Verslag Bondsdag 1995
Het is kwart over tien als ds. C. A. van Dieren vooreen bijna geheel gevulde 'Doelen' in Rotterdam de 48ste bondsdag opent. Plechtig klinkt het: O God, wij mochten met onz'oren Weleer van onze vaad'ren horen Wat werk Gij in hun dagen wrocht. En daar zal het in deze bondsdag, die in het teken staat van de bevrijding, ook overgaan.
Opening
Na een hartelijk welkom mediteert ds. Van Dieren over 'om de verslagenen henen te zenden in vrijheid' (Lukas 4 : 19b). Om te weten wat het is om bevrijd te worden, moeten we eerst weten wat bezet is. Daar is ons volk in die vijf jaren van onderwerping aan het Duitse regime achter gekomen. Ook uit deze plaats, uit Rotterdam, verlieten duizenden (als het ware uitgemergeld) de stad om tegen hoge prijs enig voedsel te verkrijgen. Als de vrijheid niet van buitenaf was verstrekt, was ze er nooit gekomen. Er móest een bondgenoot zijn. Duizenden witte kruisen op de oorlogsbegraafplaatsen getuigen van jonge levens, die zich gegeven hebben voor onze vrijheid. Spreker zegt, dat velen de drijfveer van ds. Kersten om zich te onderwerpen aan de vijand niet verstonden. Deze drijfveer kwam niet voort uit liefde tot de Duitsers, maar uit liefde tot de vreze Gods. Hij erkende de roede in Gods slaande hand.
Hoe groot was/is de lankmoedigheid Gods toen de vrijheid als gave uit Gods hand werd ontvangen. Voorzitter trekt de lijn door van 'Bezet en bevrijd' naar de andere bevrijdingsdag, nog vóór 5 mei aanstaande, een véél heerlijker dag: de Goede Vrijdag en Pasen! In Jesaja 61 wordt de Heilsbode voorzegt. Uit dat hoofdstuk is ook de prediking door jezus in de synagoge te Nazareth genomen. Gelijk de landverraders in de oorlog, hebben wij gekapituleerd met de vijand, de vorst der duisternis, die erger is dan de nazi's. Christus is gekomen, omdat God lust had tot de bevrijding van Zijn uitverkorenen. Dat gebeurde niet met de macht van duizenden. Maar: 'Ik heb de pers alleen getreden' om de eer van de Vader op te luisteren en met Zijn leven en Zijn dierbaar hartebloed de bevrijding te verwerven voor degenen, die gekapituleerd hebben. Op de Paasmorgen van de grote bevrijdingsdag van Zijn Kerk is Hij uitgegaan voor vijanden. In de synagoge te Nazareth heeft Hij gezegd wie daadwerkelijk bevrijd worden: dat zijn de verslagenen, de verbrijzelden en de machtelozen. Dat zijn degenen, die geleerd hebben dat in hen geen kracht is tegen zo'n grote menigte. Dominee vraagt of er nog van die gevangenen, verslagenen van hart, treurenden en wenenden in hun schuldverslagenheid zijn, die inleven dat ze liggen onder de rechtvaardige straf, voor wie het concentratiekamp van dood en ondergang voor ogen staat? Voor hen, die zichzelf niet kunnen bevrijden van alle lasten, komt de grote bevrijdingsdag! De vergeving der zonden is dè vrijheid van gebondenen.'
Zijn er nog, die uitzien naar die bevrijdingsdag? Niet alleen naar de prediking en de aanwijzing van die bevrijdingsdag, maar die uitzien naar de vrijheid en de heerlijkheid van de kinderen Gods, naar die grote bevrijdingsdag, die de mens waarlijk vrijmaakt en waarvan jesaja 61 getuigt, vraagt ds. Van Dieren.
Wij zijn met onze vrijheid gebonden in een wereld, die één groot concentratiekamp van de macht van de anti-christ is. De verdrukte Kerk van Christus zal gaan uitroepen 'Kom haastiglijk, ja, kom, Heere jezus!' De verslagenen en verbrijzelden zullen mogen uitgaan in de eeuwige vrijheid, maar de onbekeerde mens, die vijand van God en zijn zaligheid is, zal overgegeven worden. Met de bede, dat de Heere het woord van deze bondsdag wil gebruiken om gebondenen in Sion in vrijheid te doen uitgaan, besluit ds. Van Dieren zijn openingswoord.
