De armen
De bergrede
Mattheüs 5:1-3
Onze bepaling van geluk verschilt met de waardering die Jezus omtrent dit woord hanteert. Als wij een lijst zouden moeten maken van mensen die gelukkig zijn, dan zouden wij andere karakters dan jezus noemen. De mensen, die jezus zalig spreekt zijn in de ogen van de wereld helemaal niet zo bevoorrecht. Opnieuw treft het ons, dat we ons met de bergrede in een heel andere wereld bevinden. In het Koninkrijk van God gelden heel andere maatstaven. Het begrip geluk wordt door Jezus anders ingevuld dan door ons. We moeten ook hiervan Jezus leren wat waarlijk geluk is. Geluk is niet een gelukkig gevoel. Door God gekend en geliefd te zijn is het hoogste geluk. Tegenover het zalig uit Mattb. 5 staat het wee uit Lukas 6. Daar horen we Jezus zeggen: „Wee u, gij rijken" en „Wee u, wanneer al de mensen wel van u spreken".
We herkennen hierin de twee koninkrijken, namelijk het Koninkrijk van God en het rijk van de wereld. Jezus laat ons in Lukas 6 voelen, dat het onmogelijk is om door twee zijden zalig gesproken te worden. Dit korrespondeert met wat de apostel zegt: Zo wie dan een vriend der wereld wil zijn, die wordt een vijand van God gesteld" (Jakobus 4:4). Wie beide werelden vast wil houden, zal beide werelden verliezen.
Armen in het Oude Testament
„Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen" (Mattheus 5:3). Het is al eerder opgemerkt dat het Oude Testament de noodzakelijke achtergrond vormt waartegen wij de bergrede moeten verklaren. Jezus put voor Zijn onderricht uit het Oude Testament. Het Griekse woord ptoochos, dat hier door Jezus gebruikt wordt, is de bedelarme. Het Hebreeuwse woord voor arme is eigenlijk een terneergebogene.
Het gaat letterlijk over een persoon, die arm is in materieel opzicht. Met de materiële armoede ging moeite en zorg gepaard. De arme had het zwaar in de oudheid. En wie trok zich de ellende van de arme aan? Ten diepste alleen de Heere! Omdat de armen geen toevlucht hadden dan God en van niemand anders hulp konden verwachten, wordt de arme in het Oude Testament gelijk gesteld met allen, die hun heil van de Heere verwachten. De uitdrukking de arme heeft in het Oude Testament een godsdienstige en geestelijke betekenis. Daarom noemt de psalmist zichzelf: Deze ellendige (arme) riep, en de Heere hoorde, en Hij verloste hem uit al zijn benauwdheden" (Psalm 34:4). De arme is in het Oude Testament iemand, die in zijn verdrukking en ellende op God is aangewezen. Het is menigmaal een verzamelnaam voor allen, die onmachtig zijn zichzelf te verlossen en van God hun heil verwachten. Voor deze armen is jehovah de enige Toeverlaat. Zij schuilen weg bij de Naam des Heeren (Zefanja 3:12). Zij leggen hun moeite in Zijn hand (Psalm 10:14). De Messias zal zich over hen in het bijzonder ontfermen (Psalm 72:12).
Dit soort geestelijke armoede behoort in de oudtestamentische profetieën dan ook bij de vromen, die het heil van God verwachten. De Heere zegt bijzonder op dit soort mensen in genade neer te zien: Maar op dezen zal Ik zien, op de arme en verslagene van geest, en die voor Mijn Woord beeft" (Jesaja 66:2). Bij hen begeert de Heere te wonen (Jesaja 57:15), En voor hen is het heil van de Messias (Jesaja 61:1). Jezus heeft Zich in de synagoge te Nazareth duidelijk vereenzelvigd met deze armen uit de profetie van Jesaja en gezegd, dat Hij gekomen is 'om de armen het Evangelie te verkondigen'.
Rijkdom en weelderigheid staan in het Oude Testament dikwijls in verband met wereldgelijkvormigheid. De rijken waren geneigd om zich aan te passen aan de omringende heidense volken. Armoede en gebrek werkten er aan mee om zijn heil bij God te zoeken. De armen en geringen bleven trouw aan de Heere en Zijn verbond.
Tegen deze oudtestamentische achtergrond zijn de armen van geest uit de zaligsprekingen van jezus, de geestelijk armen, die hun heil bij God en Christus zoeken. Arm van geest te zijn, is in eigen schatting arm te zijn. Het gaat over arm zijn van Geest. Pneuma, geest, is het hoogste deel van de mens, namelijk zijn geestelijk wezen, de persoon of het ik (2 Korinthe 2:11). Luther vertaalde het dan ook met arm voor Cod. Het is een uitdrukking, die aangeeft hoe men zich gevoelt tegenover God.
