JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De trouwe zorg van de Heere is niet onder woorden te brengen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De trouwe zorg van de Heere is niet onder woorden te brengen

Een gevangene in Duitsland

11 minuten leestijd

‘t Was eind februari 7 943. Ik was nog maar enkele weken aan het werk in de A.E. C-fabriek in Berlijn toen ik hoorde dat ik op zondag zou moeten werken. Toen ik nog thuis was, had ik eens tegen mijn ouders gezegd dat ik dat nooit doen zou. Maar nu was het zover. Ik vroeg een onderhoud aan met mijn personeelchefen vertelde hem dat ik desnoods zes dagen vierentwintig uur wilde werken, maar niet op de dag des Heeren. De man werd vreselijk kwaad en beet me toe: 'Het is oorlog, en met die God van jou hebben we hier niets te maken'. Ik kon m'n mond niet houden en antwoordde: 'Als dat zo is, dan zal die God u en ook Duitsland daarvoor straffen'. Na dit antwoord drukte de chef op een bel. Twee mannen van de bedrijfspolitie stormden binnen en bewerkten me met een gummistok. Het resultaat was dat ik bont en blauw geslagen werd en overal pijn voelde. De slagen kwamen hard aan, maar erger nog was de aanval van satan, die me toeriep; 'Waar is nu die God op wie je bouwde en aan Wien je je zaak vertrouwde? '

Een klein stukje uit het leven van een jongeman van 21 jaar die op 12 februari 1943 te werkgesteld werd in het land van de bezetter. Tot 6 juni 1945 duurde het verblijf in Duitsland. Door Gods wondere hand keerde jan Mijnders weer terug in het vaderland. Na vijftig jaar vertelt hij opnieuw brokstukken van zijn verhaal. Tijdens enkele herdenkingsbijeenkomsten, in een boek waarin een levensschets is opgenomen en (opnieuw) in ons jongerenblad.

De lezers hebben al begrepen dat de jongeman de latere predikant ds. j. Mijnders is, thans emerituspredikant van onze gemeenten. Waarom vertelt ds. Mijnders zijn verhaal? Niet om zelf in het middelpunt te staan. Het is zijn begeerte om te vertellen van de goedheid en trouw van de Heere, juist in de moeilijkste tijden van zijn leven. Opdat jonge mensen naar die God zullen gaan vragen, Die alleen wonderen doet.

Dominee Mijnders, wat was de aan leiding voor uw wegvoering Duitsland? naar

In 1942 werkte ik in een grafisch bedrijf. Mijn baas was bijzonder vijandig. Hij wilde niets weten van God en Zijn dienst. Aan het eind van dat jaar deelde hij me mee dat ik bij een tewerkstelling in Duitsland de allereerste van zijn bedrijf zou zijn. Dat is onder Gods toelating ook gebeurd. Ik had geen vrijmoedigheid om onder te duiken. Dat wil niet zeggen dat ik het afkeur, maar er was voor mij een bijzondere reden tot onderwerping. In september 1942 behaagde het de Heere mij stil te zetten op mijn zondeweg. Mijn vader las aan tafel de Psalm 91. Deze Psalm begint met de woorden: 'Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw van de Almachtigen'. De Heere liet mij zien dat ik buiten die Schuilplaats stond. Ik kwam aan de weet dat ik onbekeerd was. Ik werd in eigen waarneming de grootste 'verzetsstrijder' tegen God. En naar zo iemand wilde de Heere omzien.

Mocht u geloven dat de Heere met u mee zou gaan?

Ja! Op de avond voordat ik weg moest, preekte ds. Lamain in Dordrecht. Hij had als tekst Hebreën 13:5b 'Want Hij heeft gezegd: k zal u niet begeven en Ik zal u niet verlaten'. Toen mocht ik vast geloven dat de Heere met mij mee zou gaan en dat ik op Zijn tijd weer thuis zou komen. Ik vertelde dat ook aan mijn ouders en aan mijn verloofde. Ik heb in Duitsland echter wel moeten leren dat de weg waardoor God

Zijn beloften vervult zo anders kan zijn dan wij denken. De Heere is een Waarmaker van Zijn Woord en Zijn beloften falen niet. Door een diepe weg heb ik moeten leren dat er tussen het schenken van een belofte en de vervulling ervan de vrijmacht Gods ligt. Zijn wegen zijn hoger dan onze wegen.