Evenals andere jaren worden er telegrammen gestuurd aan H.M.Koningin
Beatrix en H.K.H. Prinses Juliana ter betuiging van onze aanhankelijkheid. Na het voorlezen van de telegrammen wordt staande gezongen uit het Wilhelmus de coupletten 1, 4 en 6.
Bezeten bevrijd
Ds. j. Mijnderszegt, dat hij er in heeft toegestemd deze morgen over 'Bezet en bevrijd' te spreken naar aanleiding van Psalm 126 'De HEERE heeft grote dingen bij ons gedaan'.
Reeds veel is er over de oorlog gesproken. Of het nu nög zin heeft erover te spreken, beantwoordt ds. Mijnders volmondig met 'ja', omdat Asaf in Psalm 78 ons leert 'wij zullen het niet verbergen voor de kinderen' opdat het navolgende geslacht de wonderen, die de Heere verricht heeft, in gedachtenis zal houden. Dat het herdenken van deze grote daden mag leiden tot de geestelijke vrijheid waarvan Johannes 8 (vs.36) getuigt!
Bezet en bevrijd - gevangenschap en verlossing. Het zijn woorden meteen diepe betekenis. Dominee zegt niet de minste behoefte te hebben om zijn persoon, maar wel de Heere in het middelpunt te plaatsen, want Hij heeft grote dingen gedaan. De vijfdaagse oorlog in de meidagen van 1940 eindigde niet in een totale ondergang, maar liet blijken dat niet de mens maar God hetwereldbestuurinZijn hand houdt. In het leven van Israël heeft de Heere vele malen een oorlog als tuchtregel gebruikt om het op de juiste plaatste brengen. De Heere bracht de Tweede Wereldoorlog over ons en op 10 mei 1940 was het woord 'bezet' werkelijkheid. Ik was toen achttien jaar en woonde bij mijn ouders in Dubbeldam. Mijn verloofde woonde in Dordrecht. De eerste kogel in Dordrecht trof een vader uit onze kennissenkring, die juist gezegd had, dat elke kogel door Gods hand wordt bestuurd! De zware straatgevechten daar brachten mij niet alleen van buiten, maar ook van binnen in de grootste benauwdheden; mijn zonden klaagden mij aan. Ik beloofde de Heere wanneer Hij mijn leven zou sparen, dan... en liet mijn beloften in de schuilkelder achter.
Op 12 februari 1943 werd ds. Mijnders opgeroepen en omdat de Heere hem geen vrijmoedigheid gaf onder te duiken, werd hij op transport gesteld naar Berlijn, waar hij tewerk gesteld werd bij deA.E.G. De gevolgen van de bezetting in ons vaderland waren mij onbekend, maar van die in het buitenland zijn onuitwisbaar, aldus ds. Mijnders. Ik kan er niet breed over uitweiden: het zou u met afkeer vervullen en mij na vijftig jaren nog doen rillen.
In het kort verhaalt hij van zijn weigering om te werken op zondag, omdat hij voelde Gode meer gehoorzaam te moeten zijn dan mensen. Daarom werd hij op transport gesteld naar een strafkamp ten noorden van Berlijn. Hij vertelt van gebeurtenissen, waarin hij bijzonder de trouw en de almacht des Heeren mocht ervaren (zie voor uitvoeriger verslag het interview met ds. Mijnders elders in deze Daniël). De Heere betoonde 'Ikzal u niet begeven en u niet verlaten'. De sterke Arm, Die hem bezocht heeft, heeft hem ook weer thuisgebracht, De ontmoeting na twee en een halfjaar in Dordrecht met zijn verloofde, zijn ouders en familie laat zich niet verwoorden. Van alles wat dominee meegenomen had was één ding overgebleven, namelijk zijn Bijbel. Hij had daarin twee teksten geschreven: laagliederen 3 : 27 'Het is goed voor een man dat hij het juk in zijn jeugd draagt' en vs.33 'Want Hij plaagt of bedroeft des mensenkinderen niet van harte'. De praktijk ervan heeft hij in die jaren op een bijzondere wijze mogen inleven. Ds. Mijnders eindigt zijn referaat - waarnaar met grote aandacht is geluisterd - met de oproep van Paulus aan de Galaten (5 vs.1) 'Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen'.
In de middagpauze begroeten velen elkaar in de gangen, op de trappen of in de lange rijen voor de toiletten, maar ook in de hal waar de cassettebandjes van deze bondsdag met de uitgaven van het lektuurfonds, de Sprokkelhoutjes en de lepeltjes, vorkjes met het bondsembleem worden verkocht. De stroopwafels vinden ook goede aftrek.
