Overvloed in de hongerwinter
Herinneringen van de dames M. en W. Blonk
Winter ’44/’45. Velen in ons land, met name in het westen, leden toen honger. We spraken hierover met twee mensen die deze winter heel bewust hebben meegemaakt. Aan het woord zijn de gezusters Blonk uit Woerden. Zij raken niet uitverteld over de oorlog, de hongerwinter, de bevrijding en het verzet. Het bleef echter niet alleen bij het ophalen van de ene na de andere herinnering. Ook hebben zij er iets van mogen ervaren, dat de Heere van al hun noden afwist en hen uit-en doorgeholpen heeft. Ook daarvan willen ze iets doorgeven aan jonge mensen. Het gesprek ging dus niet alleen over honger!
’Haast onvoorstelbaar dat er een hongerwinter kon komen, als je bedenkt dat ons land toen nog voor een groot deel zijn bestaan vond in landbouw en veeteelt. Toch was er honger, want de Duitse bezetter eiste al het voedsel en alles wat bruikbaar was op voor de Weermacht. Het weinige dat overbleef, werd gerantsoeneerd. Velen, met name in de grote steden, zijn toen van de honger gestorven, leder, die ertoe in staat was, trok erop uit naar het oosten van ons land waar graan en aardappelen verbouwd werden. Men trok erop uit met karretjes, met fietsen zonder banden, zelfs soms met kinderwagens', aldus de gezusters Blonk.
We moeten er maar weer eens op uit
Zij vervolgen: 'Onze logeerkamer was in die dagen ook vaak bezet met mensen, die van Rotterdam naar Woerden gelopen waren. Zij zochten onderdak en trokken dan de andere dag weer verder. Ook wij, soms met z'n tweeën, soms een van ons met vader, zijn heel wat keren op pad geweest om voedsel te verzamelen, nu eens op de fiets, dan weer met de ponywagen. Als het eten op was, dan keken we elkaar eens aan en zeiden: 'We moeten er maar weer eens op uit'.
Al pratend over de hongerwinter, nuttigen we een lekkere plak cake.
Groter kontrast met de hongerwinter is nauwelijks denkbaar. 'Wij maakten in de oorlog zoiets van roggemeel met wat essence (geur-en smaakstof) er doorheen, bijvoorbeeld amandelsmaak. Dit mengsel werd in een gesloten koektrommel gedaan en vervolgens in een pan met heet water gekookt en dan hadden we koek. Dit bewaarden we voor de zondag. Het kleine broodrantsoen, dat we wekelijks kregen, bewaarden we eveneens voor de zondag. In de week ate we 's morgens roggepap, gekookt van een liter karnemelk en drie liter water. Melk was alleen voor baby's en de rest moesten de boeren afstaan aan de bezetter, hoewel... onder melktijd was het wel erg druk op de boerderijen.
Pap met volle melk
Een keer gebeurde het dat de opgehaalde melk niet door de Duitsers vervoerd kon worden. Het werd toen aan de burgers ter beschikking gesteld. Op ons erf stond toen een tank met honderden liters melk. En daar kwamen de mensen met emmertjes, met pannen, met... ja, met alles waar wat in kon. Voor één keer hadden we toen pap met volle melk. Wat was dat lekker!
‘s Middags en 's avonds aten we aardappelen, groenten en surrogaat juspoeder. Onze maag werd zo gelukkig wel een beetje gevuld, maar echt gezond was het niet. Vet, suiker en vitaminen ontbraken. Ons gewicht werd ook steeds minder. We aten echt van alles. Er werden bijvoorbeeld van die kleine krielaard-
appeltjes met schil en al gekookt en daar werd dan bietenstamppot van gemaakt. Wij waren gelukkig niet op de gaarkeuken aangewezen, zoals veel andere Woerdenaren. Dan kreeg je soms echt niet anders dan soep van bloembollen. Hier in de omgeving had je wel veeboeren, maar geen bouwboeren. De melk moest afgegeven worden en rogge, tarwe en aardappelen werden hier niet verbouwd, dus moesten ook wij erop uit. De groenten konden we uit de eigen tuin halen.
