JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Heere, leer ons bidden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heere, leer ons bidden

Het gebed een voorrecht

9 minuten leestijd

Toen de Heere Jezus in Bethesda de man, die al 38 jaar ziek was vroeg: 'Wilt gij gezond worden? ', zei hij: ' Ik heb geen mens'. Wat een eenzaamheid; wat een leegte sprak er uit deze woorden. Kun je je voorstellen: alleen op de wereld; niemand die om je geeft. Niemand mist je als je er niet bent of niet meer bent. Daarop is een mens niet aangelegd. Een mens heeft altijd de ander nodig. Een mens heeft weieens behoefte om te praten over zijn vreugde of zijn verdriet. Welk mens heeft er nooit eens hulp nodig van een medemens. En wat is het een zegen als iemand zegt: 'Je kunt altijd op me rekenen. Klop maar aan al is het midden in de nacht.' Zo'n vriend of vriendin daar heb je iets aan! Vooral als het geen loze beloften blijken te zijn.

Zo'n Vriend wil de Heere zijn voor de mens. Hij is het Die ons Zijne vriendschap biedt (Psalm 103). Hij staat ons, nee, wat zeg ik; Hij nodigt ons uit te bidden. Opent uwe mond Eist van Mij vrijmoedig Op Mijn trouwverbond Ai wat u ontbreekt Schenk ik zo gij het smeekt Mild en overvloedig.

Wat een wonder; dit voor een zondig mens!

Kwalijk bidden

De apostel jakobus schrijft over gebeden die niet verhoord worden, omdat er kwalijk gebeden wordt. Dat is iets anders dan onbeantwoorde gebeden, waarvan de verhoring later blijkt. Gebeden kunnen onverhoord blijven omdat er iets niet klopt. 'Wanneer gij het gebed vermenigvuldigt, hoor Ik niet; want uw handen zijn vol bloed' (jesaja 1:15). Daarom dienen we er wel op te letten hoe we bidden.

Aan de hand van antwoord 11 7 van de Heidelbergse Catechismus willen we hierover nadenken.

De adressering

Het gebed dient wel juist geadresserd te zijn. Een kreet naar het onbestemde zonder bestemming is als de noodschreeuw van een hongerige wolf in de sneeuwvlakten van noordelijk Canada. Er is zelfs nog geen echo. Als we onze ogen en oren open houden, horen en lezen we tegenwoordig veel van deze kreten. Eenzaam geroep naar... ja naar wie of wat? Dan de Psalmist: 'Uit de diepten roep ik tot U, o Heere.' Wie is die Heere? De enige ware God, Die Zich in Zijn Woord geopenbaard heeft. De Vader van de Heere jezus Christus.

Dat sluit affe afgoden uit. Afgodendienst is duiveldienst. Als we tot een afgod bidden, neemt de duivel de boodschap aan.

Ook Allah van de moslims niet. 'God

heeft geen zoon', zegt de islam. Dus Allah is een andere god dan Hij Die Zich in Zijn Woord geopenbaard heeft. Laat je niets wijsmaken. Smeek of je deze God mag leren kennen. Dat is onafscheidelijk verbonden met het leren bidden.

Hoe na deren wij tot God?

Als wij aan de koningin of minister een verzoekschrift voorleggen, doet de vorm er wel toe! Tegenwoordig brengt men er al gauw tegenin: 'Het uiterlijke doet er niet toe als het innerlijke maar goed zit.' De Schrift spreekt anders. Waar besef is van Gods majesteit en bijgevolg diepe eerbied, dan blijkt dit ook uit de vorm. Ik herinner me een gezin waar de grote kinderen om de beurt de maaltijd met gebed moesten besluiten. Ik hoor het de vader nog zeggen tegen een hele vrolijke dochter: 'Nancy, denk er aan dat je straks moet eindigen.' Eerbied dient ook te blijken uit de lichamelijke houding. Knielend bidden is nog steeds de meest nederige vorm; die verdient de voorkeur. De Heere Jezus wijst op de noodzaak van het alleen zijn. Ook om niet afgeleid te worden. In het hart zijn er meer dan genoeg dingen die afleiden. Daarom heeft het de voorkeur om het eenzame gebed hardop te doen ('met hart en stem'). Waarom dan niet in het bos of in een schuur? Op dergelijke plaatsen is er in de geschiedenis van Gods Kerk al heel wat afgeworsteld. Ook hier maakt nood vindingrijk.

