Kennismaken met het zondagsschoolwerk onder de Tswana’s
In gesprek met Léonie Dieleman
’Hoe ik ertoe gekomen ben om me te verdiepen in het zondagsschoolwerk in Zuid-Afrika? Ik werk mee aan het zondagsschoolwerk dat bij ons in de gemeente van Vlissingen op drie plaatsen onder buitenkerkelijke kinderen verricht wordt en de vakantiebijbelklub ook voor buitenkerkelijke kinderen. Door mijn betrokkenheid bij dit gemeentewerk is er langzamerhand een verlangen gegroeid om meer in dit werk bezig te zijn, eventueel ook buiten de grenzen. In augustus 7 994 ben ik, nadat ik kontakt gezocht had met onze zending, op uitnodiging van de heer Ouwehand naar Zuid-Afrika vertrokken om me daar te verdiepen in het zondagsschoolwerk onder de Tswana's. Persoonlijk was dit voor mij een stukje oriëntatie of meer bezig zijn in dit werk mij echt trekt.'
In augustus 1994 maakte Léonie Dieleman een reis naar Zuid-Afrika om zich daar bezig te houden met het zondagsschoolwerk onder de Tswana's. In het dagelijks leven werkt ze bij de Vluchtheuvel. Daarnaast doet ze de verkorte PABO-opleiding (enkele onderdelen) om wat ondergrond op te doen voor het bezig zijn in het kinder-en jeugdwerk. Ze vertelt over haar ervaringen.
Zondagsschoolwerk is ingebed in de gemeente. Kun je ons iets vertellen over het gemeenteleven in het Tswanagebied?
In 1952 is de blanke Gereformeerde Kerk van Sannieshof begonnen met het het zendingswerk onder de donkere bevolking. Daaruit zijn negen gemeenten gegroeid met in totaal zo'n dertig tot vijfendertig wijken. Dezending van de Gereformeerde Gemeenten is ook gaan deelnemen aan dit zendingswerk.
In deze negen gemeenten wordt op zeker vijfentwintig plaatsen op zaterdag of op zondag zondagsschool gehouden. De zondagsschool is er voor kinderen tussen vieren twaalf jaar en neemt hier min of meer de plaats in van de - 12-verenigingen bij ons.
Daarna stromen de jongeren door naar de catechisatie, die er is voor de leeftijdgroep van ongeveer twaalf tot twintig jaar. Daarnaast heb je in sommige gemeenten nog jeugdverenigingen voor jongeren vanaf vijftien jaar.
De oorspronkelijke bedoeling van zondagsschoolwerk is dat er uit de Bijbel wordt verteld aan kinderen die niet tot de kerk behoren. Bij ons heeft het veelal die oorspronkelijke funktie verloren. Hoe is dat in Zuid-Afrika?
Ik vind het mooi dat je dit aanroert. Bij ons is deze kant van het zondagsschoolwerk vaak onderbelicht. Op veel plaatsen gebeurt dit alleen voor de jeugd van de gemeente. Voor de meeste kinderen geldt dat ze al op een reformatorische school zitten, dat er in het gezin gestalte gegeven wordt aan het vertellen uit de Bijbel, of dat ze op een - 12-kinderklub zitten. Persoonlijk zou ik graag zien dat men zich ook zou inzetten voor evangelisatiewerk onder nietkerkelijke kinderen.
De situatie in Zuid-Afrika is anders. Daar is bij de kinderen ontzettend weinig kennis. Daarom is het belangrijk dat er veel aandacht is voor het zondagsschoolwerk.
Kun je een impressie geven van een zondagsschooluurtje in het Tswanagebied?
Een van mijn reisbestemmingen was de zondagsschool van Setlagole. Toen ik het kerkje binnenkwam, zag ik voorin de kerk zo'n twintig kinderen zitten in de leeftijd van vijf tot elf jaar. De juf was al bezig met haar verhaal, dus zachtjes ging ik in een lege kerkbank zitten.