Op hongertocht
Bij vrienden van ons in Vaassen mochten we overnachten en eten. Als we dan op weg naar huis gingen, kregen we van deze mensen altijd een pakje boterhammen mee voor onderweg. Er zat dan soms boerenham op, iets waarvan we niet meer wisten hoe dat smaakte. We aten dan beiden een boterham op en de rest bewaarden we voor thuis, zodat ze thuis ook weer eens brood met ham kregen. Soms bleven we wel een week bij deze mensen. In die week kregen we voldoende te eten en trokken we er iedere dag op uit, de boerderijen langs. Overal waar we dorsmachines hoorden, gingen we het erf op. We vroegen dan om een pondje graan of wat aardappelen. Soms trokken we tot in Overijssel toe.
Op al deze tochten zijn we steeds wonderlijk bewaard. Vaak waren er beschietingen vanuit de lucht en moesten we schuilen in de kant, maar zelf zijn we nooit echt beschoten. We waren eens vlakbij de overweg in Woerden, toen er ineens vliegtuigen naar beneden doken om een daar stilstaande trein te beschieten. Nog altijd zijn we een beetje bang als er een vliegtuig blijft rond cirkelen boven ons. In gedachten horen we dan bommen vallen.
Over een half uur terug komen
Van veel mensen namen de Duitsers het opgehaalde voedsel af, maar wij mochten er altijd veilig mee thuis komen. Eens passeerden we een kontrolepost. Een CD-man kontroleerde ons en ontdekte dat we graan tussen de aardappels verstopt hadden. Graan mocht niet worden vervoerd. Hij fluisterde ons in het oor: 'Over een half uur terug komen'. Er stond toen een goede Duitser, die iedereen doorliet. Nog hoor ik vader met bewogen stem danken aan tafel, als we weer terug waren.'
Teken van Gods trouw
Op zondag 12 november 1944 trokken over de 'nieuwe weg' (huidige Al 2) duizenden Rotterdammers Woerden voorbij. Zij waren opgepakt tijdens een razzia. De Woerdense bevolking werd opgeroepen eetbare waar naar de gaarkeuken te brengen, zodat daarvan voedsel bereid kon worden voor deze mensen. Er werd ondanks al het gebrek dat er was veel gegeven! Velen hielpen ook bij het brengen van dit voedsel naar de 'nieuwe weg'. Ook de dames Blonk. 'Als een donkere slang, bewoog zich de stoet langzaam langs de weg. Het trof ons zeer diep. Toch was er opeens een wondere troost, want boven de weg stond ineens een prachtige regenboog. Het teken van Gods trouw. Het gaf mij hoop en vertrouwen, dat de vijand eens verdreven zou worden en dat God ook over deze Rotterdammers zou waken', zo verwoorden ze hun ervaringen van toen.
Energiegebrek
Nederland betrok in die tijd zijn brandstof vanuit Zuid-Limburg (steenkolen). Eind '44 liep het front dwars door Nederland, waardoor het gedeelte boven de grote rivieren geen beschikking had over deze energiebron. Hierdoor en door de spoorwegstaking (vanaf 1 7 september 1944) zat het noorden en westen van het land zonder brandstof. En dat terwijl er een zeer strenge winter voor de deur stond. Er was geen elektriciteit en geen warmte. Lampen, strijkijzers, stofzuigers, niets deed het meer.
Even erg als de honger was de kou. De meeste scholen sloten of gaven slechts enkele dagen per week les. De mensen gingen zichzelf behelpen. 's Nachts werden bomen gerooid en onbewoonbaar verklaarde woningen werden gesloopt. Velen hebben in de strenge winter van '44 regelmatig in de ijzige kou gezeten.
