Op bezoek bij mej. A. Fraanje te Barneveld
‘O, zijn jullie er ook? En daar zit mijn familie... En de kerkeraad... En die is er ook, en die en die... Nee maar, daar had ik toch echt niet op gerekend!' Zo reageerde mej. Fraanje. Ze was door een van de bestuursleden thuis opgehaald en kwam nu de grote zaal van de kerk binnen. Daar zag ze al de leden van haar vereniging en degenen die voor deze bijzondere avond waren uitgenodigd.
De aanleiding voor dit samenzijn was het feit, dat mej. Fraanje dertig jaar presidente was van de vrouwenvereniging 'Fébé' te Barneveld. Voorwaar een hele periode! Over die periode van dertig jaar presidente-zijn hebben we mej. Fraanje bereid gevonden ons iets te vertellen.
Hartelijk worden we ontvangen in haar huis tegenover de grote Rehobothkerk, de kerk van de Gereformeerde Gemeente. In de kamer zien we verschillende herinneringen aan de ouders van mej. Fraanje. Een foto van ds. j. Fraanje en zijn vrouw, een foto van het hele gezin: vader, moederen negen kinderen. Aan de muur ontdekken we een gedichtje:
Vooruit te lopen is niet goed; Onnodig zorgen breekt de moed. Het is beter bij de dag te leven En alles in 's HEEREN hand te geven. Na een heerlijk kopje koffie met verwarmde stroopwafel gaat mej. Fraanje vertellen. Wij stellen een enkele vraag en hoeven dan niet veel anders te doen dan te luisteren.
Kunt u zich nog herinneren, presidente gekozen bent?
Mej. Fraanje gaat voor de beantwoording van deze vraag terug in de geschiedenis. Ze beschreef die zélf voor het tienjarig, vijfentwintigjarig en dertigjarig bestaan van de vereniging. 'Op 16 mei 1962 werd onze vrouwenvereniging opgericht. We kwamen met zestien dames bij elkaar in de bestuurskamer van onze school en een voorlopig bestuur werd gekozen. Twee van hen vroegen toestemming aan de kerkeraad. Die kregen we en 's zondags werd door ouderling Schreuder bekend gemaakt, dat er een vrouwenvereniging was opgericht. 'En', werd er bij gezegd, 'as tür vrouwen bin die tied over hén, dan gaen ze dür mer heen...'
In het voorlopige bestuur was mevrouw Feiten-Harskamp gekozen tot presidente. Mej. Fraanje werd penningmeesteresse. Na een drietal jaren wisselde het bestuur. Er volgde een stemming en mej. Fraanje werd gekozen tot presidente.
‘Dat had ik nooit gedacht', zegt ze zelf. Bijna onmiddellijk moest ze beslissen. Maar zou ze dat werk wel ooit kunnen doen in eigen kracht? ' De Heere wees haar echter op Psalm 146. 't Is de HEER, wiens alvermogen 't Groot heelal heeft voortgebracht; Die genadig uit den hogen Ziet, wie op Zijn bijstand wacht, En aan elk, die Hem verbeidt, Trouwe houdt in eeuwigheid' Zo mocht mej. Fraanje dertig jaar geleden met Gods hulp de taak van presidente op zich nemen. Ze heeft het al die jaren met de liefde van haar hart gedaan!
Kunt u nog iets meer vertellen over uw werk in het bestuur als penningmeesteresse?
‘Iedere verenigingsavond moest ik van elk lid twee kwartjes innen. Zo betaalde ieder de kontributie. Toen ik als penningmeesteresse naar de bank ging om een bankrekening te openen voor de vereniging, en zei, dat de naam 'Fébé' was, schreef die mijnheer aan de balie een V en een B op. En toen ik hem probeerde uit te leggen dat het 'Fébé' was, begreep hij het niet. 'k Vroeg hem, of hij een Bijbel had. ja, een Bijbel had hij.
‘Leest u dan vanavond Romeinen 16 vers 1 en u zult het begrijpen'. Toen ik hem de volgende keer vroeg, of hij hef al had gelezen, was het antwoord: 'Nee, want ik ben juist in Openbaring aan het lezen'.
Mej. Fraanje vertelt, dat de vereniging werkt voor zending en evangelisatie en zo nodig voor de diakonie.
Vroeger was er veel armoede. Toen heeft de vereniging vijf winters werkelijk voor de diakonie gewerkt. Dan moesten er - soms heel vlug - sokken en borstrokken gebreid worden. Ook naaide men nachtponnen. De diakenen gaven door middel van een briefje te kennen wat ze nodig hadden en in welke maat. Als de spullen klaar waren, haalden de diakenen het op en bezorgden het een en ander op de juiste adressen.
Wilt u een bijzondere herinnering vertellen uit het verenigingsleven?