De apostel Jakobus spreekt over een beproeving die lijdzaamheid werkt. Is het geloof in Gods belofte weieens beproefd?

Dat is menigmaal beproefd. Ik denk aan de eerste tijd in de A.E.G-fabriek nadat ik geweigerd had om op zondag te werken. Wat ben ik er achter gekomen dat ik mezelf niet toebetrouwd was. Enkele weken na het konflikt met mijn chef werd ik door de Gestapo uit de fabriek gehaald en opgesloten in een gevangenis in Berlijn. Verschillende dagen heb ik met ongeveer dertig man in een kleine cel doorgebracht. Het was daar zo verschrikkelijk. Ik kan het niet onder woorden brengen. Ik werd voorgeleid en veroordeeld tot strafkamp in verband met het weigeren van werk en het 'beledigen' van de Duitse staat. Vanaf dat ogenblik was alle kontakt met de buitenwereld verbroken. Ik werd op transport gesteld naar een strafkamp ver boven Berlijn. Als ooit de duivel op de been is geweest, was het toen. Naar menselijke maatstaf zou ik mijn ouders en verloofde nooit meer terugzien. Achteraf heb ik mogen zien dat de genade van het geloof door de Heere wel beproefd, maar nooit tenietgedaan wordt.

Hebt u steeds kunnen geloven dat de Heere Zijn belofte zou vervullen?

Vele malen is de vraag naar boven gekomen: 'Geloof je nu nóg dat de Heere je niet begeven en verlaten zal? De één na de ander sterft hier...' Soms leek het alsof de Heere Zijn belofte niet vervullen zou. In het kamp bevond zich een cel van twee bij drie meter die men 'dodenkamer' noemde. Ik had steeds gedacht dat ik daar niet zou komen. De Heere had immers beloofd mij niet te zullen begeven? Toch heb ik een dag en een nacht in deze 'dodenkamer' moeten doorbrengen. Tot de Heere sprak: 'Het is genoeg'. Tot mijn onuitsprekelijke verwondering werd ik verlost uit doodsgevaar. De Heere regeert. Ik heb dat menigmaal kennelijk ervaren.

Kunt u ook zeggen dat de Heere uitkomst gaf op het gebed. En gebeurt dat vandaag ook nog?

De Heere hoort het gebed. Het was eens op een zondag dat ik een gedeelte van mijn noodrantsoen had verstopt in een oude laars, c n het 's avonds op te eten. Toen ik het er 's avonds uit wilde halen was het verdwenen. De kameroudste, ook een gevangene, die er blijkbaar meer van wist, beschuldigde me van ciefstal en schreeuwde me toe dat ik bij het appèl dertig stokslagen zou krijgen. De meesten overleefden dit niet. Zou ik het dan wel overleven? Achter een oude kast heb ik het uitgeschreeuwd: 'Heere, U hebt toch beloofd mij niet te zullen begeven en verlaten. Als dit doorgaat zal de hel triomferen, Uw beloften zullen falen...'

Het appèl kwam en ik werd vooraan de groep gezet. Toen de beul voor mij kwam staan, schreeuwde het in mijn ziel: 'Hoed mijn ziel en red z'uit noden; maak mij niet beschaamd o Heere; want ik kom tot U gevloden'. Dit smeekgebed steeg hoger dan de wolken. Het klom op tot in het binnenste Heiligdom.

Intussen bleef de beul voor mij staan, hij keek me aan, keerde zich toen om en liep door. Geen pen is bij machte om te beschrijven wat het betekent als ervaren mag worden dat de Heere betoont van zo'n doorbrenger af te weten. Na het appèl heb ik achter dezelfde kast mijn verwondering uitgeschreeuwd vanwege Gods trouw en goedheid.