Ter voorkoming van afleiding sluiten we de ogen. De handen zijn gevouwen om ze leeg te doen zijn van al het aardse.

In elk gebed is er wel iets te danken. Laten we de Heere erkennen voor leven en gezondheid en alles wat we nog ontvangen. Zijn trouw is groot. Laat ook de schuldbelijdenis niet ontbreken. Er is altijd wel iets te bekennen. Noem de zonde maar bij name. En klaag jezelf maar aan, wegens hardnekkige zonden. Reken maar niet op verhoring als je van plan bent aan bepaalde zonde vast te houden. 'Had ik naar ongerechtigheid met mijn hart gezien, de Heere zou niet gehoord hebben' (Psalm 68:18).

Van harte aanroepen

Een goed gebed ontstaat in het hart. De Heilige Geest geeft besef van nood en behoefte. Hij doet die nood levendig zijn in het hart. Anders bidden we maar plichtmatig zonder gevoel, zonder op antwoord te wachten. Het kan dan zelfs zo zijn dat er aan de maaltijd waar ieder voor zichzelf bidt weieens gevraagd wordt: 'Heb ik al gebeden? ' Nee, dan heb je bepaald nog niet gebeden. Als de Heilige Geest een gebed geeft, zegt Hij vóór wat we moeten vragen en hoever we kunnen gaan in heilige vrijmoedigheid zonder vrijpostigheid. Je weet wel wanneer je zo mag bidden. Vraag maar veel om de Geest der genade en der gebeden.

Na het amen gaat zo'n gebed door, zelfs onder het werk in de vorm van schietgebeden: .O.S.-signalen naar Boven (Nehemia 2:4). In het hart leeft een wonderlijke zekerheid dat de Heere antwoord geven zal, hoe dan ook. Dit gebed wordt in de hemel door de Heere Jezus opgevangen. Hij reinigt het met Zijn bloed, want door ons zondig bestaan wordt het beste gebed besmet. Hij stuurt het door naar Zijn Vader en doet er Zijn Eigen voorbede bij. Dan blijft de verhoring niet uit.

Wat vragen wij?

We moeten ons ook bezinnen op wat we vragen. Het gaat niet aan om de Heere (met eerbied gesproken) een bestellijst voor te leggen van wat wij graag allemaal zouden willlen hebben. Wij kunnen niet alles vragen, maar al hetgeen Hij ons in Zijn Woord geboden heeft. Wij vinden dat nader uitgeduid in het Gebed des Heeren. Dan gaat het om alles wat gericht is op Gods eer, op de uitbreiding en bescherming van Gods Kerk, om wat wij nodig hebben voor het tijdelijke leven om er de Heere mee te kunnen dienen, om de vergeving van onze zonden, de gemeenschap met God en de leiding van de Heilige Geest om tot Gods eer te leven.

Het valt misschien op dat in dit voorbeeld van gebed de eerste lichamelijke behoeften vóór de geestelijke komen. De Heere weet ook wel dat iemand met een razende honger of iemand die doodziek is of in grote armoede of groot gevaar verkeert alleen bezorgd is om lijfsbehoud. Wat de verdere verlangens betreft vragen we boven alles om een nieuw hart. De Heere Jezus zegt: 'Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid en alle andere dingen zullen u toegeworpen worden'.

Iemand die de Heere mag vrezen en

dicht bij God mag leven, zal de Heere betrekken in alle zorgen en plannen. Dat is niet kinderachtig, maar kinderlijk. Ik denk aan

* de man die via de profeet Elisa de hulp van God inriep toen zijn geleende bijl in de jordaan gevallen was;

* de vrouw die op de knieën ging toen haar man de portemonnee verloren had;

* de boer die vooraf aan de Heere vertelde welke gewassen hij in elk stuk land ging verbouwen;

* de jongen die geen proefwerk of examenopgave maakte zonder dat er een gebed opsteeg.

