Toen was er niemand meer om te protesteren voor mij
Verzet in de Tweede Wereldoorlog
Mensen vragen me wel eens waarom ik bij het verzet ging. Dat is een rare vraag. Je gaat niet bij het verzet. In het verzet raak je verstrikt. Je zakt erin weg als in drijfzand. Op een dag gebeurt er iets waarvan je zegt: dit kan niet. Zoek je dat? Welnee! Je wilt allemaal leven, oud worden, geluk hebben. Maar er komt een boodschap van Jan Schouten. Mogen mensen van het schoolverzet bij u in huis vergaderen? Je gaat hier wat helpen, daar wat helpen. Je komt nauwelijks meer aan schilderwerk toe.
Toen Nederland bezet gebied was geworden, dachten de Duitsers dat de Nederlanders wel voor het nationaal-socialisme ingewonnen zouden worden. Daar kwam niet zoveel van terecht. Natuurlijk waren er veel landgenoten die in een moedeloze stemming verkeerden. Die onder de indruk waren van de oppermacht van het Duitse Rijk. Een groot deel van het volk echter had een meer of minder verholen afschuw van het nationaal-socialisme. Vroeg of laat zou het land weer vrij worden, daarvan was men overtuigd.
Het moet voor de Duitsers op den duur een benauwend gevoel zijn geweest, benauwender naarmate zij steeds grotere groepen van de bevolking tegen zich in het harnas joegen. Bij al hun maatregelen, bijvoorbeeld in het hele bestuursapparaat, voelden zij, zelfs al speelde men met hen mee, een weerstand waar zij vaak niet tegenop konden.
Sühnegeld
Naarmate de oorlog voortschreed werd de vijandigheid door de Duitsers zelf aangewakkerd. Zij lieten Nederlanders werken voor hun oorlogsmachine. Onschuldige mensen werden uit hun huizen gehaald om hen te laten boeten voor daden die anderen misdreven hadden. De Duitsers legden zelfs boetes op (Sühnegeld) aan mensen die zelf niets hadden overtreden.
Maar ook de diskriminatie van de Joden, al vanaf het begin van de bezetting, wekte weerstand. Vooral onder de studenten. Er ontstonden zelfs relletjes in de hoofdstad tussen Amsterdammers en Musserts weerafdeling. Toen daarbij een WA-man werd gedood, liet Himmler425 Joodse jongetjes arresteren en overbrengen naar het vernietigingskamp Mauthausen. Dat was het sein voor de Amsterdammers om massaal in het geweer te komen. Het oproer sloeg over naar andere plaatsen als Zaandam en Hilversum. De zogenoemde 'Februari-staking' was een feit; een demonstratie die het opnam voor de Joden. Het verzet tegen de Duitse overmacht nam openlijk, maar vooral ook ondergronds toe.
Voorzichtig beoordelen
Toch moeten we niet denken dat heel Nederland zich verzette tegen de overheersing. De meesten hielden zich zoveel mogelijk afzijdig en wilden niets met de bezetter te maken hebben. Anderen rekten hun geweten wat op, vooral als er wat te verdienen viel. Rabbijn Soetendorp zei het enkele weken geleden zo: „Tegenover de 25.000 verzetsmensen stonden evenveel Nederlanders in Duitse krijgsdienst".
Voorzitter Weiss van het Israëlische parlement stelde het vorige maand nog scherper, toen koningin Beatrix zijn land bezocht. „Het grootste contingent buitenlandse SS-ers bestond uit... Nederlanders." Weiss noemde de houding van de Nederlanders tegenover de Joden de 'donkere schaduw die over de relatie tussen Nederland en Israël ligt'. „Alleen in Polen werden meer Joden het slachtoffer van de nazi's. Van elke 130 joden konden er in Nederland 110 door de nazi's de dood ingedreven worden."
oproep tot verootmoediging was in de protestantse kerken algemeen. Maar over de vraag of je je ook daadwerkelijk mocht verzetten tegen de vijand, werd heel verschillend gedacht.
De gereformeerde ds. Frits Slomp (beter bekend als Frits de Zwerver) was al voor de oorlog geabonneerd op wel zes verschillende nazi-blaadjes om zo op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen over de grens, zo vertelde recent zijn zoon.
Artikelen uit deze bladen besprak hij met zijn catechisanten om hen te wapenen tegen de geestelijke strijd die aanstaande was. Want zo zag hij het verzet tegen de nazi's: als een geestelijke strijd tussen het Koninkrijk van Jezus Christus en het rijk der duisternis. Daarom wilde hij geen duimbreed wijken voor Hitier en zijn trawanten. Ook niet toen de Duitse laars onze bodem betrad. Hij bleef oproepen tot verzet en probeerde waar mogelijk de nazi's tegen te werken. Het keerpunt voor ds. Slomp kwam in juli 1942. Tijdens een zondagse beurt in Zwolle riep hij openlijk op tot sabotage. Daarbij beriep hij zich op de geschiedenis van Sifra en Pua, die het gebod van de farao negeerden en de Hebreeuwse jongetjes lieten leven.
„Sabotage is christenplicht, is geoorloofd en wordt gezegend", zo zei hij. De keuze voor het verzet was voor anderen echter helemaal niet zo vanzelfsprekend. Temeer omdat de beweegredenen voor het verzet zo geheel verschillend waren. Het was niet alleen bijbelse gehoorzaamheid of vaderlandsliefde. Ook haat en trots, lust tot avontuur en geldingsdrang konden een rol spelen.
De Gereformeerde Gezindte
Verootmoediging was nodig; daarover was men eensluidend. Maar betekende dat ook onderwerping aan de bezetter? Over het algemeen kon je dat wel beluisteren in de, zeg maar, Gereformeerde Gezindte (Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk en de kleine afgescheiden kerken). Zoals indertijd de Joden in Babel hadden moeten bidden voor de welstand van de steden waarin zij als balling verbleven, zo moesten de Nederlanders, naar hun overtuiging, bidden, ook voor de bezettende macht.
Het is niet gemakkelijk hierover een oordeel uit te spreken. En achteraf een oordeel uitspreken, vijftig jaar later, kan zo goedkoop zijn. De vraag is ook of het uitsluitend geestelijke argumenten waren, die meespeelden. Of was men ook bang dat velen eigen rechter zouden gaan spelen en in hun verzet zich te buiten zouden gaan?
Duidelijk is wel dat het kerkvolk door deze leiding (of soms juist het gebrek aan leiding) onzeker was geworden. Het werd teruggeworpen op het eigen geweten bij de vragen hoe de Heere moest worden gehoorzaamd, hetzij in onderwerping, hetzij in verzet.
Toch zijn er ook onder hen gelukkig geweest die aktief zich hebben ingezet voor de naaste en betrokken waren bij het aktieve verzet: onderduikhulp gaven, meewerkten aan de illegale pers en koeriersdiensten vervulden.
De indruk blijft toch wat achter dat het kerkvolk uit de Gereformeerde Gezindte in feite geen raad wist met de bezetting. Onvoldoende was deze zaak doordacht. Maar het is de vraag of we er in de vijftig jaar die volgden wèl zijn uitgekomen. De vraag naar het recht om je te verzetten tegen een overheid (bezetter of niet) zal aktueler worden naarmate Nederland deelneemt aan allerlei internationale akties in bijvoorbeeld VN-verband.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1995
Daniel | 41 Pagina's