Duizenden kilometers bij huis vandaan 'hoorde' ik het zo bekende verhaal van de zondvloed in het Tswana vertellen. Na de Bijbelvertelling werd aan een van de kinderen gevraagd of ze het zojuist vertelde verhaal wilde navertellen. En rustig liep er een meisje van acht jaar naar voren en nog eens luisterden de kinderen naar het verhaal van Noach en de ark, nu verteld door een leeftijdgenootje.
Er schoven na verloop van tijd nog enkele mensen de kerkbank in. Het waren enkele kerkeraadsleden die van hun belangstelling en betrokkenheid blijkgaven.
Toen dit zondagsschooluurtje afgelopen was, keek ik verbaasd naar buiten. Voor de deur stond weer een groep kinderen te wachten van ongeveer dezelfde leeftijd. De zondagsschoolkinderen in Setlagole bleken in twee klassen verdeeld te zijn: de gevorderden en een groep die nog weinig bijbelkennis heeft.
Had je overal zulke positieve ervaringen?
De zondagsschool in Setlagole bleek een uitzondering te zijn. Op een zaterdagmorgen ging ik naar de zondagsschool van Kopella. De predikant wist van mijn komsten had alles in het werk gesteld om mij een zo goed mogelijke indruk te geven. Er werd me echter verteld dat de kinderen enkele weken lang aangespoord moesten worden om toch vooral te komen. En inderdaad, toen we de kerk binnenkwamen, zaten daar zeker zestig kinderen te wachten. Ik voelde me beschaamd dat ze om mij moesten komen opdraven, maar ik voelde me vooral verdrietig, omdat dit de motivatie bleek te zijn en niet de rijkdom van het Evangelie.
De volgende morgen kwam ik onverwachts op de zondagsschool van Uitkijk. De telefoonverbinding werkte nieten de evangelist wist niet van mijn komst. Er waren nog geen tien kinderen en mopperend werd ik 'spion' genoemd.
Wat is de oorzaak van deze geringe motivatie?
De rol van de evangelist of predikant is beslissend voor het funktioneren van de zondagsschool. Als zij gemotiveerd en enthousiast zijn, dan werkt dit door op de leiding en ik denk datje het effekt daarvan kuntzien in de opkomst. Predikanten en evangelisten moeten het belang van de zondagsschool zien en het werk stimuleren.
Wat mij in Uitkijk opviel, was dat de jeugdverenigingsleden daar heel weinig kennis hadden over hoe je het vertellen van een verhaal moet aanpakken. Vaak ontbreekt het aan instruktie van leidinggevenden. Hoe zouden ze vorm moeten geven aan het zondagsschoolwerk zonder dat ze handvaten hebben?
Samen met Thomas, een tolk, heb ik met enkele predikanten, evangelisten en andere leidinggevenden van de zondagsschool - veelal leden van de jeugdvereniging - gesproken. Voor veel predikanten en evangelisten blijkt de zondagsschool toch een 'stiefkind' te zijn.
Afgezien hiervan is het voor sommige kinderen niet makkelijk om te komen. Soms moeten ze een heel eind lopen, is het erg koud of juist te warm, moeten ze op dieren passen, of worden ze van huis uit niet gestimuleerd.
Heb je naast observatie van het zondagsschoolwerk onder de Tswana-kinderen ook nog andere dingen gedaan tijdens je stage?
Ja, ik heb het zondagsschoolwerk daar geobserveerd en vervolgens geïnventariseerd waar de knelpunten zaten. Daarna heb ik wat praktisch oefenmateriaal geschreven. Het kursusmateriaal is daarna door de heer Ouwehand samen met een evangelist gebruikt voer een kursus waar vijfenvijftig mensen aan hebben deelgenomen. Het is de bedoeling dat deze deelnemers met hun predikant of evangelist om tafel gaan zitten om naar aanleiding van de eerste kursusronde de knelpunten in hun gemeente te inventariseren. Dit levert weer stof op voor een tweede kursusronde.
