Schotland
Het land van Boston en de Erskines, de Hooglanden en de Schotse ruit; de vele regen en de mist, de doedelzakspelers en... Misschien stoppen we dan.
Wellicht lazen we het volgende in een vakantiegids: „Een land met een ruige ongerepte natuur en een schat aan kuituur, mooie meren, onherbergzame rotsen en lieflijke valleien." Maar dan houdt onze kennis wel zo ongeveer op!
En toch spreekt Schotland ons op de een of andere manier aan; voelen wij ons aan het Schotse volk verwant. Komt dat alleen omdat er vroeger dikwijls (en nu soms? ) preken van Schotse schrijvers werden gelezen in de vakante gemeenten en ook wel thuis in het gezin? Of heeft ook de geschiedenis van de Schotste kerk, die zo veel overeenkomst vertoont met onze kerkgeschiedenis, daartoe bijgedragen?
Het land
Het is in ieder geval de moeite waard om wat meer over Schotland te weten.
De natuur is vooral in de Noordelijke Hooglanden ongerept. Gemiddeld wonen daar 2 a 3 mensen per vierkante kilometer. Op de bergen ligt daar ook in de zomer nog sneeuw. Toch zijn de rotsachtige bergen niet echt hoog. De Ben Nevis is met zijn 1 343 meter de hoogste berg.
Dat er daar nog zo veel sneeuw ligt, is ook te begrijpen als we weten dat Schotland zich veel noordelijker bevindt dan ons land. Ongeveer ter hoogte van het zuiden van Noorwegen. In de Zuidelijke Hooglanden ligt ook het Grampian-gebied, met minder hoge bergen en veel meer begroeid, heel afwisselend met bossen, heidegronden en vruchtbaar bouwland. Er zijn veel kastelen en ruïne's van kastelen die dusdanig worden onderhouden dat zij niet verder vervallen.
De kust van Schotland is over het algemeen steil en rotsachtig met diepe kloven en inhammen en is boeiend om te zien. De vele meren hebben een aparte bekoring.
Herinneringen aan kerkhistorische gebeurtenissen
Maar er is in Schotland nog veel meer te zien dan een mooi landschap en gezellige steden en dorpen. Het is de moeite waard om op zoek te gaan naar wat herinnert aan de Reformatie of de plaatsen die doen denken aan mannen als Boston, Erskineen MacCheyne. Voor een wandeling door St. Andrews kan wel een dag worden uitgetrokken. Daar is nog de universiteit waaraan Rutherford als hoogleraard was verbonden en John Knox en William Guthrie, de schrijver van 'Des christens groot interest', hebben gestudeerd.
Daar is de eerste martelaar verbrand: Patrick Hamilton en ook de bekende George Wishart.
Daar staat ook nog de ruïne van het kasteel waar John Knox (de latere hervormer van Schotland) gevangen heeft gezeten vóór hij veroordeeld werd tot de galeien.
Ook het graf van Samuel Rutherford
is er te vinden bij de resten van de kathedraal. Wist u dat Rutherford in maart 1661 ter dood veroordeeld is vanwege zijn leer? Toen de gerechtsdienaren met de dagvaardiging kwamen, was Rutherford reeds stervende. Vanuit zijn bed zei hij: „Zeg hen dat ik reeds gedagvaard ben om vooreen hogere Rechter te verschijnen, en ik moet aan de eerste oproep gevolg geven".
Een rel in de kerk
In Edinburgh en omgeving is heel veel te zien: de Magdalenakerk waar de eerste protestantse synode is gehouden en de St. Gileskerk waar john Knox predikant is geweest van 1559 tot 1 572. In diezelfde kerk gooide Janet Geddes, een eenvoudige groentevrouw, van boosheid haar stoeltje naar de voorganger met de woorden: „Schurk, spreekt gij de mis in mijn oor? ". Het was zondag 23 juli 1 637. In het bijzijn van vele hoogwaardigheidsbekleders zou de nieuwe liturgie voor het eerst worden gebruikt. De daad van Janet had gevolgen, niet alleen de rel die tijdens die dienst ontstond en waarbij bisschoppen het hazepad kozen, maar ook later. De Schotse protestanten waren wakker geworden.