En voor deze armen is het Koninkrijk der hemelen.
Hebben de armen voor op de rijken?
Jezus zegt van de armen van geest: „Hunner is het Koninkrijk der hemelen".
Voor hen is het Koninkrijk van God met al hel heil voor tijd en eeuwigheid. Zij worden voor de burgers van het Godsrijk gehouden.
Oppervlakkig gezien, zou je volgens jezus beter arm dan rijk kunnen zijn. De rijken zullen maar bezwaarlijk het Koninkrijk van God binnen gaan (Mattheus 19:23). De armen mogen het hier moeilijk hebben, maar bij hun sterven zijn ze beter af dan de rijken. Zo mogen we jezus' woorden echter niet uitleggen. Dit is niet in overeenstemming met de leer van het geheel van de Schrift. De exegetische regel is, dat wanneer onze uitleg in strijd is met de gehele teneur van de Schrift, wij moeten denken dat onze uitleg niet de juiste is. Toch hebben velen dit zo uitgelegd. In de oude Rooms Katholieke visie was de vrijwillige armoede een zekere weg naar de hemel. De weg van Fransiscus van Assisi stelde men ten voorbeeld voor de monniken.
Moderne theologie
De moderne theologen zijn die mening ook toegedaan, maar op een andere manier. De armen, die Jezus zalig spreekt, zijn de armen in materieel opzicht, de armen in goederen. Zij vertalen de woorden van Jezus met: zalig in geest zijn de armen. De arme en verdrukte volken zijn gelukkiger en rijker in geest dan de rijke volken. In Christus vinden zij hun Verdediger en Leider. Wie de zijde van de armen kiest, kiest volgens hen daarmee de zijde van Christus.
Niet persé materieel arm
Uit alles blijkt echter, dat het gaat over arm zijn voor God. Vooral het licht, dat het Oude Testament op de arme en verdrukte werpt, maakt dit duidelijk. De arme is niet altijd de materieel arme, maar de mens die niets van zichzelf heeft en geheel op God en Zijn genade is aangewezen. Zij zijn arm van geest, dat is: in eigen schatting. Zij zijn arm voor God! Zij vormen met de treurenden, de zachtmoedigen, de hongerenden en dorstenden naar de gerechtigheid, de vreedzamen, de vervolgden en de gesmaden om Christus' wil één en dezelfde categorie.
Jezus’ armen van geest zijn de burgers van Gods Koninkrijk, de ware gelovigen. Onder hen zijn eenvoudige vissers en achtbare vrouwen, maar ook tollenaars en gewezen prostituees. Voornamen uit het huis van de keizer en slaven en slavinnen vindt men onder hen. Lydia, die in het dure purper handelt schaamt zich niet voor dit gezelschap en ook Nicodemus en jozef van Arimathea voegen zich er bij. De meesten komen echter uit de mindere stand.
De apostel schrijft: Want gij ziet uw roeping, broeders, dat gij niet vele wijzen zijt naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele edelen" (1 Korinthe 1:26). De gemeente van Christus bestaat meest uit armen en onaanzienlijken.
Arm voor God
De arme schijnt hier dus toch iets voor te hebben op de rijke. Ja, Gods behagen is om juist naar het arme en verachte om te zien, teneinde het machtige en voorname te beschamen. God wil, dat er slechts overblijven zal: Die roemt, roeme in de Heere" (1 Korinthe 1:31). Maar de nadruk moet vooral liggen op het arm zijn voor God. Arm zijn van geest is niet slechts arm zijn in goederen, maar voor God zijn geestelijke armoede en bankroet erkennen. Het is te zien en te geloven, dat we zondaren zijn, die onder de heilige toorn van God liggen en niets dan het oordeel Gods verdienen. Het wil vooral zeggen, niets te bezitten om God aan te bieden en Zijn gunst daardoor te kunnen kopen. Wij behoren dan tot de familie van de tollenaar, die bad: O God! wees mij zondaar genadig!" Wij hebben dan alleen schuld en geen penning om te betalen.
Calvijn schreef ervan: „Hij alleen, die teruggebracht is tot niets in zichzelf en geheel op de genade van God steunt, is arm in geest".
Het is deze geestelijke armoede, die ontvankelijk maakt voor het Evangelie (Mattheus 1:5 en Jesaja 61:1). Aan deze armen geschiedt de evangelisatie. Hun worden de geheimen van God geopenbaard (Mattheus 11:25, Lukas 1:53). In die zin hebben de armen voor op de rijken. Waar de rijken ledig weggezonden worden, worden de hongerigen met goederen vervuld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 mei 1995
Daniel | 32 Pagina's