De omstandigheden zijn vandaag anders, toch wil ik tegen jonge mensen zeggen: 'Schep maar moed uit mijn behoudenis.' 't Mocht maar tot jaloersheid verwekken en een aansporing zijn om de Heere te zoeken, terwijl Hij nog te vinden is.'

Na mijn ontslag uit dit kamp werd ik in Berlijn weer in de cel van de gevangenis opgesloten totdat de Heere sprak: „Tot hiertoe en niet verder". Men heeft nog geprobeerd om mij aan te melden bij de S.S. om voor de Duitsers aan het Oostfront te vechten. Dat heeft de Heere genadig verhoed.

Hoe ging het na uw ontslag uit het strafkamp?

Na enkele dagen ben ik toen weer naar het werkkamp in Aldershof gegaan. Toen ik hier aankwam, was ik erg vermagerd en ondervoed. Door de razende honger at ik te veel, waardoor ik een ernstige bloeding kreeg, waarschijnlijk een zware dysenterie. Mijn matras kleurde rood van het bloed. Een kamparts zei toen: 'Laat hem maar zo vlug mogelijk weghalen, want doodgaan doet hij toch...'

Weer ging ik door een diep dal. Maar de Heere doet geen half werk. Terwijl er miljoenen mensen stierven vanwege het oorlogsgeweld, waarin een mensenleven niet telde, werd ik overgebracht naar een ziekenhuis in Köpenick. Hier ben ik vier weken lang liefdevol verpleegd door een Oostenrijkse verpleegster. Niets was haar te veel. Bijna elke avond moest ik met bed en al de schuilkelder in gebracht worden in verband met de zware bombardementen op Berlijn. Ook temidden van de bombardementen heeft de Heere mij vaak kennelijk bewaard. In de loop van 1944 werd ik met nog drie Hollandse jongens overgebracht naar Niederschlema in Saksen. Daar hebben we gewerkt in een papierfabriek.

Wilt u uit deze periode nog iets doorgeven?

Dan denk ik in het bijzonder aan de kerstdagen van 1944. Ik wilde heel graag met enkele jongens uit Nederland de kerstdagen doorbrengen. Ik had gehoord dat Pleun Ruit (Rotterdam), jan Plug (Rijssen) en Wim van Kralingen (Rotterdam) in Berlijn waren. Ik diende daarom bij mijn bedrijfsleider een verzoek in voor verlof met de kerstdagen. Zijn eerste reaktie was: 'je kunt hier ook kerst vieren.' Toch wilde de man weten waarom ik zo graag verlof wilde. Toen heb ik met grote vrijmoedigheid mogen wijzen op de komst van Hem, die zondaren zaligt en oorlogen doet ophouden. Tot mijn verwondering luisterde hij met grote aandacht. Hij gaf de gewenste toestemming, op voorwaarde dat ik na twee dagen terug zou zijn. Dat beloofde ik. De bedrijfsleider zorgde er zelfs voor dat zowel de burgemeester als de Ortskommandant mijn verzoek toestonden. 'Wie weet niet uit dit alles dat de hand des Heeren dit doet? '. Op eerste kerstdag is Berlijn zwaar gebombardeerd. Als jongeren hebben we samen enkele preken gelezen en onvergetelijke gezegende kerstdagen mogen hebben. We waren ver van huis, maar we ondervonden dat de Heere zorgde. Hier hoorden we ook dat ds. M. Heikoop bij een bombardement in Utrecht is omgekomen.

Dominee, kunt u ook iets vertellen over de laatste maanden voor de bevrijding?

