JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

In dienst van de koning

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In dienst van de koning

4 minuten leestijd

deel 2

De koning moest zijn paleis verlaten; als hij zou blijven zou hij zeker gedood worden. Met een paar trouwe knechten vluchtte hij naar een geheime schuilplaats.

De mensen in het land wisten niet goed wat ze moesten doen. Ze zouden het liefst weer voor de koning willen werken, maar dat kon niet meer. Tegen de vijand in opstand komen durfden ze ook niet. De vijand dwong hen om door te leven alsof er niets veranderd was. Eerst onwillig, gehoorzaamden veel mensen hieraan. Later dachten ze steeds minder aan hun goede koning. Dat ze werk en eten hadden, was voor hen het belangrijkste geworden. Ze leken niet eens te merken dat ze niet meer zo gelukkig waren als vroeger en dat de vrede, die er was toen hun koning regeerde, niet terug was gekomen. De koning hoorde in zijn schuilplaats dat steeds meer mensen zich neerlegden bij de onderdrukking door de vijand. Hij vond dit heel erg. Op deze manier zou de vijand nooit meer het land uitgaan.

Daarom bedacht hij een plan. Alleen als de mensen weer terug gingen denken aan de vrede in de tijd dat hij koning was, zouden ze weer gaan verlangen naar zijn regering. Hij sprak erover met de knechten, die hem trouw waren gebleven.

‘Luister’, zei de koning, 'we moeten er iets aan gaan doen dat de mensen mij steeds meer vergeten. Er moet iets gebeuren, anders kunnen we nooit de vijand verjagen. De mensen moeten weer terug gaan denken aan de vrede, die er was toen ik regeerde. Ze moeten er weer aan herinnerd worden dat ik hun koning ben en niet de vijand. Nu moeten jullie mij helpen. Weet je wat jullie moeten gaan doen? Jullie moeten het land ingaan. Jullie moeten met de mensen weer over mij gaan praten. Jullie moeten er voor zorgen, dat de mensen weer aan mij gaan denken en er naar terugverlangen dat ik koning ben. Er moeten allerlei mensen helpen, mensen met allemaal verschillende beroepen. We hebben een professor nodig, die tegen de professoren over mij gaat praten; een winkelier, die het de winkeliers gaat vertellen; boeren en tuinlieden; op elke plaats moeten mensen komen, die voorzichtig over mij gaan vertellen.'

Toen hij uitgesproken was, keek de koning de kring rond. ledereen mompelde goedkeurend nadat de koning had gesproken. Gelukkig hadden de mensen, die hem trouw waren gebleven, allemaal ander werk. 'Laten we er allemaal nog eens rustig over nadenken', zei de koning. 'Volgende week komen we weer bij elkaar en dan zullen we afspreken hoe we het precies gaan doen.'

Toen ze na een week weer in een kring zaten, vertelde de koning nog eens wat de bedoeling was. ledereen moest teruggaan naar de plaats waar hij werkte. Daar moest hij voorzichtig eens over de koning gaan praten. Over hoe goed het was, toen hij nog regeerde. Over hoeveel hij van de mensen hield en wat hij allemaal voor hen deed. ledereen moest dat op zijn eigen manier doen. Zo kon iedereen er aan meewerken, dat de mensen weer van de koning gingen houden. Pas dan konden ze er over gaan praten, hoe ze de vijand het beste uit het land zouden kunnen verdrijven. Deze avond mompelden de mensen niet goedkeurend. Ze hadden erover nagedacht en nu kwamen er allerlei bezwaren. De professoren vonden hun werk veel te moeilijk. Hoe kon je nu zulke geleerde mensen overtuigen dat hun koning veel beter was dan de vijand? Ook de mensen van de plantsoendienst waren heel boos over hun taak. Zij vonden hun baantje veel te min. En het ergste was nog, dat de professoren de tuinlieden uitlachten om hun kleine opdracht. De koning werd heel verdrietig toen hij hoorde, wat er allemaal gezegd werd.

‘Luister’, zei hij moe, 'wees niet jaloers op elkaar. Denk er aan waar het om gaat. Het belangrijkste is, dat er weer zoveel mogelijk mensen van mij gaan houden. Als jullie niet op je eigen post gaan werken, komt er niets van terecht. Juist onder de mensen, die net als jullie zijn, kunnen jullie heel goed de boodschap over mij brengen. Terwijl je samen werkt, kun je het eens over mij hebben. Het maakt niet uit wat je bent. Weet je, jullie doen allemaal hetzelfde werk. Of je nu professor bent of tuinman, boer of winkelier: jullie moeten allemaal over mij gaan vertellen en er voorzorgen dat iedereen straks mee wil helpen om de vijand te verjagen.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1995

Daniel | 41 Pagina's

In dienst van de koning

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1995

Daniel | 41 Pagina's