Bij een god van goud
Eerste bondsdaglezing
Wat een indrukwekkend gebeuren! Donkere wolken hebben zich samengepakt boven de top van de hoge, steile berg Sinaï. Daar beneden staat zwijgend het volk van Israël. Ze hebben zich drie dagen lang gereinigd, een omheining langs de berg laat de afstand zien tussen Cod en het volk. Mens noch dier mag naderen tot op de berg. Wee diegene, die oneerbiedig te dicht bij komen zou. Een scherpe pijl van de scherpschutter zou dodelijk treffen. Wanneer straks de ramshoorn zijn geluid laat horen, mag het volk eerbiedig naderen om dan stil te luisteren naar de stem van God.
Op de derde dag is het zover. De donderslagen ratelen, de bliksemschichten schieten heen en weer en de berg beeft en siddert. En boven alles uit weergalmt een zeer sterk bazuingeschal. De bergtop is geheel in rook gehuld en schudt op z'n grondvesten, wanneer God daar neerdaalt in een dikke wolk.
Inderdaad, ook het volk siddert en beeft en terwijl ze daar staan gaat Mozes, de man Gods, de berg op. Hij alleen klimt de berg op om God te ontmoeten. Maar God stuurt hem terug. Is het volk van Israël er wel genoeg van doordrongen, dat ze afstand moeten bewaren ten opzichte van God? Zijn ze diep doordrongen van Zijn majesteit en almacht?
Ik ben de Heere uw God
Opnieuw klimt Mozes op tot God en op verre afstand bekijkt Israël zijn gang naar de top. En niet lang daarna gebeurt het: de donderslagen houden stil en de bazuinen verstommen. De stem van God kondigt Zijn wet af, de Tien Geboden. Eerbiedig luistert het volk van Israël: 'Ik ben de Heere, uw God!' Wat een onbevattelijk wonder: Israël is door de Heere apart gezet, temidden van alle volken rondom. Ze ontvangen de geboden en inzettingen van de Heere. Het verbond, dat de Heere eertijds met Abraham heeft opgericht wordt nu tot het gehele volk van Israël uitgebreid. We horen het de Heere, met eerbied gezegd, spreken: 'Hoort u het, Israël... u bent Mijn eigendom, u bent een heilig, afgezonderd volk. Nee, beter dan andere volken bent u niet, maar het is Mijn eenzijdige keus om juist met Israël een verbond aan te gaan. Zo wil Ik met geen volken handelen; die moeten Mijn getuigenissen en Mijn veibondsgeheimen missen. Maar nu maak Ik Mijn wet bekend en eis Ik van u dat u Mijn geboden onderhoudt, dat u Mijn stem gehoorzamen zult en Mijn verbond zult houden. En in de Tien Geboden wijs Ik u, o volk Israël, op uw plicht. Wat die is? God lief te hebben boven alles en uw naaste als uzelf!'
Is het niet om er stil van te worden? Een heilige God, vol majesteit en macht, verbindt Zich met een zondig volk. Is dat in jouw leven al wel eens een wonder geworden, dat God Zich verbinden wil met een zondig, zelfs vijandig mens? Ben je er al eens aan Gods voeten mee terecht gekomen, dat Hij, Die zo hoog verheven en strikt rechtvaardig is, je nawandelt met Zijn Woord en je voortdurend toeroept: 'Mijn zoon, Mijn dochter, geef Mij uw hart? ' Of... vind je dat nog steeds vanzelfsprekend?
Boven... beneden: wat een verschil
Daar boven op de Sinaï is Mozes bij God. Mozes krijgt daar heel veel te horen over de bouw en indeling van de tabernakel, over de priesterdienst. En de Heere vertelt uitvoerig hoe Hij gediend moet worden. Veertig dagen lang(!) mag Mozes in de nabijheid van God verkeren om te horen hoe nauw de Heere Zich verbinden wil met Israël.