Nationaal Verbond
De daad van die eenvoudige vrouw had hen aan het denken gezet. Woensdag 28 februari 1638 was er een plechtige bijeenkomst in en om de Greyfriarskerk. Op die winterse dag is er een verbond gesloten. Velen verklaarden daar openlijk hun goed en eventueel ook hun bloed te willen geven voor de 'kroonrechten' van Christus. Niet alleen predikanten en edelen maar ook het gewone volk ondertekende deze plechtige verklaring, het Nationaal Covenant.
Hel eerste perkament was al spoedig te klein om de handtekeningen te kunnen bevatten, er moesten er meerdere worden geschreven. Eén daarvan wordt in de Greyfriarskerk bewaard. Er staan handtekeningen op die met bloed geschreven zijn. Eén van de ondertekenaars van het Nationaal Verbond was de heer Broodie, een edelman die een kasteel bewoonde in de Noord-Grampians. Dat kasteel is te bezichtigen en op de nachtkastjes van de familie Broodie kan men gebruikte Bijbels zien liggen. En tussen de vele kunstwerken bevindt zich ook een schilderij waarop de Bass Rock is
afgebeeld. De Bass Rock is een rots die zich een paar honderd meter verwijderd van de kust bij Noord-Berwick bevindt. Onder anderen heeft ds. Peden daar gevangen gezeten. Toen één van de bewakers hem toevoegde: „De duivel hale je", heeft ds. Peden hem daarop aangesproken, wat de Heere heeft willen gebruiken tot zijn bekering.
Een andere kerker die een bezoek waar is, bevindt zich in het Dunnottarcastle, aan de Noordzeekust ten zuiden van Aberdeen. Dit kasteel ligt op een hoge rots, en was indertijd een onneembare vesting. Het was mei 1685. 224 Covenanters (mensen die het nationaal covenant hadden ondertekend) die in Edinburgh in gevangenissen waren ondergebracht, werden naar Dunnottarcastle overgeplaatst.
Velen van hen waren te verzwakt om de voetreis ten einde te brengen en stierven onderweg. Er kwamen er gelug ook die wisten te ontsnappen. 145 mannen en 22 vrouwen kwamen op 24 mei op het kasteel aan en werden in de koude, natte en veel te kleine kerker opgesloten. Er was geen plaats genoeg dal iedereen kon liggen. Vijfentwintig gevangenen hebben geprobeerd te ontsnappen door zich langs de steile rots te laten zakken naar de zee; vijftien van hen werden weer gevangen genomen en vreselijk gemarteld.
Maar hoewel het verblijf aldaar vrijwel ondragelijk was, vergat de Heere hen niet. Zodoende kon janet Linton het volgende aan haar man schrijven: „Gezegend zij de Heere voor mij, dat het zulk een heilig God heeft behaagd om naar zulk een onwaardig zondaar als ik ben om te zien; om mij te verwaardigen om ter wille van Zijn naam te lijden en Zijn kruis te dragen... De Heere heeft alle dingen gemakkelijk voor mij gemaakt en Hij is zo vriendelijk voor mijn ziel geweest sinds ik in de gevangenis kwam."
Opmerkelijk is het dat de Kerk (met een hoofdletter) het meeste groeide tijdens de vervolging.
De Covenanters moesten in het open veld of in grotten bijeenkomen en werden dan dikwijls uiteengejaagd en, erger nog, gevangen genomen, maar juist in die samenkomsten bleek dat er een grote honger was naar Gods Woord.
Bij Torgyle preekte Finlay Munroe, een eenvoudige evangelist onder de open hemel. Voordat de preek beëindigd werd, waren zijn voetstappen zichtbaar in de klei. Enkele vijandige 'hoorders' verstoorden de dienst door te laten blijken dat zij de woorden van Finlay niet geloofden, en dreven de spot met Gods Woord.
Finlay wees hen op zijn voetstappen en zei dat zijn woord de volle waarheid was, zoals zijn voetstappen vele jaren zichtbaar zouden zijn. En nog groeit er geen gras op dat plekje.
