JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Toen was er niemand meer om te protesteren voor mij

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Toen was er niemand meer om te protesteren voor mij

Verzet in de Tweede Wereldoorlog

5 minuten leestijd

Mensen vragen me wel eens waarom ik bij het verzet ging. Dat is een rare vraag. Je gaat niet bij het verzet. In het verzet raak je verstrikt. je zakt erin weg als in drijfzand. Op een dag gebeurt er iets waarvan je zegt: dit kan niet. Zoek je dat? Welnee! Je wilt allemaal leven, oud worden, geluk hebben. Maar er komt een boodschap van jan Schouten. Mogen mensen van het schoolverzet bij u in huis vergaderen? Je gaat hier wat helpen, daar wat helpen. Je komt nauwelijks meer aan schilderwerk toe.

Toen Nederland bezet gebied was geworden, dachten de Duitsers dat de Nederlanders wel voor het nationaal-socialisme ingewonnen zouden worden. Daar kwam niet zoveel van terecht. Natuurlijk waren er veel landgenoten die in een moedeloze stemming verkeerden. Die onder de indruk waren van de oppermacht van het Duitse Rijk. Een groot deel van het volk echter had een meer of minder verholen afschuw van het nationaal-socialisme. Vroeg of laat zou het land weer vrij worden, daarvan was men overtuigd.

Het moet voor de Duitsers op den duur een benauwend gevoel zijn geweest, benauwender naarmate zij steeds grotere groepen van de bevolking tegen zich in het harnas joegen. Bij al hun maatregelen, bijvoorbeeld in het hele bestuursapparaat, voelden zij, zelfs al speelde men met hen mee, een weerstand waar zij vaak niet tegenop konden.

Sühnegeld

Naarmate de oorlog voortschreed werd de vijandigheid door de Duitsers zelf aangewakkerd. Zij lieten Nederlanders werken voor hun oorlogsmachine. Onschuldige mensen werden uit hun huizen gehaald om hen te laten boeten voor daden die anderen misdreven hadden. De Duitsers legden zelfs boetes op (Sühnegeld) aan mensen die zelf niets hadden overtreden.

Maar ook de diskriminatie van de Joden, al vanaf het begin van de bezetting, wekte weerstand. Vooral onder de studenten. Er ontstonden zelfs relletjes in de hoofdstad tussen Amsterdammers en Musserts weerafdeling. Toen daarbij een WA-man werd gedood, liet Himmler425 Joodse jongetjes arresteren en overbrengen naar het vernietigingskamp Mauthausen. Dat was het sein voor de Amsterdammers om massaal in het geweer te komen. Het oproer sloeg over naar andere plaatsen als Zaandam en Hilversum. De zogenoemde 'Februari-staking' was een feit; een demonstratie die het opnam voor de Joden. Het verzet tegen de Duitse overmacht nam openlijk, maar vooral ook ondergronds toe.

Voorzichtig beoordelen

Toch moeten we niet denken dat heel Nederland zich verzette tegen de overheersing. De meesten hielden zich zoveel mogelijk afzijdig en wilden niets met de bezetter te maken hebben. Anderen rekten hun geweten wat op, vooral als er wat te verdienen viel. Rabbijn Soetendorp zei het enkele weken geleden zo:

„Tegenover de 25.000 verzetsmensen stonden evenveel Nederlanders in Duitse krijgsdienst".

Voorzitter Weiss van het Israëlische parlement stelde het vorige maand nog scherper, toen koningin Beatrix zijn land bezocht. „Het grootste contingent buitenlandse SS-ers bestond uit... Nederlanders." Weiss noemde de houding van de Nederlanders tegenover de Joden de 'donkere schaduw die over de relatie tussen Nederland en Israël ligt'. „Alleen in Polen werden meer Joden het slachtoffer van de nazi's. Van elke 1 30 Joden konden er in Nederland 110 door de nazi's de dood ingedreven worden."

Kerkelijk verzet

De Tweede Wereldoorlog ging niet aan de aandacht van de kerken voorbij. Vrij argeloos lieten bijvoorbeeld de Duitse kerken de propaganda voor het nationaal-socialisme over zich heenkomen. Maar toen de gevolgen duidelijk werden - men mocht niet zelf meer bisschoppen benoemen, de bijbelse verkondiging moest aangepast worden aan de Duitse geschiedenis en joodse christenen moest de toegang tot de kerk worden geweigerd - ontstond er verzet. Een minderheid in de kerk ging als 'bekennende Kirche' (belijdende kerk) de propaganda weerspreken. Bekend zijn de Barmer Thesen die in 1 934 op de synode van Barmen werden vastgesteld. De kerk wilde niets anders erkennen dan Christus en Zijn openbaring in het Woord. Ondertekenaars van de Barmer Thesen werden gevangen gezet, in het concentratiekamp opgesloten (ds. Martin Niemöller) of later zelfs vermoord (ds. Dietrich Bonhoeffer).

Vooral Niemöller verzette zich tegen de lauwheid en gelatenheid van zijn kerken. Om dat aan de kaak te stellen vertelde hij eens: „Toen de Duitsers de joden kwamen arresteren, deed ik niets, want ik was tenslotte geen Jood. Dat ze vervolgens de vakbondsleiders ophaalden vond ik erg. Maar ja, wat had ik daar verder mee te maken? Het was ver van mijn bed. Nadat ze vervolgens de politieke leiders van hun bed lichtten, meende ik: zij hebben het er wellicht naar gemaakt. Tenslotte kwamen ze voor mij. Maar er was niemand meer om te protesteren voor mij. Niet de haat is onze grootste vijand, maar de onverschilligheid".

De afwijzing van het nationaal-socialisme kwam deze minderheid in de Duitse kerken duur te staan en velen overleefden de Tweede Wereldoorlog niet.

Kerken in bezet gebied

Voor de kerken in de sinds 1940 door Duitsland bezette gebieden was het makkelijker om het nationaal-socialisme af te wijzen. In Noorwegen stelde de bisschop van Oslo, Eivind Berggrav, zich zeer principieel op. De Deense predikant Kau Munk gaf door zijn preken en brochures leiding aan het geestelijk verzet in zijn land. Haast overal in de bezette gebieden stelden de kerken zich min of meer gelijk op in hun afwijzing van het Duitse nationaalsocialisme. Ook in Nederland spraken protestantse kerkelijke vergaderingen zich over het algemeen uit tegen het nationaal-socialisme. Het lidmaatschap van de NSB werd over het algemeen (scherp) afgewezen, NSB-ers soms zelfs onder de kerkelijke tucht gesteld. Tien kerken protesteerden tesamen tegen de jodenvervolgingen en er bleef een gezamenlijk overleg tussen veel kerken.

Daadwerkelijk verzet

De afwijzende houding van de kerken tegenover het nationaal-socialisme en de jodenvervolging was duidelijk. Nagenoeg unaniem was in de kerken de gedachte terug te vinden dat de Heere Zijn oordelen over het land liet gaan. Het was Gods slaande hand die ons vaderland bezocht. De

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1995

Daniel | 41 Pagina's

Toen was er niemand meer om te protesteren voor mij

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1995

Daniel | 41 Pagina's