Gespreksvragen
1. De Heere Jezus leerde Zijn discipelen. Hij was de door God gezonden Leraar.
Wie bepaalt of iemand door God tot het ambt geroepen is?
Wat wordt bedoeld met de uiterlijke en innerlijke kant van de roeping?
Hoe roept God tot het ambt? Wat is de opdracht van ieder persoonlijk en van de kerk wat betreft de vervulling van de ambten?
2. Wat is de opdracht van een predikant?
3. Wat is de overeenkomst en het verschil van de prediking van Mozes en de Heere Jezus?
4. De Heere komt tot ons in het gewaad van Zijn Woord. Welke konsekwenties heeft dat voor het omgaan met (bespreking van) de Bijbel? Waarom zijn er dan toch mensen die zeggen dat ze misschien wel zouden luisteren als de Heere Jezus persoonlijk tot hen zou spreken?
5. We kunnen de bergrede in zeven onderwerpen verdelen. Maak dit konkreet. De bergrede is gericht op ware gelovigen. Hebben anderen er dan geen boodschap aan?
6. Hoe komt het dat Jezus mensen zalig spreekt die zich niet (altijd) zo voelen? Wat is dan het doel van de zaligsprekingen? Hoe kunnen we op een onjuiste wijze met de zaligsprekingen omgaan? Voor wie zijn de zaligsprekingen tot troost?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 april 1995
Daniel | 40 Pagina's