Gods zorg voor Zijn Kerk kwam in Schotland ook openbaar in het verwekken van getrouwe predikers, in tijden dat de kerk verwaterd was, wanneer er uiterlijk voorspoed was,
maar innerlijke verschraling. Het is ook de moeite waard om in het mooie Schotland op zoek te gaan naar mannen van een 'nadere reformatie'; mannen die ook voor onze kerken zo veel betekenen (of voor ons niet meer? ).
Boston
In 1688 ging de 12-jarige Thomas Boston met zijn vader naar de kerk in Withsome. Het was lopend enkele uren verwijderd van Duns, zijn geboorteplaats. De preken van ds. Henry Erskine wilde de Heere gebruiken tot zijn bekering; in het bijzonder de preken over johannes 1:29 'Zie het Lam Gods' en Mattheüs 3:7 'Gij adderengebroedsels, wie heeft u aangewezen te vlieden van de toekomende toorn? ' (ja, ook deze tweede tekst!).
Thomas is predikant geworden. In Ettrick, in een mooi heuvelachtig gebied, heeft hij 25 jaar gestaan. Het kerkje is nog in gebruik. Met zijn paard heeft Boston zijn gemeenteleden, waarvan velen aanvankelijk niet naar de kerk kwamen, trouw bezocht. Hij heeft er met veel zegen gewerkt. „En", zo staat er onder andere op zijn grafmonument te lezen, „zijn waardevolle geschriften hebben veel bijgedragen tot bevordering van het wezenlijk christendom".
Andere herinneringen
Aan de oevers van de rivier de Tweed bevinden zich de overblijfselen van Dryburgh Abbey. Deze abdij is in 1544 bij een Engelse aanval op Schotland vernield en is niet meer herbouwd. Maar deze ruïne wordt wel zo goed onderhouden dat er geen verder verval plaats heeft. Hier vinden we onder andere het graf van de familie Erskine, een oud adellijk geslacht. In Dryburgh is in 1680 Ebenezer Erskine geboren. Zijn naam wijst er op dat het toen een heel moeiljke tijd was: 'Tot hiertoe heeft ons de Heere geholpen'. Ebenezer is evenals zijn vader predikant geworden en heeft onder andere in Stirling gestaan.
Aan de voet van het kasteel van Stirling is zijn kerk te vinden, omringd door een bijzonder mooi kerkhof met onder andere de graven van bekende personen. Er staat ook een standbeeld van John Knox. In Dunfermline, een stad ten noorden van Edinburgh, staat een standbeeld van Ralph Erskine. Deze broer van Ebenezer heeft 41 jaar in die gemeente gestaan. Beide broers werkten echter ook wel in naburige steden en dorpen. Alexander Comrie bijvoorbeeld, heeft catechisatieonderwijs van hen gehad evenals van Thomas Boston. Vader Comrie zal waarde gehecht hebben aan de leer van deze rechtzinnige predikanten. Ook Dundee is een bezoek waard. Dat is de stad waar MacCheyne predikant is geweest, de dichter van het bekende vers: 'Eens was ik een vreemd'ling voor God en mijn hart'. Hij preekte in de St. Peterskerk. Zijn graf is naast de kerk te vinden.
Wat blijft
Schotland; de moeite waard om te bezoeken.
De kerkgeschiedenis van Schotland; de moeite waard om er ons in te verdiepen. En al lezende (kent u de boeken van Van Valen? ) komen we er achter, dat we veel meer van dat boeiende land zouden willen zien. Maar dan zullen we ook ontdekken dat de Kerk in dat mooie land zo klein geworden is. Gaat zij ten onder?
Nee, dat nooit! De tekst, die vermeld is boven de vuurplaat, op de schouw in de ruïne van Kasteel Huntley, blijft van kracht. Daar staat: „En wij weten, dat degenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen die naar Zijn voornemen geroepen zijn".
Voor de Schotten, die naar Gods voornemen geroepen zijn, moet ook het verval van het geestelijk leven, wat zo sterk openbaar komt in deze tijd, medewerken ten goede. Eens zal die Kerk triumferen, door Hem Die gezegd heeft: „Ik heb de sleutels der he) en des doods" en „Die overwint, Ik zal hem geven te eten van de Boom des levens".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 april 1995
Daniel | 40 Pagina's