JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een Koninkrijk voor de armen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een Koninkrijk voor de armen

De bergrede

7 minuten leestijd

jezus zegt van de armen van geest: „Want hunner is het Koninkrijk der hemelen". Daarom zijn de armen van geest zalig. Het Koninkrijk van God wordt hun gegeven. Zij zijn de burgers en de erfgenamen van Gods Koninkrijk.

Door dit te stellen weerspreekt jezus al direkt in het begin van de bergrede alle menselijke gedachten over het Koninkrijk van God. Zijn boodschap is in tegenspraak met alle joods-nationalistische verwachtingen.

Het Koninkrijk wordt het deel van de armen en niet van de rijken, van de zwakken en niet van de sterken. Het Koninkrijk wordt niet gegeven aan soldaten, die denken het Koninkrijk van God met hun wapenen te vestigen, maar wordt geschonken aan de kinderkens, die ootmoedig genoeg zijn om het als een genadegave te ontvangen. Het Koninkrijk van God moet ontvangen worden met de ootmoed van een arme van geest. In de dagen van de Heere jezus noemden de farizeeërs en schriftgeleerden zich de kandidaten van het Koninkrijk der hemelen. Zij zouden de ereplaatsen bezetten in het komende Koninkrijk.

Daarnaast was er de partij van de Zeloten, die droomden van de vestiging van Gods Koninkrijk door de kracht van het zwaard.

De Heere jezus doorkruist al deze menselijke gedachten van het Koninkrijk Gods en zegt: „Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen".

Daarom zouden de tollenaren en zondaren de farizeeërs en de schriftgeleerden voorgaan in het Koninkrijk der hemelen.

De ingang in het Koninkrijk wordt niet verworven door een eigen vroomheid of door de macht van het zwaard. Het wordt als genade

geschonken aan de armen van geest, die slechts kunnen roepen: „O God! Wees mij zondaar genadig!" Dit is de onmisbare voorwaarde om het Koninkrijk te kunnen ontvangen. Armen van geest wordt het Koninkrijk van God ontsloten. God zendt nog steeds de rijken ledig heen en vervult de hongerigen met goederen.

De geestelijk armen hebben dus toch voor op de rijken, „want hunner is het Koninkrijk der hemelen".

Het Koninkrijk der hemelen

De armen van geest zijn zalig omdat zij deel hebben aan het Koninkrijk der hemelen. Zij bezitten het Koninkrijk (basileia), dat is: het burgerschap in het Godsrijk. De vraag is: wat moeten we onder het Koninkrijk Gods verstaan? Wat betekent deze benaming? Het Griekse woord wijst op een gebied waarover een koning regeert. Het Koninkrijk Gods is het gebied waarover God in en door Christus regeert.

Het thema van het Koninkrijk Gods staat zeer centraal in de prediking en het optreden van de Heere Jezus. Zijn prediking was het Evangelie van het Koninkrijk (Markus 1:14). Zijn wonderen hebben ten doel te bewijzen dal het Koninkrijk Gods gekomen is (Mattheus 12:28, Lukas 11:20). Hij leerde Zijn discipelen bidden: Uw Koninkrijk kome'. Op de avond voor Zijn dood verzekerde Hij Zijn discipelen dat zij met Hem zouden aanzitten in het eeuwige Koninkrijk van Zijn vader (Lukas 22:29, 30).

Wanneer we de gegevens over het Koninkrijk Gods verzamelen, schijnen er tegenstrijdige betekenissen aan het Koninkrijk Gods gegeven te worden. De vraag is: wat is het Koninkrijk Gods? Moeten we het Koninkrijk Gods zoeken in het verleden, het heden of in de toekomst? Vanuit allerlei teksten worden we verder gekonfronteerd met de vraag: is het Koninkrijk Gods geestelijk of stoffelijk? Is het aards of is het alleen hemels? Het begrip Koninkrijk Gods lijkt zeer ingewikkeld te zijn. Wanneer we de schriftgegevens ordenen houden we de volgende hoofdgedachten over:

1. Het Koninkrijk Gods is geestelijk. Het bestaat niet uit eten en drinken (Romeinen 14:1 7). Het is de geestelijke regering van God in Christus rn het hart van de wedergeboren mens (Johannes 3:3).

2. Het Koninkrijk is toekomst. (Mattheus 25:34, Lukas 19:11, Lukas 22:16). Dit is het overheersende beeld in de Schrift. Het Koninkrijk Gods is een toekomende zaak, die ten volle gezien zal worden bij de wederkomst van Christus op de wolken des hemels.

3. Het Koninkrijk Gods is een zaak van het heden. Het is er nu reeds (Markus 9:1, Lukas 17:21). De gelovigen hebben nu reeds deel aan het Koninkrijk (Kolossenzen 1:13).