Daar boven op de berg, daar is het goed. Maar beneden aan de voet
van de berg? Daar broeit weer wat! Er wordt nu niet geklaagd over voedsel, water of vlees, maar over Mozes. 'Zou hij nog wel terugkomen? ' 'Hij blijft wel heel lang weg'. En al snel klinkt het door het tentenleger: 'Mozes keert niet meer terug. Wie weet heeft het verschrikkelijk vuur hem wel verteerd of is hij in een ravijn gestort. Mozes heeft het met de dood moeten bekopen, daar boven!'. Maar wat nu? Ze kunnen niet blijven wachten hier in deze vreselijke woestijn. Ze moeten verder trekken, maar niet zonder een god. Nu Mozes weggevallen was, voelden ze helemaal geen kontakt meer met God. In hun leider Mozes zagen ze tenminste nog de vertegenwoordiger van God. Maar wat heb je nu aan een God, die je niet kunt zien? Het volk van Israël voelt zich in een grote, enge leegte en daarom gaan ze naar Aaron toe met de vraag om een god te maken, die voor hun aangezicht gaat.
Nog maar zo kort geleden hebben ze het gehoord: 'Gij zult u geen gesneden beeld noch enige gelijkenis maken'. Nog maar zo kort geleden hebben ze volmondig geantwoord, dat ze de geboden Gods gehoorzamen zullen. En nu? 'Maak ons een god, die voor ons aangezicht gaat'. Israël gelooft niet onvoorwaardelijk in de leiding van God; Israël wil met eigen ogen zien! Nee, een afgod wilde het volk niet maken; God moest alleen maar dichterbij worden gebracht en daar had men alles voor over. Zelfs het goud! In Egypte hadden ze al heel wat beelden gezien en als aanvoerder Aaron het goud eist, rukken ze hun gekregen oorsierselen uit Egypte af. Aaron met het omsmelten en het gesneden beeld, in de vorm van een jonge stier, overtrekken met goud. En hoe juicht het volk als het beeld klaar is. Hoor ze het roepen en jubelen: 'Dit is uw god, Israël, die u uit Egypteland heeft uitgevoerd'. Ze hebben een draagbaar beeld gemaakt van God. En Aaron maakt het nog erger; (op het pad van de zonde gaat het altijd bergafwaarts!) hij wil er nog snel een godsdienstig etiket op plakken door een altaar te bouwen en te roepen: 'Morgen zal er een feest zijn...', ja, je hoort het goed, '...voorde Heere'. Wat aangrijpend: daar danst en springt het volk de volgende dag rondom het altaar en voor het gouden kalf. Ze hebben het verbond met de Heere schandelijk verbroken en dienen een ... god van goud! Boven op de berg buigt de Heere zo laag naar het volk Israël; beneden aan de berg wordt God vernederd tot een kalf!
Dien jij de ware God?
Wat moet het Mozes vlijmscherp in de oren hebben geklonken als de Heere zo onverwacht tegen hem zegt: 'Ga heen, klim af, want uw volk, dat gij uit Egypteland hebt opgevoerd heeft het verdorven'. Hij, die zo dicht bij God had mogen verkeren, wordt radikaal de berg af gewezen: 'Ga heen!'.
Misschien denk je: is deze zonde van het gouden kalf wel echt zo erg? Israël besefte toch goed dat God geen kalf is, dus dan kan het toch geen kwaad? De stier wees op Gods kracht en in dit zichtbare beeld had Israël zichtbaar Gods kracht in hun midde. Is dat nu zo erg?
