GEDICHT BELICHT
Moeder is oud geworden. Ze komt niet meer van bed. Het wordt stil om haar heen. Wie heeft de oude vrouw nog als meisje gekend? Natuurlijk, haar dochter bezoekt haar van tijd tot tijd. Maar ook zij heeft haar taak: mevrouw M. Drooglever Forluyn-Leenmans (geb. 1909) heeft het als psychiater erg druk gehad. Ais ze tijd en inspiratie had, schreef ze een gedicht. Dat deed ze onder haar verlatiniseerde meisjesnaam. Een leenman is een vazal; vandaar 'vasaiis'. Zo kwamen drie mooie dichtbundels tot stand: Parken en woestijnen, De vogel Phoenix en Vergezichten en gezichten.
De dochter is zojuist bij haar moeder geweest. Moeder is dement. Wetenschappelijk gezien weet ze daarvan het een en ander af, maar ze reageert haar gevoelens in dit gedicht niet zozeer als dokter maar vooral als dochter af. Even presenteert ze zich als de psychiater - in de verklarende regels: Zij zoekt haar herkomst en haar zijn als kind. Maar een naderende uitleg zou wel een boeiende en ongetwijfeld wetenschappelijk verantwoorde verhandeling maar geen gedicht kunnen opleveren.
Als volwassen en verstandige dochter kan ze zo'n eenvoudig en tegelijk wijs antwoord geven aan moeder: Het is altijd vandaag. Daar is moeder echter niet tevreden mee. Ze zoekt verder in haar geest naar de vaste oriƫntatiepunten van ruimte en tijd. Maar ze is-een prachtig beeld! - als een astronaut, gewichtloos drijvend en in de ruimte zwevend, zonder bestek. Haar gedachten dwarrelen alle kanten op en kunnen zich niet vastklampen aan de meest elementaire uitgangspunten van het menselijk leven: de plaats waar men zich bevindt en het uur dat men beleeft. Ze lijkt wat houvast te krijgen als ze heel ver het verleden ingaat. Het rijtje Franse woorden komt er feilloos uit, maar ook nu loopt ze vast: ze weet de naam van de Franse juf niet meer, al herinnert ze zich nog wel haar karakter. Even lijkt er een besef van haar situatie door te breken: Ik ben zo moe. In dat simpele zinnetje ligt heel het bestaan van de oude vrouw uitgedrukt.
Dit zijn echter ook woorden van een klein kind, dat na een dag spelen zich gewillig naar bed laat brengen. Dat brengt de dichteres tot het besef van een merkwaardige verhouding tot die oude vrouw in het bed naast haar: ze is haar moeder maar tegelijk haar kind...
De dichteres Vasaiis verstaat de kunst om in een gedicht het nauwelijks zegbare of het onzegbare onder woorden te brengen, je proeft het medelijden, het verdriet om de situatie waarin moeder verkeert. Tegelijk is er een teerheid en liefde voor moeder die nu zo eenzaam haar weg moet gaan. je merkt ook iets van machteloosheid, omdat ze moeder op die weg niet kan volgen. Een subliem gedicht, vanuit een diepe liefde geschreven!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 mei 1995
Daniel | 40 Pagina's