Kort voor de bevrijding van Saksen werd ik met nog twee Hollanders en enkele buitenlanders op een boerenkar naar Tsjechoslowakije weggevoerd. Tijdens die rit zijn we vele malen vanuit de lucht beschoten. Na een dag en een nacht te hebben gereden, werden we ergens in de bergen, in de buurt van Karlsbad, van de wagen gegooid. We zijn toen de weg terug gaan lopen. Een niet te beschrijven tocht volgde. We hadden geen eten en sliepen in de weilanden. Maar de Heere was onze Leidsman. We zijn in Saksen aangekomen en bij een Poolse familie in Niederschlema voor twee weken ondergedoken. Hoe deze mensen voor ons hebben gezorgd, zal ik nooit vergeten. De trouwe zorg van de Heere is niet onder woorden te brengen.

De bevrijding was toen heel dichtbij. Hebt u de bevrijding ook bewust meegemaakt?

De laatste dagen zat ik tussen de Amerikanen en de Russen. Het was duidelijk dat Duitsland steeds meer in het nauw werd gedreven, maar toch werd er nog hard gevochten. Een paar nachten lag Niederschlema onder hevig spervuur. Toch kregen

we op een ochtend de boodschap dat Duitsland had gekapituleerd. We waren vrij; ik kon het niet geloven.

Had u gedacht komen? ooit nog thuis te

Menselijk gesproken had ik dit gesprek met jullie niet kunnen houden, als ik op 8 mei voor onze wegvoering naar Karlsbad geen geldig ontslagbewijs had gekregen. Dat bewijs heb ik nog.

Op onze tocht terug van Karlsbad naar Niederschlema kregen opeens enkele SS-ers ons in de gaten. Ik zei tegen de jongens met wie ik onderweg was: 'Doorlopen...'. Maar we moesten langs hen heen en één SSer stond al met zijn geweer in de aanslag. Toen pakte ik mijn briefje en liet dit als bewijs aan de SS-er zien. Ik zei dat we voor Duitsland hadden gewerkt. Dat was tenslotte ook zo!

Toen mochten we doorlopen! En jongelui dan zie je, de God van Elia leeft nog. Die jongens die bij mij waren, geloofden nergens aan, maar ik heb ze er toch iets van mogen vertellen.

Hoe bent u toen thuisgekomen?

Daar aangekomen, verbleven we met enkele honderden buitenlanders in een oude school. Na een week zijn we met Amerikaanse legerauto's naar een voormalig strafkamp in Eisenach gebracht. Daar moesten we achter het prikkeldraad wachten. We hadden nauwelijks te eten. Na twee weken bracht een goederentrein ons naar Nederland. De treinreis eindigde in Helvoirt (Brabant). Daar werd ik ingekwartierd en ingeschreven als gerepatrieerde. Na een paar dagen werd ik 's nachts ingescheept op een boot, die mij naar Dordrecht bracht. En toen, op 6 juni, stond ik geheel onverwacht voor de deur van mijn verloofde! Wat dit inhield laat zich niet op papier zetten. Na elkaar in tweeëneenhalf jaar niet gezien te hebben! Ik hoorde toen dat haar vader enkele jaren daarvoor was overleden. Blijdschap en droefheid grensde aan elkaar. Ook mijn ouders, broers en zusters mocht ik in gezondheid ontmoeten. Wat moetje op zo'n moment zeggen? Er was enkel verwondering over Gods goedheid, voor zo één als ik ben.

Hoe kijkt u nu, na vijftig jaar, de bevrijding aan? tegen

We moeten de bevrijding blijven herdenken. Met name denk ik dan aan onze jonge mensen. Het gaat om de wonderen die God heeft verricht. Op tal van plaatsen zal op velerlei wijze aandacht worden besteed aan vijftig jaar bevrijding. Helaas zal hierin ook de mens der zonde zich al meer openbaren. Maar geve de Heere dat we deze dagen op een waardige wijze mogen herdenken. De grote Bevrijder leeft nog en als we Hem niet tot ons deel hebben, zullen we nooit in ware vrede leven.

Woerden

J.H. Mauritz/Marianne Sollie

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1995

Daniel | 41 Pagina's

De trouwe zorg van de Heere is niet onder woorden te brengen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1995

Daniel | 41 Pagina's