Inderdaad, dat is erg, dat is vreselijk! Weet je, Israël wilde wel een God, maar ze wilde geen echte Godsdienst! Ze wilde God niet dienen, je weet toch, dat het volk moest reizen achter de wolk-en vuurkolom als een teken van Gods aanwezigheid, maar tegelijk was die wolk de wegwijzer voor het volk! Ze moesten achter die wolkkolom aankomen. En daar zat het nu op vast! Ze wilden niet volgen, maar maakten zich nu een god, die je overal kan neerzetten. Die God moest het volk volgen in plaats van andersom! Een draagbare god van goud kun je zetten waar je maar wilt. je kunt zomaar over zo'n god beschikken. Zie je dat later niet terugkomen in 1 Samuël 4? Als Israël er in de strijd tegen de Filistijnen slecht voorstaat, wordt de ark gehaald uit Silo en het volk juicht als de ark het strijdtoneel wordt binnengedragen. Nu kunnen ze het zien, dat God er bij is! Hij zal het voor ze opnemen. Maar wat valt dat tegen: ze worden hopeloos verslagen en de ark wordt meegenomen naar het land van de Filistijnen. God
laat niet met Zich spotten, Hij laat Zich niet voor een karretje spannen. En juist door deze dieper liggende gedachten komt het dienen van een god van goud heel dicht bij jouw en mijn leven. Nee, in jouw slaapkamer heb je heus geen hoekje afgeschermd, waar een beeld van God staat waarvoor jij je buigt. Maar in ons verstand, een fabriek van afgodsbeelden zegt Calvijn, spelen we heel wat klaar! We maken een beeld van een strenge God van Wie je niets mag, van een God, Die er behagen in heeft om je te binden aan strenge regels: op zondag mag je niks, t.v. en sport is van 'de wereld' en op alles en nog wat moet je 'tegen' zijn. Zo wordt het goede alleen als streng afgebeeld. Of we maken een beeld van een God, Die zo goed is, dat Hij bepaalde zonden wel door de vingers ziet. God is toch ook liefde? Als je nu maar netjes leeft en je probeert je paadje recht te houden zal het straks aan het eind best wel goed komen. Al leef je op de brede weg, maar straks sterf je heus wel op de smalle. Mag ik jou heel persoonlijk vragen: waar zoek jij het toch in je jonge leven? Hoe denk jij over God en Zijn dienst? Mag je door Gods genade zeggen de enige ware God te dienen met je hele hart? Is het door Zijn opzoekende liefde je innerlijke begeerte geworden Hem te volgen? Of kreëer je nog steeds een god van goud en leef je in een eigenwillige godsdienst? Snij je voor jezelf een beeld van God zonder ogen, Die gelukkig niet alles ziet? Kreëer je een beeld van een God zonder oren, Die toch wel niet zal horen naar jouw gebed? Maak je een beeld van een krachteloze God, Die jou toch wel niet zal kunnen helpen in al je zorgen?
Eigenwillge godsdienst
Het zou best kunnen, dat je niet meer in je Bijbel leest en niet of nauwelijks je knieën buigt. Het zou ook kunnen zijn, dat je 's zondags trouw in de kerk zit, maar op maandag de registers van het gewone leven zonder God weer voluit opentrekt! Het zou kunnen zijn, datje geen bondsdag en jeugdverenigingsavond overslaat, maar toch die ene boezemzonde koste wat het kost vasthoudt. Het zou kunnen zijn, dat je best wel onder de indruk bent van de preken, dat je je leven netjes inkleedt, maar uiteindelijk toch bezig bent om jezelf op te knappen voor God. Het zou zelfs kunnen zijn, dat je denkt een heel eind te lopen op de smalle weg, terwijl je toch nog vastzit aan de ketting van satan.
Uiteindelijk dienen we dan een God, die ons volgen moet, een god die voor ons aangezicht gaat. O aangrijpende gedachte: dat alles noemt de Heere niet meer dan eigenwillige godsdienst!
Israël heeft in een eigenwillige godsdienst zeer goddeloos gehandeld en God vreselijk vertoornd. De Israëlieten zijn wetschenders en verbondsbrekers geworden. En is dat bij jou en mij anders? De Heere daalde ook in jouw leven laag af en bracht je in een uiterlijke verbondsbetrekking met Hem! Hij zonderde je af en deed je leven op het erf van het verbond. Waarom jij wel en miljoenen niet? Tekent dat geen bijzondere zorg van de Heere en is het niet duidelijk, dat Hij je ondergang niet zoekt? Hoe schrijnend staat daar de praktijk van ons leven tegenover. We vertreden Gods wetten, zondigen tegen alle geboden Gods en is ons leven metterdaad een afgezonderd, heilig leven? In het paradijs kwamen we uit Gods handen voort als het pronkjuweel van de schepping. Daar dienden we God volmaakt, maar we hebben Hem verlaten en het beeld van God is totaal verbroken. Weg is alle kennis, gerechtigheid en heiligheid. Wat we dienen? Goden van goud!