Uw wil geschiedde

Het gebed is niet bedoeld om de Heere met alle geweld iets af te dwingen. In de eerste plaats is de Heere soeverein. Dat wil zeggen dat Hij met ons KAN doen wat Hij wil. Hij is aan niemand verantwoording schuldig. Bovendien hebben wij geen recht op één van Zijn zegeningen. ja, sterker nog: et onze zonden hebben wij alles verbeurd wat wij boven de hel nog krijgen. Verder kan het zijn dat we de Heere bidden om dingen die niet goed voor ons zijn. Wij zien dat niet maar de Heere wel. Dit erkennen we als we zeggen: Uw wil geschiedde'. Daarin is de Heere Jezus Zelf ons het Voorbeeld, toen Hij in Gethsemané zei: Vader, niet Mijn wil, maar Uw wil geschiedde'. Zo bad jabez in 1 Kronieken 4 : 10 'Indien Gij mij rijkelijk zegenen en mijn landpalen vermeerderen zult, en Uw hand met mij zal zijn, en met het kwade alzo maakt dat het mij niet smarte'. Hij vroeg om zelfverloochening. Wat de Heere doet is goed. Dit houdt echter niet in dat we niet dag en nacht moeten aanhouden in het gebed om bekering. We mogen nooit verzoend zijn met de gedachte om naar de hel te moeten om God daar eeuwig te vloeken.

Om Jezus' wil

Als het goed is, beseffen we dat we geen recht hebben op hetgeen we aan de Heere vragen. Het zijn verbeurde zegeningen. Dat het elke dag licht wordt, dat er nog iets groeit, dat we nog eten en drinken hebben, dat we Gods Woord hebben, dat Gods verkorenen zalig worden, is allemaal vrucht van de zoenen kruisverdienste van Christus. In Genesis 8 wordt direkt verband gelegd tussen het offer en het natuurverbond. Buiten Jezus' verdienste is er geen gebedsverhoring mogelijk. In het Gebed des Heeren houdt de Heere Jezus ons Zelf voor wat we mogen en moeten vragen. Ik denk aan een kind dat van vader aan moeder geld mag vragen om wat te kopen. 'Zeg maar dat ik het gezegd heb.'Als dit in je leeft, ben je je onwaardigheid en de grootte van Christus' verdienste dermate bewust dat je je gebed al begint met 'om Jezus wil'.

Deze woorden houden ook in dat je aan de Heere jezus mag vragen of Hij je gebed bij de Heere wil brengen en voorbede voor je wil doen. Wat zijn die mensen gelukkig die als het ware aan de hand van de Heere Jezus bij de Vader gebracht zijn en Hem in hun hart hebben horen zeggen: Ik zeg u niet dat Ik de Vader voor u bidden zal; want de Vader Zelf heeft u lief' (Johannes 16:26 en 27). Smeek er maarveel om!

Amen

Het woordje amen betekent: vastheid, trouw. Waar de Heere Jezus in de Schrift zegt: 'Voorwaar zeg Ik u', daar staat in het Grieks: amen. Onze Catechismus zegt: 'Het zal waar en zeker zijn'.

De bidder zegt er twee dingen mee. Ten eerste: ik meen van ganser harte wat ik gebeden heb. Ik vermoei met geen bedrog Gods oren. Kan het lijden dat je je gebed met 'amen' afsluit? Geen overbodige vraag.

Ten tweede doet de bidder hier belijdenis van zijn geloof in Gods waarheid en trouw. Hij spreekt er zijn vertrouwen in God in uit. Het gevolg is dat hij na het gebed in de luisterhouding leeft. Of bid je maar zonder op antwoord te rekenen? Dat is beledigend voor de Heere. Ik hoop dat na het lezen van dit artikel je verzuchting is: 'Heere, leer mij bidden'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1995

Daniel | 32 Pagina's

Heere, leer ons bidden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1995

Daniel | 32 Pagina's