ook deze middag, deze dag nog. Een rijkdom aan genadeschatten voor niets aangeboden. Petrus zei tegen de kreupele bij de Schone Poort: 'Zilver en goud heb ik niet, maar hetgeen ik heb, dat geef ik u; in de Naam van Jezus Christus, de Nazarener, sta op en wandel!' Dat is het wonder van genade in het leven van deze man. Genade om niet verkrijgbaar. Het goud van Christus' genade alleen.
Werden gedoopt...
Hij biedt die schatten van genade nog aan. Hij zegt ook vandaag nog: 'Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur...' Het is te verkrijgen. De zondaren in Jeruzalem werden tenslotte gedoopt. Je bent als kind gedoopt. Het doopwater spreekt van het vuil van de zonde, maar ook van de afwassing door het bloed van de Heere Jezus.
Dan ga je je doop verstaan. Als je mag verstaan dat er nu afwassing is van al je vuile zonden in het bloed van Christus. Wanhoop dan niet. 'Maar neen, daar is vergeving, altijd bij U geweest'. Vergeving door het bloed van Christus. En dat is het enige middel waar een vuile zondaar in gewassen kan worden. Dat hadden die Jeruzalemse zondaren verstaan. Die zalig werden!
Een schare die niemand tellen kan
Op Pinksteren volgt nog een heilsfeit. Dat is de wederkomst. Dan zal het getal vol zijn. Drieduizend zielen? Nee, een schare, die niemand tellen kan. Niet alleen uit Jeruzalem. Maar vari de gehele aarde. Van allerlei afkomst. Maar ze hebben één ding gemeen. Zij hebben hun lange klederen wit gemaakt in het bloed van het Lam. En het is dat bloed, waarvan zij zingen: 'Gij, o Lam van God, hebt ons Gode gekocht met Uw bloed!'.
Bij wie zoek jij het? Geef daar eens antwoord op. Neem die vraag eens mee naar huis. Of zeg jij: ik hoef niette zoeken, want ik heb het al! Dat zeiden ze in Laodicea ook. Zij waren rijk en verrijkt... Dan wordt het tijd, datje gaat zien watje mist. God kwijt. Te gaan zien en beleven: door eigen schuld. Maar toch die God niet te kunnen missen. Dat heimwee in je hart. De wereld je de dood geworden!
Genade
Een God van genade. Genade! Onderstreep dat woord: genade. Want dat is het alleen als je dat woordje mag verstaan in je leven. Genade tegenover schuld en zonde. Genade tegenover verdiensten. We kunnen niets verdienen voor God. We hebben alles verzondigd. Maar die God van genade roept nog en werkt nog.
Wie zoek jij'?
Het was de vraag van de Heere Jezus aan Maria Magdalena in de graftuin: 'Wien zoekt gij? Vrouw, wat weent gij? ' Ze was bedroefd omdat ze de Heere niet kon missen. Ongelukkig buiten die enige Zaligmaker, Jezus! Het was haar om Hem te doen in haar leven. En dan openbaart de Heere Zich opnieuw en noemt haar naam: Maria! Wal een wonder, want dan mag zij Hem vinden. Maria mocht Hem vinden! De Pinksterlingen ook! Daar gaat het om. Bij wie zoek jij het? Zoek het bij de Heere. Want die Hem vindt, vindt het leven! Het eeuwige leven in Christus lezus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juni 1995
Daniel | 32 Pagina's