Middagvergadering
Ds. Van Dieren opent de middagvergadering en heet in het bijzonder welkom het zojuist gearriveerde samengestelde mannenkoor, dat bestaat uit leden van 'Tehillim' uit Dordrecht en 'Draagt elkanders lasten' uit Werkendam met hun dirigent, de heer D. van Luttikhuizen, en dat op het podium plaats neemt.
Vragenbeantwoording
Ds. Mijnders zegt in de hem gestelde 25 minuten de ontvangen vragen te willen beantwoorden.
* Op de vraag of men een bezetter in
alles moet gehoorzamen behalve als hij iets beveelt tegen Gods wet, zegt dominee onder meer dat God hèm geen vrijmoedigheid gaf om onder te duiken, hoewel hij zegt onderduiken op zich niet af te wijzen. Hij zegt, dat hij onvoorwaardelijk onder Gods leiding heeft mogen bukken. Een raadsel voor velen, maar voor mij is ze opgelost, aldus de spreker.
* Ik ben een kleindochter van een N.S.B.-er. Wat moet ik met de herinneringen aan verzet en bevrijd? Heb ik geen levenslange bezetting gekregen? Dominee wijst (klein)dochters van N.S.B.-ers, van godloochenaars, maar ook van Godvrezende ouders op het adres dat in de morgenvergadering is gegeven en zegt van harte te hopen, dat zij aan Zijn voeten terecht mogen komen en bezet worden door Hem. * Een andere vraag: wordt er lichtvaardig omgegaan met de beloften? Mag je de Heere niet aanroepen omdat Hij de Belover is? Dominee antwoordt: de Heere maakt plaats voor Zijn beloften, Hij verspeelt ze niet. Hij vervult ze in het afsnijden van al wat van de mens is, want het gaat om de eer van de grote Belover.
* Op de vraag of dominee meer kan vertellen over het waarlijk vrijmaken door de Zoon, zegt hij er wel een hele preek over te kunnen houden, maar dat hiervoor nu de tijd en plaats niet is.
* Dominee Mijnders antwoordt op de vraag of hij iets van de weg die hij meemaakte af wil hebben, dat de Heere het nooit verkeerd heeft gedaan!
* Omdat het antwoord op de vraag 'Zijn bloed kome over ons en onze kinderen' in het licht van de vernietiging van de joden (in de Tweede Wereldoorlog) op een heel ander terrein ligt, gaat ds. Mijnders er hier niet op in.
* Op de vraag wat meer te vertellen over geestelijke kapitulatie zegt de spreker, dat ons vlees in het natuurlijke leven altijd strijdt tegen kapitulatie. Een kenmerk van de geestelijke kapitulatie is dat je gevoelt alles te missen!
* De vraag om de belevenissen van ds. Mijnders te boek te stellen, beantwoordt hij positief. De drijfveer is om Gods werk in dit alles door te geven aan onze jeugd.
* De stelling dat de oorlog een straf van God is, bestrijdt ds. Mijnders. Tussen straf en kastijding is een groot onderscheid. Paulus zegt, dat wie zonder kastijding is geen zoon maar een bastaard is. Anderzijds is onze regering niet onschuldig wanneer zij toestaat hetgeen niet is naar Gods Woord. Wie Mij verlaat heeft smart op smart te vrezen!
* De vraag of dominee tijdens zijn gevangenschap ook Psalm 46 kon zingen en ervaren, beant woordt hij, dat het niet altijd licht was, maar dat er toch inderdaad tijden zijn geweest, dat de Duitsers hem geen kwaad konden doen.
* Dominee zegt op een volgende vraag, dat niet de diepe indruk van zijn referaat, maar dè diepste indruk dat vijanden met God verzoend moeten worden, nodig is gekend te worden.
* Dat de Heere ook een natuurlijk mens uit wil helpen, bewijst dominee met de geschiedenis van Ninevé, dat vanwege uiterlijke bekering werd gespaard. Er is echter een Godsdaad nodig voor een staatsverwisseling. Tenslotte zegt ds. Mijnders de bemoeienissen des Heeren - ook deze dag-te hebben ervaren en hij eindigt met 'Zijn Naam moet eeuwig d' eer ontvangen!'.
Koorzang
Het samengestelde koor uit de leden van het Mannenkoor 'Tehillim' uit Dordrecht en 'Draagt elkanders lasten' uit Werkendam brengen onder leiding van dirigent D.van Luttikhuizen en de organist-óók van de hele bondsdag - de heer Jaap Boer enkele Psalmen en liederen ten gehore en wordt besloten met de eerbiedige bede 'Uw Naam ter eer!'