4. Het Koninkrijk Gods is ook materieel (Mattheus 8:11, Lukas 1 3:29, 2 Petrus 3:1 3). Het bestaat niet louter uit geestelijke zaken. Het brengt ook geluk en zaligheid voor het lichaam.

Het is een moeilijke zaak om vanuit al deze schriftgegevens te zeggen wat het Koninkrijk Gods is. Toch heeft Jezus weinig moeite gehad om al deze facetten van het Koninkrijk Gods door elkaar te gebruiken. Ik denk, dat we het dan ook niet moeilijker moeten maken dan het is. Al deze zaken behoren bij de genaderegering van God.

Het Hebreeuwse woord malkuth en het Griekse woord basileia dat in de Schrift gebruikt wordt, toont ons dat de grote gedachte van het Koninkrijk de Godsregering, de theokratie is.

De wederoprichting Goderijk van het Godsrijk

Gods koningschap onder de mensen en op aarde is door de zonde verstoord. In de staat der rechtheid was het Koninkrijk Gods in alles zichtbaar. Alles riep dat God Koning is en dat het goed is om onder Zijn liefdevolle en wijze regering te zijn en leven. God werd als koning geëerd en gediend, vooral in het hart en de genegenheden van Adam en Eva. Maar de verzoeking van satan bracht de mens tot afval van God. Gods koningschap werd door de zonde verstoord. Satan greep naar de macht in de wereld en verkreeg die macht door de val van de mens. Wederrechtelijk is satan sinds de val van de mens de overste van onze gevallen wereld (johannes 12:31) en de god van de tegenwoordige tijd (2 Korinthe 4:4). De wereld is wel het wingewest van de satan genoemd. God wordt op aarde niet meer als koning erkend en gediend. De mens is afkerig van Gods koningschap en van Gods goede en gezegende wetten.

En toch heeft God de wereld en de mens niet aan de machten van de duisternis prijsgegeven. Hij sprak reeds in Genesis 3:15 van de wederoprichting van Zijn koninkrijk op aarde. Christus zou komen en satan de heerschappij ontnemen. De kop van de slang zou worden vermorzeld. Op Golgotha is dat gebeurd. De verzoening van Christus heeft satan alle aanspraken op de uitverkorenen ontnomen. In de weg van verzoening vestigt God Zijn Koninkrijk weer op aarde. Genade en vergevende liefde banen de weg tot de wederoprichting van Gods rijk op aarde. De Heilige Geest richt het op in de harten van zondaren.

Het begin zien we in de harten van Adam en Eva. De voortzetting in het geslacht van Seth en na de zondvloed van Abraham. Tijdens het Nieuwe Testament krijgt het Koninkrijk Gods een geweldige uitbreiding. Het breekt zich baan onder alle volken, al keert het Joodse volk als geheel zich van Jezus van Nazareth af. Maar Gods beloften leren ons, dat de tijd zal komen dat het oude Israël Jezus als Messias zal erkennen. Het zal alles uitlopen op de volkomenheid van het Godsrijk met een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waarop gerechtigheid wonen zal. God zal dan zijn alles en in allen. De theokratie komt tot een hoogtepunt en een volkomenheid wanneer op de nieuwe aarde en in de nieuwe hemel God door alles en allen als Koning zal worden gediend en erkend. Reeds de profeten en de psalmdichters spraken van deze definitieve genadeheerschappij van God (Jesaja 11, Ezechiël 48, Psalm 2 enz.) En vooral het Nieuwe Testament vestigt voortdurend de aandacht op de verwachting van Gods eeuwige Koninkrijk (Romeinen 8:22, 23, Filippenzen 2:10, 11, 1 Korinthe 15:28 en Openbaring 22:20).

Samenvatting

Wanneer we deze grote lijnen van de koninkrijksgedachte nalopen, wordt al veel duidelijk.

Dan is het Koninkrijk Gods inderdaad geestelijk en regeert Christus door Zijn Geest en Woord in het hart van Zijn onderdanen. Het Koninkrijk Gods is dan reeds nu in de wereld. God is koning in de harten van allen, die wedergeboren zijn. En Zijn Koninkrijk wordt zichtbaar in de kerk met de ambten, waardoor Hij in Zijn kerk als Koning regeert. Er zijn reeds nu mensen en volken waarover satan niet meer heerst. Christus heeft daar de heerschappij van satan gebroken en het Koninkrijk van God in de harten van zondaren opgericht. Maar het Koninkrijk is toch vooral toekomstig. Eenmaal zal God zijn alles en in allen. Alles en ieder zal dan Gods regering erkennen en roepen: „De Heere is God!" De theokratie in de hoogste vorm!

De grote vraag, die overblijft is: en ik reeds een burger van het Godsrijk? Is in mij vervuld wat Psalm 2:1 7 zegt: Welgelukzalig zijn allen, die op Hem betrouwen"?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1995

Daniel | 32 Pagina's

Een Koninkrijk voor de armen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1995

Daniel | 32 Pagina's