‘Woensdag 15 oktober 1975, onze veertiende verkoping, was voor mij een bijzondere dag. In zo'n grote gemeente, waar zoveel leden zijn hadden we nog nooit ƒ 10.000, - op de verkoping. In de week ervóór was steeds mijn vragen, of de Heere vele harten wilde neigen en of we dit bedrag mochten ontvangen, 's Morgens op de verkoopdag werd ik wakker met
God is ons genegen Onze God geeft zegen, Hij, Die alles geeft, Hij zal zijn geprezen; Hem zal alles vrezen, Wat op aarde leeft. (Psalm 67:3b) Toen geloofde ik, dat de Heere het deze dag zou geven. Maar... 's avonds was het ƒ 9.397, 68. 'k Was verdrietig en zo gingen we ook naar huis. Maar 's avonds laat lag er een envelop met ƒ T .000, — voor de zending op de mat. Toen was het ƒ 10.397, 68. 'k Was zo blij, of ik het zelf gekregen had. De Heere heeft alles wonderlijk wel gemaakt. Hij neigde de harten tot dit alles en bevestigde Zijn Woord op Zijn tijd en Zijn wijze. Ook was dit een bevestiging datwe dit werk mogen doen'.
Kunt u iets zeggen over het verenigingsleven nu? Vindt u dat er veel veranderd is?
‘Het is wat ordelijker geworden, ' vindt mej. Fraanje. Toch blijken er veel dingen hetzelfde gebleven. In de beginjaren vroeg mevrouw Feiten: 'Wie van de dames maakt er een onderwerp? ' en het werd muisstil. Een ieder liet het aan een ander over. Er is dus niet zoveel veranderd. Ook nu is het nog steeds zeer moeilijk om iemand voor een onderwerp te krijgen. Alleen is het niet meer muisstil als het gevraagd wordt. Nu wordt er gezegd: 'Die of die kan het wel doen!' En zo laten we het nog steeds aan een ander over...'
Ds. Verhoef wist later wel raad. 'Op aanmoediging van haar man was mevrouw Verhoef bereid om de volgende vergadering een onderwerp te houden over Rebekka. Er volgden daarna nog verschillende dames haar voorbeeld'.
Vanaf het begin van het bestaan van de vereniging opent de presidente de vergadering met zingen, bijbellezen, het lezen van een meditatie en gebed, zo horen we van mej. Fraanje. Behalve handwerken en dergelijke bezoeken de leden van de vereniging ook bejaarden en zieken in de gemeente, en men komt twee keer per jaar in het rusthuis 'Elim'.
Mej. Fraanje voegt er aan toe, dat al een poosje een vijftal vrouwen uit het Gezinsvervangend tehuis 'Het Schild' lid zijn van de vereniging. Zij hebben het best naar hun zin en worden goed opgevangen. Veel leden van de vereniging doen vrijwilligerswerk in 'Elim' of in 'Het Schild'. De leden die een verenigingsjubileum te vieren hebben kregen eerst van het bestuur een lepeltje met het bondsembleem. Tegenwoordig wordt er een gebaksvorkje overhandigd. Men stelt zo'n blijvend cadeau zeer op prijs. Voor mej. Fraanje hebben 'haar bestuur en leden' veel gedaan en meegeleefd in tijden van ziekte en zorg.
De vrouwen verrasten haar op verschillende wijzen, toen ze mocht gedenken al dertig jaar presidente van Fébé te zijn. Zo schreven en versierden bijna alle leden op persoonlijke wijze een blad in het herinneringsalbum. 'Voor mijn verjaardag', vertelt mej. Fraanje, 'waren de leden gewend om geld op te halen en mij een cadeau aan te bieden. Maar dat wil ik niet meer. Het geld besteden we nu om een gezamenlijke maaltijd te houden in een van de zalen van de kerk. Dat versterkt de onderlinge band'.
Voor we weggaan, wijst mej. Fraanje er op, dat het presidentschap een mooie taak is. 'Daar moet je biddend mee bezig zijn. Voor ik naar de verenigingsavond ging, boog ik mijn knieën, en dat is na dertig jaar nog steeds nodig. Het is zo'n voorrecht om te mogen zien op het goede voorbeeld dat mijn vader en mijn moeder mij hierin gegeven hebben. U weet wel, dat de pyjama's van mijn vader altijd op de knieën het eerst versleten waren. Zo vaak heeft hij - soms midden in de nacht - zijn knieën gebogen. Het gebed is een wapen. Waren we allemaal maar in waarheid biddend bezig, dan zag het er in kerk en wereld anders uit!' Voor het laatst bladeren we de verslagen van mej. Fraanje door. Daar treffen we een raad aan, die ons allen aangaat: 'Dat we met al ons bezig zijn ons zelf niet 2ouden vergeten en met de Psalmdichter leren vragen naar de Heere en Zijne sterkte en dagelijks Zijn aangezicht zoeken in het gebed'.
Wij willen mej. Fraanje hartelijk danken voor de gastvrijheid en het fijne gesprek, dat we met haar mochten hebben.
Zaltbommel
C.A. Kaslander-Goedegebuur
Zwijndrecht
A. Teerds-Gertenbach
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 mei 1995
Daniel | 32 Pagina's