De koorzang wordt afgewisseld met een voordracht door mevrouw j. de Blois-van Kempen, getiteld '50jaar Bevrijd'. Er wordt daarin gevraagd, waartoe vijftig jaar bevrijd heeft geleid en er wordt gewezen op de geslagen breuken in ons vaderland: legaliseren van abortus, het tot stand komen van de wet op de lijkbezorging, de Algemene Wet Gelijke Behandeling, het emancipatiestreven, ontheiliging van de zondag, breuken in de gezin-
nen, de kriminaliteit en reklames. Ook de breuken in de Nederlandse kerken worden aangehaald.
Ja wij èn onze vaad'ren en onze kinderen en ons nageslacht, hebben het in die vijftig jaren er niet goed afgebracht!
Slotmeditatie: bevrijd en bezet
Ds. J. de Pater spreekt in zijn slotmeditatie naar aanleiding van 2 Timotheüs 3:1 - 5 over het bezet zijn met een geest waarvoor Paulus Timotheüs heeft gewaarschuwd meteen vaderlijke vermaning. Paulus voorspelt zware tijden, die zullen ontstaan. In de oorlog waren het ook zware tijden. In mijn ouderlijk huis, herinnert ds. De Pater zich, was bijna geen eten. Mijn ouders gingen de herfst '44 in met vijftien kilo suikerbieten, drie beschuitbusjes met tarwe, zonder gas, zonder elektra en zonder kolen en dat voor een gezin van veertien personen! De honger groeide met de week, het brood werd dunner en de honger sterker!
Kennen wij nu ook (een andere) hon-ger? Een honger naar de gemeenschap met de Heere? In de bange tijd van Paulus zitten wij nu! Wel bevrijd, maar bezet met de geest van deze tijd. Paulus wijst op het mensbeeld in het laatste der dagen (vers 2 - 5). Men is bezet gelijk in de dagen vóór de zondvloed met eten, drinken en vrolijk zijn.
Er zullen zware tijden ontstaan, zegt Paulus, voor hen die naar Gods Woord en wet proberen te leven. Er zal een totale verdoiA/enheid ontstaan, het uitleven van zichzelf, een bezet zijn met de anti-christelijke geest, met de geest die ons bij God vandaan trekt, met een geest, die elk gezag ontkent. Het begint al in de gezinnen. Gaat het ons gezin voorbij? Bezet met een geest van onmatigheid, zonder natuurlijke liefde, geen liefhebbers van God, maar van zichzelf. Hebbende een gedaante van godzaligheid - dus alleen een uiterlijke vorm-maar verder leeg van God! Spreker vraagt zijn aandachtig gehoor of men daar al aan is ontdekt. Paulus geeft Timotheüs de bemoediging: 'Maar blijf gij in hetgeen gij geleerd hebt' (vers 14). Ondanks verval, afval, godverlating, kerkverlating, wijst Paulus ons op Christus, de Triomfator over dood, graf en hel, op de grote Bevrijder. Om in Hem staande te mogen blijven in de krachten mogenheden des Heeren en te belijden: 'Ik geloof in God, de Vader'. Bevrijd te zijn uit de macht van de vorst der duisternis, maar toch met smart te moeten inleven bezet te zijn met jezelf en met onheilige gedachten. De Heere geve ons iets te verstaan van bezet te worden met de vreze des Heeren zoals eens een Nehemia, Jozef of Obadja, opdat anderen jaloers zouden mogen worden op ons leven en ons 'Kom, ga met ons en doe als wij!'.
Sluiting
De presidente, mevrouw Kaslander-Goedegebuur, spreekt een hartelijk dankwoord uit aan allen die hebben meegewerkt aan deze dag, voor de milde offervaardigheid en voor aller komst naar 'De Doelen'. Waartoe heeft deze dag geleid? Hoe staat het in ons persoonlijk leven? Kan er een bevrijding zijn als we liggen gekluisterd in de zonden? Helse machten maken zich op om de wereld rijp te maken voor het ooróeei, maar niet voordat de laatste zal zijn toegebracht totdat Koninkrijk dat nimmer zal ondergaan.
Na het dankgebed door ds. Van Dieren zingen we staande: 'De vrede zij en blijv' in u'.
Krimpen aan den Ijssel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1995
Daniel | 41 Pagina's