Ook heb ik instruktie gegeven aan evangelisten en studenten van de bijbelschool ondermeer over het vertellen aan kinderen en het gebruik van gebaren en mimiek daarbij als verduidelijking en illustratie van de vertelling. Daarna liet ik oefenen door de instruktie in de praktijk gestalte te geven in een door hen voorbereide vertelling. Een van de evangelisten vertelde over het verraad van judas, hij nam ons werkelijk mee op het verraderspad. Hij deed het zo knap dat ik er voor mijn gevoel zelf bij was toen judas op pad ging. Een volgende evangelist 'verklapte' van te voren de ontknoping. Hij stond bovendien 'stijf' voorde groep en er was ook geen 'boodschap' te horen. De evangelisten reageerden op eikaars vertelling. Zo konden ze van elkaar leren.
Op de zondagsschool in Kunana maakte ik het volgende mee. De evangelist begon zijn bijbelverhaal: 'Achtendertig jaar ligt de man al op zijn bed.' De evangelist ging even liggen op een door hem meegebracht kleedje... 'Sta op, neem uw bed op en wandel.' En de evangelist begon het matje op te rollen, legde het op zijn schouders en liep weg...
Voor ons misschien vreemd, maar de kinderen luisterden geboeid en begrepen zo wel waar het over ging. Er zaten ook enkele blanke kinderen tussen. Zij hebben het verhaal niet letterlijk verstaan, maar doordat de evangelist het zo goed uitbeeldde, begrepen ze wel waarover het ging. Als je dan bedenkt dat de evangelist eerst gewoon op zijn stoel voor de groep zat...
Verwerking van het gehoorde is ook belangrijk, je noemde al even een keer dat een kind het verhaal moest navertellen. Worden er ook andere manieren van verwerking gebruikt?
Alle kinderen in Setlagole hebben een boekje waarin voor eenendertig zondagen stof te vinden is: de vertelling met vragen, een te leren bijbeltekst en een lied. Op de rechterpagina is van de meeste verhalen een tekening te zien. Er wordt niet gewerkt met kleurplaten of andere werkjes. Kleurtjes, scharen en lijm ontbreken. Alleen de kinderen van Kraaipanplaas werken hiermee. In mijn koffer zat een hele map vol werkjes en ook zou er best geld bij elkaar te krijgen zijn om scharen, lijm en dergelijke te kopen. Het was heel verleidelijk om de Tswana's allerlei spullen te geven, maar wanneer ze alles zouden krijgen, worden ze niet gestimuleerd om zelf te investeren in het zondagsschoolwerk. Op de bijbelschool in Mareetsane (centrale punt van de gemeenten daar) komt een map met werkjes waar de evangelisten gebruik van kunnen maken.
Je hebt heel veel indrukken opgedaan. Wat hebben deze ervaringen voor jou betekend?
Persoonlijk ben ik door deze periode gestimuleerd om met het kinder-en jeugdwerk verder te gaan. Hierin Nederland en wanneer de Heere een geopende deur geeft elders. Het is zo belangrijk, omdat het werk is in Gods Koninkrijk en bijdraagt aan de opbouw van de gemeente. In Nederland besef je niet half wat je zelf meekrijgt, maar ook wat je anderen, bijvoorbeeld kinderen, kunt meegeven. Aan de andere kant ben ik er ook van onder de indruk gekomen hoeveel moeite het soms kost om de kinderen te motiveren om naar de zondagsschool te gaan. Daarom wil ik vragen: bid voor de zondagsschoolkinderen daar in Zuid-Afrika en hun leiding, opdat het werk dat daar gedaan wordt vrucht mag dragen . Kijk eens om je heen of je hier in Nederland iets kunt doen in bijvoorbeeld kinderevangelisatiewerk. Ligt daar, natuurlijk in overleg met de kerkeraad, geen taak voor jou?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 mei 1995
Daniel | 32 Pagina's