Gericht en genade
In gedachten zien we Mozes de berg af gaan. Nog dreunen de woorden Gods hem tegen: 'Uw volk heeft het verdorven'. Als Mozes met de twee stenen tafelen de voet van de berg nadert, ziet hij het: het volk dansend om het gouden kalf, God vergetend en de zonde dienend! Nee, niet in tomeloze drift, maar in heilige toorn en verontwaardiging smijt hij de twee tafelen als een symbolische daad kapot! Israël heeft op gruwelijke wijze het verbond verbroken. En in snelle opeenvolging zien we het
gebeuren: Mozes loopt tussen de feestende menigte door, smijt het kalf van het voetstuk en verbrijzelt het gouden kalf. Mozes weet het: de heiligheid Gods is in het geding en nooit zal de Heere weer zeggen 'Mijn volk' wanneer er geen gericht wordt geoefend! Aaron probeert de schuld nog op een flauwe wijze van zich af te schuiven, maar Mozes luistert niet eens. Zijn stem klinkt: 'Wie de Heere toebehoort kome tot mij'. De stam van Levi schaart zich naast hem in de belangrijkste poort van bet tentenkamp. Hebben zij zich apart gehouden van het aanbidden van het gouden kalf of zijn zij de eerste die tot inkeer en berouw komen? We weten het niet, maar samen met Mozes voltrekken ze het vonnis. Drieduizend volksgenoten worden gedood! In dit oordeel ligt trouwens nog de genade, want werden eertijds bij opstanden niet een op de tien mensen gedood? Het wordt hier waar: Hij straft ons, maar naar onze zonden niet!
Drieduizend gedoden liggen daar, temidden van de feestvierende menigte, die verschrikt het feesten staakt! Wanneer Mozes en de Levieten vanmorgen door de Rai zouden heentrekken... hoeveel van ons zullen er blijven leven? Straks sta jij voor God; als je sterven zult, of als Hij wederkomen zal om te oordelen de levenden en de doden, juist omdat Hij nog vertoeft te komen, leven we vaak zo voor het vaderland weg! Dienen en zoeken we een god van goud waarbij ik zelf koning kan blijven? Straks echter staan we voor God. Kun jij Hem dan ontmoeten?
Waar het vuur geweest komt het niet meer is,
je weet waarschijnlijk wel, dat prairiebranden heel erg zijn. Met grote snelheid jaagt het vuur dan over de vlakte en wee diegene, die niet op tijd is weggevlucht. De prairiebewoners weten echter raad: ze steken een stuk van de prairie in brand, want het vuur komt nooit daar, waar het al geweest is! Zo wijs ik je vanmorgen naar de Middelaar van het Nieuwe Testament, de meerdere Mozes. Op Hem daalde de bliksemstralen van goddelijke toorn neer; daar op Golgotha werd de hitte van Gods gramschap geblust. En wie nu door de Heilige Geest ontdekt wordt aan z'n zondebestaan, die gaat het eerlijk belijden: 'Heere, ik ben een dienaar van een god van goud. Wat is het een wonder, dat Uw zwaard mij niet heeft getroffen. Dat heb ik wel verdiend'. Wie door de Heilige Geest mag worden geleid vanuit z'n zondebestaan en onder de vloek van de wet naar deze Christus... die dient niet langer een god van goud. Die leert volgen, achter Hem, Die de Leidsman is voor al Zijn kinderen. Die mag gaan schuilen op de plaats waar het vuur geweest is. Met een god van goud kom je eeuwig om! Met een God van genade eeuwig Thuis!
Zo jij Zijn stem dan heden hoort Gelooft Zijn heil en troostrijk woord verhard je niet... maar laat je leiden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juni 1995
Daniel | 32 Pagina's