‘De lichtfiets’
De dames Blonk hebben het energiegebrek en de kou ook zelf meegemaakt: 'Er was geen gas, geen elektriciteit en geen brandstof meer te krijgen op een gegeven moment. Onze verlichting was een fiets op
een stevige standaard met drie dynamo's erop. Onze 'lichtfiets' was met draadjes aan de lampen verbonden. Dit was een goede verlichting, maar om de beurt moesten we een half uur trappen. Als je per ongeluk stopte, was het opeens volslagen donker. Op de fiets hadden we een mandje, zodat je al fietsend ook aardappels kon schillen.
Op een keer hoorden we de ponykar thuiskomen. De kar lag vol met aardappels. Van blijdschap renden we allen naar buiten, ook degene die op dat moment 'fietste'. De verlichting viel dus direkt uit en in de haast liepen we de emmer met aardappels om. Al het water en de aardappels gingen over de vloer. We konden ineens niets meer zien.
We hadden door de hongertochten wel roggepap en aardappelen, maar deze moesten ook worden gekookt. Dit gebeurde op een oude potkachel, die voor alles werd gebruikt: opwarmen van de strijkbouten, verwarming en eten koken. Deze kachel werd gestookt met hout, karton en wat maar brandbaar was. Dit werd steeds moeilijker. Vader probeerde overal hout vandaan te krijgen, maar op een zekere dag kwam hij verdrietig binnen en zei: 'Hier is het laatste hout en ik weet niet wat nu.' Dit betekende geen verwarming, terwijl het een hele strenge winter was en geen voedsel, want er kon niets gekookt worden. Het gebed was de enige uitweg.'
Een meters lange telefoonpaal
Mevrouw M. Blonk gaat verder: 'Verdrietig gingen we naar bed en de volgende morgen waren vader en ik al vroeg eruit. Plotseling was er gestommel te horen buiten het huis en daar kwam een vriend van ons, die nergens van wist, met een meters lange telefoonpaal aansjouwen. Hij had er een paar kunnen krijgen en de Heere gaf het in zijn hart om er ook een bij ons te brengen. Het wonder was groot, je kon er wel weken van stoken! Nog herinner ik mij hoe vader en ik in tranen bij de grote paal stonden, vol verwondering over de trouwe zorg van de Heere en zo was het telkens weer.
In deze hongerwinter overleed ook onze zus aan difterie. Naast het vele verdriet, was er ook de zorg om alles voor de begrafenis rond te krijgen. Er was geen post, dus de mededelingen moesten mondeling overgebracht worden. Dit mocht lukken en ook bij de begrafenis mochten we de zorg van de Heere ervaren. Van diverse zijden kregen we brood, kaas en boter, zodat we de familie en vrienden goed konden ontvangen. Dit was temidden van de droefheid echt een wonder!
‘Overvloed’
Zo zou ik nog veel meer kunnen vertellen. Mijn broers werden steeds weer bewaard bij razzia's en mijn broer en nog een andere zus waren betrokken bij het verzet. Steeds mochten we in deze bange winter de trouw des Heeren en Zijn onverdiende goedheid ervaren. Van daar uit bekeken, was er eigenlijk 'overvloed' in deze moeilijke tijd. Het is al heel lang geleden, maar toch is er nog altijd iets van die stille verwondering overgebleven. Daarom zou ik de jonge mensen van nu willen wijzen op Psalm 34:
In honger komt noch moed noch kracht den jonge leeuw te baat; maar die den HEER'zoekt vroeg en laat, mist nimmer 't nodig goed.
Jonge mensen, zoek de Heere Zelf en zoek Hem niet om het voedsel of andere tijdelijke zaken, want Hij Zelf is het Hoogste Goed! Dit mocht ik in de moeitevolle hongerwinter ervaren en ook nu nog!'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1995
Daniel | 41 Pagina's