Voor sommigen duurt het vechten voort
De meeste oud-lndië militairen hebben jarenlang over hun ervaringen daar gezwegen. Pas na dertig jaar of nog langer zijn ze erover gaan praten. Voor sommigen is die tijd zo aangrijpend geweest, dat zij er een trauma aan overgehouden hebben. Mevrouw B. /. de Ceus-van Vugt vertelt hierover.
We kregen in 1955 verkering en zijn in 1958 getrouwd. De eerste jaren van ons huwelijk heb ik helemaal niets gemerkt. In 1977 is het begonnen. Mijn man had met rugklachten in het ziekenhuis gelegen en daarna kwamen de aanvallen. Tijdens zo'n aanval denkt hij weer in Indië te zijn, moet dan vechten of vluchten. Hij grijpt een 'wapen' en duikt ergens achter weg, terwijl hij vloeiend Maleis begint te spreken. Na ongeveer drie kwartier gaat hij op z'n vingers zijn overleden kameraden tellen en dan komt hij weer bij. Hij weet daarna niets meer van het gebeurde. Bij het toenemen van de aanvallen werd hij ook agressiever. Soms konden we hem met drie man geen baas. Alleen met injekties was hij dan te kalmeren.
Door de trauma-aanvallen heeft hij in 1983 het werk op de boerderij moeten beëindigen.
Er was eerst veel onbegrip, ook bij artsen en psychiaters, tot m'n man een aanval kreeg tijdens het bezoek bij een van hen. Toen werden we meteen doorverwezen naar prof. dr. j. Bastiaans, die in de jelgersmakliniek te Oegstgeest mensen met oorlogssyndromen behandelde. Hier zijn we jarenlang begeleid. Mijn man is ondertussen ook verschillende keren opgenomen geweest. Na het beëindigen van de behandeling is hij in 1991 weer ingestort. We zijn toen opnieuw bij een psychiater terecht gekomen. De laatste tijd is hij ook weer onrustig.
Ondanks alles blijft Indonesië hem trekken. In 1981 zijn we er samen vier weken op bezoek geweest; in 1985 was hij er met vrienden en sinds 1991 gaat hij er bijna elk jaar heen. De ontmoeting met vroegere tegenstanders heeft positief gewerkt. Ze zijn hem vriendelijk tegemoet getreden en dat heeft hem goed gedaan. We hebben heel moeilijke perioden doorgemaakt, maar de Heere heeft kracht gegeven om m'n man bij te staan. Hoe zou je het anders vol moeten houden? Ik ben ook nooit bang geweest tijdens de aanvallen. Wel heb ik een tijdlang een dagboek bijgehouden om alles van me af te schrijven; toen dat niet meer ging, heb ik ingesproken op een bandje.
De meditatie van ds. Verweij heeft me erg aangesproken, niet alleen om de inhoud, maar ook om de boodschap: 'Blijf op uw post'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 mei 1995
Daniel | 40 Pagina's